Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De glorie van de koning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De glorie van de koning

6 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE

'Al uw klederen zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen vanwaar zij U verblijden. Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke staatsdochters; de Koningin staat aan Uw rechterhand in het fijnste goud vanOfir' (Psalm 45:9-10)

De dichter van Psalm 45 is niet zo snel uitgezongen over zijn koning. U herinnert zich: de psalm is naar alle waarschijnlijkheid gedicht ter gelegenheid van het huwelijk van Salomo met de dochter van de koning van Egypte. De verzen die nu voor ons liggen geven 'een nadere beschrijving van de heerlijkheid van de koning op zijn huwelijksdag' (Nic. H. Ridderbos).

Geurende zalfolie en feestmuziek

Ter gelegenheid van zijn bruiloft is de koning - zoals in het oude oosten gebruikelijk - op een bijzondere wijze gezalfd (vgl. Esther 2:12, Hooglied 1:12, 4:10, 5:5). Dure specerijen zijn met het oog op deze feestdag aan de zalfolie toegevoegd: irre, aloë en kassie. Deze specerijen dragen zorg voor een aangename, welriekende geur. Naar oosters gebruik zal de zalfolie uitgegoten zijn over het hoofd van de koning en vervolgens zijn neer gedrupt op zijn baard en 'klederen' (vgl. Psalm 133:2). Met als gevolg dat ook deze een aangename geur verspreiden. De dichter van Psalm 45 beklemtoont dit door te zeggen dat zijn klederen louter mirre, aloë en kassie 'zijn': Al uw klederen zijn mirre en aloë en kassie'.

Het feestelijke karakter van de bruiloftsdag blijkt ook uit de muziek die ten gehore wordt gebracht. Ze klinkt vanuit 'de elpenbenen paleizen'. Dat wil zeggen: anuit de paleizen waarvan de wanden met elpenbeen zijn ingelegd (zie 1 Kon. 22:39 en Amos 3:15). De muzikanten spelen zo dat ze de feestvreugde onder het volk vergroten en het hart van de koning 'verblijden'! U moet zich dat echter niet platvoers indenken of dit vergelijken met de mondaine feesten zoals die aan de hoven gegeven worden. Nee, reeds in vs. 8 beklemtoonde de dichter dat de koning deze dag uit Gods (!) hand ontvangt en dat God hem deze vreugde en glorie bereidt.

Hoe groot Salomo's heerlijkheid op de dag van zijn bruiloft ook is, oneindig veel groter is de heerlijkheid van Hem Die van Zichzelf getuigde: Meer dan Salomo is hier'! Hij is gezalfd met de Heilige Geest. De volheid van de Geest is op Hem en die zalving met de Geest doet lieflijke, aangename geuren van Hem uitgaan. Jesaja getuigt: En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest van raad en van sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. En zijn rieken zal zijn in de vreze des HEEREN'. (Jes. ll:2v). 'De hoedanigheden van Jezus zijn alle zeer kostelijk en bij een rijke verscheidenheid van de zeldzaamste specerijen te vergelijken' (Spurgeon). Hoe aangenaam is Hij in de ogen van Zijn Vader maar evenzeer in de ogen van Zijn Bruidskerk. De Bruid uit het Hooglied belijdt: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk'! Zijn Persoon is lieflijk voor het zondaarshart maar evenzeer Zijn kleed want 'alles wat Hij aanraakt, alles wat tot Hem in betrekking staat, wordt doorgeurd van Zijn Persoon' (Spurgeon). Is dit ook de taal van uw hart? En zingt ook u: Bemin'lijk Vorst, Uw schoonheid hoog te loven/ gaat al het schoon der mensen ver te boven'?

Nog een lijn: op de dag van zijn bruiloft klinkt heilige feestmuziek vanuit Salomo's elpenbenen paleizen. Het is muziek die het hart van de koning verblijdt en ook het hart van de dichter verrukt. En toch: hoe oneindig veel groter is de vreugde en de heerlijkheid waarin Salomo's grote Zoon mag delen. Hij deelt in de vreugde van 'het hof der hoven'. De engelen spelen op hun harpen en citers, de verlosten juichen tot Zijn eer. De dichter van Psalm 87 zag het profetisch reeds voor zich en sprak: 'Dan zullen daar de blijde zangers staan/ de speelliên op hun harp en cimbel slaan/ en binnen U al mijn fonteinen wezen...'! Wie zal zich ooit een voorstelling kunnen maken van de hemelse vreugde? Het is wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgeklommen. Tegenover de smarten van de hel staat de vreugde van de hemel. Moet het dan nog twijfelachtig wezen op Wie de keuze van uw hart zou moeten vallen?

Het gevolg van de koning

Nadat de dichter gesproken heeft over de vreugdeolie en de feestmuziek spreekt hij ook over het gevolg van de koning. We zouden ook kunnen zeggen: de stoet. Daarin bevinden zich 'dochters van koningen', door onze Statenvertalers nader aangeduid als 'staatsdochters'.

Men kan ook vertalen met: 'dochters van koningen behoren tot uw kostbaarheden'. 'Bij koninklijke bruiloften in het oosten vergezelden meisjes zowel de bruidegom als de bruid, hetgeen we leren uit de gelijkenis van de tien meisjes in Matth. 25' (Kohlbrugge).

Moderne verklaarders denken hier aan de vrouwen uit de harem van Salomo. Een harem die hij zeker heeft gehad. Het is echter de vraag of dat hier bedoeld is. Terecht merkt Calvijn op: 'Hoe kan de profeet - zoals hij de dichter van Psalm 45 aanduidt, Ir - de veelwijverij tot een lof rekenen voor Salomo als God haar in alle personen maar voornamelijk ook in de koningen veroordeelt? ' De hier bedoelde 'dochters van koningen' behoeven echter niet per sé de vrouwen uit de harem van de koning te zijn. 'Het is ook mogelijk dat zij op een andere wijze tot de hofhouding van de koning behoren, bijv. als bloedverwanten van de koning of als echtgenoten van de vorsten van de koning' (Nic. H. Ridderbos).

Maar al is het gevolg van de koning indrukwekkend, nog indrukwekkender is de verschijning van zijn bruid, de koningin: 'De koningin staat aan uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir'. De 'rechterhand' is de ereplaats. Die plaats wordt ingenomen door de bruid. Ze is gehuld in een prachtig koninklijk gewaad, bestikt met gouddraad en getooid met gouden sieraden. Het 'goud van Ofir' is het zuiverste en fijnste goud dat in die dagen bekend was. En u voelt: de heerlijkheid van zijn bruid verhoogt de glorie van de bruidegom. Want het gaat in dit bruiloftslied vooral om hem!

In het geestelijke is het niet anders. Het gaat om de Koning, om de Bruidegom. Zijn bruid bezit in zichzelf geen schoonheid. Is in zichzelf ellendig, arm, jammerlijk naakt. Maar Hij neemt haar aan tot Zijn bruid. Hij bekleedt haar met de klederen van het heil. Omgordt haar met de mantel van Zijn gerechtigheid. Een mantel die doorweven is met het goud van Zijn genade. Welk een genade om tot Zijn bruid aangenomen te worden. Ja, maar het gaat om de Bruidegom. En daarom dienen we bovenal te belijden: welk een God! 'Wie is aan onze God gelijk/ die armen opricht uit het slijk (...) naast prinsen plaatst en wereldgroten'!

L.W.Ch. Ruijgrok, Monster

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De glorie van de koning

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken