Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen kalme reis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen kalme reis

14 minuten leestijd

Doet aan de gehele ivapennisting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen van de duivel. Want mj hebben de stryd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld van duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt weerstaan in de boze dag, en alles verricht hebbende, staande blyven.

Efeze 6 : 11—13

De strijd

God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst, zo luidt de spreuk die we nog wel eens in huiskamers aantreffen. En zo is het ook. In deze gevangenisbrief gebruikt de apostel voor het christelijk leven een paar maal de aanduiding: wandel. Dat geeft een vredig idee van het leven des geloofs. Wandelen is ontspannend. Je gaat rustig voort.

Maar er is ook een andere kant. Het christelijk leven is ook strijd. En dat niet voor het minste deel. Terecht zeggen we: Er moet veel strijd gestreden zijn en veel gebeds gebeden zijn, zal het einde vrede zijn.

Heel de Bijbel door lezen we over die strijd. Het begint al in het paradijs. Daar zijn de belangrijkste stellingen al ingenomen. De duivel kon menen zijn overwinning al behaald te hebben, hij moest echter lelijk op z'n neus kijken. Er zou strijd zijn en vijandschap. De mens zou niet als geheel en radikaal aan zijn kant staan. Er zou een scheur door het leven gaan. De kinderen van het licht zouden strijden tegen de kinderen van de duisternis.

En zo gaat dat het hele Oude Testament door. En dan komt de Heere Jezus. Jezus' komst luidde de eindtijd in. Maar ook de eindstrijd. Zoals Hij het Zelf heeft gezegd: Hij is niet gekomen om vrede te brengen op aarde, maar het zwaard. De machten van de duisternis worden door Hem als het ware uitgedaagd tot de laatste beslissende fase van de strijd tussen hemel en hel, leven en dood. Als de Heere Jezus rondgaat over de aarde stuit Hij telkens weer op hun bitter verzet. Mensen, die in hun boze macht gebonden liggen komen tegen Hem op, roepen Hem uitdagend aan. Maar telkens weer moeten die machten het afleggen, todat Christus ze aan het kruis ontwapent en openlijk te schande zet.

Toch is daarmee de strijd nog niet afgelopen. In principe is de vorst der duisternis verslagen, maar zolang Jezus nog niet is wedergekomen heeft hij nog de ruimte om Zijn gemeente te bestoken en te bestormen. De eindtijd die met Christus een begin heeft genomen duurt nog voort. En zo duurt de eindtijd nog voort. En die eindtijd is fel genoeg. Want de satan weet dat hem nog maar weinig tijds is gegeven.

Het is dan ook geen best teken als we het zo rustig hebben met ons christelijk geloof. Het zou best eens kunnen zijn dat de vorst der duisternis ons geloof dan niet de moeite waard is om aan te vechten. Hij vindt het best zoals wij met ons geloof omgaan. Wat ons betreft is hij zeker van zijn prooi.

Maar als er in ons ook maar iets is van waarachtige verbondenheid met de Heere Jezus Christus, komt hij er op af. Daar kunt u op rekenen. Nee, niet dat het er altijd even bitter en fel aan toe gaat. Er kunnen en mogen ook tijden zijn in het leven van het geloof dat Gods gunst zo als een schild om ons is, dat de satan niet aan ons kan komen. Maar laten we op onze hoede zijn want hij gunt ons geen rust en als hij maar even kan neemt hij ons weer te pakken. Wie meent te staan zie toe dat hij niet valle.

De apostel Paulus heeft in deze hoofdstukken al veel gezegd over het christelijke leven. Hij heeft gesproken over de onderlinge liefde in de gemeente. Over de oude en de nieuwe mens en de vervulling met de Heilige Geest, die blijdschap meebrengt, vreugde in God door Jezus Christus en ook zuivering van de onderlinge verhoudingen. Mannen en vrouwen, ouders kinderen, werkgevers en werknemers krijgen allen hun plaats in het rechte geestelijke leven. Voor hij nu zijn brief besluit wil hij het toch met nadruk nog hebben over de strijd die het geestelijke leven is. En u merkt dan dat het een het ander niet uitsluit. Vervulling met de Heilige Geest zal nooit kunnen betekenen dat we hier op aarde de strijd al te boven zouden zijn. Alles wat de apostel hier noemt is deel van dat ene onverdeelde leven uit Christus. Ook de strijd hoort er helemaal bij.

Opmerkelijk is hoe de apostel die strijd hier aanduidt. We lezen dat in vers 12. Wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed. Bij dat woord kunnen we denken aan een paar boksers of worstelaars die tegenover elkaar staan in de ring. Het is een heel persoonlijk gevecht. Je staat met de vijand oog in oog. Natuurlijk staan we er als christenen ook samen voor. En we mogen elkaar bemoedigen en aanvuren. Maar we kunnen de geloofsstrijd niet aan een ander overlaten. We komen er zelf voor te staan. De vijand heeft het op ons heel persoonlijk gemunt. We staan samen met hem in de ring. We kunnen hem niet ontlopen, daar moeten we maar rekening mee houden.

De vijand

Er moet dus door iedere gelovige gestreden worden. Paulus vuurt ons aan om daarbij krachtig op te treden. Niet te versagen, maar altijd krachtig verzet te bieden. Om ons bij die strijd te helpen laat hij duidelijk zien wie de vijand is. In oorlogstijd spaart men er kosten noch moeite voor om er achter te komen wie de vijand precies is en wat hij van plan is. Grote sommen gelds worden er beloofd aan spionnen die achter de geheimen van de vijand weten te komen. Ik denk haast dat wij ons wel mogen schamen. Wat zijn we vaak zorgeloos en achteloos als het gaat. om onze vijanden. Neen, dan bedoel ik niet bepaalde mensen van wie we denken dat ze tegen ons zijn, die houden we vaak heel nauwkeurig in de gaten. En we meten hun ondeugden en zwakke punten breed uit. Maar onze geestelijke vijanden daar besteden we meestal niet zo'n aandacht aan. Maar de HEERE wil door Zijn Woord en Geest onze ogen en harten er wel voor openen. En dan is het eerste wat van die vijand uit dit Bijbelgedeelte naar ons toekomt dit, dat hij een reële vijand is.

Als het over de duivel gaat vechten we echt niet tegen windmolens. Velen vandaag aan de dag willen ons dat wijs maken. Zelfs theologen. De duivel, ach daar moet je je niet zo druk om maken, die bestaat niet. Duivelgeloof dat is achterhaald, dat stamt uit de middeleeuwen toen ze nog in spoken

geloofden ook. Maar u moet het maar rekenen tot de beste taktiek van de duivel dat hij mens laat geloven dat hij niet bestaat. Dan kan hij immers ongemerkt en onbelemmerd zijn gang gaan.

We hebben onze strijd te voeren tegen een werkelijke vijand. In onze tekstwoorden worden zijn namen opgesomd. In vers 11 lezen wij van de duivel. Dat is in de Bijbel een gangbare naam. Die naam zegt meteen iets van zijn aard. Duivel komt van een grieks woord dat lasteren betekent, kwaad spreken, verdacht maken. Het komt heel kenmerkend naar voren in het paradijs. Daar heeft hij God verdacht gemaakt, als iemand die maar tegen de mens had gezegd dat hij zou sterven, terwijl hij in werkelijkheid bang was dat die mens hem gelijk zou worden. God en Zijn Woord verdacht maken, dat is nu typisch het werk van de duivel.

De duivel, dat is onze vijand. En Paulus zegt onderschat hem niet. We hebben de strijd niet tegen vlees en bloed. Vlees en bloed, dat is tenmniste nog konkreet, daar heb je enigszins houvast aan. Dat kun je in de gaten houden. Bovendien vlees en bloed is zwak, aan het verderf onderhevig. De Heere Jezus heeft Zelf ook gezegd dat we niet bang moeten zijn voor mensen die slechts het lichaam kunnen doden, maar veel meer voor hem die beide lichaam en ziel kan verderven in de hel. Paulus zegt: Met de vijand in de geestelijke worstelstrijd is het allemaal niet zo konkreet en tastbaar. Daar heb je niet zo gemakkelijk houvast aan. Die kan je zomaar bespringen van alle kanten.

En dan somt de apostel verder op: Het zijn de overheden, de machten, de geweldhebbers van deze wereld, de geestelijke boosheden in de lucht. De vorst der duisternis heeft een heel legioen van demonische machten tot zijn beschikking. Ze zijn om ons heen, boven ons, in ons. Ze oefenen hun invloed uit op de geestelijke atmosfeer. En het is een geduchte invloed. En wij tasten die om ons heen.

Allerlei demonische machten spannen zich tot het uiterste in om de gemeente van Christus te ondermijnen en zo mogelijk te vernietigen. En wat gaan ze daarbij listig te werk. Geheime agenten willen graag weten wie de vijand is, maar ook wat zijn methoden zijn. Paulus vertelt ons daar iets over. Hij spreekt van de listige omleidingen van de duivel. Wat is hij slim! Wat staan hem een kunstgrepen ter beschikking. Hij is een wolf in schaapskleren, ja hij doet zich voor als een engel des lichts. Hij kan ons in de waan brengen dat we heel vroom en christelijk bezig zijn, terwijl we intussen niet an ders doen dan wat hem behaagt. We kunnen met onze progressieve ideeën of met onze konservatieve de gemeente zo verstoren dat er maar een is die in zijn vuistje lacht. De duivel kent de Bijbel soms nog beter dan wij zelf. Allerlei vrome woorden staan hem ter beschikking als hij ons maar van Christus af kan houden. Denkt u er maar aan hoe hij ook de Heere Jezus met een bijbelwoord dacht te kunnen verleiden. De HEERE had toch gezegd dat Hij Zijn engelen zou gebieden om de rechtvaardige op de handen te dragen, nu kon Jezus toch best van het dak van de tempel afspringen. Dan zou hij nog eens tonen wat z'n geloof waard was.

Zo gaat de duivel te werk. Hij is niet voor een gat te vangen. Hij verstaat zelfs de kunst ons met onze ootmoed hoogmoedig te maken. Tenslotte zegt Paulus nog iets over de tijd waarop ze aanvallen. In vers 13 lezen we: Opdat gii kunt weerstaan in de boze dag. Sommigen denken daarbij aan de grote verdrukking. De tijd vlak voor de wederkomst van Christus, waarin de duivel nog een keer haast onbeteugeld zijn gang zal kunnen gaan. Maar we kunnen ook denken aan de ganse tijd voor de wederkomst van Christus. Zolang Christus nog niet is verschenen blijven de dagen boos. Staan wij onder voortdurend spervuur van de satan en kan onze waakzaamheid niet verslappen.

De bestrijding

Maar hoe moeten we deze geweldige vijand met zijn listen en lagen nu te lijf? In de strijd is het ook van het allergrootste belang dat je weet wat je tegen een vijand beginnen moet. Hoe je hem aan moet pakken. Welke wapens je tegen hem in moet zetten. Paulus zegt: Doet aan de gehele wapenrusting Gods. Met je eigen wapenrusting begin je niets. Vleselijke wapenen mogen tegen vlees en bloed nog wat kunnen uitrichten, in deze strijd gaat het niet om vlees en bloed. Hier moeten andere wapenen aan te pas komen. Geestelijke wapenen, goddelijke wapenen, wapenen van God. Daar zijn wij niet altijd direkt aan toe. We menen soms met onze verdedigingssystemen nog een heel eind te komen. Wij

zullen de waarheid wel eens verdedigen. Onze vaandels heffen wij hoog, de gelederen van onze partij en onze richting sluiten we nauw. En de satan lacht in z'n vuistje. Met die vleselijke wapenen van ons heeft hij geen enkele moeite. En daar komen we wel achter ook. Op de puinhopen van wat wij er van gemaakt hebben. Maar juist op de puinhopen van onze verdediging komt er ruimte voor de wapenrusting Gods. Wij zijn in onszelf ai zo zwak, dat we niet één ogenblik kunnen bestaan. Weerloze slachtschapen van Christus. Maar de HEERE God laat ons niet onbeschermd. Hij heeft voor ons een heel wapenarsenaal klaar liggen. Het woord dat hiervoor wapenrusting gebruikt wordt duidde in het dagelijks spraakgebruik op de uitrusting van een zwaarbewapende soldaat.

Die uitrusting ligt klaar in het wapenhuis Gods. Neen, het zijn geen geweren of kanonnen, het zijn al de deugden en werkzaamheden die horen bij het christelijk leven. Het is de waarheid, de gerechtigheid, de verkondiging van het evangelie, het zijn het geloof en de hoop en het Woord van God. Al die gaven en schatten die de Heere Jezus Christus heeft verworven en die Hij zo graag kwijt wil. Wij hoeven voor die wapenen geen miljoenen op onze defensiebegroting te zetten. We hoeven er ook geen geheime transakties voor te sluiten, geen politieke intriges voor op touw te zetten. We mogen met onze armoede en onze weerloosheid komen tot Hem. Hij wil alles graag aan ons kwijt.

Een voorwaarde is er wel. Vertrouwen in zijn wapenen. En dat spreekt op geen enkele manier vanzelf. Want het lijkt allemaal niet zoveel en niet zo indrukwekkend wat Christus ons aanreikt.

Maar toch in de Naam des HEEREN met de wapenrusting Gods zullen we kloeke daden doen. En let u dan op dat we met een beetje niet toekunnen. Er staat de gehele wapenrusting. Niet zeggen: Ik heb aan het schild van het geloof wel genoeg. Dat kan heel stoer gelovig lijken, het is zorgeloosheid. Als God in Christus dat allemaal aanreikt dan zullen we dat allemaal ook moeten en mogen gebruiken. Met minder kunnen we in de geestelijke strijd niet toe. Zo staat er ook in vers 13 dat we met die wapenen alles verricht moeten hebben. Niet maar één keer er mee slaan naar de vijand. Maar blijven aanvallen, blijven strijden. Alles wat bij die strijd hoort doen. Als een overwonnen gebied niet wordt uitgekamd op sluipschutters en dergelijke komt dat de overwinnaar duur te staan. Alles moet gedaan worden. Zo is het ook in de strijd tegen de boze, alle wapens moeten worden ingezet. En die wapens moeten ook helemaal gebruikt worden opdat we staande mogen blijven in de boze dag.

In verband met dat staan blijven nog een opmerkelijk ding. De wapens die hier genoemd worden zijn allen naar voren gericht. Wie zich omdraait en op de vlucht slaat heeft geen bescherming meer. Des te dringender is het nodig om staande te blijven, om de positie te verdedigen. En we mogen weten: We strijden niet voor een verloren zaak, maar voor een gewonnen zaak. De HEERE laat ons niet onbeschermd. Hij reikt ons een hele wapenrusting aan. Maar wat meer is, Hij heeft Zelf in Christus de strijd gestreden. We moesten het er allemaal bij laten zitten. We hebben het allang verloren vanwege onze zonde. Van huis uit hebben we niet eens zin in de strijd. We laten ons als willoze slachtoffers meevoeren. Aangrijpend schrijft de profeet Jesaja daarover: Omdat Hij zag dat er niemand was zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was. Daarom bracht Hem Zijn arm heil aan.

Christus Zelf is in het vijandelijk kamp binnengedrongen. Hij heeft de vijand in eigen hoofdkwartier verslagen. En van al die machten die de apostel hier opsomt heeft hij in hoofdstuk allang gezegd, dat ze aan Christus onderworpen zijn. Voor wie bij Christus schuilt mag gelden: Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht. De vijand kan nog heel wat uitspoken in je leven, maar heersen kan hij niet meer, nooit meer. Want dit is de overwinning die de wereld overwint namelijk ons geloof. Dat geloof dat een weerloos bestaan bergt in de burcht Christus.

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht.

Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht! Wij steken 't Hoofd om hoog, en zullen d' eerkroon dragen.

Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen, Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven.

En onze Koning is van Isrels God gegeven.

W.

K.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Geen kalme reis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken