Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

10 minuten leestijd

' ARTIKEL XXXV (vervolg)

Hoe zou Christus ons meer nabij kunnen komen dan in de gegeven tekenen van brood en wijn? Hier is in het naderen tot de tafel des Heeren de vreze Gods geboren. Hoe zullen wij de Zoon van God ontvangen, hoe zou Hij in dit eten en drinken kunnen ingaan in ons lichaam, in ons leven? Hier loven wij onze God, dat Hij ons op verborgen wijze Zijn Zoon geeft. Daarbij verbergt Christus zich heilzaam voor ons bestaan in de tekenen der eenvoud —^ wie zou daar Hem zoeken? — en is Hij verborgen, zoals de Geest des Heeren werkt, als de wind en de wolken, als de beenderen in de schoot van een zwangere vrouw. Wanneer de aanraking van God met de mens zich voltrekt, dan zien wij God in Zijn neerdalen, in Zijn eigenlijke openbaring nimmer op de vingers. Wij weten niet hoe God in de Zoon van dood naar leven gaat, maar wij ontvangen slechts, wij maken de doortocht mee in geloof, in de ervaring van de diepe en heilzame verborgenheid Gods, en daarin is er de heldere eenvoud, de klaarheid van het op-leven, het op-ademen van

nieuw leven...

Verborgen, maar niet afwezig — wij dwalen intussen niet, als wij zeggen, dat hetgeen door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijk lichaam en het eigen bloed van Christus is. Christus Zelf is tegenwoordig in brood en wijn — hier heeft de kerk de eeuwen door geworsteld om de woorden, niet om daarin te doorgronden, maar om niet geheel te zwijgen. We herinneren ons de woorden: transsubstantiatie bij Rome, consubstantiatie bij Luther, niet meer dan 'n gedachtenismaaltijd bij Zwingli. Wij eten — zo wordt nu beleden — het eigen lichaam en het eigen bloed van Christus drinken wij, doen dat echter niet met de mond, maar met de geest door het geloof. In het geloof ontvangen we Christus Zelf. Hij is dan ook de eigenlijke Gastheer, waarbij het geloof door het zichbare leert heenzien: het is alsof de zichtbare dingen transparant worden tot op het hemelse, tot in de nieuwe hemel en tot op de nieuwe aarde. Zo zien wij in de dienaar en in de tekenen Christus aanwezig, maar dan — met een woord van Koopmans — is deze tegenwoordigheid meer dan alleen ^aanwezigheid, „zij betekent overgave. Gelijk Christus zich aan het kruis - heeft gegeven voor ons, zo geeft Hij zich in het Avondmaal aan ons. Daarom wordt er gegeten en gedronken, ten teken daarvan, dat Zijn tegenwoordigheid Zijn gave is". Vandaar is het, dat we het eigenlijke sacrament vooral ook te zien hebben niet in de tekenen op zichzelf genomen en uit hun gegeven verband gehaald — wat gebeurt er met brood en wijn? — maar in de handeling van het nemen, breken, vergieten, eten en drinken, gedenken en geloven. Heel deze handeling is gegrond in het Woord, in de belofte van Christus Zelf: de kracht van het Avondmaal bestaat in de woorden van Christus (Luther).

Wanneer wij Christus' eigen lichaam en bloed eten en drinken in het geloof, houdt dit uitdrukkelijk in, dat wij Christus niet uit de hemel neertrekken tot in brood en wijn, maar — omgekeerd — onze harten opwaarts verheffen in de hemel, waar Jezus Christus is, zittende aan de rechterhand van Zijn Vader in de hemel. Hier weerklinkt het oer-gereformeerde: Sursum corda, omhoog de harten... Christus is gezeten: het offer is volkomen, het werk volbracht. Zó maakt Hij ons, Zijner deelachtig door het geloof. Hoofd en lichaam zijn door de band van het bloed verbonden. Vandaar klinken de woorden, dat deze maaltijd een geestelijke tafel is, een tafel van de Heilige Geest, waaraan Christus Zichzelf ons meedeelt met al Zijn goederen en waaraan Hij ons doet genieten, zowel Zichzelf als de verdiensten van Zijn lijden en sterven.

Aan deze tafel genieten wij, en dat woord is niet misplaatst. Aan deze tafel is een vreugde geschonken, .waarin een uitdaging

gegeven is de ganse wereld af te speuren naar een genieten, dat bij het ontvangen van deze spijze en drank vergeleken zou kunnen worden. Het Psalmwoord heeft hier een ongekende glans: ...En de wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt" (Ps. 104 : 15). Dit eten en drinken voert tot gemeenschap met Christus en Zijn gaven. Hem Zelf ontvangen we, en de vrucht van Zijn lijden en sterven: o voedt Hij, sterkt Hij, vertroost Hij onze troosteloze ziel door het eten van Zijn vlees en verkwikt haar door de drank van Zijn bloed. Ons oog heeft Hem nog nooit gezien, maar de mond van. het geloof heeft Hem geproefd. De smaak is er van het lijden en sterven, van de bittere dood des kruises, maar daardoorheen en daaroverheen is de geur yan de oogst geschonken, de indringende, opwekkende geur van nieuw leven. Zo mogen we onze God genieten. En dit is het hoogste en diepste wat op aarde in geloof, hoop en liefde ons kan ten deel vallen. Een zeer diepe vreugde is gegeven aan deze tafel: e proeven reeds de vrucht van de nieuwe schepping, vreugde wordt in het hart gegeven vanwege God Zelf, omdat wij door de wonden van de Gekruisigde heen de omtrekken zien oplichten van een ongekend nieuwe schepping. •In de woestijn is er een moment de smaak van melk en honing, waarvan het land der belofte overvloeiende zal zijn...

Zo zijn teken en werkelijkheid samengevoegd: brood van onze aarde en lichaam van Christus. Toch worden zij — zo volgt dan — als sacrament met deze twee zaken niet door allen ontvangen. De goddeloze ontvangt wel het sacrament tot zijn veroordeling, maar hij ontvangt niet de waarheid van het sacrament, zoals Judas en Simon de tovenaar beiden wel het sacrament ontvingen, maar niet Christus, Die daardoor betekend wordt, Die alleen aan de gelovigen meegedeeld wordt. Alles van God gegeven, in onze handen gekomen, kan misbruikt en bezoedeld raken. Het bederf van het beste — juist hier — is dan ook het slechtste. Niet uit gewoonte of uit bijgeloof kunnen we deze sacramenten ontvangen. De waarheid van het sacrament, Jezus Christus, kan slechts in geloof ontvangen worden. Dan is Hij het Brood, en is er geen ander doel in het eten en drinken dan door Zijn lijden en sterven heen te komen tot nieuw leven voor God, tot een nieuwe oogst, waarover de hemelse Landman 2 oprecht verheugen mag. Buiten dit geloof eten en drinken wij tot ons oordeel, en misbruiken wij de gaven tot opbouw van ons eigen, voor God verkeerd gerichte leven. Dan sluiten wij onszelf buiten de waarheid van het sacrament, en gaan met Judas de nacht in.

In geloof ontvangen - dat is, vervolgens, dat wij het sacrament ontvangen in de verzameling, de vergadering van het volk van God, met ootmoed en eerbied. Wij vieren het avondmaal nimmer alleen, en ook de viering bij een zieke thuis blijve meer uitzondering dan regel, hoewel zeker op zijn plaats. Wij vieren het avondmaal in het midden der gemeente, en daarmee raken we een wonderbaar kenmerk van christelijk geloof. In het eten en drinken van brood en wijn is de verborgen en komende Christus ons het meest nabij gekomen, en hier is sprake van een mystieke unie, hier vindt de verborgen omgang met God haar bekroning, hier raakt God ons bestaan, hier gaat Hij op de wijze van voedsel ons leven binnen. En juist dit moment van het meest persoonlijke in de ontmoeting met Christus kan slechts gegeven zijn in de samenkomst der gemeente, samen met onze medetafelgenoten aan Zijn tafel. Wanneer wel gezegd wordt het avondmaal thuis gevierd te hebben of alleen in het vrije veld, dan is daarvan — naar de zin der Schriften — de betekenis/dat de zegen, de vrucht, de kracht van de maaltijd des Heeren zich door het leven weeft. Maar de ontmoeting zelf, de ontmoeting met Christus in brood en wijn, is altijd een maaltijd, is een gemeenschap met Christus en met Zijn lichaam. Zo worden wij waarachtig verlost uit onze eenzaamheid, uit ons alleen-zijn. Zo ontvangen wij met ootmoed en eerbied: wij naderen slechts in de vreze des Heeren. En wanneer wij spreken van avondmaalsmijding, zullen wij daarin altijd — naast het voorkomen van brute gemakzucht — hebben te peilen de diepe wortel van heilige schroom, van het zich voelen wegzinken voor de hoge majesteit van God, voor Christus, waarachtig God en waarachtig mens. Daarbij houden we onder ons een heilige gedachtenis van de dood van Christus, onze Zaligmaker, met dankzegging en aldaar doen we belijdenis van ons geloof en van de christelijke religie.

In dit licht verstaan we ook — zonder dat een drukkende last ons op de schouders wordt gelegd — de woorden aangaande de beproeving van onszelf in het naderen tot de tafel van Christus, opdat wij ons — naar het woord van de apostel — niet een oordeel eten en drinken. Het onwaardig eten en drinken — zo verstaan we vanuit het gegeven verband der Schrift — heeft betrekking op de wijze, waarop in Corinthe de tafelgemeenschap gevormd werd: de één hongerig, de andere dronken. De mens beproeve zichzelf, en ete alzó van het brood en drinke van de beker. Deze woorden leggen ons duidelijk aan het hart, dat, de beproeving, het onderzoek van ons hart en leven niet wil leiden tot de grijze en grauwe onzekerheid van het al of niet deelnemen aan de tafel d^s Heeren, maar dat dit onderzoek de doorgang en de hernieuwde doorgangsweg naar de ontmoeting met de levende Christus mag betekenen. Zichzelf te beproeven en alzo te eten en te drinken, dat houdt in bij zichzelf te bedenken zijn zonde en vervloeking, te geloven de belofte Gods aangaande vergeving van zonden alleen om Christus' wil en van harte uit te zien naar een leven in dankbaarheid voor God en voor onze naaste. Hoewel het waar is, dat heel het leven gesteld is in het teken van voorbereiding, is het naar de orde des geloofs goed dat op gezette tijden de gemeente van Christus uitdrukkelijk geroepen wordt zich te schikken haar Bruidegom te ontmoeten. En de vrouw zie, dat zij de man vreze...

Zo is er een plaats in deze wereld geschapen, een ruimte, een oase temidden van de woestijn, waar de eenvoud van het leven telkens opbloeien mag: in de liefde tot God en tot onze naaste. Vanwege de heldere eenvoud in brood en wijn, verwerpen we in het geloof daarbij alle inmengselen en verderfelijke vondsten, die de mensen bij de sacramenten gedaan en gemengd hebben, als ontheiligingen daarvan en we zeggen, dat men zich moet laten vergenoegen met de ordening, die Christus en Zijn apostelen ons geleerd hebben en wij spreken, zoals zij daarvan gesproken hebben. Het geheel overziende, mogen we nu samenvatten, dat wij door het gebruik van dit sacrament bewogen zijn tot een vurige liefde jegens God en onze naaste. Zo staat deze tafel der liefde — zwak en aangevochten — in het hart der gemeente, in het midden van de wereldwoestijn, en is er gegeven een kleine oase van leven en liefde, een teken van hoop, een lenteteken van een eeuwige zomer. Totdat Hij komt...!

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1982

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1982

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken