Bekijk het origineel

Vijf maal mediteren over nieuwtestamentische dierenteksten (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vijf maal mediteren over nieuwtestamentische dierenteksten (2)

8 minuten leestijd

MEDITATIE

Worden niet twee musjes om een penningske verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. Vreest dan niet; gij gaat veel musjes te boven. Mattheüs 10:29 en 31

Ooit heeft Luther gezegd en geschreven: 'es kostet viel ein Christ zu sein', 'het kost veel om een christen te zijn'. Ja, is dat zo? Of leven wij gemakkelijker dan de hervormer toen? We lijden geen vervolging, we kunnen vrijuit op de rustdag en door de week naar de kerk gaan, al wilden we elke avond... En toch, niemand van de ware gelovigen zal aan tegenkanting achtemitzetting, bespotting en vervolging ontkomen. Daarop gezien kan de schrik ons om het hart slaan. Wat wacht ons, onze kinderen en vooral onze kleinkinderen, als ook zij geloven mogen?

Dat brengt ons vaak vrees te binnen. Maar wat is het heerlijk, dat de Meester dat Zelf ook aangeeft en Zijn lijdend en strijdend volk heerlijk bemoedigt met al weer, ja, een beeld aan de dieren ontleend!

1. Schijnbaar waardeloze vogeltjes

Mij trof een opmerking van een Schriftuitlegger als kanttekening bij bovenstaande Bijbeltekst: 'wie de Grotere echt vreest zal de mindere niet vrezen'!

Hebben u en jij dat ook bij ondervinding, dat de Godsvreze van de mensenvrees afhelpt? Want mensen vrees kan ons dwars zitten, geducht plagen, bijkans de mond snoeren. Niet voor niets hoor ik de psalmdichter bidden:

'verlos mij, HEER, van 's mensen overlast'.

Ach wat zwijgen we vaak uit vrees voor wat men ervan zal vinden als we eigenlijk voor de Heere hadden moeten op - en uitkomen! Wat hebben we vaak weinig of niets voor Hem over, Die Zichzelf gaf tot in de dood aan het kruis voor een verloren zondaarsvolk. Een zuur gezicht, een spottende opmerking brengt ons al te snel ertoe om het zwijgen er maar toe te doen. Verloochenen we onze Meester dan niet?

Maar nu gaat de Zaligmaker Zijn volgelingen, als schapen door Hem uitgezonden, heerlijk vertroosten door opnieuw over dieren te spreken, die Hij als voorbeeld gebruikt. Hij spreekt over 'musjes'. Dat zijn heel onaanzienlijke vogels, in een grauw verenpak, zonder enige schoonheid. En de Heiland zal stellig meer dan eens alleen of ook met Zijn discipelen over een marktplein zijn gegaan. Daar zag Hij ook stellig dat die musjes oudtijds op de markt werden verhandeld, en door de kopers thuis werden gedood, vervolgens van ingewanden en huid ontdaan, dan geroosterd op een vuur, en tenslotte ook werden gegeten. Zij vormden het voedsel van heel eenvoudige om niet te zeggen arme mensen. En veel kostten ze immers niet? Ook toen al wist men in de markthandel van 'twee halen, één betalen'.

Twee musjes werden tezamen voor een enkele koperen munt van geringe waarde aan de man of de vrouw gebracht. Dat was toch geen geld? En Lukas verhaalt zelfs van vijf musjes die voor twee penningen werden verkocht, zie 12:6! Ja bij de ene marktkraam kon je weer goedkoper uit zijn dan bij de andere voor dezelfde koopwaar. Waren die musjes niet in een woord waardeloos te noemen?

Nu zette ik echter als eerste gedachte op papier de woorden 'schijnbaar waardeloze vogels'. Want mogen we deze wel waardeloos noemen? Is dat geen belediging aan het adres van onze Schepper? Heeft Hij ooit iets geschapen wat waardeloos was, waar Hij niets in zag en wat voor Hem ook niets betekende?

Neen, toch? ! Hij heeft toch met al het geschapene een doel gehad en nooit zo maar, willekeurig, iets gemaakt? Met alles heeft Hij toch een Goddelijke bedoeling gehad en in alles bedoelde Hij toch Zijn eer en heerlijkheid?

En misschien hebben wij zulke onbetekenende schepseltjes wel eens gelukkiger geacht dan onszelf. Dat was toen wij als een ongelukkige over de aarde gingen, ontdekt door God aan ons zondig en verloren bestaan, in het gericht gedaagd door en voor een heilig en rechtvaardig God. We hebben verzucht 'beestje, je bent gelukkiger dan ik, want je hebt geen ziel te verliezen voor een eeuwigheid, ik wel'!

Maar om nog een andere reden mogen we op zijn best van schijnbaar waardeloze vogels spreken. Het lijkt maar zo dat ze waardeloos zijn. In ons oog is de waarde maar heel gering, ook toen, in de dagen van Jezus al, op de markten. Maar in het oog van God niet! De Heiland zegt immers: 'En niet een van deze (musjes) zal op de aarde vallen zonder uw Vader'. Let wel. Hij spreekt niet van de Schepper maar van uw Vader! Hij, die m Christus een verzoend God en Vader is voor Zijn kinderen laat niet zo maar een musje dood uit een boom op aarde neervallen. Dat gebeurt niet zon­ > der Hem, niet zonder dat Hij er bij is. Die alle ding bestuurt naar Zijn voorzienig bestel. Zelfs zulk een schijnbaar waardeloos musje, van geringe waarde onder de mensen, heeft en houdt Hij in het oog! O wat worden we gewezen op de trouwe zorg van de hemelse Vader die blijkt in de kleinste dingen en aan de geringste schepselen. Wat wij waardeloos achten kent Hij soms juist bijzondere waarde toe. En Hij onderricht Zijn kinderen en getuigen zelfs door voorbeelden te ontlenen aan kleine diertjes.

2. Echt waardevolle getuigen

Hoe heerlijk bemoedigend spreekt de Zaligmaker Zijn twaalf discipelen en in en door hen Zijn gehele gemeente toe. Hij weet van de moeiten maar ook van de vrees bij al Zijn lijdend en strijdend volk, voor komend lijden en aanstaande druk en vervolging vanwege het geloof in Hem beleden.

De hemelse Vader laat nog niet een musje zo maar dood uit een boom neervallen op aarde. En dan getuigt de Zaligmaker zo liefdevol: 'Vreest dan niet, gij gaat vele musjes te boven'! Als de Heere zorgt voor de musjes hoeveel te meer dan voor Zijn kinderen en volgelingen. Wat is hun waarde oneindig veel meer dan van die vogeltjes! O neen, daarmee zet de Heiland Zijn getuigen niet even flink in het zonnetje of hoog op een voetstuk! Ach, juist in zichzelf zijn, weten en gevoelen ze zich Hem zo onwaardig. Ze hebben er last van zo weinig Hem op het oog te tiebben en voor Hem uit te durven komen. Maar Zo liefdevol acht Hij hen voor Zich en voor Zijn werk waardevol, ver boven de musjes uit stekend.

Daarmee bedoelt de Heere Jezus intussen niet maar, dat Zijn getuigen, omdat ze mensen zijn en geen beesten, de musjes ver te boven gaan. Zeker geen dier, geen plant, geen enkel ander schepsel is als de mens geschapen naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. En de mens is in de schepping door God om zo te zeggen als onderkoning geplaatst, met door Hem toegekende heerschappij over al de andere schepselen. Geen schepsel kwam uit de hand van God zo schoon te voorschijn als juist de mens. Maar hoe diep zijn we in Adam van God afgevallen, onder de dieren terecht gekomen, al verbeeldt de mens zich soms van alles en nog wat. Van dieren kunnen mensen leren en dat steekt onze hoogmoed. Wat hebben we heel de schepping ontluisterd en overgeleverd aan de macht van de boze. Disharmonie, vijandschap, roofdier en prooi te zijn deden door onze zonden hun intrede in een wereld die paradijs had kunnen zijn en blijven. Wat toch gelukkig dat God Zijn enig Kind gezonden heeft, niet alleen maar om een volk van zondaren voor eeuwig zalig te maken maar ook om een gebroken schepping te verlossen en zorg te dragen voor de komst van een nieuwe hemel en van een nieuwe aarde.

Maar de discipelen van Jezus gaan de musjes te boven omdat ze Zijn kinderen zijn door genade. Daar is een algemene zorg van God voor heel de schepping. Maar daar is een heel bijzondere Vaderzorg van God in Christus voor al Zijn kinderen. O, met welk een blik van eeuwige liefde slaat Hij hen gade. Met welk een toegenegen oor luistert Hij naar hun gebeden. Met welk een hart vol ontferming uit enkel welbehagen is Hij over hen bewogen.

De les van de musjes mag hen ten goede strekken, juist als Hij hen in de wereld uitzendt om van Hem te spreken in woord en daad, in getuigenis en levenswandel.

En laat deze les dan bemoedigen in het brengen van de blijde boodschap aan zo velen, die Hem niet kennen en daarom ook niet dienen.

Moeilijk en zwaar kan de weg soms zijn en het leven hen vallen, vooral in druk en vervolging. Maar het zou wel eens kunnen zijn dat de kinderen van God over die wegen en omstandigheden, waarover ze op aarde het hardst hebben gehuild, boven bij Hem het luidst zullen zingen, omdat alles mocht medewerken ten goede. Ze worden immers door lijden geheiligd, en in de smeltkroes van de vervolging en smaad geslepen tot edele en fonkelende juwelen in Zijn Vaderhand. En dat alles dankzij wat hun Borg voor hen leed en deed. En dat alles doordat de Geest hen onderrichtte en leidde. Zo wordt God in Zijn eigen werk verheerlijkt, nu al en eens volkomen, ook nu al en eens voorgoed door u, door jou en door mij?

W. Chr. Hovius, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Vijf maal mediteren over nieuwtestamentische dierenteksten (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken