Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het geheim van Zijn verbrijzeling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het geheim van Zijn verbrijzeling

12 minuten leestijd

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Jes. 53 : 5

het geheim miskend

De profeet spreekt van de Knecht des HEEREN. Het gaat over de toekomst. Het zal een toekomst zijn vol van het heil des HEEREN. Hij spreekt over die toekomst tot een volk in ballingschap. Een volk dat ligt onder de oordelen Gods. Een volk dat het eigenlijk niet meer ziet zitten. Dat er niets meer van verwacht. Van God en Zijn verbond. Het hoeft voor hen allemaal niet meer. Ze geloven het niet meer. En het is niet onmogelijk dat de profeet om zijn boodschap is uitgelachen en miskend. Dat ze tegen hem gezegd hebben: Man, waar praat je over. Dat is toch voorbij. Van de HEERE hebben we niets meer te verwachten, we moeten ons nu maar schikken in onze omstandigheden hier in Babyion. En eigenlijk willen we niet anders ook. Daar moet de profeet aan geleden hebben. Maar dan verheft zich zijn profetie. De heilrijke toekomst van God zal komen met de Knecht des HEEREN. De profeet heeft al eerder van Hem gesproken. Hij zal de gunsteling Gods zijn. Hij zal voor Hem optreden. In Hem zal God zelf komen en Zijn heil nabij brengen. Maar Hij komt incognito.

De profeet spreekt over die toekomst alsof ze al gekomen is. Maar wat is het allemaal onbeduidend en weinig indrukwekkend. Een takje dat uit de dorre aarde omhoog komt en waar niemand oplet. Een grote teleurstelling zal het worden die Knecht des HEEREN. Hij zal veracht zijn. Men zal de neus voor hem ophalen. Niemand zal het een eer vinden om in Zijn nabijheid te verkeren. Geen enkele waardigheid zal Hem sieren.

En, zegt de profeet, we zullen niet in de gaten hebben wie Hij is en wat er met Hem aan de hand is. We zullen denken dat Hij zijn verdiende straf krijgt. Wij achten Hem dat Hij geplaagd en door God geslagen en verdrukt was. We zullen denken dat het van zelf spreekt dat God zo iemand zijn zonden thuisbrengt.

We hoeven elkaar niet op te houden met allerlei theorieën over wie de Knecht des HEEREN is. De evangelisten getuigen er van. Het is de Heere Jezus Christus. En wat is dit woord van de oude profeet in Hem vervuld. Veracht en onwaardig, inderdaad, dat was Hij. Hij lag als baby in een voerbak van het vee. Later haalden de deftige geestelijke leiders hun neus voor Hem op. Hij de Messias? Moet je eens zien, Hij eet met tollenaren en zondaren. Hij kan toch de Knecht niet zijn. En toen Hij hing aan het kruis vonden ze dat zijn verdiende loon. Hij had God toch immers gelasterd. „Hij is van God geslagen en verdrukt." Dat komt er nu van als je zulke hoge pretenties voert. Dat is je eigen schuld.

Jezus is verdrietig miskend door Zijn volk. En door ons? Wij gaan in deze w r eken Zijn lijden en sterven overdenken. We hebben er misschien al zoveel en zo vaak van gehoord. Maar kennen wij het eigenlijk geheim? Van deze komst Gods? Dit verborgene, dit incognito Gods? Hij heeft Zichzelf vernietigd en Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en Hij heeft zich vernederd tot in de dood van het kruis. Hebt u er wel eens echt over nagedacht waarom dat nu eigenlijk zo ging en zo moest? Of bent u nooit verder gekomen dan dat u wat meewarig het hoofd schudde. Jezus is voor u de zielige figuur, het beeld van al wat lijdt en ellendig is op deze wereld. En zo spreekt het u ook wel aan, dat kruis van Jezus. Maar dat kruis van Jezus spreekt ons niet aan, het spreekt ons tegen.

het geheim geopenbaard

Hoor maar wat de profeet zegt: Wij achten Hem dat Hij geplaagd en van God geslagen en verdrukt was, maar het is heel anders. Het heeft alles te maken met ons. Om onze overtredingen is Hij verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. Vandaar die verborgenheid, vandaar dat incognito. Vandaar dat Hij niet kwam op een zegewagen. Vandaar dat Hij niet omringd werd door juichende menigten. Vandaar dat Hij een Kind was in een krib, een kruiseling. Om onze overtredingen, om onze ongerechtigheden!

Wij komen met het kruis van Christus altijd bij onze zonden uit. Die worden ons aangewezen. Daarom is de lijdensoverdenking beschamend en ontdekkend. Als het gaat om leed en verdriet kunnen we altijd nog buiten schot blijven. We hebben medelijden, we proberen er een verklaring voor te vinden. Het zal toch wel ergens goed voor zijn. Het hoort er op de een of andere manier toch ook een beetje bij. Maar het gaat bij Jezus' lijden niet om leed en verdriet in het algemeen. Het gaat om schuld, om ónze schuld, die van u en die van mij.

Er zijn verschillende woorden voor zonde in de Bijbel. De woorden die de profeet gebruikt laten wel duidelijk uitkomen dat onze zonde niet een onschuldig iets is. Niet een ongelukkig lot, een ellendige samenloop van omstandigheden. Nee, de zonde is opstand tegen de HEERE God, boosaardig verzet tegen Hem. We keerden en keren ons tegen Hem en al wat van Hem is. Zijn inzettingen treden we met onze voeten. We slaan Zijn woorden in. de wind. We maken zelf uit hoe we leven zullen en wat we geloven zullen.

Overtredingen en ongerechtigheden, daardoor is ons aller leven getekend. Het is de korte samenvatting van ons bestaan voor God. En laten we niet denken dat als we kerkelijk zijn en netjes en fatsoenlijk dat dat voor ons dan niet geldt. Aan de buitenkant kunnen we het heel mooi versierd hebben, terwijl van binnen het verzet en de vijandschap woeden. We gaan soms met God om zoals met mensen aan wie we een vreselijke hekel hebben, maar van wie we toch min of meer afhankelijk zijn. We doen heel vriendelijk en beleefd, maar van binnen is er de weerzin, het verzet.

Overtredingen en ongerechtigheden, dat is het oordeel Gods, dat over ons leven vaart als wij gaan op de lijdensweg achter Christus. En de vraag die voor ons achter-

blijft is: Laten wij ons veroordelen? Vallen wij dat nederig en ootmoedig toe? Ik zeg toch geen nieuws als ik zeg dat dat allerminst vanzelfspreekt. Als we onszelf daarin willen kennen moeten we maar eens naar onze kinderen kijken: Ze hebben het niet gedaan, ze hebben de schuld niet, zoiets zouden zij nooit doen, hoe kunnen papa en mama dat nu denken. Ze wijzen naar een ander. Die wel, maar zij niet. En zoals die kinderen, zo zijn wij grote mensen. O ja, w r e verbergen het allemaal een beetje beter. Maar het is er niet minder erg om. Je hoofd buigen dat doe je toch zo maar niet. Dat hoofd houd je recht op, want je bent een fatsoenlijk gelovig christenmens. En wie durft er wat van je te zeggen?

Onze overtredingen, onze ongerechtigheden. Dat wordt ons aangewezen om daaronder te buigen voor God. Want daar gaat het tenslotte om. We zijn wel eens bezig met onze inleving van de zonde. En we zitten er over te tobben of dat wel echt en volkomen is. En ongetwijfeld is er ook onze inleving vaa de zonde en ons berouw. Maar we kunnen daar zo krampachtig op gericht zijn dat we meer letten op ons gevoel van de zonde dan op Gods oordeel over ons leven. Net als een beklaagde die zo bezig is met zich zelf dat hij amper hoort wat de rechter over hem uitspreekt.

Het gaat niet in de eerste plaats om ons gevoel, het gaat om dat wat God in Zijn Woord ons aanzegt, over ons uitspreekt. Overtredingen, ongerechtigheden. Daarmee worden wij aan de kaak gesteld. En de Heilige Geest Gods draagt dat Woord onze levens binnen. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en van oordeel. We kunnen onszelf niet meer ophouden. We komen alles te kort, zelfs berouw en ootmoed, maar we vallen het woord van God toe. We leren het belijden: Mijn overtredingen, mijn ongerechtigheden. Ik ben die man, die vrouw.

De Knecht des HEEREN, de Heere Jezus Christus houdt zich verborgen, Hij komt incognito. Hij komt als de verachte, de onwaardige Man van smarten. En dat heeft te maken met onze ongerechtigheden. Maar hoe dan precies? Er zijn verklaarders die leggen er de nadruk op dat onze zonden de oorzaak zijn van Zijn smarten. Je zou dan kunnen vertalen: Hij is door onze ongerechtigheden verwond. Zij waren er de oorzaak van. Zoals een bepaalde virus de oorzaak kan zijn dat je ziek wordt. Konkreet kunnen we dan denken aan wat de overpriesters en de Schriftgeleerden gedaan hebben. Hun jalouzie, hun haat, hun slinksheid hebben Jezus tenslotte aan het kruis gebracht. Ze konden Hem niet verdragen, Hij moest sterven.

En onwillekeurig denken we dan aan dat indringende gedicht van Revius: 't En zijn de joden niet, Heer Jesu, die U kruisten. Wat moesten we dat toch veel meer beseffen. Als we wat lelijks zeggen van een ander, vlechten we de doornenkroon van Christus. Als we ons laten gaan in onze vleselijke lusten slaan we een spijker door Zijn hand. Maar we moeten nog dieper gaan. Onze zonden zijn niet alleen de oorzaak van Jezus' lijden, ze zijn vooral ook het motief. Hij is óm onze overtredingen verwond en om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.

Heel duidelijk wordt dat door de profeet aangeduid als hij zegt: de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem. God kan en wil de zonde niet ongestraft laten. Zijn liefde is geen slappe vage liefde. Zijn liefde is heilig. En als er inbreuk is gemaakt op Zijn recht dan kan dat niet zomaar passeren.

Dan wil Hij niet doen alsof er niets is gebeurd. God Iaat de zonde niet ongestraft.

We moeten dat toch wel bedenken als we over de zonde een beetje achteloos en onverschillig doen. Ach, allemaal toch zo erg niet. Het loopt zo'n vaart niet. Dat loopt het wel. We krijgen er de heilige majesteit van God in tegen. Gods toorn ontsteekt tegen ons. Gods toorn die verteert. We vergaan door Uw toorn en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt, klaagt Mozes in psalm 90.

En nu dat wonderlijke: De straf was op Hem. Hij heeft Zich voor onze zonden laten straffen. Hij is in onze plaats getreden. Daarom heeft Hij Zich laten binden en gevangen nemen in de hof van Gethsémané.

Daarom heeft Hij Zich in het rechthuis van Kajafas laten spuwen en slaan. Door de soldaten van Pilatus laten geselen en aan het kruis spijkeren. Om onze ongerechtigheden werd Hij verbrijzeld. Niet alleen maar uiterlijk, maar vooral ook innerlijk omdat Hij Zijn God en Vader tegen kreeg en uit moest roepen dat die Hem verlaten had.

God is een God die Zich verborgen houdt. Hij komt incognito. Hij komt zo incognito dat Hij Zich stelt in onze plaats. Waar wij hadden moeten staan stond Hij. Waar wij hadden moeten hangen hing Hij. Dat slaat al onze voorstellingen. Mogelijk zal iemand nog bestaan voor een goede te sterven. Maar Jezus sterft voor zondaren als u en ik.

de vrucht van het geheim

Daar mogen wij ons aan kwijt raken, ootmoedig en verwonderd. Dat Hij dat toch wilde! Paulus roemt: Christus is voor ons gestorven toen wij nog vijanden waren. En wat blijft er dan voor ons over.? De profeet zegt hier vrede en genezing. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem. Letterlijk 5taat er in het hebreeuws: de straf van onze vrede. Wonderlijke uitdrukking. Hoe kan dat nu straf en vrede, straf en heil. Straf dat is toch alleen maar onheil en onvrede. Jawel dat was de straf voor de Knecht des HEE-REN ook. Maar zo juist, vrede voor allen die het van Hem verwachten. Vrede in de volle en rijke zin van het woord.

Niet maar dat het een tijdje rustig is, dat er geen politieke spanningen meer zijn of dat de tegenstellingen in een gezin niet meer zo op de spits gedreven worden. Dat is ook vrede. Maar het is zo'n wankel evenwicht. Ineens is het er weer, ineens barst de ruzie weer los, ineens neemt de oorlogsdreiging weer toe. Maar deze vrede is eeuwig. Het is vrede met God. Paulus getuigt: Wij dan gerechtvaardigd door het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Dat is vrede die alle verstand te boven , gaat. De vrede die gevonden wordt bij het kruis. Het is goed met God, het is eeuwig goed. En dan zingt de apostel Paulus: Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn.? Die ook Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar heeft Hem voor ons overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken.?

Er kunnen verdrukkingen zijn en benauwdheden. Er kan honger zijn, gevaar of zwaard. Er kan een weg zijn van afbraak en van verlies, ik kan er zwaar onder door moeten en toch in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars. En hoe dan? Nee, niet omdat - we zelf zo flink zijn, omdat we zelf zo'n uithoudingsvermogen hebben, maar alleen door Hem die ons heeft liefgehad tot in de dood van het kruis.

En dat is dan ook de genezing waar onze tekst van spreekt. U bent genezen verklaard, zegt de dokter. Er is niets meer te vinden. Ach, u gelooft het maar amper, er was kanker en u had zich al op het ergste voorbereid. Genezen verklaard, hoe is het mogelijk.

Wie het van Christus verwacht is genezen verklaard van de kanker van de zonde. Voor goed. Dat kan er niet meer tussen komen. Dat is uit het midden weggenomen. Vrede bij God. Genezen door de striemen van Christus om te leven, eeuwig te leven met Hem.

Mijn God. U zal ik eeuwig loven, omdat Gij 't hebt gedaan! 'k Verwacht uw trouwe hulp van boven; uw waarheid zal bestaan. Uw naam is voor 't oprecht gemoed van al uw gunstvolk goed.

K.

W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1989

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Het geheim van Zijn verbrijzeling

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1989

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken