Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prediking en Heilsorde (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prediking en Heilsorde (1)

9 minuten leestijd

eloofsleer

Prediking is Woordverkondiging

e prediking is een machtig gebeuren. Daar immers klopt het hart van het gemeenteleven, waar de Schriften worden geopend, uitgelegd en toegepast. De levende God laat Zich ontmoeten in het gewaad van Zijn Woord. Hoe nodig is het dat de dienaren van dat Woord ook metterdaad de tijd gegeven wordt om zich ordelijk voor te bereiden.

Preken is niet het één of andere stichteüjke verhaal houden, of platgetreden paadjes bewandelen. Prediking is Woordverkondiging. Zondaren worden gedagvaard voor Gods rechterstoel. Het Woord is dagvaardend, richtend en schiftend, aldus Calvijn. Maar ook bekendmaking van Gods barmhartigheid. Armen wordt het evangehe verkondigd. Het gaat God in de prediking om verzoening met Hemzelf door Christus Jezus. Dienaren van het Woord tonen het hart en het aangezicht van de Rechter van hemel en aarde, Die gelijkertijd Zich openbaart als de Barmhartige.

Daarvan was Paulus zich dermate bewust dat hij schrijven kon: „Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade: Wij bidden u van Christuswege: Laat u met God verzoenen." En dat is gegrond op wat God Zelf deed: -Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende en Hij heeft het Woord der verzoening in ons gelegd" (2 Kor. 5 : 20, 19). Inhoud van de evangelieverkondiging is Gods belofte. Dat wil zeggen: Toezegging van Zijn barmhartigheid. De bekende dogmaticus, dr. Herman Bavinck schrijft in zijn gereformeerde dogmatiek dat de prediking van het Woord geschiedt in verband met de wederkomst van Christus. God zoekt Zich een gemeente ten eigendom. Een bruid voor de toekomst. Dat de wereld aan. Daarom moet alle mensen het evangehe verkondigd worden. Paulus reisde de hele wereld af met de boodschap van kruis en opstanding. De apostelen willen niet alleen getuigen, ze móeten het ook. Van Paulus weten we dat de nood hem was opgelegd. Vandaar het: „Wee mij wanneer ik u het evangehe niet verkondig!" (1 Kor. 9 : 16).

Het evangehe móet verkondigd worden! Het is voor mannen en vrouwen. Voor slaven en vrijen. Voor ouderen, maar ook voor kinderen. En niemand is te ver weggezonken. De grootste der zondaren wordt barmhartigheid gedaan! Maar, deze prediking dient wel met geloof beantwoord te worden! Ze bedoeh ook leiding te geven aan ons geestehjk leven. Aan de wijze waarop de Schrift functioneert in ons leven. Van de HeiHge Schrift getuigen wij dat zij wijs wil maken tot zahgheid. Zij is één van de bronnen waaruit wij God mogen kennen.

De Geest en het Woord

In de Schrift hebben wij met een heel bijzonder boek te doen. Zij is geschreven onder de hoge leiding van de Heihge Geest. Dus geïnspireerd.

Maar zij blijft ook het middel waarmee de Geest werkt in deze wereld om het heil dat God gewrocht heeft in Zijn Zoon bekend te maken en toe te passen aan zondaarsharten. Daartoe dient vooral de prediking. De Heere heeft Zijn apostelen de wereld ingezonden om het evangelie te verkondigen. „Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God" (Rom. 10 : 17). De prediking is dan ook een onmisbare schakel om te kunnen delen in het heil des Heeren. „Want hoe zullen zij in Hem geloven, van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? " (Rom. 10 : 15 , l6). In de prediking putten Gods dienaren uit de Schriften en verkondigen bekering en geloof in Christus Jezus.

De Schrift wordt dus in de Woordverkondiging gehanteerd! Maar hoe? In ieder geval niet zo, dat de prediking opgaat in louter beschrijving van allerlei standen in het geestelijk leven. Gods knechten moeten direct zijn. Hun roeping is de schatten van het evangelie tevoorschijn te brengen en die de gemeente te tonen. Doch dat niet alleen. Zondaren worden opgewekt en gedrongen om te komen tot het heil dat in Christus werd gerealiseerd. De reformatoren stelden de prediking in het spanningsveld tussen belofte en verantwoordehjkheid. En dan blijkt de zuivere Schriftuurhjke prediking een pad te zijn smaller dan menigeen denkt. Zo gemakkehjk ontsporen wij naar hetzij de ene of de andere zijde.

Actuele prediking

De prediking heeft ook een groot gezag. De behjdenis leert ons dat het hemelrijk wordt ontsloten of toegesloten. Als de prediking gedaan is, dient ieder te weten waar hij staat. Wanneer predikers zich steeds weer opnieuw bewust zijn van deze hoge opdracht zullen zij zich van hun arbeid in beven en vreze rekenschap geven, maar gehjkertijd ook ervaren dat het Woord van God nooft ledig tot Hem wederkeert! En altijd bhjkt het Woord verrassend nieuw. Laten de predikers maar graven en de gemeente met hen. Kerkbanken zijn geen slaapbanken, maar werkbanken. Door de bemoeienis van de Heihge Geest, waarom gesmeekt wordt, ontvangt de Woordverkondiging haar kracht. En het grote thema bhjft de verzoening, ofwel de gekruisigde Zahgmaker, uit de eeuwige hefde van de Vader in de wereld gezonden om zondaren te behouden. Hij moet verkondigd worden in Zijn allesomvattende betekenis! En waar Christus verkondigd wordt, daar is de Geest werkzaam. Het moet duideüjk zijn, iedere keer opnieuw als de Schriften opengaan waarop ons leven uiüoopt zonder verzoening. Zulk een prediking kan niet anders dan appellerend zijn. Bewogen. Gunnend. Ernstig. Vol van liefde en medehjden naar verloren zondaren en zondaressen.

Christus is dan ook de bhjvende actualiteit van de prediking. Dat onderscheidt de kerk van de secten, waar men zich doorgaans verliest in een bepaald thema, maar de hoogte en de diepte van het verzoeningswerk uit het gezicht raakt. Christus en Zijn gerechtigheid verkondigen is actueel preken. Want er is een nood die de mens van deze tijd verbindt met allen die voor hem geleefd hebben. Dat is de nood van de zonde die ons verloren maakt voor God. Op die nood is het evangelie van Christus, Die in de wereld Iwam om te zoeken en zahg te maken wat verloren is, gericht!

Daarom is het van levensbelang dat de gemeente onderwezen wordt vanuit de Schriften. Zo zal ook spoedig büjken dat schriftuurlijke Woordbediening nooit in tegensteUing kan staan tot bevindehjke prediking. Is het goed, dan vloeit de bevinding als vanzelf mt de tekst die verklaard wordt. De Schrift is immers bevindelijk genoeg in zichzelf. Daar hoeven wij niets aan toe te voegen. Ten diepste is bevinding, ook de ervaring hebben dat het Woord van God waar is. Wij proeven en smaken dat de Heere goed is en een Waarmaker van Zijn Woord!

Gods orde

Gelijkertijd beseffen wij dat de prediking in bepaalde kaders is ingebed. Er is een orde in het handelen van God met betrekking tot de realisering van het heil. Daar houden wij in de prediking goed rekening mee, zonder in systemen en stelsels te verzanden. In ieder geval moet de prediking altijd conform het evangehe zijn! En dat evangeUe begint bij God. De bhjde boodschap van Gods genade doet ons weten dat in het hart van God gedachten van vrede en verzoening zijn opgekomen. Hier valt het woord verkiezing. Het is een steeds terugkerend gespreksthema in hoeverre de verkiezing meedoet in de prediking.

Zonder, op welke wijze dan ook, te worden vooropgesteld, doet ze volledig mee. Dat er evangeheprediking is, heeft immers alles te maken met Gods verkiezing. Wel weten wij allen dat onjuiste, on-Schriftuurüjke, harde voorsteUingen omtrent dit onderwerp veel, ja soms heel veel, stuk maakte. Daarom is ons geboden op uiterst pastorale en ingetogen wijze over deze materie te spreken. En laten we maar eerhjk zijn: Buiten het geloof kan men er zeffs nauwehjks een verstandig woord over zeggen!

Leer-oftrooststuk?

Gods verkiezing dient gepredikt te worden tot verheerhjking van God. En wel zo, dat wij ons diep verwonderen zullen over Gods heilshandelen, dat opkomt uit de eeuwigheid en dat eindigt in de eeuwigheid. God vraagt naar zondaren. Niet naar mensen van goede wil. Noch naar mensen die in Hem een behagen hebben. God vraagt naar mensen, die naar Hem niet vragen, noch Hem zoeken. Ja, die zelfs geen enkel behagen in Hem scheppen. God kiest voor mensen die Hem haten! Zijn Zoon verwerpen en geen lust hebben in Zijn wegen te gaan! Dat is de troost van de verkiezing. Zij is velen een doorn in het oog. Menigeen spot ermee. Duizenden lasteren Gods verkiezing. Geen wonder ook, want zij beneemt ons alle roem. Niets is zo vernederend voor ons werkheihg vlees als wel te moeten horen en voelen door de prediking des Woords dat een mens alleen door genade kan gered worden uit schuld en verlorenheid.

De duivel stelt de verkiezing voorop. De Heihge Geest juist achteraan. Wie Gods kind werd mag het achteraf zien hoe alles uit God is, door God is en tot God is. Zo wordt Gods verkiezende genade, ja let wel, het is genade dat God mensen zahg maakt, een wonder. Temeer wanneer wij met heel de goddeloze wereld op één hoop zijn terechtgekomen en God ons om onze zonden rechtvaardig verdoemen mag. Als genade nog de enige mogehjkheid is om zalig te worden, kunnen we het nooit klein krijgen dat er een God is Die zondaren verkiest.

Fundamentsteen

Zo is de verkiezing naar art. l6 van onze Nederlandse Geloofsbehjdenis een fimdamentsteen. Dat is natuurhjk voluit Bijbels. Want als Paulus in Romeinen 8 spreekt over de genade, dan begint hij niet op aarde, in het hart van een mens, maar in het hart van God. Daar hgt de oorsprong van de Kerk. Daarom noemde Calvijn de verkiezing heel treffend „het hart van de kerk" (Cor ecclesiae). De zahgheid hgt dan ook ten diepste niet in mijn en uw hand. Ze hgt hoger. Gelukkig maar! Ze hgt in Gods hand. En Hij doet er ons deel aan krijgen door het waarachtig geloof dat Hij onze harten schept door de prediking van het Woord, aldus Calvijn, Kohlbrugge en anderen. Nooit mag de verkiezing worden losgemaakt van Christus. Wie de verkiezing verzelfstandigt, loopt groot gevaar om een noodlotsleer over te houden. Een doos met alleen maar nieten en een stelsel dat niet alleen buiten het Woord omgaat, maar ook er tegenin. Onthoud: In Christus klopt het hart van Gods verkiezing.Calvijn spreekt dan ook met een zekere voorkeur naar het mij voorkomt, van een genadige verkiezing. In de Dordtse Leerregels (I, 7) lezen wij eveneens nadrukkehjk van een verkoren zijn „in" Christus. De Vader heeft Zijn Zoon gegeven om Zich een gemeente te vergaderen uit het verloren geslacht van Adam.

Voor Calvijn is het al een stukje verkiezing in algemene zin om tot de gemeente te mogen behoren, een erfgenaam van Gods verbond en van Zijn rijk te zijn. Het is toch zeker ook niet gering te schatten dat God ons daar bracht, waar het Woord verkondigd wordt? Waar het visnet van het evangeüe van week tot week wordt uitgeworpen? Is het niet om klein onder te worden, dat u gezegd wordt dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft niet zal verloren gaan?

(wordt vervolgd) Nieuw-Lekkerland

Ds. J. Belder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Prediking en Heilsorde (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken