Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Simson (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Simson (7)

8 minuten leestijd

iwiajiKiiE

En Simson zeide: ijn ziel sterve met de Filistijnen; en hij boog zich met kracht, en het huis viel op de vorsten en op al het volk, dat daarin was. En de doden, die hij in zijn sterven gedood heeft, waren meer dan die hij in zijn leven gedood had. Richteren 16 : 30

Een overwinningsfeest

Het geheim van Simsons kracht is bekend. Eén voor één hebben ze zijn haarlokken afgeschoren. Zo raakt Simson zijn kracht kwijt. Maar wat veel erger is: de HEERE is van hem geweken. Simson komt in de gevangenis terecht. Ze hebben zijn ogen uitgestoken. Het enige wat hij nog kan, is rondjes lopen in de tredmolen. De Filistijnen zijn uitzinnig van blijdschap. Dit moeten we vieren, zeggen de vorsten tegen elkaar.

Onze god heeft onze vijand Simson in onze hand gegeven. Er wordt een feest georganiseerd in de tempel van Dagon. Drieduizend mensen zijn bij elkaar om het overwinningsfeest mee te vieren. Ze zingen allemaal mee met het overwinningslied: 'Onze god heeft onze vijand in onze hand gegeven, die ons verwoestte en velen van ons gedood heeft.' Het is vooral een lastering van de Naam des HEEREN.

Een laatste spel

Om de feestvreugde te verhogen wordt Simson uit de gevangenis gehaald. Laat Simson komen, zodat hij voor ons kan spelen! Vrij vertaald: Haal Simson, dan kunnen we lachen. Dat klinkt misschien wat plat, maar zo is het. De blinde, hulpeloze man wordt een mikpunt van spot en spel. Als we dan bedenken, dat Simson door de HEERE geheiligd is! Onwillekeurig moeten we denken aan Psalm 89: 'Zijn schoonheid is vergaan, zijn troon ligt neergestort; met schaamte is hij bedekt, elk kan hem straffeloos tergen.' Een knecht van God als onderdeel van een feestprogramma. Dat het zo ver kan komen! 'Hoe lang, o trouwe God, zult Gij U steeds verbergen? ' Niet dat Simson beter verdient, maar toch!

Een laatste gebed

Daar staat hij, tussen de pilaren. Een jongetje moet hem bij de hand nemen. Simson vraagt of hij even tegen de pilaren van de tempel mag leunen. Ondertussen zijn er drieduizend mensen in de tempel aanwezig. Wat gaat Simson nu doen? Hij roept tot de HEERE, lezen we in vers 28. Dat hebben we hem eerder ook horen doen. Bij Lechi, toen hij dorst had en bang was dat hij alsnog in de handen van de Filistijnen zou vallen of van dorst zou sterven. Toen riep Simson tot de HEERE. 'De fontein van de Aanroeper', zo noemde hij die plaats later. Nu bidt Simson opnieuw. Het staat niet op het feestprogramma. 'Heere, HEERE, gedenk tot mijner, en sterk mij toch alleen ditmaal, o God! Dat ik mij met een wraak voor mijn twee ogen aan de Filistijnen wreek.'

We hadden het, eerlijk gezegd, niet meer verwacht dat Simson de Naam des HEEREN zou aanroepen. Zijn gebed is een belijdenis. We kijken Simson nog een keer in zijn hart. Heere, HEERE. Die aanspraak zegt meer dan honderd woorden. Heere, dat is Ado- nai. Daarmee belijdt Simson: U hebt alle macht over mij. En dan die andere Naam. HEERE, daar staat de heilige Godsnaam. Ik ben die Ik ben. HEERE,

U bent trouw tot in eeuwigheid. U laat nooit varen wat Uw hand begon. Al heb ik het laten lopen en al is het helemaal uit de hand gelopen. Zo erg zelfs, dat U mij hebt verlaten. Nochtans roep ik U aan. Heere, HEERE. Hier wordt God erkend. De HEERE is recht in al Zijn weg en werk. Ik heb het verkeerd gedaan, maar U doet het nooit verkeerd.

Hebt u zo wel eens gebeden? Hebt u zo wel eens gebogen voor God?

Gedenk mij toch! Waar moet God dan aan denken? Simson torst immers dat hele verleden met zich mee. Wat zegt Psalm 25? 'HEERE, gedenk niet aan de zonden van mijn jeugd, maar gedenk aan Uw goedertierenheid en barmhartigheden, want die zijn van eeuwigheid.' Ziet u, hoe ootmoedig Simsons laatste gebed is? Zwak als hij is, leunt hij tegen de pilaren van de tempel. Maar ondertussen zoekt hij steun bij de HEERE. Al getuigt zijn leven op zoveel bladzijden van het tegendeel. Hieraan laat het nochtans-geloof zich herkennen. Dat leeft niet van een happy end, maar van gered worden, al is er aan onze kant geen enkele reden dat God dit doet. Hij doet het op grond van Zijn barmhartigheid.

Geef mij nog eenmaal kracht

We luisteren verder naar Simsons gebed. 'Gedenk mij toch en sterk mij toch alleen ditmaal, dat ik mij met één wraak voor mijn twee ogen aan de Filistijnen wreek.' Misschien moeten we het nog iets anders vertalen: 'dat ik mij met een wraak voor één van mijn twee ogen aan de Filistijnen wreek.' Voor mijn twee ogen is dit nog te weinig. Misschien vindt u het een vreemd gebed.

Er is weinig te merken van ootmoed. Wij hebben het niet op mensen die zich willen wreken. En terecht. Wraak komt voort uit ons boze hart. We zullen bij Simson echter moeten bedenken, dat hij een knecht van God is. Hij moet in Gods Naam vechten tegen de Filistijnen. Die roeping blijft van kracht, ook als wij denken dat het voorbij is. Zijn haarlokken, het teken van zijn wijding, zijn afgesneden. De HEERE is van Zijn knecht geweken, maar we lezen dat het haar van zijn hoofd weer begint te groeien. Toch nog een teken van Gods bemoeienis met Simson. En er is nog iets. We zouden het bijna vergeten, na alles wat er gebeurd is. Wat heeft de engel ook al weer tegen Manoach en zijn vrouw gezegd? Dit knechtje zal een Nazireeër Gods zijn. Hoe lang? Vanaf de dag van zijn geboorte tot op de dag van zijn dood (Richt. 13:7).

Zijn laatste kracht

Sterk mij toch alleen ditmaal. Nog één keer is Simson richter. De kracht komt in zijn lichaam terug. Daar staat hij, tussen de pilaren. Hij pakt er twee. De ene met zijn rechterhand en de andere met zijn linkerhand. We horen zijn laatste woorden: 'Mijn ziel sterve met de Filistijnen.' Dan duwt hij de pilaren uiteen en de tempel stort in. En dan lezen we: 'De doden, die hij in zijn sterven gedood heeft, waren er meer dan die hij tijdens zijn leven gedood heeft.' Simson is geen terrorist, maar een richter. Nog eenmaal staat hij in Gods dienst, al moet hij het leven erbij laten. Richteren 16 eindigt met de mededeling dat Simson Israël 20 jaar heeft gericht. Dat stond ook al aan het slot van hoofdstuk 15. De kanttekeningen merken erbij op, dat deze laatste daad van Simson evenzeer tot zijn richtersambt behoorde als de voorafgaande. Tot in zijn sterven maakt God waar wat Hij tegen Manoach heeft gezegd: 'Hij zal beginnen om Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.'

Van Simson naar Christus

In zijn laatste daad wijst Simson nog één keer naar Christus. Simson sterft, maar stervend overwint hij zijn vijanden. Christus sterft ook. Door Zijn dood verslaat Hij degene die het geweld van de dood had, namelijk de duivel. We stonden versteld van Simsons kracht, maar het lezen in zijn levensboek stelde ons ook voor grote vragen. Alles roept om de Meerdere van Simson. Zonder die genade Gods was Simson reddeloos verloren geweest. En wij niet minder. Kennen we Christus, Die stervende overwon! Is Zijn dood ons leven geworden? We hebben Simson de afgelopen weken gevolgd. Wat heeft hij gevochten, tegen de Filistijnen, maar vooral tegen zichzelf. Ten diepste was er de strijd tussen Geest en vlees. Allen die de HEERE kennen, weten daar ook van. Dan staat Simson niet ver meer bij ons vandaan. Als we onze meetlat ernaast leggen, is het bij Simson allemaal te kort. Maar God meet anders. Hij verheerlijkt Zijn genade in de grootste van de zondaren. Daarom komen we Simsons naam tegen in Hebreeën 11. Niet omdat hij het ernaar gemaakt heeft, maar krachtens Gods genade.

Zijn begrafenis

Simson sterft met de Filistijnen, maar hij wordt niet bij de Filistijnen begraven. Zijn familieleden en stamgenoten komen om hem in Israël te begraven. Dat is wel het laatste wat we verwacht hadden. Ze hebben hem altijd alleen laten strijden. Ze hebben hem zelfs aan de Filistijnen uitgeleverd. Ineens zijn ze er. Simsons lichaam wordt begraven in het graf van vader Manoach, tussen Zora en Esthaol. Uitgerekend op de plaats waar zijn rusteloze leven was begonnen (Richt. 13:25). Daar begon de strijd met de Filistijnen, maar ook de strijd met zichzelf. Nu is de strijd voorbij. Hij wordt begraven. 'Daar rusten de vermoeiden van kracht; daar zijn de gebondenen tezamen in rust; zij horen de stem van de drijver niet', zegt Job. Het is ook van toepassing op Simson. Hoe raakt hij zijn oude mens kwijt? Ze begroeven hem tussen Zora en Esthaol. Eindelijk rust, maar dan wel dankzij Christus, de Rustaanbrenger. Als Hij van ons afweet, dan komen we thuis. Bidt u het ook? Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden!

AJ. Kunz, Groot-Ammers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 August 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Simson (7)

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 August 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken