Bekijk het origineel

Mirten in de diepte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mirten in de diepte

7 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE

door L.W.CH. Ruijgrok, Monster

'Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren...' Zacharia 1: 8

Zacharia ontvangt acht nachtgezichten, acht 'visioenen van de hoop' die hem in symbolische taal stapje voor stapje inleiden in de heügeheimen van Gods weg en werk. Ditmaal het eerste onderdeel van het eerste nachtgezicht.

Mirten

Zacharia leidt het in met de woorden: 'En ik zag des nachts en ziet...'! Wzt ziet'hij? 'Een Man, rijdende op een rood paard en Hij stond tus sen de mirten die in de diepte waren'! Het moet een uitermate indrukwekkend gezicht geweest zijn voor Zacharia. Hij ziet allereerst 'mirten'. Wie enigermate op de hoogte is van de bloemenpracht van het beloofde land weet: de mirt is op zich een sierlijke heester. Hij heeft gladde, donkergroene bladen en een prachtige witte bloesem die later overgaat in een soort roodachtige bes. Die bloe- sem geurt heerlijk en geeft een prachtige aanbUk.Vandaar dat mirten tot op de dag van vandaag ook gebruikt worden als: bruidsbloemen!

In dit visioen valt de nadruk echter niet allereerst op de schoonheid en de geurigheid van de mirt maar veeleer op zijn geringheid en kwetsbaarheid. Want hoe sierlijk een bloeiende mirt ook is, hij is op zich maar klein. Klein van omvang. Laag bij de grond. Naar het uiterlijk onaanzienlijk en gering.Vergeleken bij de machtige ceders van de Libanon en de indrukwekkende eiken van Basan valt de mirt geheel in het niet. En dat aspect van geringheid en nietigheid wordt in ons visioen versterkt door de toevoeging: 'die in de diepte waren'. Zacharia ziet ze dus staan ergens laag in een vallei. In de diepte. In de laagte. Verscholen onder de schaduw van allerlei ander geboomte. Ze vallen nauwelijks op. Je zou ze haast over het hoofd zien.

De teruggekeerde ballingen

Dit mirtebos is in het visioen dat Zacharia ontvangt een beeld voor de staat waarin de teruggekeerde ballingen in zijn dagen verkeren. Ze zijn als 'mirten in de diepte'! Zeker, er is een bepaalde schoonheid onder hen. Er geurt iets van de vreze des Heeren. Treedt Zacharia niet op in dagen waarin er sprake is van een beginnend geestelijk ontwaken? Van een hernieuwd vragen naar de HEERJE en hopen op Hem? Alleen, hoe dankbaar de profeet daarvoor is, hun uiterlijke positie is wel uiterst kwetsbaar en gering.

Waf betekenen ze nu eigenlijk ten opzichte van de omringende volken? Niets! Ze zijn maar klein in getal. De meesten van het volk zijn in Babel achtergebleven. Bovendien, het land ligt er in allerlei opzichten nog woest en verlaten bij. De muren van stad en tempel zijn nog niet eens herbouwd. En hoezeer ze ook naar het beloofde land hebben mogen terugkeren, ze staan nog altijd onder het gezag van Darius, de Perzische vorst die Babel had overwonnen. En u weet: ook in Kanaan worden ze van allerlei kanten benauwd. Kortom, de teruggekeerde ballingen zijn inderdaad als 'mirten in de diepte'. Klein.Veracht. Niet in tel bij de heidenen rondom.

Een Man op een rood paard

Maar wat ziet Zacharia? Hij ziet tussen de mirten 'een Man op een rood paard'! Met in zijn gevolg een ruiterstoet van rode, bruine en witte paarden.Wie is die 'Man'? In vs. 11 wordt Hij nader getypeerd als 'de Engel des HEEREN'. En gaat het in het Oude Testament over de Engel des HEERJEN, dan wordt daar niet een gewone engel mee bedoeld maar dé Engel des HEERJEN bij uitstek. Ook wel genoemd: 'de Engel des Verbonds'! Dat is niemand minder dan de gestalte van Gods Zoon. M.a.w.: Christus, zoals Hij oudtestamentisch wandelde onder Zijn volk. Zacharia ziet Hem als 'de Ruiter op het rode paard'! Daarbij duidt het woord 'rood' vanuit de grondtaal aan: het donkerrood van bloed. Het wijst op bloed dat in de strijd vergoten is. Anders gezegd: Christus verschijnt hier in de gedaante van de strijdbare Held. In de gedaante van de Messias Die de grote strijd voor Zijn volk heeft gestreden. Die Zijn bloed heeft gestort om Zijn volk te verlossen, te bewaren en eeuwg te redden. Welk een prachtig visioen. De terugge- keerde ballingen nemen een uiterst geringe plaats in onder de volken. Ze zijn o zo ZAvak in zichzelf. Worden van alle kanten verdrukt. Zijn in zichzelf niet veel meer dan 'mirten in de diepte'. Maar Wie staat daar tussen de mirten? Wie is die Man, die Ruiter op dat rode paard? Het is de Engel des HEEREN! Christus onder het Oude Verbond! M.a.w.: hoe zwak, hoe verdrukt, hoe aangevochten hun positie ook is, in dit visioen predikt de HEERE hun: Vrees niet Juda, want Ik ben in het midden van u'! 'Vrees niet, gij worpje Jakobs en gij volkje Israels. Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels' (Jes. 41:14). Vrees niet, want Ik ben met u. Ik draag u. Ik waak over u. Ik ben de Bewaarder van Israël, Die niet sluimert noch slaapt!

Ook nu

Intussen, welk een prediking: 'En ik zag en ziet een Man, rijdende op een rood paard en Hij stond tussen de mirten die in de diepte waren'. Niet alleen voor de teruggekeerde ballingen maar evenzeer voor de Kerk van alle tijden. Want is de levende Kerk van Christus niet altijd 'kerk onder het kruis'? Is haar positie er niet altijd één van geringheid, nederigheid, verdrukking en vervolging? Ook vandaag vind de Kerk van Christus haar beeld bepaald niet in de forse eik van Basan. Evenmin in de machtige ceder van de Libanon. Ze is klein en veracht.Weggedrukt naar de uiterste rand van de samenleving. Zwak in zichzelf. Voortdurend bedreigd door de machten van de duisternis. Ze is als 'mirten in de diepte'. En toch - en welk een troost is dat: de Ruiter op het rode paard begeert ook vandaag te staan tussen de mirten die in de diepte zijn. Hij is Zijn Kerk die begeert te gaan in Zijn spoor zeer nabij. Hij heeft het immers Zelf beloofd: 'Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik Zelf in het midden'.

En wat nu voor Christus' Kerk in haar geheel geldt, geldt ook voor elk van Gods kinderen afzonderlijk. Immers, waar wil de Heere wonen? Waar wil Hij zijn? Waar wil Hij de tekenen van Zijn gunst en tegenwoordigheid doen oplichten? Bij monde van Jesaja zegt Hij: Ik woon in het hoogte en in het heilige en bij die, die van een verbrijzelde en nederige geest is' (Jes. 57:15).Vreest u de Heere? Hebt u Christus lief? Dan weet u: mijn plaats is 'in de diepte'l\ Is waar: van nature staan we hoog voor God.Trots.Vol zelfbewustzijn en eigengerechtigheid. Maar Hij verootmoedigt. Hij maakt klein. Hij ontdekt aan schuld en verlorenheid, zodat we aan onze kant niets anders overhouden dan schuld, zonde en rechteloosheid. De farizeeër in ons word.t gemaakt tot een tollenaar die maar één gebed overhoudt: O God, wees mij zondaar genadig'!

Maar nu het wonder: juist daar wil Christus wonen. Juist daar wil Hij zijn. Niet bij het hoge. Niet bij het machtige. Niet bij dat wat zichzelf wel kan helpen en redden en Hem in de grond der zaak niet nodig heeft. Maar in de diepte. Waar een gebroken hart is en een verslagen geest. Waar een zondaar in diepe ootmoed zijn knieën buigt voor God en smeekt: 'Ga niet in het gericht met Uw knecht, want niemand die leeft zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn'. Juist daar wil Hij zijn. Juist daar wil Hij Zijn Middelaarsheerlijkheid openbaren. Juist daar wil Hij ons Zijn doorboorde handen en doorgenagelde voeten tonen. Juist daar wil Hij Zijn bloed sprengen op ons hart. Tot verzoening. Tot genezing. Tot waarachtige vrede met God. En daar wil Hij als de Ruiter op het rode paard ook ons, ook in dit huidige tijdsgewricht waarin de golven zo hoog gaan, toch verzekeren: 'Ik zal voor u strijden en gij zult stille zijn'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2004

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Mirten in de diepte

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2004

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken