Bekijk het origineel

Binnenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Binnenland.

6 minuten leestijd

Haarlem, 25 Sept. 1889.

Op verzoek van het Locaal-comité derVrge Universiteit alhier, trad gisterenavond Ds. B. V. Schelven, van Amsterdam, in de Noorderkerk op, om de noodzakelijkheid dezer stichting en de roeping der Christenen, vooral der Gereformeerden, om haar te steunen, aan te toonen.

Nadat door Z.Eerwaarde in het gebed de zegen Gods over de samenkomst was gevraagd, werd door hem aan de vrij talrijke schare voorgelezen Spr. 2 : i—11 en vervolgens door haar op zijn verzoek gezongen Psalm 68 : 8.

Allereerst wees spreker op de geringheid der Vrije Universiteit, gemeten naar den maatstaf der wereld. Immers tegen haar over stonden vier overheidshoogescholen met een groot getal hoogleeraren, rijk voorzien van de noodige leermiddelen en door de overheid uit het geld van al het volk onderhouden. Hoe armelijk staat daartegenover onze stichting met drie faculteiten, slechts een onbeduidend getal hoogleeraren, over weinige middelen te beschikken hebbende en geheel moetende leven uit vrijwillige giften, die zeker veel ruimer zouden vloeien, indien heel ons Christenvolk zijn roeping in dezen begreep. En toch vergist hij zich, die deze stichting van schier geen beteekenis acht. Integendeel bezit zij een hoog gewicht, wijl zij, de Schrift als grondslag van het huis der wetenschap erkennende, er naar streeft, om uit de gegevens dier Schrift een eigen wetenschap te ontwikkelen, of wil men, bij de beoefening der wetenschap zich door haar te laten leiden.

Daarmede toch staat de Vrije Universiteit lijnrecht tegenover de overheidshoogescholen, die juist hierdoor zich kenmerken, dat zij bij de beoefening der wetenschap aan die Schrift alle gezag ontzeggen. En daar nu een beginsel is als een zaad, »dat vruchten draagt naar zijnen aard", moet de Vrije Universiteit wel tot een eigen wetenschap geraken. Welnu, daarin ligt haar gewicht.

Maar: wat is wetenschap? Ook deze vraag wil spr. beantwoorden. Daartoe wijst hij op het getuigenis der Schrift, dat God de HEERE alle dingen schiep met een tweeledig doel. Vooreerst om in zijn schepselen den luister zijner volmaaktheden, of, gelijk de heilige apostel Paulus het noemt; »Zijne eeuwige kracht en Goddelijkheid" te openbaren en zich daarin te verlustigen, even gelijk de kunstenaar geniet in de aanschouwing van het kunstgewrocht. waarin hij de gedachte zijns harten heeft be - lichaamd. Maar ook was het Gods bedoelen dat de mensch, dien Hij tot een hoofd dezer zichtbare schepping gesteld had, in de schepselen de gedachten zou leeren kennen, die Hij er in had gelegd, zijne heerlijkheid er in bewonderen en zich daardoor tot zijn lof en aanbidding zou voelen aangedreven. In den staat der rechtheid voldeed de mensch dan ook aan dit Goddelijk oogmerk. Daarom lezen we, dat Adam den dieren namen gaf, d. i. dat hij met een onmiddellijke kennis den aard der dieren door­

De wetenschap is evenmin uit de zonde, als zij zelve zondig is. Evenals van alles wat van God komt, geldt ook van haar, dat zij goed is. Maar ook hier bedierf de zonde alles, door omverwerping van Gods ordinantiën.

Na den val heeft God de HEERE niet slechts een weg der verzoening voor den zondaar ontsloten, maar hem ook de kennisse van Hem en zijne schepping teruggeschonken. Daarvan is Salomo een treffend bewijs, die van God een verstandig hart gevraagd had en uitmuntte in allerlei wetenschappen. Maar, gelijk de heilige apostel Paulus te kennen geeft: door de zonde ontstond er ook een valschelijk genaamde wetenschap. En welke vruchten die wetenschap droeg, toont ons de Schrift in het geslacht van Kaïn, dat ondeischeidene uitvindingen tot genoten gerief des menschen deed, maar die, juist wijl ze slechts op den mensch doelden, tot zulk een schrikkelijk bederf leidden, als in Genesis 6 ons geteekend wordt. Later zien we in Griekenland diepzinnige wijsgeeren opstaan, die door hun vele onderzoekingen een sch^t van kundigheden verwierven, maar wien het hooit gelukte tot den Oorsprong aller dingen door te dringen.

De tegenstelling tusschen de ware en valsche wetenschap is steeds scherper geworden, tot de laatste eindelijk in de varige eeuw het masker afwierp en openlijk als haar doel verkondigde, om eiken band aan God, aan den Christus en zijn Woord, te verscheuren.

Het Hooger Onderwijs, voor zoover het van overheidswege wordt gegeven, bedoelt zelfstandige beoefening der wetenschap, in den zin van daarbij niet gebonden te zijn aan de Schrift. De noodlottige vrucht daarvan werd openbaar in de loochening van het gezag der overheid, in de ontkenning van een door God den HEERE gegeven recht van eigendom, hetwelk, volledig toegepast, op een onverzoenlijken strijd tusschen bezitters en niet-bezitters uitloopt. Loochening evenzeer van een toekomend oordeel, en dus als hoogste doel des menschen dit leven te genieten en bijgevolg enkel voor het lichaam te zorgen; en zoo worden allerwegen de door God gelegde fondamenten losgewrikt.

En toch wekte spr. zijne hoorders op tot dank aan God, die zich weder over ons volk had ontfermd. Hij had mannen verwekt, door Hem met uitnemende gaven van wetenschap toegerust, die zich gedrongen gevoelden, om weder het licht van zijn Woord te doen vallen op de verschijnselen des levens, opdat in het rijk der wetenschap de Schepper de Hem toekomende eere weder mocht ontvangen, en hare beoefening weder een zegen mocht brengen aan ons volk. Daardoor ontstond de Vrije Universiteit. Of zij dan zoo noodig was ? Ja, antwoordt spreker. Reeds vóór meer dan een halve eeuw had onze Groen van Prinsterer het verderfelijke van het toenmalig Hooger Onderwijs beseft. Nog onlangs dreef een hoogleeraar te Groningen den spot met de antirevolutionaire beginselen. Het sterkst komt dit uit bij den blik ©p de studie der godgeleerdheid, voor wier beoefenaars vroeger de Schrift als bron der kennisse Gods gold, terwijl ze thans slechts voorwerp van onderzoek is, en het aan de overheidshoogescholen gewoonte is, om, als men bij heidensche schrijvers iets vindt, wat niet met haar getuigenis overeenkomt, terstond hare geloofwaardigheid te verdenken en te bestrijden. Thans wordt van Ethische zijde geleerd, dat de mensch door ontwikkeling van zijn godsdienstigen aanleg tot kennis der waarheid komt. En deze Etische richting, die almeer naar het Modernisme afschuift, en nog wel voor rechtzinnig wil doorgaan, is door den fijneren vorm van hare dwalingen nog des te gevaarlijker. Daarom is het zoozeer te betreuren, dat zoovele medestrijders, door kerkelijke sympathie of antipathie verblind, de ongeloovige hoogescholen boven de Vrije Universiteit verkiezen, en dat in de stormen, die reeds over haar heengingen, zelfs medewerkers zich aan haar onttrokken.

Dringend roept spr. den steun van alle Gereformeerden in, die door Gods genade nog vasthouden aan de Schrift en de heerlijke belijdenis onzer vaderen, wijl ook in dezen een krachtige bestrijding van Satans rijk slechts mogelijk is door samenwerking onder Hem, die gekomen is om diens werken te verbreken.

D aarom moet niet enkel de opleiding van predikanten, maar ook van geneesheeren, van rechtsgeleerden, van wis-en natuurkundigen en van letterkundigen door ons ter hand genomen worden.

Nadat spr. nog had herinnerd, dat aan de deuren eene collecte voor de faculteit der geneeskunde zou worden gehouden (die ƒ45, 81 opbracht) werd de bijeenkomst met dankzegging, het zingen van Psalm 74 : 17 en 20 en het uitspreken van den zegen des HEEREN besloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Binnenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1889

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken