Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kenmerken van het geloof (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kenmerken van het geloof (IV)

8 minuten leestijd

RASTORAAL

In dit laatste artikel willen we komen tot een afronding in de vorm van een aantal conclusies. Daarbij is de vraag niet zozeer of er kenmerken van het geloof zijn. Dat lijkt me vanuit de Schrift duidelijk en onweerlegbaar. Ook de belijdenis van onze kerk bevestigt het en we hoorden verder een aantal stemmen uit de kerkgeschiedenis spreken over kenmerken van geloof. De vraag is eigenlijk eerder welke plaats deze kenmerken innemen. Hoe fungeren ze in bijv. de prediking en het persoonlijk geestelijk leven? Welke gevaren zijn er op dit terrein?

Enkele conclusies

Over gevaren gesproken, ze dreigen van meer dan één kant. Zo kan er iets zijn van een neiging om door eindeloos zelfonderzoek te komen tot de zekerheid van het geloof. Steeds weer wordt getracht rust en vrede te vinden door het waarnemen van de kenmerken van het geloof. Juist wanneer er sprake is van ontwakend geestelijk leven kan dit gevaar nogal eens bespeurd worden. „Als ik nu dit en dat waarneem bij mezelf, dan zal ik rust en vrede hebben.”

Wie is er te goed voor om zijn houvast te zoeken in alles buiten Christus, misschien wel in de kenmerken van geloof en geestelijk leven? Een paar dingen worden hier verward. Het echte geloof rust ten diepste niet op zijn kenmerken - wat een wankele grond zou dat zijn! - maar op Christus en Zijn werk, op het waarachtige Woord Gods. De kenmerken hebben een plaats in het geloofsleven, maar ze moeten niet gemaakt worden tot de grond van het geloof, tot de diepste bron van rust en vrede. Die grond en die bron liggen alleen in Christus en Zijn werk. Het is juist een onbedrieglijk kenmerk van levend geloof dat het uiteindelijk alleen kan rusten op de enige volkomen Zaligmaker, Jezus Christus, en Zijn werk. Zo kan er tekort gedaan worden aan de Naam van Christus, doordat we de kenmerken een verkeerde plaats geven. Het denken en spreken over kenmerken leidt hier niet tot Christus, maar houdt juist bij Hem vandaan.

Hier is in het geding de vraag waarop of op Wie tenslotte het geloof zich richt. Waar vindt het zijn fundament? Alleen Christus en Zijn werk blijven toch ten laatste over! Intussen kan hier een heel stuk strijd in het geestelijk leven Hggen. De Heilige Geest heeft er, als ik het zo mag zeggen, een zwaar werk aan om mij in deze lessen te onderwijzen. Hoeveel moet Hij me niet uit de handen wringen?

Is er enerzijds een ten onrechte verwerpen van de kenmerken van het geloof - we komen er hieronder op terug - , anderzijds kan er het gevaar zijn dat we eerst de kenmerken willen waarnemen bij onszelf voordat we daadwerkelijk tot de Heere komen om alle heil in Hem te zoeken en te vinden. Dat is de omgekeerde volgorde. Op die wijze blijven we steken in de kenmerken en in het speuren naar die kenmerken. Het eerste moet toch zijn het zoeken van alles in Hem Die alles weet te geven uit Zijn doorboorde handen en in Wie een volheid van alle heil en leven is. Vandaaruit bloeien de vruchten van het levend geloof op. Niet omgekeerd! De Schotse theoloog Hugo Binning spreekt over , , sommigen van Gods kinderen, die veel naspeuren om te weten wat er is, dat ze niet veel tijd nemen om te doen en na te jagen wat er nog niet is.” Is met het bovenstaande alle spreken over kenmerken van het geloof niet overbodig, misschien zelfs wel gevaarlijk geworden? Gaan we de veiligste weg als we over de kenmerken zwijgen? Nee! Soms is het zo wel voorgesteld. Op die lijn voortgaande zouden we er gemakkelijk toe kunnen komen om het spreken over kenmerken en zelfbeproeving voor te stellen als een ontsporing, een ziekelijke vergroeiing. We hebben dan echter wel de Schrift (en ook de belijdenis) tegen. Jezus spreekt niet voor niets over bomen en vruchten. Denk aan de ontdekkende prediking van de profeten tot een volk dat natuurlijk wel , , in God gelooft", terwijl dat niet blijkt uit de vruchten. En het is geen slag in de lucht, wanneer Paulus spreekt over mensen die wel de gedaante, maar niet de kracht der godzaligheid hebben. De Catechismus vraagt niet zonder reden naar het ware geloof.

Een bijbels gegeven is het verder dat de kenmerken dienstbaar zijn bij het, , vastmaken van roeping en verkiezing". Wanneer Johannes in 1 Joh. 5 heeft geschreven over het geloof en zijn vruchten, is het veelzeggend wanneer hij eraan toevoegt: , , Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in de Naam van de Zoon van God; opdat gij weet dat gij het eeuwige leven hebt en opdat gij gelooft in de Naam van de Zoon van God.”

Johannes gebruikt in zijn brieven meermalen uitdrukkingen als: , , hieraan kennen wij..." en , , wij weten dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, dewijl..." De Catechismus getuigt van het uit de vruchten verzekerd zijn van de echtheid van zijn geloof. Bij dit alles moeten we echter niet denken aan een vlot redeneren en concluderen, alsof het om een rekensom zou gaan. Bovendien mogen deze uitdrukkingen en wat ermee bedoeld wordt nooit worden losgemaakt van het leven des geloofs. Het, , hieraan kennen wij" volgt eigenlijk op de daden van het levend geloof. Anders gezegd, het gaat om het , , opgenomen zijn in de beoefening van de praktijk der godzaligheid" (wijlen ds. Van Sliedregt). Wat bijv. Johan­ nes bedoelt, heeft zijn plaats bmnen het geheel van de levende omgang met God. Levend vanuit Christus krijgen de kenmerken hun plaats en dragen ze bij tot de zekerheid van het geloof. Omgekeerd geldt het, dat een slordig leven een regelrechte aanval is op de zekerheid van het geloof. Dicht bij de Heere levend en steunend op de genade van Christus mag in het geestelijk leven beleden worden: , , Heere, dit wat ik waarneem bij mezelf is niet uit mij, maar is een blijk van Uw genade.”

Van grote betekenis blijft het feit, dat het oprecht geloof effectief en krachtig is in het werken van heiligheid en vernieuwing. Anders gezegd: de volheid van het werk van Christus is in het geding. Hij doet geen half werk. In Zijn werken, in de kracht van Zijn genade laat Hij de mens niet dezelfde blijven.

Wat in het bovenstaande aan de orde gesteld wordt ten aanzien van ons onderwerp kan worden samengevat door het woord van Calvijn: , , Aldus rust de zekerheid des geloofs op de genade van Christus, maar de godvruchtigheid en heiligheid des levens onderscheiden het ware geloof van een gehuichelde en dode kennis.”

Kenmerkenprediking

Na het bovenstaande behoeven we niet al te uitvoerig meer in te gaan op de zgn. kenmerkenprediking. In het algemeen heeft deze aanduiding een negatieve gevoelswaarde. Meestal wordt 'n prediking bedoeld, waarin men door een grote nadruk op de kenmerken van het geestelijk leven de mens op zichzelf werpt. Een bepaalde christenprediking komt in de plaats van de Christusprediking, zo wordt dan wel gezegd. Nu kan dat inderdaad een gevaar zijn. Bovengenoemde bezwaren kunnen in bepaalde gevallen gegrond zijn.

Het bijbelse spreken over kenmerken werpt de mens ten diepste niet op zichzelf. Integendeel, de Heilige Geest werkt en worstelt om mensen door het Woord neer te doen zinken aan de voeten van de Heere.

Wanneer Jezus spreekt over bomen en hun vruchten, worden mensen daardoor ontdekt en ontmaskerd, opdat ze hulpeloos en straatarm aan Zijn voeten worden gebracht. En Johannes wil in zijn spreken over de kenmerken de gelovigen niet op zichzelf doen rusten, maar juist temeer doen leven uit de volheid van Christus en zo brengen tot de zekerheid van hun zaligheid.

Dan blijft intussen staan dat de afkeer van het spreken over kenmerken evenzeer onbijbels is. Het gaat in de prediking over de Christus en Zijn werken, maar dan de Christus Die door de Heilige Geest een bepaalde weg gaat met de Zijnen en zo ook brengt tot en doet wandelen in een nieuw leven. Het leven dat door Woord en Geest wordt gewekt, kenmerkt zich op bepaalde wijde. Wat van en uit God is, wordt princi­ pieel onderscheiden van al het andere en draagt dan ook een eigen karakter.

Ook ten aanzien van ons onderwerp geldt dat bij een eerlijke, bijbelse prediking de dingen op hun plaats komen. In zo'n prediking gaat het over de Vader, de Zoon, de Heilige Geest en Hun werken!

Gesteld dat u aan het einde van ons nadenken over de kenmerken van het geloof zegt: ik moet tot de conclusie komen, dat ik vervreemd ben van God en zonder het heil in Christus. Op zo'n opmerking antwoordde de bovengenoemde Hugo Binning met dezelfde woorden: , , Verlangt u wel naar Christus? Dan vraag ik: wat wilt u dan verder doen? Ik weet zeker dat u zegt: ik wil me beijveren om tot Hem te komen en Hem tot mijn deel te krijgen.”

L.

M.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Kenmerken van het geloof (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken