Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Comrie en de kenmerken van wedergeboorte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Comrie en de kenmerken van wedergeboorte

12 minuten leestijd

Nog niet zo lang geleden noemde een predikant het woord wedergeboorte in zijn prediking. Het was niet zijn bedoeling, zeide hij, om er lang bij stil te staan. Dat moesten trouwens de hoorders ook maar niet doen, want de Schrift hechtte aan de wedergeboorte ook niet zoveel betekenis. Dat bleek duidelijk hieruit, dat het woord maar drie keer in de bijbel voorkomt. Zo ongeveer werd het verhaal mij verteld.

De persoon, die het mij verhaalde, was bijzonder getroffen door dat getal drie. Hij vroeg mij of dat juist was. Kennelijk zat dit argument hem dwars. Bij nader onderzoek is mij nu gebleken, dat drie mogelijk nog teveel is. Tenminste volgens mijn Trommius komt het woord wedergeboorte slechts twee keer in de bijbel voor, nl. in Matth. 19 : 28 en Titus 3 : 5. In de eerste tekst wordt gesproken over een wedergeboorte van hemel en aarde,

over een totale verandering van alle dingen. In de tweede tekst schrijft Paulus over het bad der wedergeboorte. Als de genoemde prediker goed is verstaan en als we dan zijn methode volgen behoeven we ons om de wedergeboorte heel niet druk te maken. Het woord komt dan slechts één keer in de bijbel voor met het oog op de totale vernieuwing des mensen.

Ik voel er echter niets voor om deze methode te volgen, want de zaak wordt op vele wijzen in de Schrift uitgesproken. De gelovigen worden in 1 Petrus 1:13 genoemd: .wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden".

Wat is het verband tussen wedergeboorte en opstanding? De opstanding is de bron van leven voor de gelovigen, gelijk in de kruisdood van Christus, die een betaling en wegneming is van de zonde en schuld, de dood der gelovigen gedood is. Hoe komt het leven uit de bron der opstanding in de mens? Door middel van de prediking, zegt 1 Petrus 1 : 23, toegepast aan het hart. Dus in Petrus is sprake van wedergeboorte door de opstanding en van wedergeboorte door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods, waarvan vers 25 zegt: , En dit is het woord, dat onder u verkondigd is." De prediking van de noodzakelijkheid der wedergeboorte vindt men voorts in Johannes 3 en in de brieven van Johannes breedvoerig besproken. Wanneer men dan nog in ogenschouw neemt, dat de Heere Jezus, met zijn eis van bekering, op dezelfde totale verandering en vernieuwing doelt, die met het woord wedergeboorte wordt uitgedrukt, moet men wel overtuigd zijn van de bijbelse juistheid van het woord uit ons Doopformulier: , zodat wij in het Rijk van God niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden". Het is dus een zaak, waar iedere predikant wel veel van spreken mag, niet het minst om de vruchten en kenmerken der wedergeboorte te beschrijven en voor te stellen.

Dit klemt te meer. omdat er tegenwoordig, terwijl de kerkgang sterk afneemt, gezien de avonddiensten in veel gemeenten, een zekere oploop rondom het H. Avondmaal is. Men spreekt dan ook al van massale Avondmaalsvieringen, waarbij meer dan een kerk tegelijk de leiding heeft en men krijgt de indruk, dat men in een nieuw sacramentalisme z'n heil zoekt. Mij persoonlijk doet het denken aan Israël in de tijd van Jeremia, toen het ware geestelijk leven verre was van bloei, maar het cultische en rituele godsdienstig leven opvallend was.

Maar nu dit zo is, komt het er voor de predikanten bijzonder op aan, dat zij de gemeente er op wijzen, dat het H. Avondmaal voor de wedergeborenen is ingesteld. In gemeenschap met de Belijdenis verkondigt de Kerk immers naar de regel: , , Wij geloven en belijden, dat onze Zaligmaker Jezus Christus het Sacrament des Heiligen Avondmaals verordend en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij airede wedergeboren, en in zijn huisgezin, hetwelk is zijn Kerk, ingelijfd heeft".

Nu hebben degenen, die wedergeboren zijn, in zich tweeërlei leven: het ene lichamelijk en tijdelijk, hetwelk zij van hun eerste geboorte meegebracht hebben en alle mensen gemeen is; het andere is geestelijk en hemels, hetwelk hun gegeven wordt in de tweede geboorte, dewelke geschiedt door het Woord des Evangelies, in de gemeenschap des lichaams van Christus; en dit leven is niet gemeen dan alleen de uitverkorenen Gods."

Hoe komt het er nu op aan, dat elke kerkganger weet wat deze wedergeboorte is en waaraan zij herkend wordt. Wat heeft nu Alexander Comrie ons daarover geleerd? De vorige keer hebben we gezien hoe hij stelt, dat er enkele zaken aan de wedergeboorte voorafgaan. Vóór de wedergeboorte werkt Gods Geest, bij uitverkorenen, die tot jaren van onderscheid komen, een kennis der ellende door de wet. Deze werkingen van de geest zijn niet levendmakende, maar zij zijn wel zo krachtig, dat zij vele aandoeningen en uitwerkingen veroorzaken. Die zo bearbeid worden zien hun zonde in de wet en begrijpen, dat zij onder Gods toorn en vloek liggen en indien zij zo komen te sterven, eeuwig verloren gaan. Dat is Gods gew r one weg bij „bejaarden". Comrie noemt ze ook „die tot jaren van onderscheid komen". Hij schrijft: „Hoewel zij (die algemene werkingen des Geestes) uit hun eigen natuur niet zaligmakend zijn, nochtans is het Gods gemene weg om altoos de Wet op de consciëntie van bejaarden eerst te gebruiken, om hen daardoor bij zichzelf rampzalig te maken; en zo men dit niet wil toestaan, spreekt men het Woord Gods en de bevinding van alle eeuwen tegen en maakt zichzelve ten enenmale bespottelijk en verachtelijk en geeft een duidelijk bewijs, dat men nooit zijn ellende door de Wet heeft leren kennen. Deze dingen kunnen sterker of zwakker in de mensen zijn, men moet deze mensen niet in de hemel zetten en niet terstond spreken van zaligmakende dingen of voorbereidingen, maar ze ook niet bestrijden, dewijl ze gewoonlijk, maat en trap daargelaten, de bekering voorafgaan. Door de Geest der dienstbaarheid worden alzo ook de uitverkorenen onder de tucht van de vurige Wet gesteld. Met welk oogmerk? Om alle eigen werk weg te blazen en om de weg voor Christus en de vrije genade te banen, zodat de Heiland, als Hij hen levend maakt, hen gestaltelijk dood bij zichzelf vindt."

Dus vóór de wedergeboorte leert de zondaar zijn doodstaat kennen, volgens Comrie, en dat hij geen recht of niets tot zijn zaligheid kan toebrengen. In deze doodstaat en dat weten er van blijven zij korter of langer tijd liggen, totdat de vrijmachtige God door zijn wederbarende kracht hen levend maakt en door de werking zijns Heiligen Geestes Zijn Zoon in hun zielen openbaart. Op dat punt zijn we dus nu aangekomen. De mens is gestaltelijk dood en door de Wet tot kennis van zijn zonde gebracht. Comrie gaat nu hiervan uit, dat de Geest de allereerste beginselen van leven in de ziel legt en dan een vereniging tot stand brengt tussen Christus en de ziel. Met dit eerste beginsel van leven, dat in de ziel gelegd zou worden en dat dan misschien een geloofsvermogen heet, heb ik wel moeite, maar dat is nu niet aan de orde. Het gaat om de gedachten van Comrie. Hij stelt dat Christus met de ziel verenigd wordt door de Geest. Dat leert Boston ook zo. Deze zegt: „De Geest grijpt de mens aan, die afgehouwen is van de eerste Adam."

Comrie zegt: „De Geest legt een embryo, een beginsel van leven, als een zaadje in de ziel." Dat lees ik bij Boston niet. Maar dan stelt Comrie, dat de Geest Christus met de ziel verenigt. Dat embryo laten we dan maar rusten. Deze vereniging is aan 's mensen kant volkomen lijdelijk. De mens doet niets. Hij ligt midden in de dood en weet dit. Door de voorafgaande werkingen heeft hij dit geleerd. Maar nu legt de Geest Christus in de ziel of plant de ziel in Christus in. Doet de mens daarop iets of blijft het eenzijdig? Boston zegt: „De ziel van Christus gegrepen zijnde, grijpt Christus aan." Het ene volgt onmiddellijk op het andere.

Is het zo ook bij Comrie? Inderdaad, ook bij hem grijpt deze, met Christus verenigde ziel, de Zaligmaker aan. Comrie schrijft: „Maar, gelijk er een vereniging is aan Christus' zijde, zo verenigt zich het levendig gemaakt beginsel met Christus door geloof en liefde, die naar de aard der zaak maar nog zwak, ongevoelig, en veelszins zonder bewustheid, dit beginsel nog zijnde in het allereerste aanvang."

We krijgen dus dit, dat het leven der wedergeboorte is een leven met en in Christus. De Geest van de Zaligmaker grijpt de zondaar aan. Deze ontdekte, verslagen zondaar grijpt de Heere Jezus aan met geloof en liefde. Dit geloof en deze liefde zijn echter aanvankelijk zwak en veelszins zonder bewustheid. Dit vastgrijpen door de Geest en door de ziel heeft gelijktijdig plaats. Er is geen tussentoestand tussen dood en leven. Er is wel een kennis en gevoel van zijn doodstaat, eer er leven is.

Welke vruchten heeft nu deze wederzijdse vereniging? Men bedenke, dat in deze mens geloof en liefde tot Christus is uitgestort. Bovendien is hij ten diepste overtuigd van zijn grote verlorenheid en schuld. Dat behoort al tot de voorafgaande dingen. Maar dat komt nu in een nieuw licht te staan. De vruchten van de wedergeboorte tekent Comrie nu in deze volgende zaken, waarvan men moet denken, dat zij van het begin af alle aanwezig zijn. Ik zeg dit vooral met het oog op het hongeren en dorsten naar Christus. Dat is niet buiten de wedergeboorte en niet in het voorafgaande werk, maar het is er wel als een vrucht van de wedergeboorte. Immers door liefde en geloof verenigt de ziel zich met Christus, hoe zwak en met hoe weinig bewustzijn ook.

„De wedergeborene nu heeft een walg aan zichzelf. De ziel begint nu God te zien en hij verfoeit zich in stof en as. Zij ziet

zichzelf onreiner en mismaakter dan de grootste vuilste monsters. Zij roept maar: onrein, onrein. Deze mens is wel een Jezus-zoeker, maar heeft nog geen rust gevonden in Hem. Het geloof is nog heel, heel klein. Maar wat is er wel? Een volkomen verlaten van de zonde. De ziel kan er niet aan denken zonder schrik, dat zij zich zo in de zonde vermaakte. Er is een volkomen hartelijk breken met de zonde. Voorts is het met de wedergeborene zo, dat hij beeft voor God en zijn hoogheid. Het is echter niet een beven uit slaafse vrees, maar uit liefde tot God."

Men ziet, dat het wel de allereerste en kleinste beginselen van het geloofsleven zijn, die Comrie noemt. Nog meer het ongeboren leven, het embryo, dan het leven met Christus. Maar goed, Comrie daalt laag af en wijst de dingen aan, die naar zijn mening voortkomen uit de wederzijdse vereniging van Christus en de ziel.

Wat heeft deze mens voorts een lage gedachten van zichzelf. Hij is in de tollenaarsgestalte. Hij roept: onrein, onrein. Hij roept ook: schuldig, schuldig. Het is opmerkelijk, dat Boston deze dingen meer plaatst vóór de vereniging met Christus en daardoor groter en hoger, verloster en zaliger kan spreken van het wedergeboren leven. Comrie heeft zich hier, nog eens gezegd, geholpen met het woord embryo. Dat is het nog niet-geboren leven. Daardoor liggen de zaken bij Boston helderder, maar Comrie kan zo het geringste toevluchtnemend geloof een plaats geven onder de wedergeboorte.

Een volgend kenmerk is de behoefte aan de H. Geest om te bidden. De mens kan nu moeilijker bidden dan vroeger. Hij ondervindt, dat hij zonder de Geest geen zucht kan slaken, al zou hij er de hemel mee kunnen verdienen. „Zonder U kan ik niet zuchten, niet van hier naar boven vluchten." Deze mens, in wie een nieuw leven ligt van wederzijdse vereniging met Christus, wordt nu zeer gevoelig ten opzichte van de eeuwigheid.

Maar als deze zondaar nu met Christus verenigd is, ontstaat er dan geen kennis van Hem? Dat is al gezegd. Deze mens is het stadium voorbij, dat hij tracht zijn eigengerechtigheid op te richten. Hij kan alleen maar wenen over zijn vele zonden. Deze mens is een Jezuszoeker geworden. Daar is dus een kennis van Christus in de ziel gegeven, want men kan niet zoeken, waar men niets van af weet en waar men geen betrekking op heeft. Zo is een wedergeborene of iemand in wie een beginsel van leven is, minstens een Jezuszoeker. Dit komt natuurlijk ook bij Comrie uit, die schrijft: , , En om Jezus tot Jezus te schreien geeft de allergrootste vreugd

en blijdschap." Vergeet niet, dat het geloof en de liefde tot Christus in deze mens werkzaam is en er blijkbaar uitkomt. Vandaar die blijdschap.

Voorts is er die ontzettende vermoeidheid en gebogenheid. Het werken is afgelopen. Men kan niet meer werken. „Men zinkt en bezwijkt onder de pakken; men is in de gestalte die Christus aangenaam is, welke Christus tot zich roept: „Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt." De lezer begrijpt hoe voorzichtig Comrie hier van een eerste stamsel des geloofs moet spreken. De mens is in Christus, heeft Christus door liefde en geloof aangenomen en is toch buiten Christus, wat zijn bewuste leven betreft. Hij is nog niet geboren, het is nog een embryo. Het is de vraag of de Schrift van een embryo spreekt. Overigens kan ik het pogen van Comrie wel begrijpen om de minste werkzaamheid des geloofs uit de vereniging met Christus te doen opkomen, omdat deze vereniging alleen de kern en het wezen der wedergeboorte kan zijn.

Het laatste kenmerk, dat Comrie noemt, is dan een gesprek tussen de ziel en Jezus. De ziel hoort de uitnodiging van Jezus, maar wordt ook bestreden. Zo eindigt de schrijver deze kenmerkenreeks met de woorden: (Deze mens) „is een ongetrooste, een voortgedrevene door storm en tempeest, wilde gaarne, maar durft het niet te wagen en op Jezus alleen laten aankomen, hetgeen veel droefheid en rusteloosheid baart. Dat zijn blijken, dat het zaad der wedergeboorte in iemand levendig is geworden." Voor Comrie is hier dus alles nog in zijn allereerste begin. De mens verwacht niets meer van zijn eigen werk, dat is afgesneden, maar hij heeft nog slechts zeer geringe kennis van en geloof in Christus. Het is een zaad, een stamsel, een embryo der wedergeboorte. Hoe komt het verder?

D.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juni 1962

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Comrie en de kenmerken van wedergeboorte

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juni 1962

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken