Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DOET DE DOLEANTIE NOG PIJN?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DOET DE DOLEANTIE NOG PIJN?

8 minuten leestijd

Over de Doleantie bestaat een vrij omvangrijke literatuur. Ook in dit gedenkjaar — het is immers honderd jaar geleden dat het allemaal begon in Amsterdam en op de Veluwe — staan Abraham Kuyper en zij die hem volgden volop in de belangstelling. Recent vroegen we aandacht voor een nieuw gedenkboek , , De Doleantie van 1886 en haar geschiedenis". Nieuwe feiten toevoegen aan wat voorheen en thans reeds boven water is gebracht lijkt dan ook een zware opgave. En de interpretatie van de feiten is uiteraard sterk afhankelijk van de kerkelijke status die de beoordelaar voert. Vooral nu in het gedenkjaar door Hervormden en Gereformeerden zal uitgesproken worden dat ze van nu voortaan „Samen-op-Weg" zullen gaan, staan de Gereformeerde mannen-broeders niet meer te trappelen om hun heengaan van toen te rechtvaardigen. En ook het Hervormde oordeel over hen die destijds heengingen is aanmerkelijk milder dan bijvoorbeeld een halve eeuw geleden, toen alom de 50-jarige Doleantie werd herdacht.

Dankstond of schuldbelijdenis?

Deze overdenkingen kwamen bij me boven toen ik opnieuw kennis nam van een brochure die reeds jaren mijn eigendom is, maar die ik als bij toeval weer in handen kreeg. „Vijftig jaren Doleantie, vijftig jaren pijn" luidt de enigszins sensationele titel, die een 16 pagina's tellend geschrift dekt, van de hand van ds. H. Bakker, destijds een man van gezag in de Confessionele Vereniging en predikant van de Hervormde Gemeente van Amsterdam.

Hij begint met erop te attenderen dat de Gereformeerden op het punt staan het halve eeuwfeest van de Doleantie te vieren. Ze zullen dat nogal grondig en uitbundig doen. Op donderdag 13 februari 1936 met een dank-en bededienst in de Keizersgrachtkerk. ook wel genoemd „de kathedraal van de Doleantie". Op vrijdag 14 februari met een grootscheepse samenkomst in het Concertgebouw. Naar de auteur verwacht zullen de broeders en zusters „die dagen uit Noord en Zuid naar Amsterdam samenstroomen". Daar is reden toe, aldus ds. Bakker, en ik laat hem nu zelf even aan het woord.

„Wie de laatste vijftig jaren overziet, zal erkennen dat daar veel werd bereikt. Het getal groeide aanmerkelijk, voornamelijk toen in 1892 de vereeniging met de Christelijk-gereformeerde Kerk van 1834 tot stand kwam. Vele kerken, en daaronder indrukwekkende gebouwen. verrezen in den lande. De positie harer leden won, voornamelijk onder den geweldigen invloed van den stichter en zijn politieke organisatie, zienderoogen aan macht. In het kerkelijke, maar nog veel meer in het politieke en maatschappelijke leven spreken de Gereformeerde Kerken een krachtig woord mee. Ja, veel werd bereikt!

Of er niet nog meer werd verloren? Aan eenheid, geestelijke kracht en samenwerking onder ons volk? Op alle terrein van het leven? Of zijn er geen donkere vlekken in de geschiedenis dier vijftiger jaren aan te wijzen? Neen. niet alleen in de kerk die men verliet, onze Nederlandsche Hervormde Kerk, maar in eigen Kerk en werk? Of er geen reden was op dezen gedenkdag na vijftig jaren, met de belijders uit de oude volkskerk samen te komen, zich voor God te verootmoedigen en te bekennen: wij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods? "

Tot zover voorlopig ds. Bakker, die niet kan nalaten wat spijtig op te merken dat de „Hervormden tot deze Doleantie-herdenking niet genoodigd" zijn. En veelbetekenend laat hij daarop volgen: „wat we natuurlijk ook allerminst verwachtten".

Zó lag de situatie kennelijk nog in de hoofdstad, in 1936... Een dankdienst van de Gereformeerden, inplaats van een schuldbelijdenis samen met de Hervormden. De jubilerende Dolerenden hadden er zelfs niet aan gedacht hun Hervormde broeders ook maar een uitnodiging te sturen...

Van de nood een deugd...

Ondanks het feit dat de Hervormden niet zijn uitgenodigd wil ds. Bakker, op aandrang van zijn kerkeraad toch bij deze Doleantieherdenking een woordje meespreken. Niet op de manier van de Farizeeër: ik dank U, o God, dat ik niet ben gelijk de andere mensen... Liever wil hij beginnen met de belijdenis dat de Hervormde Kerk door haar halfheid en beginselloosheid volop aanleiding heeft gegeven tot de beweging van Dr. Kuyper.

„En juist op beslissende oogenblikken sprak de Hervormde Kerk niet; of ze liet tegelijk een ja en neen hooren. Inplaats van een kansel te zijn, vanwaar het volle Evangelie van Jezus Christus werd gepredikt, scheen zij bijwijlen een tribune, waar ieder naar eigen goeddunken zijn wijsheid uitkramen kon. En de Synode trachtte door steeds nieuwe reglementswijzigingen de uitbarsting van conflicten te voorkómen en ondertusschen den bestaanden toestand te handhaven.''

In deze noodsituatie kreeg Kuyper de leiding. Kuyper „die dezen nood in eigen ziele-

leven had doorgemaakt". Helaas, aldus nog steeds ds. Bakker, ging hij niet uit van de raad: „niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden". Het op de spits drijven van de uitverkiezing

bracht hem tot een ander kerkbegrip. Niet de volkskerk, die steunde op het Verbond Gods, maar de vrije kerk, die tot stand komt door de bewuste keuze van individuele gelovigen. En daarbij werd de plaatselijke gemeente autonoom verklaard, zodat een kerkeraad zelfstandig de reformatie ter hand kon nemen...

Zo heeft Kuyper van de nood der kerk de deugd gemaakt van de kerk naar zijn idee! En zo moest de breuk er komen, die hij reeds lang had voorbereid.

Een revolutie

In vogelvlucht somt ds. Bakker vervolgens dc gebeurtenissen uit de dagen van de Doleantie op. Het kerkelijk vraagstuk is — zo betoogt hij — niet gebracht waar het thuis hoorde, op een kerkelijke vergadering. Nee, men is eigenmachtig aan het werk gegaan en tot „reformatie" overgegaan.

„Met overhaasting ging men te werk. Dr. Hoedcmaker zei eens tot dr. Kuyper: Kuyper, gij zegt dat GOD regeert, maar GIJ regeert. Geen kerkelijke berechting, maar revolutionair verzet kwam voor den dag, waarvan de schromelijke gevolgen niet slechts de oude volkskerk, maar ook de Dolerende, later de Gereformeerde Kerken treffen moeten. Eén der Amsterdamsche predikanten, ds. Hogerzeil, die in de beweging van dr. Kuyper niet meeging, schreef in 1886 omtrent de handelingen van zijn kerkeraad: „Met zich feitelijk te verzetten tegen de hoogere kerkbesturen is er een revolutie in onze kerk losgebroken waarvan de gevolgen niet te overzien zijn; de kerkeraad van Amsterdam neemt met dezen weg op te gaan een ontzaglijke verantwoordelijkheid op zich... De kerkeraad is niet voor den strijd geplaatst, maar heeft dien opgezocht"."

De oplossing?

Heeft nu de Doleantie de oplossing gebracht? zo vraagt ds. Bakker zich af. Is de nood van kerk en volk er minder door geworden? En hij antwoordt:

„De belijders die achterbleven verkeerden vooral in de eerste jaren na 1886 in een allesbehalve benijdenswaardige positie. Hun kracht gebroken. Van twee zijden bestookt. Enerzijds de Dolerenden, die hen de halven en de ontrouwen noemden. Anderzijds het modernisme. dat meende na de aderlating van 1886 nu vrijer te kunnen ademen en naar eigen goeddunken te handelen. Door Doleantie en Afscheiding is de strijd van hen die nog altijd voor een belijdende kerk opkomen zeer veel verzwaard. Broeders en zusters in gelooven en belijden verlieten ons kamp. Daarentegen scheen het wel dat leervrijheid, hetzelfde als beginselloosheid, zich nu ook voorgoed in de Hervormde Kerk had genesteld, en daaruit niet meer was te verdrijven. Vijftig jaar Doleantie! Vijftig jaar pijn!"

Maar hebben de Dolerenden iets van die pijn gevoeld? En hebben zij de oplossing gebracht? Er is aldoor verder gescheurd en gescheiden. Ds. Bakker herinnert aan Geelkerken die de Gereformeerde Kerken verliet, aan de Christelijk Gereformeerden, die in 1892 niet meegingen en sindsdien in aantal en betekenis toegenomen zijn.

Nee, zegt Bakker, de pijn is hoofdzakelijk gevoeld door hen die zich wel nauw verwant voelden aan de Dolerenden, maar die hun kerkelijke weg niet konden gaan. De nood is gebleven en wij zitten nog midden in die nood.

Ondanks het goede in de vaderlandse kerk, waar zelfs wéér een opleving kwam. wat niemand had durven hopen of verwachten, heeft de Doleantie een scheur getrokken door heel ons volksleven. In het onderwijs, in de politiek, en Rome zal ervan profiteren!

Niet van aktie, maar van verootmoediging, zo luidt de slotconclusie, is zegen te verwachten. „Wij houden vast aan Gods Verbond, wij wachten op Gods tijd. Hij geve ons te volgen waar Hij ons geleidt."

Toen en nu

Dat waren zomaar enkele hoofdmomenten uit de brochure van ds. Bakker, die ik in de meeste gevallen zelf aan het woord heb gelaten. terwijl ik soms ook zijn betoog wat samenvatte. Ook na 50 jaar is er uit een dergelijke brochure veel te leren. Allereerst dit, dat er in een halve eeuw wel veel veranderd is. Toen werden de Hervormden niet uitgenodigd bij de viering van het Gereformeerde jubileum, nu gaan beide kerken , .Samen-op-Weg". Vervolgens was er tóen aan beide kanten van de kloof nog een bloeiend kerkelijk leven, terwijl beide kerken thans, vooral in de grote steden, vaak een kwijnend bestaan leiden. In 1936 deed men nog pogingen eigen ontstaan of bestaan te legitimeren, maar thans wordt de historie nog nauwelijks relevant geacht. We moeten niet naar het verleden kijken, maar naar de toekomst!

De grote vraag is echter: hebben we vandaag nog pijn aan de Doleantie niet alleen, maar aan de steeds verdergaande verscheurdheid van de kerk der Reformatie? Het ontbreekt ons nu, evenals in 1936, aan de oprechte schuldbelijdenis: wij hebben gezondigd, wij hebben God op 't hoogst misdaan, wij zijn van 't heilspoor afgegaan, ja, wij en onze vaderen tevens. Het is nog kortgeleden op een Combi-Synode openlijk uitgesproken dat van ons niet gevergd mag worden dat we schuld belijden voor wat „onze vaderen" verkeerd hebben gedaan... Zou er op deze manier heil te verwachten zijn van „Samenop-Weg"?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1986

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

DOET DE DOLEANTIE NOG PIJN?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1986

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken