Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEEST EN VLEES

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

GEEST EN VLEES

14 minuten leestijd

We gaan trachten onze artikelen over de wedergeboorte in engere en ruimere zin te beëindigen. Verba valent usu, *) zeggen we in het Latijn. Dat moeten we in het gebruik van de genoemde termen wel bedenken.

N VLEES In het begin der reformatie gebruikte men het woord wedergeboorte in ruimere zin. Wedergeboorte omvatte dan de ganse vernieuwing van de mens, gelijk dit uit en door het geloof tot stand kwam. Zo viel zij met de bekering of de heiligmaking samen. De wedergeboorte beschreef men dan als de afsterving van de oude en

de opstanding van de nieuwe mens, zoals de Heidelberger van de bekering spreekt. Maar deze manier om van de wedergeboorte te spreken is niet gebleven. Om verschillende oorzaken ging men de wedergeboorte in engere zin opvatten en liet ze aan het geloof en de bekering voorafgaan. Zo kreeg de engere betekenis van dit woord burgerrecht. Dit is te begrijpen. Wie het woord wedergeboorte hoort, denkt niet aan de wasdom en ontwikkeling van het nieuwe leven, maar denkt aan de wording en het ontstaan van dit leven. Zo is de dogmatiek er toe gekomen het woord wedergeboorte te gebruiken voor de inplanting van het nieuwe leven. Men kan zich afvragen of dit helemaal overeenkomt met de gedachte, die de Heilige Schrift met de wedergeboorte of de geboorte van boven verbindt? De eerste term komt voor in Matth. 19 : 28. Daar gaat het om de opstanding der doden en de vernieuwing der wereld. Wat zal het uiteindelijk lot der mensheid zijn? De Schrift zegt: eze wereld gaat voorbij. Alles wat in deze wereld heerschappij voert zal te niet gedaan worden. Het einde komt, nadat Christus zal te niet gedaan hebben alle heerschappij en kracht en macht (1 Cor. 15:24). Ook overheden doen veel onrecht. Zij maken onrechtvaardige wetten en verordeningen en laten vaak de macht heersen boven de liefde. Daarom moet alles van deze wereld te niet gedaan worden. Dan komt de nieuwe mensheid, bestaande uit de wedergeborenen uit de oude wereld. De overgang van deze naar de toekomende wereld zal niet een langzame verandering zijn, maar een nieuwe schepping. Dat is de wedergeboorte van Matth. 19.

Sommige predikanten e.a. menen, dat het Koninkrijk Gods zal groeien uit het communisme. Vroeger zagen de vrijzinnigen het Koninkrijk groeien uit het liberalisme. Reken er niet op. Beide zijn saecularisaties van het Koninkrijk Gods. In de plaats van de kerk heeft men de communistische of de burgerlijke maatschappij gezet. Het liberalisme heeft al groten deels afgedaan.

Zoals ik zei, verwachten sommige predikanten het nu van het communisme. Natuurlijk hopen zij dat een beetje christelijker te maken. Ik verwacht het van geen enkel mensenwerk. Ze zoeken in elke maatschappij het hunne. De macht der zonde en des doods en des duivels is in elke samenleving op aarde, ook in de kerk en ook in de enkele gelovige zo groot, dat alles geheel en al vernietigd moet worden, voordat de nieuwe wereld kan komen.

Zoals nu deze wereld wedergeboren moet worden, zo ook de mens voor zich. Daarvan spreekt Titus 3 : 5 in de bekende uitdrukking , , bad der wedergeboorte". Dit woord wedergeboorte betekent het komen tot een nieuw hart, een nieuw bestaan en leven, maar ook zedelijke vernieuwing. Het woord wedergeboorte is hier te nemen in beide genoemde betekenissen. Dat de nadruk in de dogmatiek kwam op het begin van het nieuwe leven is te begrijpen. Naar de eenstemmige belijdenis der Hervorming is de mens van zichzelf onbekwaam om te geloven of zich te bekeren. Geloof en bekering moeten dus vruchten zijn van een almachtige werking des Heiligen Geestes. Zo kwam men er toe de wedergeboorte aan het begin te zetten en daaruit geloof en daaruit bekering in actieve zin te zien voortkomen. Wedergeboorte werd nu de naam voor die weldaad, welke in de instorting van het allereerste beginsel des nieuwen levens bestond; zij ging als zodanig aan het geloof vooraf.

Polanus schreef: , , De genade der wedergeboorte is eerder in ons dan het geloof, hetwelk daarvan een gevolg is." Nu komt nog de vraag naar de eigenlijke gebeurtenis der wedergeboorte: valt de instorting van het nieuwe leven bij de ontdekking of bij het aannemen van Christus? Een penvriend uit Friesland heeft mij een aardige beschouwing over ds. K. en ds. P. gestuurd. Als hij er geen bezwaar tegen heeft, wil ik die wel doorgeven. Maar ditmaal sluiten we de gedachten van Calvijn over de wedergeboorte in ruimere zin af.

De vorige keer heb ik laten zien hoe Gods Geest heerschappij krijgt in de wedergeborene. Die wedergeborene is van zichzelf vlees, maar wat er nog van vlees in hem is zijn overblijfselen des vleses. De Geest heeft de troon beklommen. Dat wil niet zeggen, dat de gelovige zover komt. dat hij de wet volkomen houdt. Hij blijft aangewezen op de vergeving der zonden. Heel ons leven zullen we uit genade moeten leven. Zo komt Calvijn tot zijn uitspraak, dat de hoogste in dit leven bereikbare volmaaktheid de kennis van onze onvolmaaktheid is. , , Hun grootste volmaaktheid is te kennen en te belijden hoe onvolmaakt zij zijn en altijd hun zwakheden voor God te belijden."

Calvijn zegt ergens: , , Nooit worden we overwonnen, d.w.z. wij worden nooit voor goed overwonnen. De gelovige zegt met de profeet: Juich niet over mij, mijn vijandin, als ik gevallen ben zal ik weder opstaan. De uitslag van de strijd tussen geest en vlees staat vast. De strijd is zwaar. Maar de belofte ligt er, dat de kop van satan verbrijzeld zal worden."

„Daarom beweer ik, dat de gelovige nimmer van hem overwonnen zal worden of ten onder gebracht. Zij worden wel dikwijls beangst, doch zij geven de moed niet zo verloren, dat ze geen courage grijpen. Zij vallen wel door 't geweld der slagen, maar worden daarna weder opgericht; zij worden wel gekwetst, maar niet dodelijk. Alles bij elkaar: zij zijn de gehele tijd van hun leven alzo in lijden, dat ze in 't eind de overwinning behouden, 't Welk ik nochtans van iedere daad niet verstaan wil hebben... Deze victorie en overwinning is wel altijd volkomen geweest in ons Hoofd, want de Prins en Overste dezer wereld had aan Hem niets, maar in ons. Zijn ledematen, is ze maar ten dele" (Inst. 1, 14, 18). Dus hier op aarde, zondaars tot de laatste dag, maar eenmaal volmaakte heiligen in het eeuwige leven. Een christen is volmaakt in Christus, maar hier op aarde onvolmaakt in zichzelf. De Geest regeert in hem, maar Petrus verloochent zijn Meester, en later moet Paulus hem wederstaan, want hij verloochende wederom de waarheid.

Men kan niet zeggen, dat het na Pinksteren in principe anders was. Maar al is het dat de gelovige niet tien keer in zijn leven, doch tien keer per dag valt, of niet slechts valt doch afvalt als Petrus, of in doodzonde valt als David, zodat er zelfs geen vonkje van de Geest Gods meer in hem schijnt te zijn, nooit kan de val in de zonde het laatste zijn. Want aan de wedergeborenen is de gave der volharding geschonken, d.w.z. hij blijft niet in de zonde, maar als hij gevallen is komt hij weer tot bekering. Het leven uit de Geest kan onderbroken worden, zodat het schijnt alsof de Geest uitgeblust is — en dat is ontzettend erg voor de gelovige om te beleven — maar dat leven uit de Geest kan niet meer voor goed ophouden. Het is immers een onvergankelijk zaad (1 Petrus 1 : 23), waaruit de wedergeborenen voortgebracht zijn.

Calvijn tekent aan bij Psalm 51 : 12: , En gewis, de feiten tonen aan, dat de genadegaven, waarmede hij te voren begiftigd was, niet geheel in hem uitgeput waren, want hij heeft zijn ambt als koning er niet minder voortreffelijk om uitgeoefend, zijn gebeden en andere oefeningen der godsvrucht heeft hij niet nagelaten, zijn leven bleef aan de dienst van God gewijd. Hoewel hij dus omtrent één punt als in een verdoving was geraakt, was hij toch niet overgegeven , , in een verkeerde zin". Het is ook nauwelijks denkbaar, dat de bestraffing van Nathan, de profeet, zo gemakkelijk en zo snel zou hebben kunnen werken, om hem uit zijn verdoving op te wekken, indien er niet enig zaad van de vreze Gods was verborgen. Want, dat hij zo even gevraagd heeft, dat zijn geest vernieuwd mocht worden, dit moet beperkt worden tot één deel of één punt. Deze waarheid is van groot gewicht, want er zijn geleerden, die onbedachtzaam tot de leer zijn overgeheld, dat, zo de uitverkorenen in een doodzonde zijn vervallen, de Heilige Geest volkomen in hen wordt uitgeblust, en zij dus gans en al van God vervreemd kunnen worden. Petrus zegt duidelijk het tegendeel, als hij verklaart, dat het W'oord, waardoor wij wedergeboren zijn, een onvergankelijk zaad is (1 Petrus 1 : 23). En Johannes zegt even duidelijk en beslist, dat de uitverkorenen voor een algehele afval worden bewaard (1 Joh. 3:9). Hoezeer het dus soms moge schijnen, dat de Heere. hen verwerpt, wordt het toch later openbaar, dat Hij hen niet van alle genadegaven heeft beroofd, en Hij hen dus niet heeft verstoten, ook zelfs niet in de tijd, toen men generlei teken van genade in hen kon bespeuren. Als iemand nu tegenwerpt, dat David spreekt

alsof hij vreesde, dat de Heilige Geest van hem weggenomen zou worden, dan antwoord ik, dat de gelovigen, gezondigd hebbende, zeer terecht in benauwdheid zijn, omdat zij. voor zoveel in hen was, de genade Gods hebben verworpen, maar zich dan toch aan de leerstelling moeten houden, dat het zaad Gods, onvergankelijk zijnde, de genade waarmee zij eens begiftigd waren, niet te niet gedaan kan worden. Zo heeft ook David, terwijl hij nadacht over zijn zonde, zich ontrust en benauwd gevoeld, maar toch vermocht hij te rusten in de overtuiging, dat, wijl hij een kind Gods was, hem niet ontnomen zou worden, wat hij door zijn zonde rechtvaardiglijk had verbeurd."

Dus de Geest heeft voor goed bezit genomen van de mens, die in Christus is, maar zolang wij in het vlees zijn duurt de strijd van de Geest tegen het vlees voort. Pas wanneer wij het lichaam in de dood afleggen, is het vlees overwonnen en houdt de strijd op. Dan is de overwinning onzer. Maar als dan de strijd rust, zo is toch de wedergeboorte nog niet aan haar doel. De dag van het sterven is voor de gelovige nog niet de dag van de overwinning. De grote triumfdag is veel meer de dag van de opstanding uit de doden. Zo leert het Calvijn bij Fil. 1 : 6: , De strijd neemt een einde bij de dood. Maar omdat de Heilige Geest in de Schriften gewoon is alzo te spreken van de laatste komst van Christus, zal het beter zijn de tekst te verstaan als de belofte van de voortzetting van de genade Gods tot de opstanding van het vlees. Want ofschoon het waar is dat zij. die bevrijd zijn van het sterfelijk lichaam, niet langer hoeven te strijden met de begeerten van het vlees, en dat zij buiten gevaar zijn, toch is het helemaal niet zo verkeerd om te zeggen, dat zij nog op weg zijn, omdat zij nog niet zijn gekomen tot de heerlijkheid, waarvan zij belijdenis deden. Zij verheugen zich immers nog niet in de roem en het geluk, dat zij hebben gehoopt. Kortom, de dag, die al de schatten, in de hoop verborgen, moet openbaren, is nog niet gekomen. En daarom, wanneer men spreekt van de hoop, moet men altijd z'n ogen richten tot de gelukzalige opstanding, als tot het doel."

Dus de wedergeboorte in de zin van de bekering en de heiligmaking, komt in dit leven niet tot volle werkelijkheid. In de vereniging met Christus ontvangt de gelovige de Heilige Geest. Deze stoot de zonde van de troon af en neemt de heerschappij over. Doch Hij maakt zich niet onmiddellijk van de gehele mens meester, maar breidt zijn heerschappij stukje voor stukje uit. De overblijfselen van het vlees worden meer en meer in hun bestaansrecht betwist. Zo is het. De Schrift zegt dan ook, dat we in dit leven alleen de eerstelingen des Geestes ontvangen. Naarmate wij nu de Geest hebben ontvangen, naar die mate zijn we bevrijd van de slavernij der zonde. Hoe meer Geest, des te minder vlees. Zijn we eenmaal vol des Geestes dan zullen we ook ledig van het vlees zijn. In Christus is de overwinning volkomen, maar in ons is zij hier op aarde slechts den dele. , , De overwinning zal volkomen zijn, wanneer wij het vlees, ten aanzien waarvan wij nog aan de zwakheid onderworpen zijn, afgelegd hebben vol zullen zijn van de kracht des Heilige Geestes."

De Heilige Geest schept alzo een nieuwe mens. De eerste daad is het geloof, waardoor de gelovige Christus omhelst. Daaruit volgen vele weldaden, bijzonder de vernieuwing naar het Beeld des Zoons. Die in Christus is, heeft geen verdoemenis te vrezen en is een nieuw schepsel. Het is niet alleen droefheid over de zonde of hoop op genade; de wedergeboorte maakt ook een duidelijk verschil onder de mensen in hun leven. In Gods kinderen is een levende wortel van vroomheid op te merken. De Geest vervult de ziel zo met de heiligheid en nieuwe genegenheden, dat er iets waarlijks geboren wordt. Maar in dit leven is de vernieuwing onvolkomen. Er is geen sprake van, dat de wedergeborenen Gods wet kunnen houden en om die wet gaat het, want Gods volk heeft een lust in al Gods geboden. Daar is geen enkel voorbeeld van een sterfelijk mens in wie de vernieuwende wedergeboorte volkomen was. Augustinus stelt nog de mogelijkheid, dat God aan een mens zo grote genade zou kunnen schenken, dat hij de wet kan vervullen, maar Calvijn ontkent die mogelijkheid. Het blijft op aarde: wij kennen en worden vernieuwd ten dele. De Heilige Geest kan ons wel volkomen maken, maar doet het niet en beloofde het ook niet. In de gelovige is reinheid. godsvrucht, gehoorzaamheid, doch alleen voorzover hij nieuwe mens is. Nieuwe neigingen zijn in hem geboren, doch de oude zijn niet uitgeblust.

In de wedergeborenen is een voortgaande strijd tussen vlees en Geest. Deze zijn onverzoenlijke vijanden. Het christenleven is daarom: werken, vechten, zuchten. De oprechtheid van ons geloof moet blijken uit de bekering: het verlaten van de wereld, het doden van de oude natuur, het wandelen in een nieuw godzalig leven.

Het is wel geweldig als men zegt, dat de oude mens gestorven is en dat wij het er voor houden moeten, dat wij der zonde dood zijn. Voorzover het gaat over ons leven in Christus is het prachtig. Maar in de realiteit van ons leven kunnen we ons geweten niet zomaar tot zwijgen brengen. De vastheid van onze rust ligt niet in onze vernieuwing, maar alleen in de rechtvaardigmaking en dus in Christus.

Maar als dan het leven een gedurige strijd is tussen Geest en vlees, is het dan niet een wanhopig leven voor de wedergeborenen? Neen, want waar Christus is, daar is blijdschap. De nieuwe mens is een blij mens. Calvijn tekent aan bij Johannes 16 : 21: o haast als wij door de Geest van Christus wedergeboren zijn, behoort in ons zulk een blijdschap te ontstaan, dat daardoor alle gevoel van droefheid teniet gaat... Maar dewijl wij alleen de eerstelingen des Geestes, en deze nog zeer klem ontvangen hebben, zo gevoelen wij nauwelijks enige druppels van die geestelijke blijdschap, waarmee onze droefheid besprengd zijnde, de bitterheid daarvan verlicht zou kunnen worden. En nochtans wordt door dit weinige klaar bewezen, dat degene, die Christus door het geloof aanschouwen, niet alleen nimmermeer door droefheid overwonnen worden, maar dat ze ook in de uiterste ellenden uitnemende blijdschap hebben. Ondertussen, mitsgaders alle creaturen dit lot opgelegd is, dat zij als in barensnood zijn, tot de uiterste dag der verlossing toe, zo laat ons weten, dat wij ook moeten wenen en zuchten, tot de tijd, dat wij, uit de gedurige ellende van het tegenwoordige leven verlost zijnde, de vrucht van het geloof openlijk aanschouwen." Aan de ene kant hebben we de gestalte van de vrouw, die uitziet naar de geboorte en bezwaard is, aan de andere kant van de moeder, die bllijdschap heeft, ' want we zijn wedergeboren en dat wordt niet meer ongedaan gemaakt.

D.

L. V.


*) Woorden hebben hun betekenis van het gebruik.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 augustus 1963

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

GEEST EN VLEES

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 augustus 1963

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken