Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een parel uit de schat der Kerk (51)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een parel uit de schat der Kerk (51)

9 minuten leestijd

GELOOFSLEVEN

„Nadat God ons eenmaal in Zijn huisgezin heeft ontvangen en dat niet om ons alleen te beschouwen als Zijn dienstknechten, maar als Zijn kinderen, neemt Hij ook, om de rol te vervullen van een zeer goede huisvader, die voor zijn kroost bezorgd is, op Zich om ons de ganse loop van ons leven te voeden" (Inst. XVIII - 1.1).

Met deze woorden, die wel zeer nodigend klinken, leidt Calvijn in de Institutie het onderwijs met betrekking tot 't Heilig Avondmaal in. Het is echter te vrezen dat de avondmaalstafel nogal eens gezien wordt als een plaats van zodanige heiligheid Gods, dat velen er van weerhouden worden om daar de geloofsgemeenschap met Christus te smaken, en te zien dat de Heere goed is. God troont daar niet als Rechter maar als een Vader voor Zijn kinderen. Het Avondmaal is wel heilig, maar dan in die betekenis dat we eerbied zullen tonen waar de Heere woont. En Hij woont onder de lofzangen van Israël. De maaltijd des Heer en straalt met name Gods goedertierenheid en barmhartigheid uit.

De maaltijd des Heeren

Calvijn moedigt aan en zegt: Laten we nu over het Heilig Avondmaal spreken en wat de betekenis er van is. (340) Het antwoord treft het hart van de zaak. Onze Heere Je- zus Christus heeft het ingesteld om ons te verzekeren, dat door de gemeenschap met Zijn lichaam en Zijn bloed onze zielen gevoed worden in de hoop op het eeuwige le­ven.

Door de verzekering van het geloof worden wij gesterkt in de wetenschap dat het offer van Christus' lichaam en bloed op de kruisheuvel Golgotha spreekt van Gods hartelijke liefde en trouw jegens Zijn kinderen. Het wil tevens zeggen dat we de zekerheid van ons kindschap Gods niet in onszelf moeten zoeken, maar in Christus Jezus. Het moge dan dikwijls een aangevochten zekerheid zijn, maar die aanvechtingen nemen de zekerheid niet weg. Integendeel, we worden temeer geworpen op de enige grond onzer zaligheid.

Gevolg is dat de hoop op het eeuwige leven opbloeit. Dat leven is in Gods Zoon. Bij Calvijn - en hij volgt hierin de Schrift - heeft de hoop dus niet dat nevelachtige en onzekere dat men weleens aantreft op rouwbrieven. Men is dan beducht om teveel van iemand die heenging te zeggen en men durft het , , in volle verzekerdheid des geloofs" niet aan. Men laat de zaak in het midden. Alsof hopen wel mag, maar geloven een stap te ver is. Beseft men wel voldoende dat de christelijke hoop uit het geloof geboren wordt? De hoop om het eeuwige leven mag door genade zeggen:

Ik heb de vaste grond gevonden. Waarin mijn anker eeuwig hecht.

Onze zielen worden gevoed. Het woordje , , ziel" staat hier voor het mens-zijn. Naar Hchaam en ziel heeft God ons geschapen. In de eenheid van lichaam en ziel wordt de zondaar van zijn oude bestaan verlost. Met lichaam en ziel zijn de gelovigen het eigendom van Jezus Christus. Het hart wordt gesterkt door Gods genade en de voet wordt dan vaardig om het pad van Gods geboden te lopen. In de hoop gaat het richting het Vaderhuis hierboven, de volheid van zaligheid tegemoet. Maar hoeveel goeds en zekers het geloof en de hoop nu en hier reeds heeft, het blijft hier ten dele. Tijden van in­zinking en moedeloosheid zijn de hopende christen niet vreemd. Maar als er staat dat de maaltijd des Heeren onze zielen voedt, dan mogen we hieruit afleiden dat onze trouwe God daarop berekend is en we opnieuw moed mogen vatten op de pelgrimsreis, naar het woord gericht tot de ooit moedeloze Eha: , , Sta op en eet, want de weg zou voor u teveel zijn”.

Geestelijke voeding

Avondmaal vieren is gemeenschap hebben met het Hchaam en bloed van Christus. Soms wordt in de Bijbel gesproken van de gemeente van Christus als Zijn hchaam. Ook dat is een aspect van het Avondmaal. Maar primair en grondleggend is de geloofsgemeenschap met de gekruiste en opgestane Christus Zelf. De mystieke unie zoals weleens gezegd wordt. In de trant van de bruid uit het Hooghed: ijn Liefste is mijn, en ik ben de Zijne. Calvijn steekt met het onderwijs van het Avondmaal hier in. Terecht, gemeenschap met elkander is belangrijk, maar zij kan er alleen zijn als we gemeenschap hebben met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus (1 Joh. 1 : 3, 7). De vraag is gewettigd: aarom stelt de Heere ons Zijn lichaam voor door brood en Zijn bloed door wijn? (341)

Lichaam en bloed van Christus staan hier voor de persoon van Christus. In beeldende taal van brood en wijn wordt Jezus Christus ons voor ogen gesteld. Brood en wijn dienen om ons duidelijk te maken, dat dezelfde eigenschap, die het brood heeft ten opzichte van ons lichaam, namelijk om het te voeden en te onderhouden in dit sterfelijke leven, ook het lichaam (van Christus) heeft ten opzichte van onze zielen, d.w.z. om ze op geestelijke wijze te voeden en te verlevendigen. Evenzo dat, zoals de wijn de mens versterkt, herstelt en verblijdt naar het lichaam, zo Christus' bloed onze blijdschap, onze verkwikking en onze geestelijke kracht is.

Brood, het meest gewone dagelijkse voedsel versterkt de lichamelijke conditie en wijn is soms medicijn voor lichaam en voor geest. Wijn herstelt. Dat wist bijvoorbeeld Paulus ook als hij Timotheüs aanraadt om een weinig wijn te gebruiken ten behoeve van zijn lichamelijke zwakheden. De wijn heeft nog een andere eigenschap. Hij laat de mens opleven. Onze gedrukte geest verruimt en we zijn weer in staat om blij te zijn. De gemeenschap des geloofs met Christus geeft onze zielen nieuwe moed en kracht. Christus' bloed is onze blijdschap onze verkwikking. Het offer van Christus maakt ons vrij van zonde en schuld. Vrij ja, maar ook blij. Want groter vreugde dan te weten dan onze schuld vergeven, onze zonde verzoend is, en dat we zo alleen geborgen zijn in Gods liefde, is op aarde niet denkbaar. Spurgeon zegt: , , Toen ik wist dat Christus voor mij gestorven was en ik mij van alle zonde gewassen wist door Zijn bloed, sprong ik van blijdschap wel tienmaal in de lucht.”

Laten we die blijdschap toch niet wantrouwen als iemand niet met gebogen hoofd, maar in God verheugd laat merken aan de avondmaalsdis dat de blijdschap des Heeren zijn sterkte is. Calvijn is wat dat betreft niet zo terughoudend en hij houdt somberheid niet zonder meer voor echt. Het hoeft aan de ernst niet tekort te doen, maar in de gemeenschap met Christus, Die Zelf onze verkwikking en blijdschap is, overstijgen we alle sombere en ongelovige gevoelens. Ik zal, nee niet de beker vol bitterheid, maar de beker der verlossingen opnemen. Toe laat het aan uw blijdschap te merken zijn dat ge tot het Avondmaal niet nadert als tot een tastelijke berg, (Sinaï) vol duisternis en donkerheid en onweder, maar tot de Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat beter dingen spreekt dan Abel.

Ik las ergens van een christen wie het kwalijk werd genomen dat hij in God verheugd huppelde van zielevreugd. Weet u wat hij antwoordde? Ik ga toch niet naar een bruiloft met een dagvaarding in mijn zak! Er is ook zoiets als een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden. Van de eerste christengemeente lezen wij dat zij tezamen aten met verheuging en eenvoudigheid des harten. Wat moet de buitenwacht wel van mijn hemelse Vader denken als de blijdschap nooit eens het hart der vromen streelt?

Ontmoeting met Christus

Het valt op dat Calvijn sterk de nadruk legt op de gemeenschap met Christus. Hij doet dat om ons duidelijk te maken dat het Avondmaal meer is dan een symbolische maaltijd... Meer dan, zoals Zwingh het accent legde, een herinnering aan wat eenmaal op Golgotha is geschied... Het , , doe dat tot Mijn gedachtenis" heeft een plaats in het geloofsleven, in het bijzonder aan het Avondmaal. Maar de herinnering wordt het best levend gehouden door de gemeenschapsbeoefening. Christus wil niet op afstand blijven, maar Hij wil in ons wonen. Gij in mij en Ik in u. Er is een blijvende band tussen Christus en Zijn gemeente. Reeds de volgende vraag wijst ons in de richting van die gemeenschap. Wil je dus zeggen, dat wij werkelijk gemeenschap moeten hebben met het lichaam en bloed des Heeren? (342) En wat verstaat Calvijn dan onder die gemeenschap? Ik vat dit aldus op: Omdat alle vertrouwen van ons heil ligt in de gehoorzaamheid, die Christus aan God, Zijn Vader heeft betoond, moeten we, zal ze ons toegerekend zijn, alsof ze onze eigen gehoorzaamheid was. Hemzelf bezitten. Want Zijn gaven kunnen niet van ons zijn, als Hij niet eerst Zichzelf aan ons heeft gegeven.

Het is de oprechte gelovige te doen om het bezit van Christus, om een voortdurend leven uit Christus. Christus moet de onze zijn. Alleen in dat laatste geval zijn we onszelf aan Hem kwijtgeraakt en worden we ook niet zelfverzekerd. Houden we er toch rekening mee dat we niets van Christus kunnen bezitten als we Hemzelf niet bezitten. Hoe komt in de intermenselijke verhoudingen echte gemeenschap tot stand? In wederzijds vertrouwen, in het elkaar in alles je toevertrouwen. Prachtig zegt Calvijn hier: Christus geeft Zichzelf eerst aan ons. Hij schenkt Zich weg. Ik denk hier aan het woord uit de Heidelberger. Zo Christus onze volkomen Zaligmaker is, moeten wij ook alles in hem zoeken en vinden wat tot onze zaligheid nodig is. En dat alles is: Zijn gehoorzaamheid, mijn gehoorzaamheid, Zijn gerechtigheid mijn gerechtigheid. Het Avondmaal wil ons telkens verzekeren van de volkomenheid van Gods vergevende zondaarsliefde in Christus. Ja zo volkomen als had ik zelf alle gehoorzaamheid volbracht die Christus voor mij volbracht heeft. Gemeenschap met Christus door de Heilige Geest, Die in Christus en in ons woont, en alzo met Zijn heihg lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het dat Christus in de hemel is en wij op de aarde zijn, nochtans vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zijn... (H.C. antw. 76). Dat heet verborgen omgang met God. Dat is smaken en zien dat de Heere goed is.

H. V.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Een parel uit de schat der Kerk (51)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken