Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lofzangen in de nacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lofzangen in de nacht

9 minuten leestijd

Meditatie

„En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen. (Handelingen 16:25a)

aulus en zijn medewerkers zijn aangekomen in Filippi, een stad in Macedonië. In de dagen van Paulus woonden hier vele Romeinse kolonisten, vaak oud-gedienden uit het Romeinse leger. In deze stad mag de arbeid van Paulus in Macedonië beginnen. En er valt direct al zegen. Lydia de purperverkoopster komt tot geloof en wordt gedoopt met heel haar huis. Satan moet in dat Filippi een uiterst gevoelige nederlaag lijden. De Heere heeft Zijn offensief tegen Satan's duistere macht in Europa ingezet met behulp van die kleine Gideonsbende. Het duurt niet lang of het komt opnieuw tot een geweldige confrontatie van het Evangelie met het rijk der duisternis. Christus gaat in Fihppi de strijd aanbinden met de macht van het occulte!

Wat is het geval? Wel, er is in Fihppi een dienstmeisje met een waarzeggende geest. Een boze geest heeft zich over haar leven „ontfermd". Zij is bezet gebied geworden. Domein van de slang! En haar heren verdienen goud aan haar „bijzondere gaven". Het occulte is altijd weer een lucratieve aangelegenheid, want wat is er mooier voor de mensen dan dat ze zich hun toekomst kunnen laten voorspellen? Zoiets speeh in op onze diepste wens: weten wat er komen gaat.

Door deze vrouw probeert satan nu op een duivels doortrapte manier de verkondiging van het Evangehe de voet dwars te zetten. Hoe dan wel? Door te suggereren dat het occultisme en het Evangehe met elkaar te maken hebben, in ieder geval elkaar heel goed verdragen. Om zo te zeggen: de duivel gaat „reclame" voor het Evangehe maken. Dagehjks laat hij Paulus en Silas door het dienstmeisje naschreeuwen: „Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die ons de weg van de zahgheid verkondigen." In de grondtekst staat overigens niet „de weg der zahgheid" maar „een weg der zahgheid". In Fihppi wordt dus gesuggereerd dat er meerdere wegen tot de zahgheid zijn! Het is de leer van het plurahsrae die in Fihppi opgeld doet zo zouden wij tegenwoordig zeggen. Zoek maar uit wat je het best past, want er is voor elk wat wils.

Intussen hjkt dat alles heel geweldig: hulp van een kant waarvan je het niet zou verwachten. Maar de Heere denkt daar anders over. En Paulus ook. De Heere heeft die zogenaamde reclame van de duivel ten eerste niet nodig. Hij kan het wel alleen af. In de tweede plaats, en dat maakt de zaak juist zo kwaUjk, doet deze reclame hogehjk afbreuk aan Gods werk in Filippi. Ze is ronduit schadelijk. Waarom? Dat is gemakkelijk uit te leggen: de mensen in FiUppi kunnen nu gaan denken: dat Evangelie van Christus en het occulte verdragen elkaar goed. En dat is een verrader- Ujke leugen. Als er iets niet waar is, dan wel dat. Intussen is het wel de befaamde tactiek van de duivel. Hij probeert altijd weer hemel en hel, waarheid en leugen te vermengen. Dat doet het bij de mensen goed, want dan kan men mooi twee heren dienen.

Ook in onze dagen is het occultisme „in". Zelfs christenen laten zich er op allerlei manier door beïnvloeden en doen er aan mee. En op menige kansel vindt vermenging plaats van de waarheid van het Evangeüe met de leugen van allerlei schoon schijnende maar intussen o zo bedriegelijke theologieën. Veel nieuws is er niet onder de zon. De duivel volgt wat dat betreft een al eeuwenlang beproefd patroon. Ook de verleiding heeft een oude traditie. We zijn dus gewaarschuwd.

Paulus, geërgerd door dit gedoe, grijpt in. In de Naam van zijn Meester en door de kracht van de Heilige Geest werpt hij de boze geest uit: „Ik gebied u in de Naam van Christus, dat gij van haar uitgaat." En zo geschiedt! Nu wordt de zaak helder Nu weet men: tussen het Evangeüe van Christus en de waarzeggerij van de duivel bestaat geen vriendschappehjke relatie van verdraagzaamheid maar enkel vijandschap. De waarheid van het Evangeüe heeft echt niets maar dan ook niets met de leugen van doen.

In Fihppi Hjdt de duivel dus pubhek een geweldige nederlaag. Het moest ervan komen, want ook al wil de duivel dan altijd weer de plannen van Christus doorkruisen, tegen de Gekruisigde en Opgestane kan hij niet op. Het ücht van Gods genade zal in Europa gaan schijnen. Het duister van de Godsvervreemding en de afgodendienst moet wijken. Komt het Licht, het duister zwicht!

Wie echter meent dat de duivel zich voetstoots gewonnen geeft, is abuis. Kun je net denken. Als het hem niet lukt om de Waarheid te mengen met zijn leugen, dan staat nog een andere mogeüjkheid open: de Waarheid de mond snoeren, dus monddood maken. En dat kan door de verkondigers van de waarheid monddood te maken. Zo meende hij eens zich toch ook van Christus te kunnen ontdoen?

Via de eigenaren van het dienstmeisje ziet hij zijn kans schoon om van die twee lastige gezanten van Christus af te komen. Die eigenaren zien hun lucratieve zaakje in rook opgaan. Vandaar dat Paulus en Silas zich de woede van die heren op de hals halen. Het eind van het Üedje is dat de eigenaren van het dienstmeisje het gedaan krijgen om de twee dienstknechten van Christus pijnlijk te laten afranselen en daarna diep in een vunzige kerker te laten opsluiten. De duivel hjkt dus toch het laatste woord te hebben. O, wat kan zoiets soms uitgroeien tot een geweldige aanvechting voor degenen die op Gods Woord betrouwen.

Daar zitten ze dan die twee verkondigers van de zeer büjde Boodschap, die getrouwe getuigen van de Waarheid. Met bebloede ruggen en de voeten in het blok. Meer dood dan levend opgesloten als zeer gevaarÜjke booswichten in het binnenste van de kerker. Ja, de situatie ziet er donker uit. Het is nacht, echt nacht. Zal het Evangelie wel echt kansen krijgen in donker Europa? Ik denk zo, dat de duivel Paulus en Silas bestookt heeft met dat zo geduchte wapen van de twijfel. Hadden ze er wel goed aan gedaan om zoveel waarde te hechten aan dat nachteUjke visioen van Paulus? De feiten spreken toch een andere taal? Het had ons niet verwonderd als er vanmt het binnenste van die kerker jammerklachten zouden zijn opgegaan en allerlei waaroms naar de hemel zouden zijn geroepen. Zoiets Ugt immers voor de hand. Maar gebeurde dat ook? Toch niet. De tekst vertelt gelukkig wat anders. Paulus en Silas gaan niet jammeren, mopperen of klagen maar., zingen.

Het is middernacht. Letterüjk en figuurüjk. En juist dan gaan in het binnenste van de kerker lofzangen op. Ja, u hoort het goed: lofzangen! Biddend worden ze tot God opgezonden zo leert ons de grondtekst. Twee kruisgezanten zingen hun hart voor God uit. Geen dikke gevangenismuren houden de woorden van deze lofzangen tegen, geen boze machten in de lucht kunnen de woorden ervan doen verwaaien. UU een bedompte en vunzige kerker gaan ze omhoog, door lucht en wolken dringen zij heen en komen voor Gods troon. Lofzangen uit de diepten van ellenden! Liederen tot eer van God vanuit het binnenste van de aarde! Ja, in die kerker in Fiüppi wordt Gods Naam geloofd door twee dienstknechten van Christus. Waarom? Omdat zij waardig zijn geacht om voor de Naam van de Meester smaadheid te lijden! De pijn wordt even vergeten. Het hart mag even uftstijgen boven al dat aardse verdriet en al die nood. Omtrent de middernacht is het in de harten van Paulus en Silas... hcht. Uft de oude hederenschat van hun volk Israël zingen zij tot lof van de Allerhoogste.

Het is Gods Geest Die hier de snaren van het hart spant en de woorden van lof en dank doet putten uit de psalmen van Israël. Keus genoeg! In de diepte zingen op hoge toon, dat doe je niet vanuit jezelf. Dat is een werk van Gods Geest. Wel eenzaam opgesloten, maar toch niet alleen, want de Heere is erbij. Wie of wat zou je dan nog deren? Zong ook Christus niet in de nacht van het verraad de oude lofzangen Israels? Ja, Hij zong heel Zijn hart daarin uit.

Paulus en Silas: twee begenadigde zangers in de nacht. Zij zingen voor de oren van het boevengilde in de gevangenis. Ademloos zullen de gevangenen hebben geluisterd. Zij horen wat ze nog nooit eerder hebben gehoord: heerlijke lofzangen tot eer van de God van Israël. En dat zulke woorden niet machteloos zijn maar in de hemel worden gehoord en op aarde wat teweegbrengen, dat zullen ze spoedig merken. Op zulke woorden gaat de aarde beven, raken boeien los, gaan gevangenisdeuren open en vindt er in het leven van een cipier een geesteUjke aardbeving plaats. Waar bhjft de duivel met z'n macht? In Filippi kan hij leren wat hem verder in Europa te wachten staat. Want de overwinning is aan het Lam.

Als wij tot de Heere zijn bekeerd, moeten we er ook op rekenen dat de Heere ons leven soms langs diepe plaatsen leidt. O, wat gaat het er soms pijnlijk en smarteüjk aan toe in de weg die God dan met je gaat. Het is inderdaad de voetstappen drukken van de Meester, dus gaan op de kruisbaan. De Heere heeft het immers Zelf gezegd: in de wereld zuk gij verdrukking hebben. En ook: een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Vervolging en smaadheid dus om Christus' wil. Onophoudeüjk slag leveren met de machten van zonde, wereld en duivel. Het kan zo stormen, maar de behouden aankomst is gegarandeerd zeker. Christus heeft nameUjk al die vijanden overwonnen en Hij doet Zijn volk ondanks alle nederlagen die zij hjden, in Zijn overwinning delen. Daarom kan de lofzang worden gezongen, ook te midden van pijn en smart. Als maar wordt gezien: deze weg van druk en lijden is de weg die God gaat met mij om de duivel gevoehge slagen toe te brengen en zo Zijn Naam te verheerüjken. Wat een eer! Dan ga je zingen, en anderen mogen dat horen: Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEBREN vertellen. Loof de HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid!

Epe

P. Vermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Lofzangen in de nacht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken