Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLEINE KRONIEK

9 minuten leestijd

Een brief

Brieven schrijven blijft een gevaarlijke bezigheid, vooral wanneer het om precaire onderwerpen gaat. Het mag dan wat overdreven en snoevend zijn wat iemand gezegd heeft: „Geef me één regel schrift en ik breng de schrijver aan de galg", er ligt toch wel een kern van waarheid in. Het moderamen van de hervormde synode heeft een brief ontvangen van de vereniging van vrijzinnig hervormden, waarin deze er zijn ongerustheid over uitspreekt dat de hervormden en de gereformeerden steeds meer „samen op weg" gaan. Men sprak in die brief de vrees uit dat er straks voor de "vrijzinnigen geen plaats meer zou zijn in de verenigde kerk. Het moderamen schreef daarop een geruststellende brief. Men hoefde helemaal niet bang te zijn. De vrijzinnigen schreven over „kostbare verworvenheden van onze Hervormde Kerk" en daaronder verstanden ze ook vrijheid voor de vrijzinnigen op het erf van die kerk. Nu, dat zou wel in orde komen. Ik laat de brief van het moderamen hier in haar geheel volgen, zodat mijn lezers kunnen oordelen over de inhoud en de betekenis van deze brief:

Aan het hoofdbestuur van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden, Nieuwe Gracht 27, Utrecht. 's-Gravenhage, 11 juli 1973 Carnegielaan 9

Zeer geachte Heren,

Hierdoor berichten wij U de goede ontvangst van Uw schrijven d.d. 30 mei jJ. met betrekking tot de ontwikkeling tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, die op de gemeenschappelijke synodevergadering, gehouden op 15 en 16 juni j.1. te Utrecht nieuwe gestalte ontvangen heeft

Het moderamen van de generale synode acht het van zeer grote betekenis, dat Uw vereniging, blijkens Uw schrijven, zo positief staat tegenover het kerkelijk en geestelijk gebeuren dat er in de ontmoeting van beide kerken plaats vindt. Wij kunnen uw mening delen, dat de voortgang van de actie „samen-op-weg" niet ten koste zal mogen gaan van ruimte en pluriformiteit van theologisch denken, zoals U dat in Uw schrijven hebt aangeduid. In dit verband willen wij gaarne opmerken, dat het van bijzondere betekenis is te blijven bestuderen hoe ook in de Gereformeerde Kerken het verschijnsel van het zgn. vrijzinnig theologisch denken kerkelijk en theologisch verwerkt blijkt te kunnen worden. Wij zien het vrijzinnig theologisch denken als een verschijnsel, dat aan de kerk in haar brede geestelijke verscheidenheid wezenlijke vragen stelt, zoals wij dit ook ervaren in andere modaliteiten binnen onze kerk. Een kerk in deze tijd dient naar cnnze mening, te leven met deze vragen. De dialoog die aldus ontstaat achten wij te behoren tot een wezenlijk aspect van het kerk-zijn in deze tijd en een voorwaarde om gezamenlijk een Christus-belijdende gemeenschap te zijn. Wij zijn derhalve dan ook van mening, dat het samen-op-weg-zijn van hervormde en gereformeerde kerken mede gekenmerkt zal moeten worden door het voeren van deze dialoog.

Gaarne spreken wij de hoop uit, dat wij U op deze wijze goed hebben begrepen indien U in Uw schrijven van 30 mei j.1. spreekt over de „kostbare verworvenheden van onze Hervormde Kerk".

Wij danken U nogmaals voor Uw schrijven,

namens het moderamen van de generale synode: G. Spilt, wnd. praeses A. H. v. d. Heuvel, secretaris

De vrijzinnigen waren dankbaar voor dit schrijven, ze voelden zich weer wat gerustgesteld. Nu zijn de gereformeerde belijders in de hervormde kerk dergelijke uitspraken al gewoon. Maar in de gereformeerde kerken is toch ook nog een deel dat aan de gereformeerde belijdenis wil vasthouden zonder daaraan vrijzinnige interpretaties te verbinden. En hóe zouden deze daarover oordelen? Wel, dat oordeel is niet zo gunstig, zoals gebleken is in een vergadering van de generale synode van die kerken, in de laatste volle week van oktober gehouden.

Gereformeerde synode en de brief

In de vergadering van de gereformeerde synode is de brief aan de vrijzinnigen niet zo goed gevallen. Men zou in die vergadering spreken over het samenop-weg-zijn van de hervormde en de gereformeerde kerken. Nu viel men daar heel erg over enkele zinsneden in de brief, waarin gesteld werd dat er best voor de vrijzinnigen een plaats zou zijn in de verenigde kerk, omdat men duidelijk kan zien „hoe ook in de Gereformeerde Kerken het verschijnsel van het zgn. vrijzinnig theologisch denken kerkelijk en theologisch verwerkt blijkt te kunnen worden". Dat was tegen het zere been van de gereformeerde synode. Want men houdt daar in elk geval de schijn op van gebondenheid aan de gereformeerde belijdenis, hoewel men prof. Kuitert en anderen volop ruimte geeft. Men is vooral bang dat men de verontrusten in de eigen kerk in de kaart speelt wanneer men dit zonder meer laat passeren. Ik laat hier enkele stemmen horen, zoals ik die vond in Trouw:

„Dr. B. Wentsel zei 'pijnlijk getroffen' te zijn door deze brief. De werkgroep 'samen op weg, waarvan hij deel uitmaakt, heeft steeds gestreefd naar eenheid vanuit de belijdenis van de drieënige God. Dat streven is nu doorkruist, aldus dr. Wentsel. Anderzijds schept de brief duidelijkheid. Het

ieder tot en met mensen die ontkennen dat Christus de vleesgeworden zoon van God is. Dr. Wentsel stelde de synode voor, met droefheid te constateren dat op deze wijze de communicatie tussen de Nederlandse hervormde kerk en de gereformeerde kerken ernstig wordt geblokkeerd en dat er tussen beide kerken helaas een verschil in opvatting is inzake de ruimte van het belijden in de kerk. Verder noemde dr. Wentsel het met de waarheid in strijd, dat er in de gereformeerde kerken vrijzinnigen zouden zijn, zoals de brief van het hervormd moderamen stelt.

Ook ds. H. van Benthem en ds. M. Wilschut vonden de wijze waarop de gereformeerde kerken ia de brief getekend worden, pertinent onjuist en koren op de molen van de verontrusten. Ds. W. Feenstra en anderen wilden zelfs niet verder gaan met 'samen op weg' voordat er over deze zaak klaarheid zou zijn gekomen. Wij maken onszelf ongeloofwaardig jegens de verontrusten in onze kerken, als wij gewoon voortgaan, zonder eerst opheldering te krijgen, zei ds. J. C. Seegers." —

Maar er waren ook andere stemmen: „Prof. dr. A. G. Honig en ds. J. C. Baumfalk begrepen daarentegen de verontwaardiging niet. De brief van het hervormd moderamen bevatte voor hen niets nieuws. Prof. Honig: 'We wisten toch dat de vrijzinnigen een volledige plaats in de hervormde kerk hebben? Daarom kun je nu niet ineens zeggen dat deze brief de communicatie verstoort. We gaan het gesprek aan in het vaste geloof, dat velen in de hervormde kerk in Christus geloven en dat Christus machtig is de tegenstellingen te overwinnen'.

Dr. H. B. Weijland vond dat de brief toch wel iets nieuws betekende. 'Wij wisten wel dat er vrijzinnigen in de hervormde kerk waren, maar hun positie wordt in deze brief nu legitiem verklaard', zei hij. Prof. dr. J. van den Berg waarschuwde voor stappen die heel verkeerd zouden kunnen aankomen bij die hervormden die in de vrijzinnige traditie staan en zich tegelijk willen bewegen in de weg van het belijden der kerk. Hier past ons voorzichtigheid en een maximum aan wijsheid, die natuurlijk niet in mindering mag komen op de duidelijkheid van het belijden'." —

Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat er ook onder de gereformeerden professoren en predikanten zijn die menen dat men in de vrijzinnige traditie kan staan en zich tegelijk kan bewegen in de weg van het belijden van de kerk. Er zijn veel hervormden die ronduit zeggen: dat kan niet. En zij zullen dan ook blijven strijden tegen de vrijzinnigheid. En niet alleen omdat onder de vrijzinnigen prof. Smits is die er een vooraanstaande plaats inneemt en die zijn standpunt over de verzoening nog nimmer heeft teruggenomen, alleen excuus heeft gemaakt over de brute wijze waarop hij het heeft gedaan toen hij van het verzoenend bloed van Christus zei: Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Toch samen-op-weg?

Er is nogal fel en duidelijk gesproken ter vergadering van de gereformeerde synode, maar aan de andere kant wilde men toch op de brief van het moderamen van de hervormde synode de weg naar hereniging niet laten versperren. Dat was ook niet te verwachten. De gereformeerde synode heeft immers veel meer de koers van de midden-orthodoxie gekozen. Op de vergadering van de hervormd gereformeerde mannenbond die pas in Utrecht is gehouden, heeft ir. van der Graaf het duidelijk gesteld, dat de gereformeerde kerken in Nederland geen centrale rol meer spelen in de gereformeerde gezindte en dat zij meer en meer aansluiting zoeken bij de midden-orthodoxie in de hervormde kerk. Dat is de indruk die deze kerken ons als hervormd gereformeerden inderdaad geven. En dat is niet van vandaag of gisteren. Deze ontwikkeling zat er de laatste tientallen jaren al in. Daarom besloot men toch verder samen-op-weg te gaan:

„De synode droeg tenslotte het moderamen met algemene stemmen op 'haar bevreemding over het uitgegane schrijven ter kennis te brengen van het hervormde moderamen en dit om opheldering in deze te vragen'. Tevens verklaarde de synode 'dat zij zich wil blijven houden aan de door haar zelf gegeven richdijnen inzake de communicatie van beide kerken met betrekking tot het belijden'. Vervolgens besloot de synode te voldoen aan het verzoek van de gemeenschappelijke vergadering van de beide synoden in juni en het ontwerpstatuut voor een gemeenschappelijke synode in behandeling te nemen. Dit zal gebeuren in de januari-zitting." —

Ik vermoed dat men wel weer een geruststellende verklaring zal formuleren van de kant van de hervormde synode. Ds. M. Groenenberg is daar reeds mee begonnen op de gereformeerde synode, waar hij als gast tegenwoordig was. En dat is hem wel toevertrouwd. Maar in de diepste grond der zaak is het natuurlijk niet eerlijk wanneer men van gereformeerde zijde naar buiten vast wil blijven houden aan een eenheid die er in wezen beslist niet meer is, omdat de richtingen in de gereformeerde kerken net zo scherp tegenover elkaar staan als in de hervormde kerk. En wanneer de leer van prof. Kuitert en de zijnen in wezen niet vrijzinnig is, dan vraag ik me toch wel af wat men in de gereformeerde kerken nog onder de noemer van de vrijzinnigheid wil zetten. Wanneer men prof. Kuitert en de andere beoefenaars van de nieuwe theologie aanvaardt, kan men zich toch werkelijk niet zo opwinden over de brief van het hervormd moderamen

aan de vrijzinnigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 november 1973

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 november 1973

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken