Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een parel uit de schat der Kerk (55)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een parel uit de schat der Kerk (55)

10 minuten leestijd

GELOOFSLEVEN

Grondig en geestelijk heeft Calvijn de ^betekenis van het Heilig Avondmaal uitgelegd. Het rechte inzicht is van groot belang voor het rechte gebruik van dit sacrament. In het slothoofdstuk van Calvijns Catechismus gaat hij in op de Avondmaalspraktijk. Aan de orde is:

De zelfbeproeving

Met de vraag: Hoe moet het Heilig Avondmaal op de rechte wijze worden gebruikt? (357) wordt aangegeven dat het Avondmaal gegeven is om het te gebruiken. Er is onder ons een (verkeerde) traditie gegroeid, waarbij het als min of meer vanzelfsprekend geworden is om geen gebruik te maken van het Avondmaal. Velen schijnen dat gewoon en zelfs beter (, , vromer"? ) te vinden niet aan het Avondmaal deel te nemen. Als je veel mensen zou vragen: voor wie is het Avondmaal ingesteld? , en je kijkt dan alleen maar naar de manier waarop zij met het Avondmaal omgaan, dan ben je geneigd om te zeggen: eigenlijk voor niemand. Hoeveel trouwe kerkgangers laten op de zondagmorgen als de gemeente samenkomt om de dood des Heeren te gedenken, het afweten. Men blijft gewoon thuis.

Het Avondmaal is toch voor bekeerde mensen, daar hoor ik niet bij, dus... Wat heb ik er aan om een lange dienst uit te zitten, als ik van tevoren weet dat ik toch niet deelneem. U zou zich eens moeten afvragen: is Christus dan tevergeefs gestorven? Betekent Hij zo weinig in mijn leven dat ik Hem niet eens de gelegenheid geef om mij te nodigen? Weet ik van tevoren dat Christus mij niet roept? Houd u er dan geen rekening mee dat Hij in Zijn overmachtige liefde mij even onverwachts roepen wil, zoals Hij destijds Levi riep uit het tolhuis? Met een variant op Jezus' eigen woorden zou ik u het volgende willen aanreiken: , , Gij hebt gehoord dat er gezegd is: je kunt zomaar niet naar het Avondmaal gaan." In die traditie bent u opgegroeid misschien. Maar IK, Jezus zeg u: , , Indien gij de traditie der ouden van hoger waarde acht dan Mijn bevel en belofte, dat gij dan tot Mij niet komen wilt, opdat ge het leven zoudt hebben in Mijn Naam." Dit geldt evengoed als men wel de Avondmaalsdiensten bijwoont, terwijl het min of meer vaststaat voor u dat u niet deelneemt. In beide gevallen kom ik dan toch voor de levensvraag te staan of ik dan wel deel heb aan Christus en al Zijn schatten en gaven. Men zou het voorwendsel , , je kunt zomaar niet aan het Avondmaal gaan" eens moeten omdraaien en zich afvragen: „niet gaan, gaat dat zomaar? ”

Ik heb begrip voor mensen die serieus worstelen met de vraag of zij wel gerechtigd zijn aan het Avondmaal deel te nemen, die toch iets ervan beseffen, dat het Avondmaal gegeven is om het te gebruiken en niet om het niet te gebruiken. Daarbij gaat het ongetwijfeld om op de rechte wijze van Avondmaal-vieren. Op die vraag antwoordt Calvijn: Het moet geschieden) zoals Paulus het stelt: at wil zeggen, dat de mens zich beproeve, aleer toe te treden. U moet deze zelfbeproeving, waartoe Paulus in 1 Korinthe 11 : 28 de deelnemers aan het Heilig Avondmaal oproept, niet verwarren met de zelfbeschouwing. In de zelfbeschouwing wordt de mens op zichzelf teruggeworpen. Terecht zegt Calvijn in zijn Institutie (XV - 11 - 41): , dat wie de mens via de weg van de zelfbeschouwing tot 't waardig eten en drinken wil toebereiden de arme consciëntiën op vreselijke wijze wil gepijnigd en gekweld hebben"... , , want indien het erom gaat, dat wij onze waardigheid van onszelf moeten hebben, dan is het met ons gedaan." Het zou uitlopen op zelfkwelling die nergens anders toe leidt dan tot wanhoop. Zelfbeproeving laat geen ruimte voor het beproeven van de ander. Niemand wordt geroepen en is bevoegd om de maatstaf bij andere gemeenteleden aan te leggen.

Zelfbeproeving en dè levensvraag

Wij zijn gewoon, mede aan de hand van de Heidelbergse Catechismus en aan de hand van het klassieke Avondmaalsformulier, de zelfbeproeving in te zetten met de vraag naar de rechte verootmoediging. Ik denk dat dit zeer wezenlijk is. In de volgende vraag houdt Calvijn diezelfde lijn aan. Toch valt het op dat hij in eerste instantie een andere invalshoek kiest. Op de vraag: Waarin moet de mens zich beproeven? (358), antwoordt hij: Wel, of hij een echt lidmaat van Christus is. U kunt dat te hoog gegrepen vinden of niet, maar het valt niet te ontkennen dat het dè levensvraag is die de hoogste prioriteit heeft. Calvijn laat ons hiermee in elk geval zien om Wie het in het Avondmaal gaat. Het is nooit van het geloof in Christus los te maken. Aan het Avondmaal mag beleden worden: Hem behoor ik toe. Christus is de enige grond van mijn zaligheid. Het is goed ons voor Gods aangezicht af te vragen of Christus inderdaad het middelpunt van ons leven is. De Rots mijner ziel waar ik eeuwig op bouw. Als het de bedoeling is dat Christus door het Avondmaal ons geloof in Gods beloften wil versterken - en zó is het - dan zal het dat geloof zijn, waardoor ik Christus ben ingelijfd en al Zijn weldaden aanneem (Zondag 7). Pas als we dat punt van de zelfbeproeving in zijn volle kracht laten gelden, dan zijn we eerlijk voor onszelf en voor Gods aangezicht bezig. Het moet er toch van komen dat u als enige troost in leven en sterven u het eigendom van Christus weet. Nu dat gezegd is gaat Calvijn op tere en pastorale wijze verder. Hij wil ons ook wel duidelijk maken langs welke weg wij tot Christus komen en in welke gestalte wij op de rechte wijze aan het Avondmaal deel mogen nemen.

Zelfbeproeving, hoe kom ik er toe?

De vraag luidt: Aan welke kenmerken zal de mens kunnen weten dat hij een echt lidmaat van Christus is? (359) Een vraag die begrijpelijkerwijs allang bij u naar boven gekomen is. Zit u er echt mee? Welnu luister dan naar het antwoord. U kunt het hieraan weten of de mens echt geloof en berouw heeft, of hij tegenover zijn naaste ware liefde betoont; of hij zich niet laat leiden door haat of wraak of twist. U zult wel inzien, hoop ik, dat Calvijn onder kenmerken iets anders verstaat dan het aan kunnen geven van allerlei ervaringen, gevoelens en gevoeligheden, een gestalte zus en een merktekentje zo. Kenmerken zijn voor hem vruchten van een waarachtig geloof. Ook bij hem is de drieslag van verootmoedigen en schuldbesef, geloof m Christus en een heilige levenswandel, waar we hierboven al even op wezen, aanwezig. In het geloofsleven hangt het één met het ander samen. Berouw en boetvaardigheid is werkelijkheid voor ieder die het woord van zijn veroordeling gelooft, gelooft wat God hem in Zijn Woord daarover zegt. Maar deze verootmoediging gaat gepaard met geloof in Gods heilsbeloften in Christus, zodat we, zo schuldig als we zijn, toch van harte vertrouwen dat onze zonden vergeven zijn. Het gaat er om of we voor Gods Wet en Evangelie buigen. Zo komen wij tot Christus. Zo, al gelovend worden wij verzekerd, dat we in de genade van onze Heere Jezus Christus en de hef de Gods delen. En daarmee is weer onmiddellijk verbonden of we de Heere en onze naaste liefhebben. Er blijk van geven dat we niet hatelijk, niet eigen recht zoekend, niet afstotend ons gedragen, maar het beeld van Christus gelijkvormig door het leven gaan. Echte hdmaten zijn aan deze drie kenmerken te herkennen. Ootmoed, geloof, liefde. Leert van Mij, zegt Jezus, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Ze moeten niet kunnen zeggen; is dat een christen? , het lijkt nergens op. Een echt Hdmaat van Christus lijkt op Christus en de Hef de Gods, die in je hart is uitgestort, komt openbaar. Of u een hdmaat van Christus bent? Ja, dat heeft alles te maken met berouw en schuldvergeving enkel om des Middelaars bloed. Dat is de innerlijke, persoonlijke, kant van de zaak. En dat kun je weten, dat dien je te weten. Overigens kun je van de vruchten van het geloof verzekerd zijn. Of je dus een echt lidmaat van Christus bent. Dat valt waar te nemen aan het eigen woord van Jezus: De boom wordt aan de vrucht gekend.

Volmaakt geloof

Het bovenstaande kan de vraag oproepen: wie kan dan zeggen dat hij een echt christen is? Liggen de eisen niet te hoog? Calvijn voelt dit heel goed aan en als een echte pastor haalt hij die vraag naar voren.

Maar is het vereist, dat we volmaakt geloof en volmaakte liefde hebben? (360) Je kunt de zaak heel , , wettisch" benaderen en dan zeg je; natuurlijk als je christen wilt zijn, een echte christen, en als je meent dat de toegang tot het Avondmaal gerechtigd is, dan moet er niets aan je mankeren. De mensen rondom je vinden dat soms, en zelf vind je dat ook min of meer. Het gevolg hiervan is dat men net zolang wacht om aan het Avondmaal te gaan, dat men zo ongeveer denkt volmaakt te zijn. En omdat je dit nooit lukt zeg je op den duur: Avondmaal? , laat maar, daar ben ik niet geschikt voor. Je kunt ook behept zijn met een zeker perfectionisme. In bepaalde kringen kom je tegen dat mensen zeggen: Ik ben een kind van God en een volkomen geloof, een zondeloos bestaan, is op aarde bereikbaar. Dan wordt genade op den duur vanzelfsprekend en heb je met het Avondmaal niet de minste moeite. Geen van beide houdingen vind je bij Calvijn, noch in de Schrift. In zijn antwoord maakt hij duidelijk waar het op aankomt. Het is wel nodig dat beide (geloof en liefde) oprecht zijn en ongeveinsd. Maar zo volmaakt zijn, dat er niets op te zeggen valt komt onder de mensen niet voor. U merkt, hij maakt hier onderscheid tussen volmaakt en echt. Dus kan een onvolmaakt gelovige nog wel een echt gelovige zijn. En hij is dat ook, als zijn onvolmaaktheid hem dient tot verootmoediging en tot een mishagen hebben aan jezelf, om je zaligheid buiten jezelf in Christus te zoeken. Juist op dat punt, in de weg van diepere geloofsoefening, komt de echtheid van het geloof openbaar in het zien op het Lam dat onze zonden op Zich nam. Dan bevinden we ons in de tweeslag van het geloofsleven, onvolmaakt in jezelf en... gij zijt in Hem (Christus) volmaakt.

Ik spreek van de tweeslag omdat ik de term , , twee-mens" om bepaalde redenen niet zo gelukkig vind. Het doet me teveel denken aan de gespletenheid in één persoon. Ik kan mijn zonden en overblijvende zwakheid niet vergoelijken met een eventueel beroep op de oude mens. De tweeslag heeft meer van een worsteUng. Echte chris- tenen zijn mensen, die niet van hun volmaaktheid durven dromen, maar hun volmaaktheid in Gods ogen weten zij alleen in Christus te hebben. Daar speelt zich de voortdurende strijd des geloofs af, tot aan het ogenblik dat we met Paulus uit mogen jubelen: , , Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Daarom is het slot van Calvijns antwoord ook zo treffend raak: Het Avond­ maal zou trouwens tevergeefs zijn ingesteld, als niemand het zou kunnen ontvangen, tenzij hij geheel volmaakt was. Een antwoord dat niet alleen maar , , logisch" klinkt, het is veel meer troostrijk dan , , logisch”.

Het komt hier helemaal op het geloof aan.

H.V.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1997

Gereformeerd Weekblad | 24 Pagina's

Een parel uit de schat der Kerk (55)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1997

Gereformeerd Weekblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken