Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Franse Geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Franse Geloofsbelijdenis

6 minuten leestijd

GELOOFSLEER

Belijdenis van het geloof, met onderlinge overeenstemming gedaan door de Fransen, die wensen te leven overeenkomstig de zuiverheid van het evangelie van onze Heere Jezus Christus. A.D. 1559.

Art. 37: Wij geloven (zoals gezegd is) dat zowel in het avondmaal als in de doop. God ons werkelijk en eigenlijk geeft wat Hij er in afbeeldt. Bijgevolg voegen wij bij de tekenen de ware bezitting en genieting van wat ons daar wordt voorgesteld.

Derhalve, allen die naar de heilige tafel van Christus een zuiver geloof meebrengen, als een vat, ontvangen waarlijk wat de tekenen er tonen, namelijk dat het lichaam en het bloed van Jezus Christus niet minder als voedsel en drank dienen voor de ziel dan brood en wijn doen voor het lichaam. Joh.6:56; ICorll.

Geen lege tekenen

Art. 37 grijpt nog weer even terug op wat eerder over de beide sacramenten in het algemeen is gezegd. In art. 34 werd immers beleden dat sacramenten op een wel heel bijzondere manier uiterlijke tekenen zijn, namelijk dat God door hen werkt in de kracht van Zijn Heilige Geest. Was dat niet het geval, dan zouden deze tekenen leeg of ijdel zijn. Om zulke effectieve tekenen te kunnen zijn moeten ze echter wel heel nadrukkelijk op Christus worden betrokken. Wie ze van Hem losmaakt, houdt slechts 'schaduw en rook' over. Art. 37 stelt het bijzondere karakter van de sacramenten opnieuw aan de orde: 'wij geloven (zoals gezegd is) dat zowel in het avondmaal als in de doop, God ons werkelijk en eigenlijk geeft wat Hij er in afbeeldt.' Het sacrament wordt wel vergeleken met een plaatje dat iets afbeeldt: het plaatje in de doop is het gewassen worden, het plaatje in het avondmaal het gevoed worden. Maar het sacrament is méér dan een plaatje, want God gééft ook wat Hij laat afbeelden. Dat geeft aan het sacrament z'n zo diep bijbelse betekenis. Gods genade is weliswaar niet in het teken zelf begrepen - een sacrament werkt niet op eigen kracht - , God laat het teken echter wel vergezellen van de genade waarheen het zo betekenisvol wijst.

Gods genade komt met het teken mee. Was dat niet zo, dan zou het sacrament slechts teken zijn, meer niet.

Art. 37 brengt dit als volgt onder woorden: 'bijgevolg voegen wij bij de tekenen de ware bezitting en genieting van wat ons daar wordt voorgesteld.' Het tekenkarakter van de sacramenten gaat dus ver boven dat van gewone tekenen uit God laat ze niet slechts naar Zijn genade in Christus wijzen. Hij stelt bij het teken die genade ook present.

Voedsel en drank

Art. 37 past bovenstaand inzicht toe op het avondmaal. De beide zichtbare tekenen in het avondmaal zijn brood en wijn. In het gewone leven dienen ze om het lichaam te voeden en te onderhouden. Zij beelden een heerlijke, geestelijke zaak af, namelijk de voeding en onderhouding van de ziel met het lichaam en bloed van Christus. Aan de heilige tafel van Christus worden dus beide tekenen uitgedeeld aan de deelnemende gasten. Zij die ze ontvan­ gen worden er naar hun lichaam door gevoed en gesterkt, iets wat hun volkomen vertrouwd is vanuit het leven van alle dag. Maar nu vindt er tegelijk een machtige beweging naar boven plaats. De ziel wordt door de Geest van God namelijk naar omhoog getrokken en mag een wondere gemeenschap oefenen met de verhoogde Zaligmaker. Zijn bittere kruisdood wordt zoet en kostbaar. Geestelijk mag de ziel nu genieten wat de gestorven en opgestane Christus voor de Zijnen is geworden: hun leven, vrede en enige troost. De ziel wordt door dit voedsel uit de hemel, dit hemelse manna, van nieuwe kracht voorzien, wordt er werkelijk door gevoed en gelaafd. Het eten van het brood en het drinken van de wijn krijgt aan de heilige tafel van Christus dus een heel bijzondere dimensie. Het wordt opgenomen in de machtige beweging van de Geest. Daarom wordt dit eten en drinken tot een heilig gebeuren.

Zo ergens wordt ervaren dat het bitter lijden en sterven van Christus werkelijk de ziel tot het eeuwige leven voedt, dan is dat wel aan de heilige tafel van Christus. Art. 37 zegt hier terecht en schoon, dat aan de heilige tafel van Christus waarlijk ontvangen wordt wat de tekenen er tonen, 'namelijk dat het lichaam en het bloed van Jezus Christus niet minder als voedsel en drank dienen voor de ziel dan brood en wijn doen voor het lichaam.' Op deze toonhoogte mag en moet inderdaad over het avondmaal worden gesproken. Het gaat er geestelijk en tegelijk heel concreet aan toe.

Geloof is nodig

Art. 37 legt ook de vinger bij iets wat van ongetwijfeld bijzonder groot gewicht is. De door Christus ingestelde sacramenten kunnen hun diepe zin namelijk pas dan ontvouwen, wanneer ze in het gelóóf gebruikt worden. Art. 37 werkt dit uit voor het avondmaal en spreekt van de noodzaak van een zuiver geloof; 'derhalve, allen die naar de heilige tafel van Christus een zuiver geloof meebrengen, als een vat, ontvangen waarlijk wat de tekenen er tonen.' Met een zuiver geloof is overigens niet een volmaakt geloof bedoeld, want dan kon niemand aangaan, maar een waar geloof, dus een geloof dat rust op de twee pijlers van hartelijk kennen en vertrouwen. Het is mooi gezegd dat zulk een geloof als een vat is. Een léég vat welteverstaan, want een zuiver geloof is van zichzelf leeg. Het moet zich geheel laten vullen met Christus. Ook al wordt de vergelijking hier niet gemaakt, bruikbaar is ze wel: geloof als mond van de ziel. Met de mond van het geloof wordt het heilige voedsel en de heilige drank van het lichaam en het bloed van Christus ontvangen. Wie tot de heilige tafel van Christus komt, moet een zuiver geloof meebrengen. moet een geestelijke mond hebben om het heilige voedsel en de heilige drank tot zich te kunnen nemen, opdat zij z'n hongerige en dorstige ziel kunnen voeden en verkwikken.

Ook wanneer sacramenten in ongeloof worden gebruikt, blijven ze tekenen die heen wijzen naar geestelijke zaken. Een ongelovige gebruiker heeft dus wel deel aan het teken, echter niet aan hetgeen waarnaar het teken wijst. Ongeloof ontvangt niets. Een ongelovige heeft namelijk geen leeg vat bij zich om dat door de Heere te laten vullen. Hij heeft geestelijk gezien geen mond om te eten en te drinken en zo z'n ziel te voeden met Christus zelf. Er vindt daarom geen geestelijke vereniging plaats met de verhoogde Heiland. Dat kan ook niet, want een ongelovige is geestelijk gezien een dode. En wat heeft de Levende met de doden van doen? Wie ongelovig aan de tafel des Heeren gaat, eet en drinkt zich, naar 1 Cor. 11, zelfs een oordeel. Hij bezoedelt met z'n ongeloof namelijk de heilige tafel van Christus en vermeerdert door z'n ongeloof z'n schuld bij God. Ook hier is waar: zonder geloof is het onmogelijk om Gode te behagen.

P. Vermeer, Wilsum (D)

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De Franse Geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken