Christus in het Oude Testament (2)
PASTORAAL
In onze Catechismus (Zondag 6) wordt gesproken over het evangelie dat God Zelf eerst heeft geopenbaard in het Paradijs, dat verkondigd is door patriarchen en profeten, dat voorbeeld (voorgesteld en uitgebeeld) is door de offers en andere ceremonieën en dat ten laatste vervuld is door de Zoon. Het gaat daarbij steeds over een en hetzelfde evangelie. Wel is er sprake van een verschillende graad van bekend maken en van een toename in kennis van het evangelie.
God gaat steeds meer bekendmaken van deze goede boodschap. In dit verband zou u bijv. eens kunnen letten op de lijn van de moederbelofte naar Jesaja 53. Vergeleken met de moederbelofte wordt door Jesaja alweer veel meer gezegd van de Christus.
Het is alsof Jesaja getuige is van de kruisiging van Jezus!
God openbaart niet in één keer de volheid van het evangelie. De Schrift gebruikt wel het beeld van een zonsopgang: er breekt al meer licht door. Of denk aan iemand die aan de oever van de zee staat: heel ver op zee ziet hij een stipje, een naderend schip. Gaandeweg worden de omtrekken en vormen duidelijker. Wat eerst een stipje was, wordt een schip dat scherp waargenomen kan worden. Steeds duidelijker en voller wordt het evangelie van Christus openbaar gemaakt. Het is niet in één keer in zijn volheid uit de lucht komen vallen, maar geworden in de loop der eeuwen. De moederbelofte kan gezien worden als een bloem in de knop die zich al meer opent.
Zo is er niet alleen een verschil in graad, een onderscheid in bekendmaking en kennis tussen Oude en Nieuwe Testament, maar ook in de verschillende fasen van de oude bedeling. We kunnen hier in zeker opzicht de lijn doortrekken naar het persoonlijk leven van de gelovigen van alle tijden: is er in de regel geen sprake van een toename in de kennis der zaligheid, geen groei in de kennis van Christus? Wordt Hij voor het oog van het geloof niet al rijker en heerlijker? Ook hier gaat alles in de regel niet in één dag. Niet zonder reden spreekt de Schrift over een opwassen in de kennis der zaligheid.
We zien dan tegelijk iets van de voorrechten die wij ontvangen in deze laatste dagen. Duidelijk is dat wij veel ontvangen van het evangelie van de Gekruisigde. De Schrift legt daar nadrukkelijk de vinger bij. Om maar één voorbeeld te noemen: in het begin van de Hebreeënbrief wordt gesteld dat God voormaals veel malen en op allerlei wijze tot de vaderen gesproken heeft door de profeten, maar dat Hij nu, in deze laatste dagen, tot ons spreekt door de Zoon. Calvijn benadrukt dan ook meer dan eens: "als de vaderen, Adam en anderen, zo sterk hebben uitgezien terwijl ze zo weinig wisten, wat moeten wij dan niet"!
Het geeft tegelijk onze klemmende verantwoordelijkheid aan: oe zullen wij ontvlieden als we op zo grote zaligheid geen acht geven (Hebr. 2:1-4)? ! Op meer dan duizend manieren wordt Hij ons voor ogen gesteld. Hij mag ons wel oneindig lief en groot en heerlijk zijn, ons meer zijn dan de hele wereld.
Ik maak een paar opmerkingen over de moederbelofte en de patriarchen. Het is, op z'n zachtst gezegd, toch wel opmerkelijk dat direct na de zondeval door God wordt heengewezen naar de Zaligmaker. Het is alsof God Zich haast om Adam en Eva, die zich hebben losgerukt van Hem, tegemoet te komen met de goede boodschap van Zijn heil. Wat een bereidheid bij de Heere om het evangelie te openbaren! Toont Hij bij ons trouwens niet dezelfde bereidheid? In de belofte van strijd en van vijandschap die gezet wordt, vinden we een heenwijzing naar Christus. Het zal waar zijn dat er nog heel wat moet volgen eer de vervulling gekomen is, maar toch hebben we hier al het evangelie van de Christus der Schriften. Eeuwenlange strijd zal gevoerd worden, maar ten laatste zal het zaad van de vrouw - de kerk, jawel, maar in de kerk toch Christus - overwinnaar zijn. Een machtig Koning zal de overwinning bevechten. Wij zijn soms geneigd om onszelf af te vragen wat Adam en Eva daar nu allemaal van verstaan hebben. Daar valt lang over te praten, maar naar mijn overtuiging mogen we zeggen dat deze belofte zoveel betekend heeft voor Adam en Eva dat ze in het geloof in dat woord en daarmee in het geloof in de komende Zaligmaker konden leven en konden sterven. Ze hebben als het ware hun hoofd neergelegd op dat woord uit Gods mond en zo vertrouwd op Hem en uitgezien naar de vervulling. Daarmee is er bij onze eerste voorouders sprake van een zalig leven en sterven!
Voor Abraham zijn de belofte en het heil van God sterk verbonden aan Izak, aan de geboorte van deze zoon die hij als een machtig wonder uit Gods hand ontvangt. Izak is de eerste van een talrijk nageslacht en zijn geboorte is een grote stap op de weg naar de komst van Christus. In Izak draagt Abraham de Christus in zijn lendenen. De HEERE maakt Abraham en Sara een lachen wanneer ze het kleine ventje in hun handen mogen houden. Dat is meer dan de vreugde over een kind dat na lang en intens wachten ontvangen wordt. In dat verband mogen we denken aan Joh. 8:56, het woord over Abraham die met verheugmg verlangd heeft opdat hij de dag van Christus zou zien, en hij heeft hem gezien en is verblijd geweest. Vanuit de verte ziet hij de dag van Christus.. .Denk erom dat het hem geraakt en verheugd heeft! Een ongekende troost heeft hij gesmaakt, dacht u niet? Jakob zegent zijn zonen en bij Juda gekomen klinkt het uit zijn mond: uda, gij zijt het! De Geest der profetie maakt het hem bekend. Het staat daarvan niet los als hij op zijn sterfbed uitspreekt: p Uw zaligheid wacht ik, HEERE. Verwachtend, uitziend naar de Zoon van Juda sterft Jakob. Weliswaar in een vreemd land, maar toch zalig! Het geloofsoog en het hart van Jakob zijn immers op de Messias gericht. Mozes profeteert van een Profeet Die door God gezonden zal worden. De Heere zal Hem verwekken en naar Hem zal gehoord worden. Henoch heeft geprofeteerd van "de Heere Die gekomen is met Zijn vele duizenden heiligen". Het bijzondere is hier dat we vanuit Genesis niets weten van deze profetie van Henoch. We lezen ervan in de Judasbrief. We gaan niet te ver als we hieruit opmaken dat de Heere meer aan de patriarchen heeft bekend gemaakt dan wij in het Oude Testament lezen. Henoch profeteerde van Christus...
Op hun levensweg zien de vaderen, de patriarchen de sprekende God op zich aankomen en ze horen Hem getuigenis geven van een komende Zaligmaker. Kunt u zich voorstellen dat het alles voor hen was?
M.Goudriaan, Lunteren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 2005
Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 2005
Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's