Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Simsons val

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Simsons val

10 minuten leestijd

Meditatie

J.C. Schuurman, Ridderkerk

„En het geschiedde daarna, dat hij een vrouw lief kreeg, aan de beek Sorek, welker naam was Delila. En het geschiedde, als zij hem alle dagen met haar woorden perste, en hem moeilijk viel, dat zijn ziel verdrietig werd tot stervens toe; Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en zeide tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireër Gods ...En het haar van zijn hoofd begon weer te wassen, gelijk toen hij geschoren werd."

Richteren 16 : 4, 16, 17a en 22

In het eerste gedeelte van Richteren 16 wordt Simsons val beschreven. Het is een aangrijpende geschiedenis. Op een sluwe wijze wordt zijn levensgeheim ontdekt. Simson wordt van zijn kracht beroofd en vervolgens door de Filistijnen gearresteerd. Zijn ogen worden uitgestoken en als een hulpbehoevend mens moet hij in de gevangenis een molen voortbewegen. Inderdaad, een diepe val! En weet u wat deze geschiedenis extra aangrijpend maakt? Dat Simson deze trieste afloop aan zichzelf te wijten heeft. In zijn leven wordt bevestigd wat we zingen in psalm 32: "Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen". Simson heeft zich laten leiden door zijn eigen hartstochten in plaats van zich te houden aan Gods heilzame geboden.

Dat zien we meteen al aan het begin van dit hoofdstuk als hij een bordeel binnengaat in Gaza. Dit valt ons bitter tegen als we denken aan het slot van Richteren 15. In de vorige meditatie zagen we dat Simson ootmoedig bad. Gebroken in zichzelf was hij op de knieën terechtgekomen. Toen hij van dorst dreigde te sterven, heeft de Heere op zijn gebed uitkomst gegeven door op een won- derlijke manier voor water te zorgen. Onwillekeurig vragen we ons af of Simson daar dan niets van geleerd heeft? Hoe is het mogelijk dat hij zich naar de Gazastrook begeeft om een hoer te bezoeken. En dat als Nazireër Gods, als een man die geroepen is om zijn leven volstrekt aan de Heere te wijden. Simson geeft zich over aan zijn zondige lusten en leeft zich uit in de werken van het vlees.

Deze sterke man is uiterst zwak als het om vrouwen gaat. Vanaf vers 4 is er sprake van nóg een vrouw, namelijk Delila. Simson krijgt haar lief en begint een verhouding met haar terwijl er van een huwelijk geen sprake is. Vandaag noemen we dat een LAT-relatie. De omgang met Delila wordt voor Simson echter wel het begin van het einde. Trouwens - hoe vaak heeft zich dat in de geschie­ denis al niet herhaald? In het leven van politici en ook van ambtsdragers, die juist op dit terrein gestruikeld en gevallen zijn. Door een misstap of door een buitenechtelijke relatie. En laten we dat goed zien: het gaat om een aanval van de duivel! Simson hanteert helaas niet het schild van het geloof, en nu wordt hij getroffen door een vurige pijl van de boze. De satan kent onze zwakke plekken en weet precies waar de verdediging in ons leven zwak is. Wat hebben we op onze hoede te zijn! Niemand van ons kan boven Simson gaan staan. Hopelijk zijn we bewaard voor zulke misstappen. Maar dan nóg leeft de zonde in ons hart. En voor de Heere weegt "de zonde denken" even zwaar als "de zonde dóen", zo heeft Christus ons in de bergrede geleerd. Er is maar weinig voor nodig of we gaan onderuit. Eén uur van onbedachtzaamheid kan ons leven onherstel- baar verwoesten. In onze tijd zijn er ontzaglijk veel verleidingen. Gewoon thuis. We behoeven er niet eens de deur voor uit. Via internet is het mogelijk om de vuilste dingen naar ons toe halen die ons innerlijk, ons gedachtenleven bezoedelen. Of via videofilms of telefoonlijnen. Mogelijkheden genoeg helaas.

Maar ondertussen wordt wel Gods Geest bedroefd. Straks komt Simson tot de ontdekking dat de Heere van hem geweken is. Dat is het ergste wat ons overkomen kan. Dat de Heere zegt: "Nu vertrek Ik. Want dit kunnen Mijn heilige ogen niet langer aanzien. In zó'n leven kan Ik niet wonen." Dat is om te huiveren. En daar zijn we zelfdebet aan. God wijkt niet uit eigen beweging uit Simsons leven, maar omdat deze richter het Hem onmogelijk maakt om nog langer te blijven. De Heere kan niet met de zonde onder één dak wonen. Het is niet voor niets dat Paulus ons in Efeze 4 : 30 indringend waarschuwt om de Heilige Geest niet te bedroeven. En dan noemt hij in dat verband ook ontucht en overspel (Ef. 5 : 3). Misschien zijn er onder de lezers die op dit terrein een zware strijd voeren. Dat kan net zo goed een oudere zijn als een jongere. U bent met verkeerde dingen bezig in uw leven, en het staat tussen God en u in. U merkt het aan uw bidden. Uw gebeden worden verhinderd. Het gordijn van de hemel zit dicht. Of iemand zit met een bepaalde misstap uit het verleden die door de geschiedenis van Simson weer naar bovenkomt. Het had nooit mogen gebeuren, maar de klok is niet meer terug te zetten. Hebben we het al beleden? Wérke­ lijk beleden? "Wees mij genadig, o God! Delg mijn overtreding uit. Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, en gedaan. Dat kwaad is in Uw ogen" (Ps. 51). Dat is de eerste stap op weg naar vergeving. Een andere belangrijke vraag is of we strijden tegen onze zonden, biddend om kracht. En mocht het niet lukken, neem dan eens iemand in vertrouwen om samen te bidden en desnoods hulp te zoeken. Om niet langer een gebondene van je hartstochten te zijn, maar te komen tot bevrijding! Door Gods genade en in de kracht van de Heilige Geest kan het! Dat mogen we in deze meditatie aan elkaar doorgeven.

Terug naar Simson. De verhouding met Delfla wordt hem fataal. O ja, ze doet zich lief en aanhankelijk voor. Maar het is gespeeld. Delfla is bezig met een sluw, doortrapt spel. Ze is een verraadster nadat ze zich heeft laten omkopen door de filistijnse vorsten. Zij vermoeden dat Simsons kracht te maken heeft met een geheim. En als het Delfla lukt om achter dat geheim te komen, krijgt ze een enorme hoeveelheid geld. Dan heeft ze voor de rest van haar leven geen financiële zorgen meer. En geld is een macht. Geld weet mensen aan te zetten tot de meest gemene en corrupte dingen. Dan begint het spel. "Hoe komt het toch, Simson, dat je zo sterk bent? Hoe zou jij gebonden kunnen worden? " En Simson speelt het spel mee. Levensgevaarlijk! Want het is spelen met vuur. Na twee mislukte "bindpogingen" begint hij nota bene over zijn haar. Hij komt angstig dichtbij zijn levensgeheim. Je vraagt je af waarom hij steeds weer is teruggeko- men bij Delfla. De liefde zal hem verblind hebben, en de ogen van Delfla breken geleidelijk aan zijn weerstand. Vooral als ze hem na de derde keer verwijt dat hij niet van haar houdt. "Als je echt van me hield, dan zou je geen geheimen voor me hebben, Simson." Volgens vers 16 zegt ze dat niet eenmaal maar dagelijks. Op een geraffineerde wijze oefent Delfla een enorme druk op Simson uit. Net zolang totdat hij over zijn levensroeping begint. "Ik ben een Nazireër Gods. Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen. Als ik geschoren zou worden, is het gedaan met mijn kracht en ben ik net als ieder ander mens."

Hiermee zit Simson in de val. Zoals bekend regelt Delfla een kapper die vakkundig zijn werk doet terwijl Simson slaapt. Een fflistijns arrestatieteam houdt zich gereed in een aangrenzend vertrek. En het kost geen enkele moeite om Simson gevangen te nemen. Blind en geboeid wordt hij Gaza binnengeleid. Dezelfde stad die hij aan het begin van dit hoofdstuk verlaten heeft door de hele stadspoort inclusief de zijposten op zijn schouders te nemen. Maar zijn kracht is hij kwijt omdat de Heere geweken is. En dat door eigen schuld! Wat zal dit laatste door zijn hoofd gehamerd hebben toen hij in Gaza's huis van bewaring slavenwerk moest doen. Er gaat van deze geschiedenis een ernstige waarschuwing uit. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle. Hoe vullen we ons leven in? Kan het door de beugel van Gods geboden? En dan gaat het niet alleen om de buitenkant van ons bestaan. De Heere weegt ook ons innerlijk mee. Bij Hem zijn ook onze verborgen zonden bekend. Vragen we naar Zijn wil en is het ons verlangen om Hem te eren? Of laten we ons meeslepen door onze boze lusten en begeerten, met als gevolg dat we een smet op Zijn goede Naam werpen? Dat maakt een heel verschil. Had Simson Gods wet maar gehoorzaamd! Dan zou zijn leven heel anders verlopen zijn. Maar nu is hij een slaaf van de Filistijnen geworden in plaats van een dienstknecht (een Nazireër) van God te zijn.

En toch...! Richteren 16 eindigt niet met Simsons val. De geschiedenis gaat verder. Dat kunnen we al opmaken uit een korte aantekening van de Heilige Geest in vers 22: Simsons haar begint weer te groeien. Het lijkt een onbelangrijk detail waar we gemakkelijk overheen lezen. En tóch blijkt hierin Gods trouw. Terwijl Simson - blind en ellendig als hij is - in de gevangenis rondjes loopt achter die molen, krijgt hij zijn lange haar terug. Dat heeft een diepe betekenis. God laat Simson niet los, ondanks alles wat er is voorgevallen. De geschiedenis van deze richter is vol van menselijke ontrouw en schuld. Maar niet minder vol van Goddelijke trouw en genade. Iemand zei treffend: "De Filistijnen hebben wel Simsons haren kunnen afscheren, maar niet de wortels kunnen wegnemen. Want die zijn door God geplant." Zijn werk is niet te keren. Misschien heeft Simson wel eens over zijn hoofd geaaid en voelde hij stekels. Dat was voor hem een tastbaar teken van Gods goedheid. De Heere is niet voorgoed van hem geweken. Wat een genade.

In het licht van heel de Schrift moeten we zeggen dat dit wonder alleen te danken is aan de grote Richter Christus. Hij is na Zijn gevangenneming wél door God verlaten, hoewel Hij onschuldig was! Tegelijk heeft God Dien, Die geen zonde gekend heeft, tot zonde gemaakt om de schuld van Zijn kerk te verzoenen. De (eeuwige) straf die Simson verdiende was op Hem. Hij is ook om Simsons overtredingen en ongerechtigheden verwond en verbrijzeld. Dankzij het kruis van Golgotha gaat de Heere tóch met Simson verder. Van de gekruisigde Christus moeten ook wij het hebben. Juist als we hebben ontdekt dat we geen haar beter zijn dan Simson. Al lezend in Richteren komen we in deze merkwaardige mens meer van onszelf tegen dan ons lief is. Wie moet het beamen?

Wie is dit aan de weet gekomen door het ontdekkende licht van de Heilige Geest? Dan kan het een benauwde vraag zijn of er nog uitkomst is. Zou er voor mij nog hoop zijn, gezien mijn verleden? Laat u dan bemoedigen door het feit dat de Heere Simson niet liet vallen. Aan het einde van zijn leven is deze richter zelfs ingeschakeld om een grote overwinning te behalen, zoals we in de volgende en laatste meditatie over Simson hopen te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 12 October 2001

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Simsons val

Bekijk de hele uitgave van Friday 12 October 2001

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken