Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gezonde leer en qezond leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gezonde leer en qezond leven

10 minuten leestijd

..Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt. Dat de oude mannen nuchter zijn..." Titus 2 : 1—10

gezonde leer

We kennen uit de Pastorale Brieven langzamerhand deze uitdrukking wel: de gezonde leer. Er is: dwaalleer èn gezonde leer.

, , Doch gij..."! U voelt het contrast. Paulus wordt het niet moe zijn ambtsbroeder Timotheüs en Titus te vermanen zich te onthouden van al wat afwijkt van de apostolische leer en prediking. „Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt..." Spreek wat in de lijn ligt van de gezonde leer. Spreek, leer! Dat is uw roeping, bedoelt de apostel. Laat u daar niet van af brengen. Spreek wat in overeenstemming is met de gezonde leer. Gezonde leer is leer, aldus Calvijn, die de mensen opvoedt tot godvruchtigheid. „Gezond wordt de leer genoemd naar haar uitwerking... Gezonde leer betekent dus heilzame (leer) die de zielen waarlijk voedt".

Wel, die leer krijgt dan ook uitwerking in het konkrete leven van de hoorders. Leer schept leven. Gezonde leer maakt gezonde levens cn levensverhoudingen. Gezonde leer vernieuwt onder de inwerking van de Heilige Geest levens van mensen. Wij mogen daar ook vandaag nog alles van verwachten. De leer, de prediking, de vermaning doet het. Dat kanaal verkiest immers de Heilige Geest. Niet allerlei buitenissigheden, geen akties zus of zo, geen hijgend gedraaf achter mensen aan, geen wervingsmethoden met behulp van reclamespeciahsten.

Als het Woord het niet meer doet, is er geen substituut voor te bedenken. Spreek wat met de gezonde leer overeenkomt, is het apostolisch vermaan aan Titus. , , Paulus spreekt daarbij niet over het gesprek van één dag, maar zo lang als Titus de dienst van een herder verricht, wil hij dat hij in deze leer bezig is" (Calvijn).

gezond leven

Heel konkreet geeft Paulus dan aan hoe die leer zich in het leven van de gelovigen dient te voltrekken. Hij houdt geen zwevend betoog ver boven het konkrete leven van mensen, maar daalt af in de alledaagse praktijk van het leven waarin mensen staan en met elkaar omgaan. De scheiding die wij nogal eens hanteren of heimelijk toepassen tussen leer en leven vindt in de Schrift nergens steun. In het heidense leven van de bevolking van Kreta daalt het Evangelie Gods neer en maakt relatie waarbinnen mensen van alle leeftijden en standen dagelijks leven nieuw, zuiver, in overeenstemming met Gods wil.

„Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig, voorzichtig, gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid". De groep oudere mannelijke gemeenteleden spreekt de apostel 't eerst aan. Hij eist van hen waardigheid.

eerbaarheid. Godsvrucht; dient openbaar te komen in een achtbare levenswandel. De Kretensische drankzucht dient in hun leven omgezet te worden in nuchterheid, soberheid, matigheid. In hun levensopenbaring moeten ze zich verre houden van onbeheerste frivoliteit, van het doorslaan in ijdele seniele praat. Maar wat daar nog bovenuit gaat is dat ze 'gezond zullen zijn in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid of volharding'. We herkennen ten dele de bekende bijbelse drieslag van geloof, hoop en liefde. Al is de liefde hier vervangen door de volharding. Het wil een samenvatting van het christelijk leven. , , De hier genoemde drieslag geeft het grondpatroon van het leven als christen. Zo is ook de verbinding met 'gezond zijn' te verstaan.

De oude mannen moeten zich t.a.v. de grondslagen van het christelijk leven houden aan de overgeleverde leer van Christus" (Ridderbos). Niet de werken van het vlees, haar de vrucht van de Geest dient openbaar te komen. Calvijn wijst dan terecht op de voorbeeldfunktie die ouderen binnen de gemeente voor jongeren kunnen hebben. Zoals de ouden zongen, daar is toch veel van waar. Het gebrek in onze tijd is vaak helaas dat de ouden niet zoveel meer 'zingen', om zo te zeggen. Ouderen, als het goed is, gerijpt in de strijd des geloofs, mogen jongeren iets laten zien van het gezond-zijn in het geloof, in de liefde en de volharding. Daar ligt een roeping van Godswege voor de ouderen in de gemeente.

Hetzelfde betreft ook de oudere vrouwen in de gemeente. „De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk de heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede, opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben". Mooi vond ik de vertaling (bij Ridderbos): de oude vrouwen moeten priesterlijk zijn in haar houding. „De bedoeling is dat zij moeten leven als degenen die aan God en zijn dienst zijn gewijd, heilig, on-berispelijk vanwege de vreze des Heeren". Ook hier weer de voorbeeldfunktie voor de oudere vrouwelijke gemeenteleden naar de jongere vrouwen toe. Oudere vrouwen hebben jongere vrouwen te leiden, vóór te gaan. Vóór te gaan in voorzichtigheid, in het lief hebben van man en kinderen. De aansporing om man en kinderen lief te hebben kan van niemand beter uitgaan dan van hen die uit ervaring kunnen spreken, die ook zelf daarin een voorbeeld hebben geboden. Vrouwen onder elkaar, zeggen wij weieens. Hier hebben we een voorbeeld hoe zich dat samen zijn dan dient te voltrekken.

De losse Kretensische levensstijl had ook aanhangers kennelijk onder de vrouwen. Een dronken vrouw is zo mogelijk nog erger, afstotender dan een dito man. Zeker wanneer het een al oudere vrouw betreft die qua leeftijd intussen anders moest weten èn doen. Leraressen van het goede, daar ligt de taak van de oudere vrouwelijke gemeenteleden. Calvijn geeft een aantal nogal negatieve kwalificaties van de vrouw, ook de oudere vrouw. „De babbelachtigheid is een vrouwelijke kwaal; de ouderdom pleegt die te doen toenemen. Hier komt nog bij dat vrouwen zichzelf nooit welsprekend genoeg toeschijnen, als zij niet snibbig zijn en kwaadsprekend als zij niet op allen afgeven. Zo komt het dat oude vrouwen herhaaldelijk door haar lasterlijke praatzucht als door een brandende fakkel vele huizen in vlam zetten". Of je zo generaliserend over vrouwen mag schrijven lijkt me een makkelijk te beantwoorden vraag. Nee toch, want er zijn ook babbelachtige mannen en kwaadsprekende heren. Maar het kwaad zelf past een christen in geen enkel opzicht, laat dat duidelijk zijn vanuit deze Schriftplaats.

Welk een aansprekende woorden voor de plaats en taak van de oudere vrouwen binnen de christelijke gemeente: priesterlijk in hun houding en leraressen van het goede. Is er wat terug te vinden in de praktijk van elke dag binnen de gemeenten?

De oudere vrouwen leren de jongere vrouwen man en kinderen lief te hebben. Maar ook: 'matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn opdat het Woord Gods niet gelasterd worde'. Opvallend is de nadruk op het rechte funktioneren van het christelijk huisgezin. Daar ligt de taak en roeping van de jonge vrouwen en moeders. Opnieuw onderstreept de apostel de manvrouw verhouding vanuit de scheppingsordinantie: haar eigen mannen onderdanig te zijn. Dat is één van de eisen die ook op andere plaatsen aan de gelovige vrouw gesteld wordt (Ef. 5, 21 en 33; Kol. 3, 18'en 1 Pt. 3, 1). „De wederzijdse liefde, die de apostel van de huwelijksgenoten vraagt en die ook de positie van de vrouw in het huwelijk veilig stelt, betekent niet dat de vrouw de leidinggevende positie van de man in het huwelijk niet meer zou behoeven te erkennen. Het geloof en de liefde heffen de door God gestelde ordeningen in het leven niet op, maar herstellen en heiligen deze veeleer" (Ridderbos).

Doel van deze vermaning is 'opdat het Woord Gods niet gelasterd worde'. Steeds treffen we dit motief aan in de Nieuw* testamentische verkondiging. Christenen dienen juist in hun levensopenbaring bevestigingen te zijn van het Woord Gods. Anders staan ze de evangelieprediking in de weg. Wat nog erger is: ze geven oorzaak dat het Woord Gods gelasterd wordt. Iemand schrijft: de gemeente is niet alleen maar gemeente 'in haar cultische en kerkelijke gestalte; zij moet zich als de nieuwe mens in Christus in de wereld openbaren en alzo de kracht van het haar verkondigde woord van God kenbaar maken'.

Intussen valt het ons op hoe nauw het gewone, natuurlijke leven verbonden wordt met het christelijk geloof. Gods Kerk dient zichtbaar te maken, vóór te leven hoe Gods genade vernieuwend, herstellend is. Van genade te hebben leren leven als een door de Heilige Geest herboren mens, krijgt o.a. gestalte in het huwelijk, in het gezin, in de omgang met elkaar als ouderen en jongeren, kortom in een openbaring van de vreze des

Heeren. Iemand zei eens: hij was een bekeerde man maar een tiran voor zijn vrouw. Of: zij was een vrouw die vertellen kon wat de Heere aan haar ziel gedaan had, maar ze was geen moeder voor haar kinderen en geen vrouw voor haar man. Kan dat eigenlijk wel, bijbels gesproken?

„Vermaan de jonge mannen insgelijks dat zij matig zijn. Betoon uzelf in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid". De jonge mannen. Als het rondgaat, krijgt een ieder beurt, zeggen we weieens. Zo ook hier. De jonge mannen in de gemeente krijgen het vermaan ingetogen te zijn. Waren de oudere vrowen in de gemeenten de aangewezen personen om de jongere vrouwen leiding te geven, Titus dient het te zijn voor de jonge mannen. Hij dient zichzelf als een voorbeeld aan te geven in goede werken, zuiverheid in de leer voor te staan, ernst, een gezonde onaanvechtbare prediking uit te dragen. Juist de voorganger der gemeente vervult een voorname roeping. Hoe leeft hij, hoe is zijn verkondiging, stemmen leer en leven bij hem overeen? Wij spreken in onze tijd soms van geloofsoverdracht, kennisoverdracht. Schakels daarbij zijn voorgangers, catecheten, ouders. Groots is de roeping en opdracht, zeker. Paulus wil het Titus met klem op het hart binden. Wees zuiver, waardig, oprecht in wat je zegt en doet. Het Woord gezond en onverwerpelijk opdat degene die daartegen is, beschaamd worde en niets kwaads hebbe van u te zeggen! Ook dat komt steeds terug: de prediker dient geen aanstoot te geven zodat zijn prediking ongeloofwaardig wordt.

Tenslotte komen ook de slaven en slavinnen aan de beurt. Ze dienen hun eigen heren onderdanig te zijn, in alles welbehagelijk, niet tegensprekende, niet onttrekkende maar alle goede trouw bewijzende... Het is al velen opgevallen hoe de apostel zich niet bemoeit met de maatschappelijke gewoonte van de slavernij als zodanig, maar de slaven die christen zijn geworden wel op het hart bindt in hun positie de verhoudingen in acht te nemen. Hij spoort niet aan tot rebellie, tot stakingen, tot werkonderbreking en ondermijning. Een ander merkt ook terecht op dat Paulus zich evenmin vereenzelvigt met de heren. Hij gaat uit van het maatschappelijk gegeven van de slavernij en roept daarbinnen christenslaven op goede, betrouwbare slaven te zijn. Niet de kantjes eraf lopen, niet het recht in eigen hand te nemen.

En dan weer dat ene doel dat Paulus steeds voor ogen staat: opdat zij de leer van God onze Zaligmaker in alles mogen versieren. Zelfs ook de gelovige slaven hebben hun verantwoordelijkheid tegen God en Zijn Woord op de plaats waar zij staan. Ook voor hen gaat het om de praktische bele-

ving van hun geloof als slaaf. De leer. We begonnen te lezen: spreek in overeenstemming met de gezonde leer.

De pericoop eindigt ermee de hoogheid en heiligheid van deze leer nader aan te duiden: de leer van God onze Zaligmaker. Die God mochten ze leren kennen, ook de slaven. Dat zet hen op een nieuwe hoogte, brengt hen in een nieuwe verhouding, tilt op het niveau van de nieuwe schepping Gods. En dat Woord van God de Zaligmaker dient in alle opzichten hun leven te stempelen en te bepalen. Een groot voorrecht viel hen te beurt. Hun roeping is het thans de leer van deze God tot eer en sieraad te strekken.

C.a.d.IJ.

J. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1987

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Gezonde leer en qezond leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1987

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken