Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onrijpe druiven, stompe tanden (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onrijpe druiven, stompe tanden (I)

9 minuten leestijd

MEDITATIE

"Wat is u, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? (...) De ziel, die zondigt, die zal sterven." Ezech. 18 : 2, 4b

"^zechiël is met een deel van het volk weggevoerd in ballingschap, naar Babel. Als hij daar is, hoort hij van tijd tot tijd een spreekwoord: de vaders hebben onrijpe druiven gegeten, de tanden der kinderen zijn stomp geworden. Herhaaldehjk hoort de profeet dat mensen deze woorden in de mond nemen. Trouwens, niet alleen in Babel wordt dat door de ballingen uitgesproken. In Juda, op de straten van Jeruzalem kun je het ook al horen. We lezen dat de profeet Jeremia hetzelfde hoort. Waarom dat spreekwoord? Wel, er is al een deel van het volk in de balMngschap gevoerd. De profeten zeggen dat er nog een wegvoering zal volgen. Zelfs staat de verwoesting van Jeruzalem voor de deur!

De HEERE heeft al geslagen en er zullen nog meer slagen vallen. Alleen, het volk is het er volstrekt niet mee eens, dat de Heere op zo'n pijnlijke wijze Zijn hand zal laten neerdalen op het volk. Dat wordt naar voren gebracht door middel van dit spreekwoord. Het volk wil zichzelf veront­ schuldigen, wil te kennen geven dat ze ten onrechte zwaar geslagen worden.

Een verontschuldiging

De vaderen hebben onrijpe druiven gegeten, de tanden der kinderen zijn stomp geworden. Dus de kinderen moeten de wrange vruchten dragen van de zonden van de vaderen. Is dat eer- Ujk? Is dat billijk? Nee, zo willen de Israëheten aangeven met dat spreekwoord. Moeten zij worden weggevoerd naar een ver en vreemd land, moet de stad Jeruzalem tot een verwoesting worden, omdat de vaderen hebben overtreden tegen de Heere? Onbilhjker kan niet! Nu Ujkt het wel een beetje overdreven om te zeggen dat tanden stomp worden door het eten van onrijpe druiven. Soms wordt wel vertaald: De vaderen hebben onrijpe druiven gegeten, de tanden der kinderen zijn slee geworden. Soms kun je een eigenaardig, stroef gevoel aan je tanden krijgen door het eten van bepaalde vruchten. Dat ZOU hier dan bedoeld zijn met deze woorden. Hoe dat ook precies zij, de bedoeling is wel duidelijk. De Israëlieten beklagen er zich over dat zij de wrange vruchten moeten oogsten van de zonden van hun voorgeslacht. Zij hebben de schuld gemaakt en wij moeten de straf dragen. Er is sprake van verontschuldiging, van zelfbeklag. Maar daarnaast is er nog iets anders in het geding: wordt uiteindelijk de HEERE niet aangeklaagd? Wordt Hij niet in de beklaagdenbank gezet? Hij slaat immers het volk. Hij straft, terwijl de schuld bij het voorgeslacht ügt. Vandaar dat Ezechiël in vs. 25 laat horen: nog zegt gij: de weg des Heeren is niet recht. Waarop de HEERE antwoordt: is Mijn weg niet recht? Wilt u dat volhouden, dat Ik onrechtvaardig ben?

De profeten, Ezechiël en Jeremia, moeten met kracht steUing nemen tegen het gebruik van dit spreekwoord onder de Israëheten. Een heel hoofdstuk wordt hier in Ezechiël 18 gewijd aan de zaak. Uitvoerig en glashelder gaat de profeet in de Naam van zijn Zender de aanklachten van het volk tegen de Heere, deze verontschuldigingen ontzenuwen en weerleggen. Het is ten enenmale niet waar, dat God het volk straft om de zonde van de vaderen. En het is niet waar, dat het volk de bittere gevolgen moet dragen van wat anderen deden. Israël heeft geen reden zichzelf te verontschuldigen. De ziel die zondigt, die zal sterven, zo lezen we verschillende keren in dit hoofdstuk. Een kerngedachte uit dit lange hoofdstuk. Gemakkeüjk toe te passen op onszelf: wie van ons heeft reden zichzelf te verontschuldigen en God aan te klagen? Toch kunnen er, als het over deze dingen gaat, bij ons klemmende en moeihjke vragen vasthaken.

Indringende vragen

Dragen vaderen, voorouders, geen verantwoordehjkheid voor hun nageslacht? Is het toch soms.

in bepaalde gevallen niet zo dat kinderen de wrange vruchten plukken van het doen en laten van hun ouders? En gaat dan toch dit spreekwoord van de druiven en de tanden niet op? Misschien denkt u nu bij het lezen wel aan het tweede gebod. Staat daar niet iets van overtredingen van de vaderen, die bezocht worden aan de kinderen, aan het derde en het vierde geslacht? Dat is toch duideüjk. Zien we niet in de Schrift en ook wel vandaag om ons heen - en... misschien wel in ons eigen leven! - dat de gevolgen van de zonden kunnen doorwerken in volgende geslachten? Soms krijgen kinderen iets mee wat voor hun verdere leven een zware belasting is.

Nu is het inderdaad tenvolle waar dat ouders verantwoordeUjkheid dragen voor hun kinderen. Je kunt als ouders (of als grootouders) dingen doen, waar kinderen de zware lasten van dragen. Daar gaat het ook in het tweede gebod om: de HEERE kan de zonden van ouders bezoeken aan de kinderen, die namehjk dezelfde zonden doen. Daar gaat het wel om: in het tweede gebod wordt verondersteld dat de ouders een verkeerde weg opgaan, een weg bij God vandaan en dat dan de kinderen op die weg volgen en dus dezelfde zonden begaan. Ze doen dan dezelfde zonde en worden om dezelfde zonde gestraft. In verreweg de meeste gevallen is het zo, dat als de ouders een weg opgaan bij de Heere en bij Zijn Woord vandaan, ze dat niet alleen voor zichzelf doen, maar op die weg hun kinderen meetrekken. Wat een verantwoordeUjkheid! Aangrijpend!

Op heel schrijnende wijze kan die verantwoordehjkheid soms aan de dag komen. Wat zou u denken van een kind dat door de zondige levenswijze van zijn ouders als aids-patiënt of als verslaafde ter wereld komt? LetterUjk van zijn ouders of van één van zijn ouders meegekregen. Over verantwoordeUjkheid gesproken! Om dan nog maar te zwijgen van degenen die in de grootste psychische nood verkeren omdat ze incestslachtoffer zijn.

Een ander voorbeeld: ouders laten het er bij zitten, of ze laten het er goeddeels bij zitten als het gaat over bijbellezen, gebed, kerkgang. Wat wordt er van de kinderen? In de meeste gevallen gaan die op de ingeslagen weg nog een eind verder dan hun ouders. Dragen de ouders dan geen geweldige verantwoordeUjkheid? Het is wat als ouders hun kinderen als het ware voorleven: de dienst van de Heere kan me eigenlijk wel gestolen worden. Als ouders hun kinderen zo voorleven alsof het Woord van geen enkele waarde is en alsof het geen enkele betekenis heeft om de levende God te zoeken. Met al deze dingen, met deze verantwoordeUjkheid hangt ook samen dat ouders op de jongste dag kunnen worden aangeklaagd door hun kinderen. "Vader, moeder, waarom ging u me voor op die verkeerde weg? Wist u dan niet dat ik op die slechte weg naar alle waarschijnUjkheid wel zou volgen? " Dat aUes over die verantwoordeUjkheid bUjft staan. Dat wordt hier ook door Ezechiël niet ontkend.

In dit verband kan nog op een ander facet worden gewezen. In de Bijbel is soms sprake van een bepaalde soUdariteit in de schuld. Denk maar aan Psahn 106. Wij hebben gezondigd, mitsgaders onze vaders... Er kan een bepaalde verbondenheid worden gevoeld met de vaderen in de schuld voor God. Er kan sprake zijn van gemeenschappeUjke schuld, zodat je je met een gebogen hoofd voor Gods aangezicht verbonden weet met je voorgeslacht. Bij meerdere profeten en psalmdichters kom je dat tegen. Ze buigen diep voor Gods aangezicht omdat ze weten met hun vaderen overtreden te hebben. Dan moeten wij niet denken: dat is zwaar overdreven. Dat is het niet. Het is werkeUjkheid in de ootmoed voor God.

Het antwoord van de Heere

Hebben die IsraëUeten dan toch geUjk met dat spreekwoord? Nee, zegt de profeet, u hebt geen geUjk! Een kind wordt niet gestraft om de zonde van de ouders. Die verantwoordelijkheid van ouders blijft staan. Ieder draagt zijn eigen zonden en niet die van anderen.

Maar gesteld nu dat iemand de Heere vreest en intussen gehandicapt is omdat ze bij haar dronken vader in de auto zat, draagt ze dan toch niet de bittere gevolgen van de zonde van haar vader? Wordt ze dan niet zwaar door God gestraft...? We hebben het over iemand die de Heere vreest. Ik aarzel om het neer te schrijven, en toch... Als zij de Heere vreest zal het haar uiteindeUjk dichter bij de Heere moeten brengen, dat ze dit kruis op haar schouders heeft. Dan kan deze weg bitter zijn. Het zal tenslotte in het hcht van de eeuwigheid bezien ten goede moeten medewerken.

Ezechiël hoort dus dat spreekwoord onder zijn landgenoten. De Heere zegt tegen hem: wat is u dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels: De vaderen hebben onrijpe druiven gegeten, de tanden der kinderen zijn stomp geworden? Hoe komt u erbij om dat uit te spreken? Wat beweegt u eigenUjk? De profeet moet in de Naam des Heeren zo krachtig mogehjk steUing nemen tegen het in de mond nemen van deze woorden. De HEERE bezweert zelfs de IsraëUeten om dit spreekwoord achterwege te laten. We zien dat in vers 3: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het u meer gebeuren zal dit spreekwoord in Israël te gebruiken. Het is een gruwel in de oren van de HEERE.

Ezechiël heeft een heel andere boodschap te brengen. En dan blijft het allemaal staan, wat bijvoorbeeld het tweede gebod zegt over de verantwoordehjkheid van ouders tegenover hun kinderen. En dat zo gemakkeUjk een ouder een kind meetrekt op een verkeerde weg en dat daarmee een ontzagUjk kwaad wordt aangericht. Het is allemaal waar maar hier in Israël is ten diepste nog wat anders aan de hand.

De IsraëUeten willen zichzelf verontschuldigen. Daarmee verbonden is het aanklagen van de Heere. De profeet wil aantonen dat dft een volstrekt heilloze weg is. Hij wil een betere weg wijzen: de weg van verootmoediging voor de Heere, het buigen voor God. En daar is dan mee verbonden de behjdenis dat de Heere recht is. Die dingen zijn hier in het geding. Met klem predikt Ezechiël de persoonüjke verantwoordehjkheid van de mens. De mens die zondigt, die zal sterven. Niet een ander. Het is wat dat betreft veelzeggend, dat wij eenmaal bij ons sterven alleen en heel persoonüjk gesteld worden voor het aangezicht van de Heere. De verontschuldiging van het volk snijdt helemaal geen hout. Ze kan voor God niet bestaan. Onszelf verontschuldigen voor God is altijd heilloos. Er is een betere weg. Beter is het om als schuldige te vallen in de handen van Christus!!

Lunteren M. Goudriaan

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 oktober 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Onrijpe druiven, stompe tanden (I)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 oktober 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken