Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus bespot

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christus bespot

11 minuten leestijd

En de k> 'ygsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; En deden Hem een purperen mantel aan, cn een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op. En begonnen Hem te groeten zeggende: ees gegroet, Gl] Koning der Joden! En sloegen Zyn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem en vallende op de knieën aanbaden Hem. En als zij Hem bespot hadden, deden zy Hem de purperen mantel af, en deden Hem Zyn eigen klederen aan, en leidden Hem uit om Hem te kruisigen. Markus 15 : 16—20.

In een wreed spel

De Heere Jezus is veroordeeld, nu ook nog door de wereldse rechter. Dat oordeel wordt echter door die rechter, Pilatus, niet met zoveel woorden uitgesproken. Voor de Joodse raad had het geklonken: Hij is des doods schuldig. Hier heeft dat niet geklonken, Pilatus was er niet van overtuigd, eerder van het tegendeel, eerder van Zijn onschuld. En toch, nadat liij Barnabas had losgelaten, gaf hij hun Jezus over om gekruist te worden. Dat hield een stilzwijgend vonnis in. Onschuldig is Christus ter dood veroordeeld, ook door de wereldse rechter. Als Zijn zaak is behandeld, heeft Christus verder alle belang voor Pilatus verloren. Het interesseert hem verder niet wat er met Jezus gebeurt. De soldaten moeten nu maar zien. Hij wordt aan hen overgeleverd. Nu Hij veroordeeld is, geniet Hij geen enkele bescherming meer. Hij is vogelvrij verklaard. Hij wordt overgegeven aan de willekeur van ruwe Romeinen. Die maken Hem tot een speelbal van hun spot.

Eerst moet Hij gegeseld worden dat hoorde bij de kruisstraf. Maar dan is er nog tijd over. Er moet voor de kruisiging nog het een en ander in gereedheid worden gebracht en daar moet op gewacht worden. Die tijd doden de soldaten door hun spel te spelen met Christus. Ze nemen Hem mee naar binnen in het rechthuis. Al hun strijdmakkers roepen ze samen, voor zover die aanwezig zijn. Er is wat te beleven. Hun anders eentonig soldatenbestaan vindt een verzetje. Ze zullen met Jezus spotten. Ze hebben gehoord dat Hij koning wilde zijn, koning der Joden. Dat hebben ze telkens weer opgevangen uit de behandeling van Zijn zaak. En toen ze het hoorden, hebben ze al geglimlacht. Deze man een koning.? Deze bleke, zwijgende wat tragische figuur een koning.? Neen, dan waren zij het wel anders gewend. Een koning, dat was hun keizer! Hun keizer, die heel de wereld zijn v^l oplegde. Hun keizer, die zich aan zijn soldaten vertoonde in haast goddehjke majesteit. Hun keizer, die ze aanbaden, voor wie ze door het vuur gingen. De stille verheven kracht van het lijden van deze man, maakte geen indruk op hun ruwe ziel. Brute kracht en geweld kon hen alleen imponeren. Ze hadden nog meer respect voor een Barabbas, dan voor een Jezus. Barabbas vocht er tenminste nog voor. Deze man liet maar met zich doen. Daarom, deze man een koning.? Wel, ze zullen Hem koning maken!

Een oude versleten koningsmantel wordt aangerukt en om Zijn schouders gedaan. Een kroon moeten ze ook nog hebben. Dat is moeilijker dan maar gauw wat doorntakken ineengevlochten en dat op Zijn hoofd gedrukt en dan nog een rietstok in Zijn hand en de koning is klaar. Dan gaan ze defileren, zoals ze dat voor de keizer gewend waren. Ze vallen voor Hem neer, hun voorhoofd op de grond en raken de zomen van Zijn kleed aan.

Op het eerste gezicht zou je nog kunnen denken dat ze het meenden ook. Maar hun werkelijke bedoeling komt er wel uit. De rietstok halen ze weer uit Zijn hand en slaan Hem daarmee op Zijn hoofd. Ze spuwen Hem in Zijn aangezicht.

Zo spelen zij hun spel met Jezus. Wat doen ze er nog een moeite voor. Als de wereld met Jezus spot, heeft ze er wat voor over! Wonderlijk toch, allerlei dingen worden de moeite van spot niet waard bevonden. Men laat ze. Maar God en Zijn Christus en Zijn Woord moeten worden bespot. En men heeft voor die spot wat over. Een wetenschappelijke verhandeling, een film, een musical, een heel amusementsprogramma. Wat wordt er niet een geld en een moeite besteed om Christus' koningschap te bespotten. Zou dat soms zijn om de ondanks alles diepe indruk, die deze Koning maakt, weg te dringen.? Zou dat soms zijn om het geweten het zwijgen op te leggen.? Is dat bij u soms zo.?

Ja, laten wij tot onszelf inkeren. De soldaten, de wereld dat is gemakkehjk. Wie zijn wij zelf.? Of is het geen spot als we wel Zijn koningschap belijden, maar er niet naar leven. Als onze mond wel vrome woorden spreekt, maar wij ondertussen onze eigen gang gaan in dit leven. En die vrome woorden hoeven er niet eens bij te komen. Ons kerkmens-zijn is toch ook een belijdenis. We scharen ons dan toch onder de christenen. We laten ons naar Zijn Naam noemen. Maar buigen we ook voor Zijn heerschappij.? Laten we ons door Zijn bevel leiden.? In ons leven van alle dag, in ons plannenmaken, in onze verwachtingen, in onze hoop en vrees.? We maken Hem toch belachelijk als we belijden dat Hem gegeven is alle macht in de hemel en op de aarde en ondertussen vol vrees voor de machten in deze wereld staan, Is ons geloof dan meer dan een spel, een schone schijn, ? Eigenlijk wensen we ons niet over te geven aan Christus,

In een bitter lijden

En wat is ook dit een bitter deel van Zijn lijden voor Christus, Hij is in de handen der heidenen overgeleverd. Hij wordt in hun midden meegevoerd. Niemand heeft er meer controle op, wat ze met Hem doen. Helemaal alleen is Hij, Honden hebben Hem omsingeld. Een vergadering der boosdoeners Hem omringd. Van Hem is gezongen dat Hij zou heersen over de heidenen, nu heersen de heidenen over Hem. Machteloos is Hij aan hen uitgeleverd.

Wat een bitter lijden ook in de grievende spot met Zijn koningschap. De kerk had met Zijn profetisch ambt gespot. Profeteer mensenkind, wie is het, die U geslagen heeft. Ze wilden Hem niet erkennen als hun hoogste Profeet en Leraar. Ze probeerden Hem uit, in de vaste overtuiging dat het toch niets Worden kon. De wereld spot met Zijn koninklijk ambt. Tot een spotkoning maken

ze Hem, Die het geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn. De beledigende vergelijking met de keizer van Rome doen ze Hem aan. De hemelse koning wordt in de rij gezet van aardse koningen en moet het in de achting van deze soldaten tegen al die koningen afleggen. Hij zou een koning moeten zijn als de keizer en omdat Hij dat niet is en niet wil zijn, wordt Hij bespot en veracht.

Het innerlijk lijden gaat het lichamelijk lijden ver te boven. O zeker, Zijn rug is door de geselroede opengereten. Het purper van het koningskleed mengt zich met het purper van Zijn bloed. De doornen priemen in Zijn hoofd. De slagen met de rietstok drukken die doornen dieper en dieper in. Maar bitterder moeten voor Hem zijn geweest de miskenning, de verachting en de spot. De lijdensklacht van psalm 22 moet Zijn ziel hebben vervuld: Maar Ik ben een worm, geen man, een smaad van mensen en veracht van het volk. Allen, die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit.

Een bitter lijden dat ruwe spel van die Romeinse soldaten. Maar is mijn en uw spot minder bitter voor Hem. Bedroeven wij God en Zijn Christus door onze zonden minder. We zingen het biddend in deze weken: Leer mij o HEER' Uw lijden recht betrachten, maar zal dat dan niet zijn met gebogen hoofd! - Wij hebben Hem immers dat kleed om de schouders gelegd. Wij hebben met onze zonden die kroon van doornen gevlochten. We hebben Hem tot een spotkoning gemaakt.

Een bitter lijden voor Christus dat ruwe spel van de soldaten, van ons. Maar Hij draagt ook dit lijden stil en geduldig. Wat een wonder. Hij laat met zich doen weerloos en zwijgend. Een lam dat stemmeloos is voor het aangezicht van zijn scheerders, dat is Hij. Dat wilde Hij zijn. Hij zou zo anders gekund hebben. Het zou voor Hem geen moeite zijn geweest om tegen de legioenen van de keizer zijn hemelse legioenen te stellen. Hij zou vuur uit de hemel kunnen doen nederdalen op dezen. In Psalm 2 wordt gezongen over het woeden der heidenen en over de ijdelheid die ze bedenken tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde. Nu dat is dan hier wel het geval. In diezelfde Psalm wordt echter ook gezongen van de lach Gods over die heidenen. De HEERE zal hen bespotten. Dat had gekund. Hun schaterlach, hun spot had overstemd kunnen worden door de lach Gods. De HEERE had hen kunnen bespotten. Maar Hij laat ze begaan. Alzo moet het geschieden. Ook deze teug van de lijdenskelk neemt Hij in stille overgave tot Zich. Hij lijdt, Hij draagt, Hij duldt. Hij volbrengt het ganse werk Gods. Hij draagt de straf. Hij boet de zonden tot de laatste uit het midden is weggedaan, totdat alles is volbracht.

Tot rijke zegen

Daar ligt immers het geheim van dit alles. Dat is het geheim van zijn stille verheven overgave: Zijn liefde voor Gods recht, Zijn liefde voor zondaren.

Laten we nog eens naar Hem zien zoals Hij daar wordt meegenomen het rechthuis in, overgeleverd aan ruwe vijanden. Is dat niet de gang, die wij moeten maken? Dat heeft de zonde óns waardig gemaakt. Wij moeten meegevoerd worden naar de plaats der pijniging. Wij moeten uitgeleverd worden aan de willekeur van onze vijanden. Op ons hoofd moeten die vijanden rijden. We hebben gedacht dat die vijanden onze vrienden waren. We hebben hun kant gekozen, bewust. We hebben ons afgekeerd van God, Die alleen maar het goede met ons voor had. Dan is het ook alleen maar recht dat Hij ons aan de duivelen overgeeft om ons hun ware aard te tonen en het wreed vermaak, dat ze hebben in het verderf van mensen. Dat schijnbare machteloze van Christus tekent onze werkelijke machteloosheid tegenover de duivel en zijn ganse rijk. Hun duivelse spot zal ons eeuwig in de oren moeten klinken.

Christus wordt tot een spotkoning gemaakt. Herkent u het uit uw eigen leven? Wij hebben dat met onszelf gedaan. Tot koningen had onze Schepper ons gesteld op deze aarde. Wij mochten heersen over de werken van Zijn handen. Heersen over al het gedierte des velds, heersen over alles wat Hij in de aarde had gelegd in het bebouwen en bewaren van de hof. Heersen bovenalles over onszelf in een leven in ware gerechtigheid en heiligheid. Wat is er van die koninklijkheid overgebleven? Slechts slavernij, gebondenheid en machteloosheid. Spotkoningen! Liet lijkt heel wat, maar het is uiteindelijk niets. Telkens weer worden dingen ons de baas. In de natuur, in de cultuur, in ons eigen hart. Er is alle reden voor de duivel om te spotten. In alle helfdhaftigheid, in alle grootsheid van wetenschap, ontwikkeling en techniek is die mens uiteindelijk alleen maar belachelijk. Er is alle reden voor God om te toornen en die mens over te geven aan de machten der hel. De mens, een koning? Ja, maar dan een spotkoning. Een spotkoning, gekroond met een doornenkroon.

Doornen en distelen zijn immers stille getuigen van de vloek, die op de aarde rust vanwege onze zonde. Een gezegende aarde werd vervloekt en doornen en distelen werden haar vrucht. Die vloek is onze vloek. Dat is onze kroon! Geen teken van heerlijkheid, maar een somber teken van onze schande.

Christus is Borg geworden. Laat een ieder, die zichzelf leerde verstaan als een machteloze met vloek beladen spotkoning Hem zien in deze lijdensgang. Hij staat ook hier in onze plaats. Wat een heerlijk lijdensevangelie! Hij overgeleverd aan wrede vijanden, opdat wij van hen zouden bevrijd worden. Hij een spotkoning om ons te maken tot koningen en priesters. Zijn hoofd gekroond met de doornen van onze vloek, opdat wij gezegend zouden worden. En voor een doorn een denneboom zou opgaan, voor een distel een mirt. Opdat uit Zijn vloek de aarde zou worden gezegend.

Zie het Lam Gods. Zie het met een wenend hart. Die mantel deden wij Hem om. Die doornen vlochten wij Hem. Die slagen zijn onze slagen. Die spot is onze spot. Maar zie het met vreugde, die door de tranen heenbreekt. Alzo moest het geschieden. Alzo betaamde het Hem al de gerechtigheid Gods te vervullen. Alzo verwierf Hij het leven voor u en voor mij.

Maar ik, ik ben een worm, van elk vertreden; een worm, geen man; Een spot en smaad van mensen, Wien 't boze volk, naar zijn baldadig wensen beschimpen kan.

A.

Jac. W.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Christus bespot

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken