Bekijk het origineel

Het is volbracht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het is volbracht

8 minuten leestijd

MEDITATIE

„Toen Jezus dan de edik genomen had zeide Hij: et is volbracht! En het hoofd buigende gaf de geest." Joh. 19 : 30

Het zesde kruiswoord staat in het middelpunt van de geschiedenis. Op de eerste bladzijde van de bijbel lezen we: alzo zijn volbracht de hemel en de aarde en al hun heir. Op één van de laatste bladzijden van de bijbel staat: het is geschied. En tussen dat begin en dat einde staat het kruis van Golgotha, en ook van dat kruis heeft het geklonken: het is volbracht. Dat zegt Hij Die de Eerste en de Laatste is, het Begin en het Einde.

Eén van de laatste woorden van een Stervende... Maar wat een verschil met een gewoon sterfbed... In de sterfkamer zijn meestal slechts een paar nabestaanden aanwezig. Sterven is geen kijkspel. Maar Jezus sterft publiek, ten aanschouwe van het hele volk. Wij moeten vaak de oren spitsen om nog een laatste woord van de stervende lippen op te vangen. Maar de stem van Jezus klinkt over heel de heuvel Golgotha.

En het woord dat Hij spreekt bevat de volle zaligheid. Iemand heeft gezegd: het is het aangenaamste woord voor de Vader, het verschrikkelijkste woord voor de duivel, en het zaligste woord voor verloren zondaren.

De Profeet Die de Schrift vervult

In dit kruiswoord spreekt de hoogste Profeet. Hij hééft al zo veel gesproken. Hij is immers gekomen om ons de weg van God tot onze verlossing te openbaren? Maar aan het kruis spreekt Hij nog. Ook de kruiswoorden zijn profetische woorden. Ook als Hij hangt te sterven geldt het nóg van Hem: Hij is niet gekomen om de wet en de profeten te ontbinden, maar om die te vervullen.

Alles moet volbracht worden. Ook wanneer Hij in het vorige kruiswoord geklaagd heeft over dorst, dan vervulde Hij daarmee de Schriften. Want niemand reikte Hem een druppel water aan. Inplaats daarvan stak één van de soldaten een rietstengel omhoog met een spons, doordrenkt met edik, een soort zure wijn. En op dat moment ging de Schrift in vervulling: zij hebben Mij gal tot Mijn spijs gegeven en in Mijn dorst hebben zij Mij edik te drinken gegeven.

Wat nog niemand op deze heuvel weet, dat weet Jezus. Dit is het laatste, dan is Zijn werk af. Dat weet Hij als de hoogste Profeet door de eeuwige Geest Die op Hem rust. Dat weet Hij door een rotsvast geloof in de Schriften van het Oude Testament, het Woord van Zijn Vader.

Jezus heeft de edik gedronken, naar de Schriften. Want de Schriften getuigen dat wij door onze zonden de Springader van levend water hebben verlaten. Dat wij onszelf gebroken bakken hebben uitgehouwen, die geen water houden. En dat wij daarom voor eeuwig van dorst zouden moeten versmachten.

En nu hangt Hij daar, Die de Bron des levens is. Versmachtend van dorst. Voor Hem is er geen lafenis. Voor Hem is er niets dan een druppel zure wijn. En Hij drinkt ze. Opdat de Schriften vervuld worden. En opdat er een Fontein geopend zou zijn, springende tot in het eeuwige leven.

Nu staat Hij midden onder ons, en Hij nodigt: zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke! Die dorst heeft kome, en die wil neme het water des levens om niet!

2. De Priester Die het offer brengt

In dit kruiswoord horen we ook de stem van de Priester Die Zichzelf heeft geofferd op het altaar van het kruis. Hij moet nog sterven. Maar voor Hij sterft zal Hij bekend maken dat Zijn werk af is, dat Hij Zijn taak heeft volbracht.

De grote Hogepriester heeft alles gedaan wat er bij God te doen was om de zonde van het volk te verzoenen. Wat Hij al gebeden heeft in het Hogepriesterlijk gebed: Vader, Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen - dat onderstreept Hij nogeens, vlak voor Zijn sterven: het is volbracht.

Eigenlijk staat er maar één woord. Het woord dat geschreven werd onder een rekening die betaald was: voldaan! Er is niets meer te eisen. De schuld is betaald, tot de laatste penning toe.

Niet Zijn werk als Messias is volbracht. Want in de hemel is Hij nog de Voorbidder, treedt Hij nog met Zijn volmaakte offerande voor het aangezicht van Zijn Vader. Maar de verzoening door voldoening is volbracht. Hij heeft genoeggedaan aan de gerechtigheid van God. Genoegdoening gegeven aan de eis van de wet. De zonde is verzoend. De schuld is betaald. De toorn van God is geblust. De duivel is zijn vangst ontnomen. De dood is verslonden tot overwinning. Kortom, heel de zaligheid is verdiend. Dat werk is àf.

Maar Hij zegt niet: Ik heb het volbracht. Hij zoekt Zichzelf niet. Het gaat Hem om de eer van Zijn Vader. Tot aan het kruis toe is het Zijn spijs, de wil te doen van Hem Die Hem gezonden heeft. Niet Zijn plan is uitgevoerd, maar de raad van God tot verlossing van zondaren.

Het is volbracht! Dat wordt uitgesproken tegenover de eisende en vloekende wet. De wet die zei: betaal wat gij schuldig zijt. En die dreigde: vervloekt is een ieder die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Die wet kan tevreden zijn. Aan haar eisen is voldaan.

Het is volbracht! Dat is ook gericht aan de duivel, die steeds weer geprobeerd heeft Christus van de weg naar Golgotha af te houden. Maar het is niet gelukt. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.

Het is volbracht. Dat woord is ook bestemd voor de omstanders. Voor Zijn vijanden en voor Zijn vrienden. Maar wie verstaat het op dit ogenblik? Zijn vijanden niet, want die denken dat Zijn Rijk nu uit is. En Zijn vrienden ook niet, want die zitten in zak en as.

Hebben wij het begrepen? Dat de volkomen ZaUgmaker een volkomen werk heeft gedaan? Hoe zullen wij ontvlieden indien wij op deze grote zaligheid geen acht geven?

Maar wat een troost bevat dit woord voor mensen die nooit klaar zijn met hun werk. Die het maar niet af kunnen krijgen. Die altijd denken dat er nóg meer bij moet. Heere, hebt u gezegd, heb geduld met mij en ik zal U alles betalen. Maar uw schuld werd met de dag groter. En de Heere eist het volle pond. En al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed... Hoe komt u ooit uit die schuld?

Luister naar de stervende Borg: het is volbracht. De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan, ook ziet Gij geen van hunne zonden aan.

HIJ heeft door Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige Testament, het Verbond der genade en der verzoening besloten toen Hij zeide: het is volbracht.

3. De Koning Die de overwinning behaalt

In dit kruiswoord klinkt ook de triomf van de Koning Die overwonnen heeft. Hij voegt immers de daad bij het woord? Hij laat zien dat het waar is wat Hij heeft gezegd: Ik heb macht Mijn leven af te leggen.

Nu buigt Hij het hoofd en geeft de geest. Dat is toch anders dan Simson, die in een laatste krachtsinspanning de pilaren van de tempel van Dagon greep, en in zijn sterven met vijanden doodde dan hij in zijn leven had gedaan. Hier is er Eén, sterker dan Simson. Hij behaalt de overwinning niet in Zijn dood, maar vóór Zijn dood. En door Zijn sterven doodt Hij Zijn vijanden niet, maar in Zijn sterven ligt juist de kracht om hen levend te maken.

Daar zijn geen woorden voor te vinden: Christus, toen wij nog krachteloos waren is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Hij Die Zelf het Leven is legt het leven af. Hij Die ons de adem des levens heeft ingeblazen. Hij blaast Zelf de laatste adem uit. Hij Die nooit zonde gekend of gedaan heeft, ondergaat Zelf het gevolg van de zonde, de dood.

Maar daardoor is ook de dood verslonden tot overwinning.

Daar hangt nu het ontzielde lichaam van de Levensvorst. Zijn handen die zoveel zegen verspreidden zijn doorboord. Zijn voeten die door het land gingen zijn door nageld. Zijn mond, die altijd sprak tot Gods eer, zwijgt.

Maar Gode zij dank, niet voorgoed. Want Hij heeft gezegd: IK leef en gij zult leven. Zo horen we in dit kruisdood al de eerste tonen van een PaasUed: nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan.

Als u het leven zoekt, dan moet u hier zijn, bij de gestorven ZaUgmaker. Zijn dood is het leven voor mensen die midden in de dood liggen. Niemand hoeft in zijn zonde te sterven.

En als u zich afgetobd hebt met werken, houdt u er maar mee op. Want wie niet meer werkt, maar gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt, die wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.

Als ik zie wie ik ben en wat ik gedaan heb, dan ben ik verloren. Maar als ik zie Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft, dan ben ik behouden. Wees gegroet, kruis, onze enige hoop.

Op die genade mogen we leven en sterven. Ook sterven, want Jezus leeft, en nu is de dood ons een doorgang tot het leven.

Ach, wanneer het oog eens breekt 't Angstig doodzweet van mij leekt. Dat Uw bloed mijn hoop dan wekke. En mijn schuld voor God bedekke.

W.v.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1995

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Het is volbracht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1995

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken