Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

in ware Godsvrees

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

in ware Godsvrees

5 minuten leestijd

KOL-OMMETJE

C-cd g^eji graag een dubbele maat. Wij vinden dat hier en daar in de Bijbel. Zo ook nu. In psalm 3 zongen wij reeds een morgenlied. Na de avondzang van psalm 4 opnieuw een psalm voor de ochtend. „Des morgens, HEERE, zult Gij mijne stem horen, des morgens zal ik mij tot ü schikken en wacht houden." De zanger is onderweg naar de tempel en ruiar het morgenoffer. Velen althans denken aan dat offer waar het gebed zich als hei ware mee vereenzelvigt. In elk geval ziet de dichter vol spanning in zijn ziel uit naar wat de HEERE zal doen op zijn gebed.

Ik denk dat wij een hele worsteling krijgen. Een grote worsteling om dit gebed te ontwringen aan de Farizeeër en om het toe te kennen aan de rechtmatige begiftigde. Ik bedoel de tollenaar. Op het eerste gezicht en bij het eerste doorlezen — doornemen zeg je dan wel eens — is het allerminst een tollenaarsgebed. De Farizeeër kan er evenwel snel mee uit de voeten. Op naar de tempel. Laten wij maar nagaan. De Farizeeër ging op om te bidden. In het begin van deze psalm gaat het om gebed. De psalmdichter heeft er alle vertrouwen in dat hij er goed aan doet. Immers een goddeloze en boze, een onzinnige en werker van ongerechtigheid hoeft er niet aan. te denken. Een onzinnige bestaat gewoon niet voor Gods oog. Hé daar, jij ongelukkige tollenaar, daar achter mij, blijf jij maar thuis, maak onmiddellijk rechtsomkeert. Wat doe je op weg naar de tempel, wat doe je straks in de tempel? Want weet het eens voor altijd dat God geen God is, Die lust heeft aan goddeloosheid. Aan de man van bloed en bedrog heeft de HEERE een gruwel. Tollenaar, daar ga je met je tollenaarsgedrag...

Zei ik het niet dat de Farizeeër met dit mooie gebed in de hand loopt? Dat zal hij direkt in de tempel voordragen. Het gebed is precies op maat. Ik zal, mij bewust van mijn rechtvaardigheid, ingaan in Gods huis. Vast en zeker zal de HEERE - zoals het laatste vers luidt — de rechtvaardige zegenen. Wanneer je nu de Farizeeër en de tollenaar naast elkaar zet, is het aanstonds duidelijk wie de rechtvaardige is. Je hoeft er echt niet lang over na te denken. „O, God, ik dank U....I

Krijg dat nu zo'n Farizeeër eens uit zijn hoofd gepraat. Ontwring hem deze bede. Hij zwemt er vrolijk in rond als een vis in het water. Echt, u moogt voor u verder leest de hele psalm nog wel eens overlezen en nagaan, maar het besluit zal wel zijn dat het een zware ivijs zal opgaan om dit de tollenaar te horen bidden. Daar is een grote en goede Parakleet of Advocaat voor nodig om dat voor elkaar te krijgen. Een echt Farizeeërsgebed en dat in het hart en op de lippen, van een heuse tollenaar. Ik zie het al gebeuren.

Het was een gebed, waarin de bidder gespannen de wacht houdt om te zien of de HEERE het doen zal en wat Hij zal doen. Bad de Farizeeër zo'n spannend gebed? Ik ben overtuigd van niet. Geen zweem van spanning. Hij was er al, hij was gearriveerd. Wat het godsdienstige aangaat was hij geslaagd. Enige twijfel rijst wel of deze vijfde psalm hem waarlijk op het lijf geschre-

ven staat. Maar er komt meer. God is geen God van bozen, goddelozen, onzinnigen, mannen van bedrog. Daar ga je tollenaar. Jazeker, daarom gaat hij. Daarom neemt hij ijlings de toevlucht naar de tempel. Omdat wat de HEERE een gruwel is ook hem, de tollenaar, een gruwel is geworden. Opdat God hem de goddeloosheid zou willen vergeven en opdat Hij zijn God zou ivillen worden. Vers 9 is zo belangrijk. „Door de grootheid uwer goedertierenheid zal ik in uw huis ingaan." Als het ware word ik op de golven van uwe verbondstrouw en genade het heiligdom binnengedragen. Ik zal mij buigen in Uwe vrees. In het optreden van de Farizeeër bespeur ik weinig, zo helemaal geen, tere kinderlijke vrees. Dat is het fijne waarmerkje van. de ivare gebedsgang naar de tempel. In ware Godsvrees, zoals de berijming aangeeft. De tollenaar stond van verre en hij dorst zijn ogen niet opheffen. Een en al ootmoed en tere vrees.

Zover gekomen is het eigenlijk snel beslecht. Nog even: hun keel is een open graf. Wat had die Farizeeër met ^ijn uitval: en „ook niet als deze tollenaar", zijn medetempelganger gauw door de keel verzwolgen. Want Gij, HEERE, zult de rechtvaardige zegenen. Gerechtvaardigd toch ging de tollenaar huiswaarts. Gods goedgunstigheid en vrije gunst was hem een schild en een kroon. Ik denk dat wij eerlijk hebben beslist. Toch een tollenaars gebed. De gerechtvaardigde is de rechtvaardige. Zo ziet u eens te meer dat de schijn bedriegt. De waarheid is toch anders.

Toch anders dan wy menen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

in ware Godsvrees

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken