Bekijk het origineel

Het mystieke element in de bediening des Woords

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het mystieke element in de bediening des Woords

8 minuten leestijd

(5)

DE MYSTIEK EN DE HEILIGE SCHRIFT

Het werd ons thans genoegzaam duidelijk, dat de gezonde mysiek gegrond is in het wezen der religie. Als zodanig is zij een algemeen menselijk verschijnsel, dat op de monotheïstische grondslag wijst, die de religie draagt. Reeds daarom is apriori te verwachten, dat ook in de Schrift de mystiek een grote plaats inneemt niet alleen, maar zelfs een principiële factor is.

Gods Woord berust op openbaring, is resultaat van een proces van openbaring, die God aan Zijn uitverkoren Kerk doet toekomen. Daarbij moet echter in het oog worden gehouden, dat zij met het feit der zonde saamhangt en daaraan haar bijzonder karakter onleent. Indien er geen val ware ingetreden, zou er ook wel een openbaring zijn, doch een natuurlijke, die aan de ongevallen mens, krachtens zijn schepping naar Gods beeld, toekwam. Doch de val baart de dood, waarin van geen Godskennis in zaligmakende zin meer sprake kan zijn, hoogstens slechts van een kennis, die aan de zondaar alle onschuld beneemt. Het licht des mensen werd duisternis, zodat er, naar het woord van de Psalmist, niemand is, die God zoekt.

Zal er dan ook sprake zijn van waarachtige Godskennis, dan kan dit alleen door een openbarende daad in bijzondere zin, waardoor de Heere de zondaar niet slechts een kennis van zijn Wezen voorlegt, maar hem tevens wederbaart. zodat hij hetgeen God hem openbaart ook waarlijk in zich kan opnemen. De wederbaring is dus onafscheidelijk met de openbaring gegeven. Zonder deze kan de mens niet verstaan hetgeen God hem openbaart. En reeds dit grote beginsel, zonder welk er van geen verstaan der geopenbaarde dingen sprake kan zijn, is mystiek van karakter. De Heere Jezus zelf leerde het aan Nicodemus, Johannes 3: „Voorwaar, voorwaar zeg ik u, tenzij iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien".

Voor Nicodemus is dit iets onbegrijpelijks, want onze natuurlijke rede kan een wedergeboorte niet construeren, omdat zij er geen gegeven voor heeft. Daarom licht de Heere Jezus het toe, maar stelt dan het mystieke karakter der wedergeboorte in het licht woor te wijzen op het beeld van de wind, „die blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij heengaat". Alzo, zegt Hij, „is een iegelijk, die uit de Geest geboren is." Zo is dus de wedergeboorte een verborgenheid. Niet slechts in die zin, dat wij de wedergeboorte bij iemand niet met de zinnen kunnen benaderen, maar ook bij onszelf als zij in ons wordt voltrokken, niet kunnen waarnemen. Eerst als zij geschied is, kan zij uit de werkingen, die van haar uitgaan, onderkend worden. Zoals het natuurlijk leven in zijn ontstaan niet kan worden doorgrond en ons eigen bewustzijnsleven in zijn ontstaan in laatste instantie zich aan ons kenvermogen onttrekt en wij niet achter onszelf kunnen doordringen, zo onttrekt zich ook het ontstaan van het geestelijke leven van Gods kinderen aan ons kennen. God zelf heeft ons alleen geopenbaard, dat de wederbaring uitsluitend voltrokken wordt door de Heilige Geest. En deze Heilige Geest is zelf als derde Persoon in het goddelijk Wezen een verborgenheid voor ons en daarom is zijn werkingswijze ook een verborgenheid en is de wedergeboorte zelf dit eveneens.

In de Schrift werdt echter onderscheidene malen van „verborgenheid" gesproken. In het Oude Testament wordt de gemeenschapsoefening, die de Heere met Zijn kinderen oefent, met een woord genoemd, dat de grondbetekenis heeft „met iemand op geheimzinnige wijze spreken." Psalm 25 : 14 zingt de dichter: „De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen". Deze verborgenheid wijst op een gesprek in gemeenzame omgang, waarin iets geheims onthuld wordt. En datzelfde woord treffen wij ook in Amos 3 : 7, waar geschreven staat: „Gewisselijk, de Heere Heere zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft".

Daar is dus sprake van de onthulling van hetgeen in God als een raadslag is en een oefening van gemeenschap met Zijn knechten hun wordt bekende gemaakt. In psalm 78 : 2 echter zegt Asaf: „Ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten", waarmede hij bedoelt dingen, die

raadsels zijn. te zullen opklaren. In Numeri 12:8 wordt dan ook hetzelfde woord overgezet door: , , duistere woorden". Zo komen er „verborgenheden" voor in Job 11:6, waar in de grondtekst een woord staat, dat wijst op hetgeen verheimelijkt wordt als b.v. de zonden, die de mens verbergt. Maar als er sprake is van een gemeenschapsoefening met God dan wordt in hetzelfde boek Job hetzelfde woord gebezigd, dat ook in Psalm 25 : 14 gebruikt wordt en zegt hij, Job 29 : 4: „Toen Gods verborgenheid over mijn tent was". Maar in Psalm 44 : 22, waar van God gezegd wordt, dat Hij de verborgenheden des harten weet, daar bezigt de Psalmist hetzelfde woord, dat in Job 11 : 6 wordt gebruikt.

Waar dus in het Oude Testament sprake is van de verborgen omgang met God, die uit Zijn vreze opkomt, waar wij dus staan voor die diepe zielsontroering, die Gods kinderen doorleven, als zij worden toegelaten in het heiligdom van gemeenschapsoefening met het goddelijk Wezen, dan heeft het Oude Testament een eigen woord om dat te noemen, waardoor het mystieke element wordt aangewezen. Dat is de met de vreze Gods gepaard gaande levende kennis Gods, die met het verstandelijk kennen niet op één lijn staat, wijl zij op bijzondere wijze in Gods kinderen geboren wordt. En zo is er ook in het Nieuwe Testament veelvuldig sprake van het „mysterie", dat door „verborgenheid" wordt overgezet. Daardoor wordt uitgedrukt hetgeen niet voor een iegelijk zo maar duidelijk en klaar is, wat zich aan veler kenvermogen onttrekt. Zo b.v. als Matth. 13 : 10, de discipelen vragen waarom Jezus tot de schare spreekt in gelijkenissen, dan luidt het antwoord: „omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar die is het niet gegeven".

Er is dus een bijzondere gave voor nodig om die te kennen. En zo spreekt de apostel, Efeze 5:12, van de levensband tussen Christus en de gemeente als van een verborgenheid, die groot is en ook de vleeswording des Woords wordt de grote verborgenheid der godzaligheid genoemd in 1 Tim. 3 : 16 en in het 9e vers wordt van het mysterie des geloofs gesproken. Maar het woord „mysterie" wordt ook gebezigd voor hetgeen alsnog in Gods besluit verborgen ligt en later zal uittreden in het openbaar. Zo b.v. als in 1 Cor. 15 : 51 wordt gesproken van hen, die bij Christus' wederkomst zullen worden veranderd en in 2 Thess. 2 : 7 en 8, waar sprake is van een „verborgenheid der ongerechtigheid", die geopenbaard zal worden, waarvan de apostelen slechts kunnen getuigen, omdat zij een bijzondere verlichting deelachtig zijn. Het Evangelie in zijn volheid wordt evenzo een verborgenheid genoemd, die verborgenheid was van alle eeuwen, maar nu geopenbaard is aan zijn heiligen. Col. 1 : 26. De apostelen zijn zich dan ook klaar bewust geweest van de bijzondere kennisvorm, die vrucht is van de wederbarende werking des Geestes en hebben die wel te onderscheiden van hetgeen ieder met zijn verstand vermag te kennen. De Heilige Geest leert geestelijke dingen met geestelijke samenvoegen, maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn. Zij zijn hem een dwaasheid en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden, 1 Cor. 2 : 13, 14. Zo gaat er door de ganse Schriftuur de geur van de mystiek, die het leven van Gods kinderen kenmerkt en waarin de godzaligheid wordt saamgevat.

Deze waarachtige mystiek, geboren onder de inwerking van Gods wederbarende Geest, typeert zelfs de profetie in haar oorsprong. En het is dan ook daarom, dat zij zich soms van haar aangrijpendste beelden bedient om uitdrukking te geven aan hetgeen de mannen Gods hebben doorleefd en aan hun volk moesten verkondigen. En naarmate de uitwendige druk op het volk toeneemt, nemen de zielsspanningen der heilige mannen Gods toe en worden de uitbeeldingsvormen mystieker.

Zo is dus heel de Heilige Schrftuur een Woord des levens, een levend, eeuwig blijvend Woord van God. De heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken. En daarom, zij hebben haar eerst doorleefd en onder de aanblazing des Geestes doorleven Gods kinderen haar ook. In de diepste grond is het Woord dus mysterie en de inleving in dat> Woord mystiek, Daarom kan het wijsmaken tot zaligheid en kan het leven, dat is het eeuwig leven wekken. Daarvoor is nodig het geloof, hetwelk in Christus Jezus is, 2 Tim. 3:15.

Wij behoeven daarvoor de mystieke eenheid met Christus die de Schrift zelf een mysterie noemt. In de Heilige Schrift hebben wij dus van doen met een openbaring van geestelijk leven, geboren uit de inwerking van Gods Heilige Geest. En zij kan dus ook alleen gekend worden, indien deze zelfde Geest ons wederbaart, ons verlicht en in staat stelt in te leven hetgeen Gods heiligen eerst zelf hebben doorleefd. Deze openbaring was niet slechts een verstandelijk kenbare mededeling, maar een levensfeit, dat voor gans het zielsbestaan der zijnen van zulk een overheersende betekenis werd, dat zij een kennis van God en Christus verlangen, die zelf het eeuwige leven is. Deze kennis komt dus niet uit ons op en wordt niet door ons voortgebracht, zoals de rede-werkzaamheid des mensen en zijn verstandswerking, maar zij is het leven zelf, waarvan dus èn de rede èn het verstand afhankelijk zijn, zodat zij er door worden bepaald. En de vrucht is de aanschouwing van Gods Koninkrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1971

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Het mystieke element in de bediening des Woords

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1971

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken