Bekijk het origineel

De zalving van Jezus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De zalving van Jezus

11 minuten leestijd

Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalste zeer kostelijke nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld met de reuk der zalf.

Johannes 12:3.

De zalving uit eerbied

De zalving te Bethanië biedt exegetisch ettelijke moeilijkheden. De vergelijking met de beschrijving in Mattheüs 26 en Markus 14 maakt het niet gemakkelijk er dezelfde geschiedenis in te zien. De ene berichtgeving spreekt van een maaltijd zes dagen vóór het Paasfeest, de andere van een maaltijd twee dagen voor het Paasfeest, de ene van een maaltijd in het huis van Simon de melaatse, de andere van een maaltijd denkelijk in Lazarus' huis. Het ene bericht laat de vrouw Jezus' hoofd zalven, het andere Jezus' voeten. Het eerste bericht laat al de discipelen of sommigen over de zalving murmureren, het andere Judas alleen.

'k Wil u met deze uitlegkundige moeilijkheden niet vermoeien, maar mij wenden tot deze liefelijke geschiedenis, die plaats vond in het even liefelijke Bethanië. Jezus is op Zijn tocht met al de pelgrims van het noorden door het Overjordaanse via Jericho in Bethanië aangekomen, waar Hij Zich met Zijn discipelen bij Zijn vrienden vier dagen ophoudt. Het is dus zeer wel mogelijk, dat er op verschillende dagen in verschillende families een maaltijd werd aangericht. Het is ook zeer wel mogelijk, dat Hij verschillende malen gezalfd werd. En dat Judas met zijn ontevredenheid medestanders gekregen heeft onder de discipelen, behoort geenszins tot het onmogelijke.

U kent Maria van Bethanië zeer wel. Zij is te onderscheiden van Maria Magdalena, zij is te onderscheiden van die Maria, die een soortgelijke handeling deed •n het huis van Simon de Farizeeër. Zo n zalving kwam dus nogal eens voor. Wij kennen dat niet. In het oosten was dat vrij algemeen, een aangename verfrissing ln z o'n warm land, een groot eerbetoon aan voorname gasten, of aan iemand van de gasten, die men bijzonder eren wilde. Maria deed dit, Maria van Bethanië, de zuster van Martha (die ook hier weer diende, waar zij bij een andere gelegenheid voor berispt is), de zuster van Lazarus, die de Heere uit de doden opgewekt had. Maria, de stille, beschouwelijke figuur, die begerig was van de eeuwige dingen te horen, die die dingen overdacht, die ze bewaarde in haar hart. Het onderwijs had in haar hart wortel geschoten en de wonderen, die de Heere in haar familie gedaan had, had in haar een geloof doen groeien, waarvan zij hier met daden getuigenis geeft. Zij had Christus leren kennen als de Middelaar, zag Hem nu ook als Borg, want de Heere openbaart haar bedoelingen, dat zij dit deed tegen de dag van Zijn begrafenis. Waar de discipelen, ondanks herhaalde mededelingen daarover, geen geloof en geen oog voor gekregen hadden, daar had Maria wel oog en geloof voor gekregen. Zij zag in Hem de Messias, zij zag in Hem de Borg, Die ging betalen. Uit dit alles had zij zo grote eerbied voor Hem, dat zij Hem met een groot geschenk wilde vereren. Het is nog al geen geschenk, dat zij Hem geeft: nardus, drie honderd penningen per pond waard. Als u dan denkt, dat één penning het loon van een dagloner was, dan betekende dat dit ene pond nardus ongeveer het jaarloon van een arbeider kostte. De ontsteltenis van Judas, om dat zo maar uit te gieten over iemand, doet wel zien dat dit nogal een prijs was! 't Was onvervalste nardus, die veelvuldig nagemaakt werd en ook nog al eens met zalf van mindere kwaliteit gemengd werd. Neen, dit was echte nardus, geen namaak, en niet met wat anders aangemengd. Onvervalste nardus. Zij was niet alleen kostbaar, maar ook zéér kostelijke nardus. Zulke dingen worden alleen in hele fijne zaken gekocht en zij worden alleen door vermogende mensen gekocht. Men leidt uit allerlei af, dat ons drietal, Maria-Martha-Lazarus, tot gegoede stand behoord heeft. Geld hebben is nog iets anders dan geld ergens voor over hebben! Hier is er een, die een plengoffer brengt, waarin zij Hem al haar liefde wil waardig schatten, wijl Hij haar rechterhand wou vatten.

zus Dat onderwijs van Hem was haar zo lief geworden, Hij was haar zo lief geworden, Zijn ziel die Hij voor de Zijnen gaat overgeven was haar zo lief geworden, en Zijn lichaam, dat Hij voor de Zijnen gaat offeren, is haar zo lief geworden. En dat zo zonder enige vleselijkheid. Zij ziet Hem als het Lam Gods, dat de zonden der wereld gaat wegdragen. Hoewel zij een hoogstaande, fijnbesnaarde vrouw is, ziet ze Hem ook als het Lam Gods, dat haar zonden gaat weg dragen. Zij ziet Hem als haar God en Heere, als haar God en Koning. Waarlijk al haar liefde waardig.

En daar giet ze de zalf uit over Zijn voeten. Dit zijn de voeten van Dengene, Die vrede boodschapt. En zij droogt Zijn voeten af met de wrong van haar haren. Hoewel zij een voorname vrouw is, is haar deze geste niet te min. Heeft eens de Doper gezegd, dat hij niet waard was Hem de riem Zijner sandalen los te maken, zo vernedert Maria zich om slavenwerk te doen bij deze hoge gast. En om des te meer haar diepe nederigheid te accentueren neemt ze niet een zweetdoek om Zijn voeten af te drogen, maar haar haardos, het sieraad en de eer van een vrouw. Zij vernedert zich voor Zijn hoogheid. En toch blijft ze kuis en voornaam in dit haar werk. Uw dienares! Het geloof is altijd voornaam, nederig en toch hoffelijk. Maria kiest voor haar zalving ook niet Petrus, niet Johannes, maar wel gekozen Hem, Hem zelf!

De zalving tot Zijn begrafenis

Hoe beminnelijk valt deze eenvoudige en voorname daad aan het begin van de lijdensgeschiedenis. Ons teksthoofdstuk begint met de mededeling, dat Lazarus daar was, die gestorven was geweest, welke Hij opgewekt had uit de doden. U weet, dat de opwekking van Lazarus de aanleiding geworden is tot Christus' vervolging en tot Zijn terechtstelling. Nu gaat Judas vergrimmen en nu gaat hij tot de Hogepriester, om Jezus over te leveren.

Het wordt hem nu duidelijk, dat Jezus niet het koninkrijk gaat oprichten, dat er voor hem geen eer, geen winst bij te behalen is, en juist nu spreekt Jezus van Zijn begrafenis. Het lijden zet dus nu in!

En juist nu zalft Maria Jezus. Uit vers 7 leiden sommigen af, dat Maria een deel van de zalf op Jezus' hoofd en voeten heeft uitgegoten, maar dat zij een deel bewaard heeft voor Zijn begrafenis. Er staat ook: , .Zij heeft dit bewaard tegen de dag Mijner begrafenis." Uit Jezus' woorden: „Laat af van haar!" verstaat men dan. dat men, dat Judas, bij zijn woorden driftig naar haar zalfkruik gegrepen zou hebben, als om te beletten, dat zij nog meer van die kostbare zalf zou weggieten. „Laat af van haar!" zegt dan Jezus. Hiermee zal Maria straks bij Mijn begrafenis Mij eren. Anderen menen, dat Maria nu reeds met het oog op Zijn komende begrafenis de zalf over Hem uitgegoten heeft. Hoe dit zij, hier is ene, die het gezien heeft, die het geloofd heeft, dat Hij ging lijden, dat Hij ging sterven, dat Hij zou begraven worden.

Maar zij heeft meer gezien. Door het geloof heeft zij gezien op Zijn opstanding. Dat zegt de zalving, die een conservering wilde zijn van het geliefde lichaam tot de dag Zijner verrijzenis. Wat de vrouwen wilden gaan doen na de begrafenis, dat heeft zij gedaan vóór de begrafenis. En als gij nu de Evangeliën samenvat: Mattheüs en Markus met Johannes, dan heeft zij èn Zijn hoofd èn Zijn voeten gezalfd, dat wil zeggen: dat ganse lichaam, dat doorwond werd, dat ganse lichaam, dat ten offer gegeven werd. Zij zalfde het tot het offer!

In het Oude Testament werden handen gelegd op de kop van de offerbok, de zondebok, tot overdracht van schuld. Hier worden zegenende handen, balsemende handen op het Lam Gods gelegd tot overdracht van zegen en van dank. Dat is het enige, wat het geloof nu nog kan doen: , , 'k Zal mijn hand op Jezus leggen. Amen op Zijn offer zeggen."

Gezegende Maria! Gij hebt het goede deel gekozen! Dit is toch het ware geloof, het zaligmakende geloof, als iemand oog krijgt voor het offer van Christus, het enige offer van Christus. Als men dat liefkrijgt, als men dat al zijn liefde gaat waardig schatten. Laat dan de kostelijkste nardus voor Hem niet te kostelijk zijn, als men ziet, dat Hij niet slechts het Zijne gegeven heeft tot betaling van de schuld, maar dat Hij Zichzelf gegeven heeft: Zijn dierbaar bloed en Zijn dierbaar vlees. Zijn lichaam en Zijn kostelijke ziel. Laat het dankbaar hart zich uiten in lof en dank:

Hij geeft m' opnieuw een danklied tot Zijn eer. Een lofzang. Velen zullen 't zien En God eerbiedig hulde biên.

Hem vrezen en vertrouwen op de HEER'. Wel hem die 't Opperwezen Dus kinderlijk mag vrezen.

Op Hem vertrouwen stelt. En, in gevaar, geen kracht Van d' ijd'le trotsaard wacht. Van leugen of geweld.

Brandofferen. noch offer voor de schuld. Voldeden aan Uw eis. noch eer.

Toen zeid' ik: Zie, ik kom. o HEER !" De rol des boeks is met mijn naam vervuld.

Mijn ziel. U opgedragen. Wil U alleen behagen;

Mijn liefd' en ijver brandt; Ik draag Uw heil'ge wet.

Die Gij den sterv'ling zet, In 't binnenst ingewand.

De zalving tot versmading

Hoe is het mogelijk, dat zo'n liefdedaad van een edele vrouw, dat zo'n verrassing aan een maaltijd euvel geduid werd? En dat werd gedaan, door Judas. En zoals dat gewoonlijk gaat, hij kreeg anderen mee. Als het gaat om iets af te keuren, dan zijn er altijd wel mensen te vinden. Als het gaat om iets af te keuren in de religie, dan zijn er ook altijd mensen te vinden. Geen zaak wordt zo gecritiseerd als echte religie. Daar komt heel de buitenwereld voor in het verweer, maar ook de binnenwereld. Judas schat de zalf tegelijk op de rechte prijs: driehonderd penningen. Dat weet een goede penningmeester nog beter te schatten dan een blijmoedige geefster. Een blijmoedige geefster vraagt zich allicht af: „Zou dit wel genoèg zijn? Waarmede zal ik de Heere tegenkomen en mij bukken voor de hoge God? " Helaas, Judas had nooit leren bukken. Helaas, Judas had niet wat voor een lijdende en stervende Zaligmaker over. Die wilde hij wel voor dertig zilverlingen uitleveren. Helaas, Judas had geen behoefte aan afdoening van zijn schuld. Hij had slechts behoefte om zijn schuld met dertig zilverlingen en met de eeuwige prijs van zijn lichaam en zijn ziel te vergroten. Rampzalige man! Wel zal hij straks erkennen, reeds vóór Jezus' dood, verraden te hebben onschuldig bloed, en toch zet hij door. Dit is Jezus hem waard. Daarom vergrimt hij zich zo op éne, die Hem zo hoog waardeert, met haar geloof in Zijn lijden en sterven, met haar liefde zelfs voor Zijn begrafenis. Het ongeloof kan het geloof niet uitstaan, bij wie dat ook is. De liefdeloosheid kan de liefde niet uitstaan, niet bij de meest begenadigde.

De wortel van Judas' kwaad is de geldgierigheid. Johannes zegt: „dewijl hij een dief was en de beurs had en droeg hetgeen gegeven werd". Dat is achteraf gebleken. Alle dingen blijken achteraf. En Judas wendde zo prachtig vóór: zuinigheid. Zuinigheid is overal goed, behalve bij de armverzorging. In het bevestigingsformulier van de armverzorgers staat niet het woord zuinigheid, maar wel het woord voorzichtigheid. En hier is een arme: Jezus! Hier is Hij, Die arm geworden is, daar Hij rijk was. Hier is Hij, Die Zijn klederen gaat afleggen, Zijn spijs, Zijn drank, zelfs Zijn leven. En hier is iemand, die Hem in Zijn totale armoede voorziet van spijs en drank en van olie des hoofds. En de Heere zegt: „De armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd."

Hier ziet u, dat inderdaad geldgierigheid de wortel is van alle kwaad. Laat mij tegenover déze wortel de wortel van alle goed stellen. Dat is het geloof! Dat geloof vindt gij bij Maria, reeds bij dai eerste bezoek, waar zij zat aan Jezus' voeten. Gij vindt dat bij haar bij Lazarus' dood en opwekking. Gij vindt het hier bij het lijden en sterven van Christus. Het is bij haar een geloof, dat in de werken bewees niet een dood geloof te zijn. Het is bij haar een geloof door de liefde werkende. En dat is het echte! Dat verbindt u aan Jezus in Zijn lijden, in Zijn sterven, in Zijn opstanding. Dat maakt u los van geld en goed, van de goedkeuring of van de afkeuring der mensen. Dat leert u alles van Hem en het alleen van Hem te verwachten en daarom ook alles voor Hem over te hebben: uw geld, uw gojed, uw ere, uw ziel, uw lichaam, voor tijd en eeuwigheid.

Zw.

W. L.T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 maart 1968

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De zalving van Jezus

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 maart 1968

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken