Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KLEINE KRONIEK

13 minuten leestijd

Nog eens het ND over de GB

Vorige week lieten we een gedeelte van het interview dat het Nederlands Dagblad had met de voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. L. J. Geluk, u lezen. Deze gesprekken heeft de kerkredactie van genoemd dagblad opgezet in verband met het 75-jarig bestaan van de Bond in de Hervormde kerk. Na een gesprek met een confessionele voorman, ds. S. Kooistra, volgde op 10 april een interview met ds. L. H. Oosten, predikant te Wouterswoude. De redactie noteert bij dit gesprek dat ds. Oosten gekozen is als een vertegenwoordiger van de 'rechtervleugel' binnen de Gereformeerde Bond. We laten u vooral dat gedeelte uit het gesprek lezen waarin ds. Oosten enkele kritische kanttekeningen plaatst bij de gang en de plaats van de Bond op dit ogenblik, na 75 jaar.

Ds. Oosten: „Na 75 jaar mag er toch binnen de Gereformeerde Bond nog altijd een brede golf zijn van gereformeerde prediking in voorwerpelijkonderwerpelijke zin. Dat mag tot dankbaarheid stemmen.

Maar tegelijk moet ik zeggen dat de GB de wacht moet betrekken bij het beginsel. Ik vrees dat, nu de Bond meer uit het isolement loskomt, er ook bij ons een ontwikkeling is van verbreding zonder verdieping. Dat is mijn grote zorg: er komt een hele brede middenstroom binnen de GB, die niet meer de oude accenten legt, waaraan men vanouds de Bond herkende."

Gevaren

U ziet dus gevaren die de identiteit van de Bond bedreigen. Welke gevaren precies?

„Ik zou er drie willen noemen. In de eerste plaats het gevaar van een nieuwe generatie, die de oude accenten niet meer zo sterk legt; nog wel rechtzinnig, maar minder bevindelijk. De objectiverende lijn krijgt meer de overhand in de prediking. Ouderen klagen dikwijls dat de GB-prediking tegenwoordig zo weinig tot het hart is. Verder is er door de afbrokkeling van links in de kerk een geleidelijke verschuiving naar rechts. Daardoor is er het gevaar dat de GB in situaties binnenstapt, waarin men zichzelf niet kan zijn, om zo te zeggen met David in het harnas van Saul gewrongen wordt. Denk maar aan de vrouw in het ambt, liedboek, gezangen, Samen-op-Weg, en dergelijke. Menigeen vraagt zich dan af: is dat nou een GB'er?

Er zijn ook gevaren vanuit de afgescheiden kerken. Vooral jongeren, die zich in het oude patroon van deze kerken niet meer kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de ruimte van de Hervormde Kerk en komen dan gemakkelijk bij de GB terecht. Vooral de trek uit de Geref. Gemeenten is sterk. Maar bij voorkeur wensen zij dan niet meer die oude accenten te leggen en te horen van verkiezing, wedergeboorte en bevinding, die toch vanouds in de Bond hebben overheerst. Ze keren zich liever tot de lijn van wijlen dr. Woelderink, die vooral de nadruk legde op verbond en belofte, maar die in zijn theologie krachtig is weersproken door een man als Kievit. Als die lijn van Woelderink het gaat winnen, voorzie ik inderdaad een identiteitsverlies."

Hoe ver reikt uw verantwoordelijkheid voor wat elders in de Hervormde Kerk gebeurt? Schaamt u zich bijvoorbeeld voor wat uw medekerklid prof. Berkhof onlangs zei over de maagdelijke geboorte van Jezus?

„Ja, kijk: de oude profeten bogen zelf mee onder de schuld die zij hun volk moesten aanzeggen. „Wij zijn van 't heilspoor afgegaan, ja, wij en onze vaad'ren tevens!" Ik wenste wel dat deze dingen méér als een gemeenschappelijke schuld werden ervaren. We zijn er niet met ons in eigen sector terug te trekken. We moeten ook het front zoeken. Maar ik vrees dat hier juist een stuk zwakte van de GB ligt."

Wat zou er moeten veranderen in dit opzicht?

„Wat stelt de GB tegenover de kracht der dwaling? Waar zijn de dogmatieken uit de GBkring? Waar zijn de GB-Bijbelcommentaren? We zijn er toch niet met „De Waarheidsvriend", met referaten en paperbacks? Wat produceert de Bond nu wézenlijk aan theologie? We moeten het doen, hoofdzakelijk, met oude gereformeerden, Bavinck, Kok, of met Engelse en Duitse theologie.

Ik herinner me dat Christelijk Geloof verscheen van Berkhof. Eén van mijn studievrienden stelde toen voor aan een lid van het hoofdbestuur van de Bond om daar een krachtig werk tegenover te stellen. Want we kunnen erop rekenen dat de opvattingen van Berkhof gaan doorwerken in de kerk. Maar wat was het antwoord? Dit: Man, dat is me een werk; daar is niet aan te beginnen, hoor; er komen wel artikelen over in „De Waarheidsvriend."

Ja, ik geloof dat wij als Bonders zéker medeverantwoordelijk zijn voor heel het gebeuren in de Nederlandse Hervormde Kerk".

Ijzer en leem

In dit verband is er weieens op gewezen dat ijzer en leem onmogelijk samen kunnen gaan. Maar wat er ook gebeurt, u meent uw plaats te blijven hebben in een kerk waar u het zo moeilijk heeft.

„Men moet niet denken dat er in de Hervormde Kerk vroeger alleen maar oudvaders stonden. Ook in de bloeitijd van de kerk kwamen er vreselijke toestanden voor, met vrijbuiters, drinkebroers en overspeligen op de kansels. De echte bevindelijkgereformeerde kern is altijd maar klein geweest. Maar er ging wel kracht en invloed van uit.

En zelfs onder hen is altijd verdeeldheid geweest. Wat waren er een partijschappen en twist op en onder de kansels. En toch speelde het zich allemaal af binnen die ene gereformeerde kerk. Eenheid in verscheidenheid, waarbij ik natuurlijk niet denk aan de moderne pluriformiteitsgedachte!"

„Ik geloof wel dat de Afscheiding historisch verklaarbaar is. Bovendien kunnen we de geschiedenis niet ongedaan maken. Maar de huidige situatie is toch wel zo dat ik geen termen kan zien waarom ik mij zou moeten afscheiden: de oude staatsreglementen zijn er niet meer en onze huidige kerkorde biedt de volle ruimte voor de gereformeerde prediking. Bovendien: ik denk dat Berkhof minder te vertellen zou hebben, als alle ware gereformeerden weer tot de Hervormde Kerk zouden behoren."

Ik blijf toch met één moeilijkheid zitten. Waar moet ik aan denken wanneer Johannes aan Thyatira moet schrijven: Maar ik heb tegen u, dat gij de vrouw Lzébel laat begaan"? (Openb. 2 : 20). In de Hervormde Kerk heeft de dwaalleer ruim baan.

„Dat laatste ben ik met u eens. Maar wc moeten niet vergeten dat naar gereformeerde opvatting de kerk geen genootschap is, maar bestaat uit de plaatselijke gemeenten. En plaatselijk kan dikwijls de tucht nog heel goed functioneren. De ene Hervormde gemeente is de andere niet.

De oude ds. Timmer, die secretaris van de GB was, zei eens: er komen ontzettend veel predikanten opzetten die de waarheid niet brengen en daarom ben ik blij dat er heel wat kerkeraden zijn die zegen: die moeten we niet. Dat is ook een vorm van leertucht".

Balans

Als ik nog even terug mag komen op het 75-jarig bestaan van de GB. Welke balans zou u willen maken; en welke posten zouden op die balans het meeste gewicht hebben?

„De GB heeft zegenrijk mogen werken. We moeten bedenken dat omstreeks de eeuwwisseling de Hervormde Kerk een dieptepunt beleefde na Afscheiding en Doleantie. Heel wat gereformeerd bloed was er weggevloeid, vooral naar de dolerende kerken. Volgens Kuyper bleven alleen Jan Rap en zijn maat achter. Daarom was het heel belangrijk

dat de weinige overgebleven gereformeerde predikanten zich aaneensloten in de Bond. Er is toen een grote groei ontstaan, die velen tot zegen is geweest. Nu heeft de Bond een belangrijke plaats, tot in de hoogste organen van de kerk. Vaak heb ik gehoord hoe mensen onder de prediking van de oude Bonds-dominees tot bekering mochten komen, dikwijls ook mensen die nu een plaats in de afgescheiden kerken innemen.

Bezorgd ben ik over de huidige ontwikkelingen binnen de Bond. Soms denk ik weieens: pleegt de Bond tegenwoordig toch in feite niet teveel partijpolitiek? Streeft men niet teveel naar verbreding zonder verdieping? Er is een sterke tendens naar verobjectivering in de prediking; het bevindelijk aspect verdwijnt. De oude dr. J. Riemens jr. in Zeist zei jaren geleden op 98-jarige leeftijd al: de Bonders zijn tegenwoordig toch anders dan vroeger. Dikwijls hoor ik klagen, als Bonders in bepaalde gemeenten afstand doen van specifieke punten als de bezwaren tegen de gezangen, de vrouw in het ambt enzovoorts, dat hun prediking er dan ook naar is (de goeden niet te na gesproken). Ik ben beducht voor een heilloze middenkoers. Hetzelfde bezwaar heb ik tegen de Chr. Geref. Kerken, al geloof ik dat de Schriftuurlijkbevindelijke lijn tot heden bij de Bond ruimer tegenwoordig is dan daar. Maar ik ben bang, dat de huidige Bond bezig is de confessionelen te velgen. En waar zijn die terechtgekomen? "

De voorzitter van de GB sprak laatst over gevaren van uitersten, waarbij hij als voorbeelden noemde het zingen van liederen van Huub Oosterhuis enerzijds en aan de andere kant het verabsoluteren van de GBS-Statenvertaling. 7Ajn dat volgens u de belangrijkste gevaren voor de Bond?

„Ik heb niets van die opmerkingen begrepen. Ik vind het niet reëel zulke uitzonderlijke extremiteiten met zoveel nadruk naar voren te halen. Welke serieuze Bonder laat nou Huub Oosterhuis zingen? Waar verabsoluteert men de GBS-uitgave van de Statenvertaling? Ik zou het niet weten. Op mijn preekstoel ligt een Swaan-editie van de Statenvertaling. Als ik elders preek, dan neem ik een gewone Jongbloed-bijbel mee, of ik nu in Staphorst preek of in Zwaagwesteinde. Er is mij nog nooit naar gevraagd. En de bezwaren tegen de Nieuwe Vertaling deelt de Bond toch zeker ook? " „Ik vrees dat het hoofdbestuur 'van de GB zelf de eigenlijke fronten niet goed ziet! Men is bang voor extreem rechts. Bijvoorbeeld de lijn van dr. Steenblok. Maar vertelt u mij eens: wie zijn dat in de Hervormde Kerk? Misschien dat een enkeling ertoe neigt. Maar daar ligt het front niet. Laten we wat dat betreft eenvoudig bij Hellenbroek blijven: predik het Evangelie met bevel van geloof en bekering. En die prediking zal óók ontdekkend zijn.

De Bond moest meer oog hebben voor de gevaren van links. Daar ligt het front. Maar Berkhof durft men niet aan, dat is teveel werk. En Woelderink — die zelf bij de algemene verzoening terechtkwam — wordt met vlag en wimpel weer binnengehaald. De lijn van ds. I. Kievit („tweeërlei kinderen des verbonds" en „voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking eis der Heilige Schrift") gaat steeds meer vervagen.

Ik weet wel dat er altijd al twee lijnen door de Bond hebben gelopen. Maar het is onbillijk het te doen voorkomen alsof de rechtse, meer bevindelijke, lijn een extreme toespitsing van de laatste jaren is. Wie dat meent, kent de historie van de Hervormde Kerk en van de Bond niet.

Dan moest men de oude Bonds-preken maar eens lezen, uit „Tot de Wet en tot de Getuigenis" en die vergelijken met de nieuwere, uit „Genade voor genade". Mijn ouderlingen lezen in de leesdienst bij voorkeur oude preken, van ds. Holland of de oude Vroegindeweij's bijvoorbeeld. Want in de nieuwere kunnen ze zich meestal meestal niet meer vinden".

U bent naar ik aanneem somber gestemd over de volgende kwarteeuw (als die er komt) van de Bond?

„Ik weet het niet. Ik kan alleen maar wensen en verlangen. Eén ding weet ik: Gods waarheid

zal tóch zegevieren. Soms heb ik weieens wat hoop voor onze kerk, op grond van de Schriften en ook gezien cle afbrokkeling van links. Maar zie ik op het ontstellend verval in deze tijd, dan zinkt me de moed in de schoenen. Hoewel God machtig is om een nieuwe opwekking te geven.

Wat de afgescheiden kerken betreft, geloof ik dat ze in deze tijd steeds meer hun bestaansgrond verliezen. De situatie is zo gans anders dan in de negentiende eeuw".

Tot zover ds. Oosten. Het is goed dat vrienden eikaars feilen aantonen. Ik denk dat we ook in deze geest binnen de Bond met elkaar in gesprek moeten zijn en blijven. Elkaar niet verketteren, vooral elkaar niet afschrijven. Gelukkig bemerk ik daar niets van in de woorden van collega Oosten. Wat betreft zijn verwijt aan het Hoofdbestuur dat men tegenover de kracht der dwaling zo weinig weerwoord heeft, dit verwijt vind ik nauwelijks terecht. Want de Bond is niet het hoofdbestuur, maar de leden. Dus dit verwijt zou dan evenzeer collega Oosten zelf treffen. Laat hij dan ook zelf bijdrage leveren. En dan wat betreft de woorden van de voorzitter over de gevaren der uitersten onder ons. Laten de voorbeelden van Oosterhuis en GBS misschien wat ongelukkig gekozen zijn, ik meen dat hij juist naar twee kanten op gevaren heeft willen wijzen die de Bond als geheel bedreigen. Dus niet alleen maar naar één kant en wel de meest rechtse. Ds. Oosten heeft het juist aangevoeld dat er vrees is voor extreem rechts onder ons. Hij noemt de lijn van dr. Steenblok. Die naam is al te zeer belast, naar mijn mening, om in dit verband gebruikt te worden. Het gaat meer om vrees voor een verwettelijking van het geestelijk leven. Werd er maar gepreekt in deze kring in de lijn en de geest van bijv. ds. C. B. Holland. Maar dat is niet het geval of nauwelijks. „De Bond moest meer oog hebben voor de gevaren van links", zegt ds. Oosten. Daar is wel terdege oog voor onder ons. Het wordt misschien minder scherp en minder vaak en te weinig concreet onder woorden gebracht. Ik ben het met ds. Oosten eens dat er stellig ook gevaren zijn van „links" die de prediking en het geestelijk leven onder ons bedreigen. Deze gevaren zijn niet minder ernstig en ingrijpend dan-de eerstgenoemde gevaren. Winst in de breedte van de kerk kan aanleiding geven tot verlies aan diepte wat geestelijk leven betreft. En ik wil beslist niet ontkennen dat het gemis aan diepte in de prediking veler klacht is onder ons. Daar mogen we ons óók best zorgen om maken, vind ik.

Maar het is niet juist te suggereren dat de vrees voor rechts betekent dat men de meer bevindelijke prediking een extreme toespitsing van de laatste jaren vindt. Schriftuurlijk-bevindelijke prediking, de koninklijke gang van Woord en Geest, waarbij de Christus der Schriften centraal staat, is de prediking die God nog wil zegenen, waarvoor ook de GB staan wil. Met ds. Oosten spreken we de wens uit dat God een nieuwe opwekking mag geven in eigen kerk waarbij de kerken op Gereformeerde grondslag mogen worden meegenomen in de beweging van de Geest. Dan vallen polarisaties weg en worden tegenstellingen weggenomen. Want, dat mogen we tenslotte niet vergeten, extremiteiten zijn een gevolg van gebrek aan waarachtig geestelijk leven, zowel bij rechts als bij links. Polarisaties zijn mensenwerk, werk van de vrome en van de autonome, eigenwettelijke mens. God kent maar één pool: Christus de Gekruisigde en de Opgestane, in de kracht van Zijn Geest. Waar Hij in het midden komt van Zijn discipelen na de opstanding, klinkt het machtige woord: Vrede zij ulieden. Daar is geen sprake meer van meer of minder, van rechts of links, daar is het Jezus alleen. Het gebrek aan de tegenwoordigheid va ndeze levende Christus in prediking en gesprek, in woord en geschrift, is er de oorzaak van dat het zo kil is op veler kansel, in veler hart, bij links èn bij rechts. Tenslotte: God besnijde veler harten èn oren die van Hem de gave ontvingen om het goede Woord nog te horen en het te onderscheiden van namaak en vrome of moderne kitsch.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken