Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prediking en bevinding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Prediking en bevinding

7 minuten leestijd

„Wanneer iemand me zou vragen of ik bekeerd ben en of ik geloof dat de Heere Jezus voor mij aan het kruis gestorven is en of ik zonder vrees de dood onder ogen durf te zien, dan zou ik daar geen ja op durven zeggen. Wel geloof ik alles wat er in de Bijbel staat en ik geloof ook dat de Heere Jezus van God gezonden is om zondaren te zoeken en zalig te maken, maar ik mis dat levende geloof dat Hij ook voor mij alles volbracht heeft. Vroeger leerde mijn predikant mij op de catechisatie dat er onderscheid is tussen „een historisch geloof" waardoor ik alles voor waar houd wat er in de Bijbel staat en „een waarachtig zaligmakend geloof", waardoor ik zeggen kan dat Hij ook voor mij de dood is ingegaan en het eeuwige leven heeft verworven. En nu meen ik dat laatste te missen. Ik durf het me niet toe te eigenen dat al mijn zonden vergeven zijn en ik een erfgenaam van het eeuwige leven ben. Ik kan er soms zo naar verlangen, ik word soms zo achtervolgd door allerlei angsten en benauwdheden, ik word soms in de engte gedreven, maar dat ik een levend lidmaat ben van Christus durf ik niet te zeggen. En nu zou ik zo graag zien dat onze dominé in de preek daar eens wat meer aandacht aan zou schenken, dat hij onderscheidenlijk zou preken, dat hij mij eens bij de naam zou noemen, als u mij begrijpt, maar dat vind ik in zijn preek niet terug. Hij geeft een goede uitleg van de Schrift en wanneer ik denk dat het nu zal komen en dat hij nu üjnen zal trekken naar de harten van zijn hoorders, dan zegt hij amen. Nu heb ik een oud boekje van ds. Kievit over „voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking". Dat heb ik aan onze predikant uitgeleend. Hij heeft het mij teruggebracht en hij zegt dat hij het wel met veel dingen eens is, maar dat hij tegen bevindelijk preken is, want dat is allemaal maar menselijk en het is zijn taak om Gods Woord te brengen en niet de mens te preken..."

Het is nogal een lang citaat uit een brief van een lezer. En er worden een heleboel dingen in naar voren gebracht, die we hier nu niet allemaal kunnen gaan bespreken in het bestek van dit artikel. Maar wanneer die dominé zou bedoelen dat het Woord alleen maar voorwerpelijk tot ons komt en dat het niet onderwerpelijk aan onze harten moet worden toegepast, dan kunnen we dat beslist niet met hem eens zijn. Verderop in de brief wordt nog gezegd dat zijn predikant zich beriep op Calvijn, die ook alleen maar Gods Woord gepreekt zou hebben en daarmee uit. Maar dan willen we daar toch wel tegenover stellen dat Calvijn in zijn bekende Institutie heeft geschreven: „Nu moeten wij zien hoe tot ons komen de goederen, die de Vader Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, niet tot Zijn persoonlijk gebruik, maar opdat Hij de armen en behoeftigen rijk zou maken. En in de eerste plaats moeten we weten, dat alwat Christus tot zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft ons zonder nut en van geen belang is, zolang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Dus moet Hij , om ons te kunnen schen-

ken wat Hij van de Vader ontvangen heeft, de onze worden en in ons wonen."

We willen het heel duidelijk zeggen, omdat onze briefschrijver een heel duidelijk antwoord vraagt. Van nature zijn we dood in de zonden en in de misdaden, we zijn diepgevallen mensen, doodgevallen in het paradijs, geestelijk dood. Alleen door een wonder zullen we weer geestelijk leven ontvangen, door het wonder van de wedergeboorte. In onze tijd willen velen van „geestelijk leven" niet meer spreken en van de noodzakelijkheid van de wedergeboorte niet meer horen. Het eerste stuk waarin we leren hoe groot onze zonde en ellende is ontbreekt soms zozeer in de prediking, dat het tweede stuk van de verlossing niet meer goed kan functioneren. En zeker, er zijn soms predikers die het werk van de Heilige Geest los willen maken van het Woord Gods en dan krijgen we meer bevindingen van de menselijke geest dan van de Heilige Geest. Niemand zal willen ontkennen dat hier grote gevaren liggen, die in heden en verleden tot ontsporingen hebben geleid die schadelijk waren voor de opbouw van het geestelijk leven van een gemeente. Daarom schreef ds. Kievit terecht over „voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking", waarbij hij er nauwkeurig voor waakte dat het „onderwerpelijke" geen eigen leven ging leiden, maar nauw met het „voorwerpelijke" verbonden bleef. Daarom vragen we ook met de bekende psalm: „Heere, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend..."

Het werk van de Heilige Geest is dan ook onmisbaar en dat moet in de prediking ook zeer duidelijk naar voren worden gebracht. Want het werk dat de Heere Jezus Christus voor ons heeft volbracht en dat buiten ons is geschied, moet aan ons hart worden toegepast, moet door de Heilige Geest in ons gebracht worden. Het zou eenzijdig zijn wanneer in de prediking alleen het werk van de Zoon aan de orde kwam en het werk van de Heilige Geest in Zijn toepassing zou vergeten worden. De prediking moet trinitarisch zijn, zo lazen we pas ergens, en daarmee bedoelde die schrijver dat het werk van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, het werk van de Drieënige God dus duidelijk in de prediking aan de orde moest komen.

Daarbij willen we niet vergeten dat het geestelijk leven een werk van God is van het begin tot het einde. Zo menigmaal vragen we wat een mens moet doen om zalig te worden, maar laten we ook niet vergeten wat de Heere gedaan heeft en doet tot redding en verlossing van een volk. Dan zullen we leren dat alles genade is, gave van God. Hij is het die zelfs het willen en het werken in ons hart legt naar Zijn welbehagen.

En laten we niet vergeten dat we niet alleen een Zaligmaker hebben, Die veel voor ons gedaan heeft, Die voor ons gekruisigd en gestorven is. Die alles volbracht heeft, maar ook een Heiland Die opgestaan is en Die leeft en Die ons in de zegen van Zijn kruis en opstanding doet delen en Die door Zijn Heilige Geest de verworven weldaden aan onze harten toepast. Er moeten dan ook lijnen getrokken worden uit de prediking van Gods Woord en door de prediking naar de harten van de mensen, opdat we zullen weten en verstaan dat Gods Woord niet alleen voorwerpelijk buiten ons ligt, maar door de Heilige Geest in ons wordt gebracht tot ontdekking en verbreking en tot vertroosting en bemoediging.

Het Woord Gods is bevindelijk in zichzelf — denk maar eens aan de Psalmen en zoveel andere Schriftgedeelten. En wanneer de Heere Jezus zegt dat we in kruisdragen en zelfverloochening Hem moeten navolgen en wanneer Paulus zegt dat we met Christus gekruisigd moeten worden en sterven om ook met Hem op te staan, dan zullen we allemaal verstaan dat dit wel een zeer „bevindelijke" zaak is.

Onze briefschrijver heeft nog veel meet dingen naar voren gebracht in zijn brief, maar misschien komen we op die punten bij gelegenheid nog wel eens terug. We hebben nu duidelijk willen zeggen dat bevindelijk preken in de Schriftuurlijke zin van het woord helemaal niet menselijk is. Wanneer inderdaad de mens en zijn bevindingen in het middelpunt gesteld worden moeten we dit afwijzen. Maar wanneer men Gods Woord recht verkondigt zal dit tevens een bevindelijk Woord zijn, voorwerpelijk-onderwerpelijk.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 december 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Prediking en bevinding

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 december 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken