Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De opstanding ontkend en ontkracht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De opstanding ontkend en ontkracht

6 minuten leestijd

HOOFDARTIKEL

In 1866 spraken drie jonge, moderne predikanten in Voorne-Putten (A.C. Duker te Geervliet, J. van Loenen Martinet te Heenvliet en W.C. van Maanen te Abbenbroek) met elkaar af dat ze op het Paasfeest onomwonden aan de gemeente zouden meedelen, niet te kunnen geloven in de hchamelijke opstanding van Jezus. Op Tweede: Paasdag pleegden ze een driehoeksruil, zo-1 dat de gemeenten dezelfde boodschap ook nogeens van een ander konden horen.

In 1871, eveneens op Eerste Paasdag, preekte de Amsterdamse predikant P.H. Hugenholtz in de Nieuwe Kerk. Zijn preek over Mattheüs 28 : 1 —10 kwam hierop neer dat de Evangelie-verhalen over de opstanding ongerijmd zijn, en bovendien met elkaar in strijd. Hoe was dan tóch het bericht in de wereld gekomen dat Jezus zou zijn opgestaan? Dat was wel verklaarbaar, zo betoogde Hugenholtz. De discipelen waren bijeen en spraken over hun gestorven Meester, Die hen zo dierbaar was. Alles kwam weer terug in hun herinnering, en ze stelden het zich zó concreet voor dat het was alsof Hij weer in hun midden was. Zijn vredegroet bracht en met hen het brood brak. , , Hun fantasie deed zulk een kracht in hen opwaken, dat het was alsof Jezus in hen was opgestaan, en ze met Zijn geest bezield waren". Zo kon het gebeuren dat de Gekruisigde wehswaar voorgoed in het graf bleef liggen en tegelijk onsterfelijk voortleefde...

Niet nieuw

De ontkenning van de lichamelijk opstanding is dus niet iets van onze tijd. Vers in ons geheugen ligt immers nog de deining die in 1989 ontstond door een artikel in De Waagschaal van de (inmiddels overleden) hoogleraar F.O. van Gennep. Daarin deed hij de geruchtmakende uitspraak: , , Ik geloof niet in de hchamelijke opstanding, en evenmin in wonderen”.

En in zijn , , Het algemeen betwijfeld christelijk geloof" ziet ook Prof. H.M. Kuitert de berichten van de evangehsten over de opstanding als legenden die dienen om een bepaald hiaat op te vullen. Lichamelijke opstanding is immers onvoorstelbaar, en aan moderne mensen niet te verkopen? Het gaat in de opstanding, aldus Kuitert, niet om de vraag of een lijk weer levend geworden is. Er is wel iets dat vanuit het oude overgaat in een nieuwe wijze van bestaan. , , De Opgestane is anders, niet meer gelijkvormig aan het beeld dat wij ons van een mens hadden verworven”.

Het zijn zomaar een paar voorbeelden, uit de vorige eeuw, èn uit onze eigen tijd, om te laten zien hoe er over de lichamelijke opstanding werd en wordt gedacht. Het maakt in feite niet zoveel verschil: wat in de 19e eeuw bruutweg werd ontkend, dat wordt vandaag door velen , , anders geduid". In de tijd van het modernisme was het argument dat wonderen in strijd waren met de rede, in onze eeuw is het criterium of het acceptabel is voor de moderne mens. Het resultaat is hetzelfde: de hchamelijke opstanding van Christus wordt van haar kracht beroofd.

De mens centraal

Het blijft een intrigerende vraag welke motieven ten grondslag liggen aan een andere, nieuwe interpretatie van de heilsfeiten. Wat is de reden dat het eenvoudige getuigenis van de apostelen van alle kanten wordt aangevochten?

Voor hen die de hchamelijke opstanding van Christus ontkennen of ontkrachten is het niet de eerste en belangrijkste vraag: , , Wat is er met Pasen gebeurd? " Men laat zich leiden door een andere vraag: , , Kunnen we het geloven, en wat hébben wij, mensen van deze tijd, eraan? ”

Die apostoHsche verhalen stammen immers uit een vèr verleden. Ze dragen het stempel van een andere tijd en van een ander wereldbeeld. Daar kunnen we dus als mensen van deze tijd niet veel mee. Maar dat is ook niet van belang. Het gaat niet om het verhaal, maar om de boodschap die het bevat. We moeten dus het verhaal ontdoen van de bolster om de pit te vinden.

Het is duidelijk dat niet het feit centraal staat, maar de interpretatie van dat feit door de mens. De moderne mens, de wetenschappelijke mens, de psychologische mens. Die beshst hoe we het verhaal moeten lezen en verklaren. Niet wat er op de Paasmorgen in de hof van Jozef is gebeurd met Jezus is belangrijk, maar hoe de discipelen dat hebben beleefd en wat wij ermee kunnen doen.

Op deze manier kan men enerzijds vasthouden aan de bijbel en anderzijds recht doen aan het levensgevoel van de moderne mens. Maar zo wordt wèl de aanstoot uit het Evangehe weggenomen, het Evangelie dat immers , , niet naar de mens" is. Vanuit dat gezichtspunt is het volkomen begrijpelijk dat boeken als „Het algemeen betwijfeld christelijk geloof" van H.M. Kuitert en , , Het verhaal gaat" van Nico ter Linden hun tienduizenden verslaan. Het Evangelie is aangepast aan de mens van deze tijd en laat die mens in z'n waarde.

Terecht is van meer dan één kant opgemerkt dat Paulus zich dan niet zo druk had hoeven te maken over de opvattingen die heersten in de gemeente van Corinthe. Een bepaalde manier van voortbestaan na de dood komt in allerlei rehgies voor. Daaraan zullen mensen niet zo gauw aanstoot nemen. Maar de opstanding van het lichaam staat haaks op datgene wat mensen voor mogelijk achten. En dat is het nu juist wat Paulus in 1 Corinthe 15 zo sterk benadrukt.

Onbegrijpelijk

Het zal voor mij altijd wel een onoplosbaar raadsel blijven waarom hoogleraren en predikanten die de lichamelijke opstanding ontkennen of ontkrachten, hun ambt blijven uitoefenen. Want wanneer Christus niet werkelijk en hchamelijk is opgestaan, dan is alles tevergeefs. Dan is, naar de woorden van Paulus, onze prediking ijdel (leeg!) en het geloof is ijdel, en dan zijn wij valse getuigen en dan zijn verloren allen die in Christus ontslapen zijn.

De opstanding van Christus is het fundament van de christelijke religie. Wanneer dat weggehaald wordt, dan stort heel het gebouw in. Dan wordt het Evangehe van z'n inhoud en de gemeente van haar troost beroofd. Dan kunnen we, zo heeft iemand kort geleden gezegd, met Pasen beter paaseieren gaan zoeken of met z'n allen naar een meubelboulevard gaan...

Of, zullen we het Kohlbrugge laten zeggen in een Paaspreek: , , Als Christus niet is opgestaan heeft het geloof niet meer waarde dan wanneer een kind zeepbellen blaast. Het kind heeft zich een ogenbhk over de mooie kleuren verheugd, het kan er echter niet van leven, niet ervan eten, niet ervan drinken of er gezond van worden”.

W.v.G.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De opstanding ontkend en ontkracht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken