Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Groen van Prinsterer: een staatsman die het Evangelie van Christus beleed (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Groen van Prinsterer: een staatsman die het Evangelie van Christus beleed (1)

10 minuten leestijd

UIT DE SCHAT VAN DE KERK

Inleiding

Wanneer mij wordt gevraagd welke twee Nederlanders uit de negentiende eeuw mij het meest geïmponeerd hebben antwoord ik zonder aarzelen: Kohlbrugge en Groen van Prinster; Kohlbrugge als prediker van het evangelie, als trooster van treurigen en Groen vooral als belijder van het evangelie in de samenleving. Kohlbrugge en Groen zijn qua karakter twee heel verschillende mensen geweest. Zij dachten ook niet in alle opzichten gelijk, maar beider optreden werd gestempeld door wat Groen de hervormde gezindheid heeft genoemd. Kohl-brugge was in de omgang niet zo gemakkelijk. Hij was hoekig. Groen is door zijn tijdgenoten wel als de edele Groen getypeerd. Kohlbrugge is naar mijn overtuiging de meerdere van Groen van Prinsterer in het radicale verstaan van de tweeslag van wet en evangelie. Groen overtreft echter Kohlbrugge in het doorgronden en weerstaan van de geest van de tijd. Daarin is hij tegelijkertijd nuchterder en dieper. Eigenlijk is deze vergelijking trouwens niet helemaal op zijn plek. Groen en Kohlbrugge hebben van God elk een eigen roeping en taak gehad; Kohlbrugge als theoloog en prediker van het evangelie, Groen als jurist en als belijder van Christus in kerk en staat. Beiden zijn met hun onderscheiden gaven en inzichten gebruikt in Gods koninkrijk.

Van Groen heb ik voor het eerst gehoord van meester Van Wijk, de hoofdonderwijzer van de School met de Bijbel te Kinderdijk. Dat was als de schoolstrijd uit de negentiende eeuw in de geschiedenis lessen werd behandeld. De School met de Bijbel was de enige school van dit dijkdorp. Aan zo goed als heel de Kinderdijkse jeugd werd onderwijs gegeven gestempeld door het Evangelie zoals de belijdenisgeschriften van de Hervormde Kerk daarvan getuigen. Dat gebeurde ook toen een niet onbelangrijk deel van de schooljeugd gevormd werd door de kinderen van rooms-katholieke Spaanse gastarbeiders. In de lagere klassen moesten zij net als alle andere kinderen een psalm leren en in de hoogste klassen de vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus inclusief vraag en antwoord 80 over de paapse mis.

Ik kan mij nog altijd herinneren dat een Spaanse klasgenote altijd zo eerbiedig de vragen en antwoorden van de catechismus opzegde; zondag 1 met tranen in haar ogen. Toen al drong tot mij het besef door dat God ook in het christendom dat nog niet bevrijd is van het pauselijk juk nog altijd Zijn kinderen heeft. Jaren later vond ik dat onder andere terug in de geschriften van Groen;

door P. de Vries, Elspeet trouwens ook bij vader Brakel in diens Redelijke Godsdienst.

Later begrepen het feit dat zo goed als heel de jeugd van het dorp Kinderdijk les ontving op de school met de Bijbel helemaal in de lijn van Groen was. Hij wilde door middel van de christelijke scholen de natie bewaren bij en terugwinnen voor het evangelie van Gods genade. Een nadere kennismaking met Groen vond plaats op de studievereniging van de SGP waarvan ik tijdens mijn middelbareschooltijd lid was. Als student las ik als eerste werk van Groen Ongeloof en Revolutie. Ongetwijfeld is dit Groens hoofdwerk. Het is ontstaan uit lezingen die hij in een kleine kring van belangstellende vrienden hield in de winter van 1845-1846.

De stijl van Groen is niet gemakkelijk. Wel viel mij bij de eerste lezing al op welke rake typeringen Groen kan gebruiken. Overal in zijn geschriften vinden wij uiterste originele en rake gedachten waarmee het Evangelie tegen de geest van de tijd wordt getypeerd. Vooral de geschriften van dr. W. Aalders zijn in mijn studententijd een gids geweest om Groen leren verstaan. In het bijzonder noem ik diens boek Theocratie of Ideologie. Als student en ook nog als jong predikant bezocht ik juist om de lezingen van dr. Aalders de jaarlijkse bijeenkomst van de vrienden van Kohlbrugge. Al zijn er zaken waarover ik anders denk dan hij, altijd vond ik zijn bijdragen buitengewoon de moeite waard.

Wie was Groen van Prinsterer?

Wie was Groen van Prinsterer? Het was vorig jaar tweehonderd jaar geleden dat hij in Den Haag werd geboren. Mede ter gelegenheid daarvan is in tegenwoordigheid van vertegenwoordigers van CDA, Christen Unie en SGP in het gebouw van de Tweede Kamer een borstbeeld van hem onthuld. Hij groeide op in een gegoede, aristocratische familie. Zijn vader was arts en heeft onder andere nog zitting gehad in de Raad van State. Zijn ouders waren verlicht hervormd en zoals toen vrijwel de gehele spraakbepalende culturele elite van die tijd afkering van wat zij zagen als extreme standpunten zowel in godsdienstig als in maatschappelijk opzicht. Groen was zeer begaafd. Op 17 december 1823 promoveerde hij om tien uur in de rechten en om elf uur in de letteren; een unieke gebeurtenis.

In Leiden had Groen ook deelgenomen aan de privatissima die daar werden gegeven door Bilderdijk, de vader van het Reveil. Al heeft Groen bepaalde gedachten van Bilderdijk nooit overgenomen (terwijl Bilderdijk de absolute monarchie heeft verdedigd was Groen een voorstander van de constitutionele monarchie), het zaad door Bilderijk gestrooid heeft in Groens leven later vrucht gedragen. In 1827 werd Groen benoemd tot referendaris van het kabinet des konings. Het jaar daarop trouwde hij met Betsy van der Hoop. Zij was evenals hij uit een gegoede familie afkomstig. Ontzaggelijk veel heeft zij voor haar man mogen betekenen. Als referendaris van het kabinet des konings maakt Groen in Brussel het voorspel van de afscheiding van België mee. Mede daardoor kwam er een wending in zijn politieke inzichten.

Tot dan toe was hij, zoals velen in zijn tijd.

al naar gelang de omstandigheden waren conservatief-liberaal of liberaal-conservatief geweest. Steeds meer werd hij zich bewust van het dodelijk gevaar dat school in de beginselen van de Franse Revolutie. Ook geestelijk voltrok zich een wending; eerst bij zijn vrouw en later ook bij Groen zelf. Dat was onder invloed van de hofprediker Merle d'Aubigné, een uit Zwitserland afkomstig predikant die gestempeld was door het Reveil. Dit alles bracht ook een keer in levensstijl teweeg. Zonder dat er veel ophef over werd gemaakt kwam er een einde aan het schouwburgbezoek en aan het deelnemen aan bals. In overeenstemming met Groens karakter voltrok de omkeer in zijn leven zich langs de wegen van geleidelijkheid.

In 1831 schreef Groen aan zijn vriend Van Rappard: 'Maar het geloof, waardoor men een nieuw schepsel wordt, waardoor, in plaats van een eigen wil, de zucht om God te dienen de heersende is, dat geloof bezit ik niet, of althans in nog zó geringe mate, dat ik er mijzelf nog bijna onbewust van ben. Maar dat geloof is wel volstrekt nodig. Het moet ons gegeven worden. Dagelijks gebed en bijbellezing zijn de middelen het te krijgen. Ik erken gedurig de leiding van God in mijn lotgevallen en begin meer te vertrouwen op Gods hulp, Die Zijn goede werk in mij voleindigen zal.' In januari 1833 werd Groen ernstig ziek. Tot grote blijdschap van zijn vrouw mocht hij niet alleen herstellen, maar vond hij ook geestelijk rust in de overgave aan Christus als volkomen Zaligmaker. Niet alleen vanwege gezondheidsredenen nam Groen in dat jaar ontslag, maar ook omdat zijn functie hem eigenlijk met echt lag. Reeds vanaf 1831 was hij belast met het toezicht op het huisarchief van de Oranjes. Het was geheel in overeenstemming met zijn aanleg en belangstelling dat hij daaraan nu al zijn tijd mocht besteden.

Met de uitgave van de Archives de la maison Orange-Nassau verwierf Groen zich een naam in Europa. Het Handboek der Geschiedenis van het Vaderland is mede uit de bestudering van deze bronnen geboren. Dit handboek wordt gestempeld door Groens overtuiging dat God de wereld naar Zijn Raad regeert en dat de geboorte van Nederland als zelfstandige staat onlosmakelijk verbonden is met het ontstaan van de Hervormde Kerk. Groens adagium was: Er staat geschreven, er is geschied. Hij kwam openlijk voor zijn standpunt uit en bestreed dat neutraliteit in wetenschap mogelijk is. Daartegenover stelde hij dat alleen hij die partijdig is onpartijdig kan zijn, dat wil zeggen alleen wie zich van zijn eigen uitgangspunten (Groen sprak van beginselen) bewust is, kan anderen die andere uitgangspunten hanteren echt recht doen. Er staat geschreven verwijst naar de bijbelse openbaring. Er is geschied naar datgene wat God in de geschiedenis zeker ook die van Nederland heeft gedaan. Daarbij geldt trouwens dat ook de openbaring zelf het karakter van geschiedenis heeft. Zij spreekt ons van Gods grote daden in Christus Jezus. In het licht van Gods openbaring in Zijn Woord wenste Groen de geschiedenis te doorlichten in de overtuiging dat alleen zo de diepste zin van de geschiedenis, namelijk dat Christus Zijn kerk beschermt en vergadert, voor ons duidelijk wordt.

Een belijder van het Evangelie van verzoening door voldoening

Groen werd een overtuigd belijder van het Evangelie van verzoening door voldoening. Heel sprekend heeft hij dat in Ongeloof en Revolutie verwoord. Groen schreef niet bepaald eenvoudig en zijn taal is negentiendeeeuws. Zoals zovele negentiende-eeuwse gereformeerde belijders schreef hij 'Heer' en niet 'Heere' en ook dat laat ik staan zoals hij het schreef. Dan nu het citaat: 'De evangelische waarheden, wier onmisbaarheid nooit treffender dan in hun gemis bleek, zijn geen mysteriën, waarin men door diepzin-nigheid of lichtzinnigheid ener menselijke filosofie ingewijd wordt. Het zijn de verborgenheden, welke de Heer den nederige en zachtmoedige bekend maakt; de waarheden, welke even stellig als eenvoudig in de Heilige Schrift uitgedrukt zijn: vrede door het bloed des kruises; een offer waardoor het rantsoen voor velen betaald is; verandering des harten, zichtbaar in de werkzaamheid der liefde en in het licht der goede werken; voorwerp der veelsoortige bestrijding, doch waarvan de Zaligmaker zegt: "Ik dank, U Vader! Heer des hemels en der aarde! Dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt ze den kinderkens geopenbaard." De kinderlijke aanneming dezer dingen is de eerste voorwaarde om de verborgenheden der wetenschap te leren verstaan.'

Groen heeft zich als een calvinist getypeerd maar dan wel een calvinist gestempeld door het Reveil. Vanuit de centrale betekenis van de verzoening door het bloed van het kruis leerde hij de belijdenisgeschriften van de Hervormde Kerk waarderen en bepleitte hij in de kerk een onbekrompen en ondubbelzinnige handhaving ervan. Groen heeft zelf noch in dogmatische noch in politiek opzicht een systeem ontworpen. Daar had hij de tijd niet voor en het paste ook niet bij zijn karakter. Als man van het Reveil was er bij Groen sprake van een orthodoxie van het hart. Alle nadruk viel op de centrale geloofswaarheden die alle protestanten met elkaar verbinden zoals de verzoening door voldoening, de rechtvaardiging door het geloof, de noodzaak van vernieuwing door de Heilige Geest en het gezag van de Schrift.

Ten opzichte van de gereformeerde orthodoxie uit de tijd van na de Reformatie had Groen zekere reserves. Naar zijn overtuiging was men niet altijd ontkomen aan dogmatische haarkloverijen en voor de opbouw van de gemeente weinig zinvolle onderscheidingen. Geheel ongelijk kan ik Groen daarin niet geven. Wanneer Groen spreekt over een onbekrompen handhaven van de belijdenis houdt dat echter ook verband met zijn visie op de Dordtse Leerregels. Groen beleed zelf de waarheid van de verkiezing en heeft op zijn sterfbed daaruit troost geput, hij meende echter dat de Dordtse Leerregels allereerst een geschrift van de school was en niet van de kerk en dat in het negentiende-eeuwse tijdsgewricht, gezien de andere fronten dan in de zeventiende eeuw, de verkiezingsleer van Dordt niet op de voorgrond moest worden gesteld. Helaas is in gereformeerde kring de leer van de verkiezing nog al eens uit zijn verband gerukt en misbruikt, dat doet echter niets af van de waarheid en kerkelijke betekenis van de verkiezing zoals de Dordtse vaderen die juist op zo'n evenwichtige wijze hebben beleden. Het zal duidelijk zijn dat ik

anders tegen de Dordtse Leerregels aankijk dan Groen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2002

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Groen van Prinsterer: een staatsman die het Evangelie van Christus beleed (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2002

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken