Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Allen eenen vader.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Allen eenen vader.”

8 minuten leestijd

Hebben wij niet allen éénen Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouwelooslijk de een tegen den ander, ontheiligende het verbond onzer vaderen? Mal. 2 : 10.

De nood in ons maatschappelgk leven stijgt hoog.

De vrede tusschen de verschillende standen is verstoord. Geweld en overmacht alleen houdt de ontevredenen ten onder. En komt er geen keer in de publieke opinie, dan staat het te bezien, dat die worsteling al machtiger afmetingen zal aannemen, en in een ontzettend bloedbad eindigen zal.

Niet alsof zekere uitbarsting van de ontevredenheid der minder bedeelden een nieuw en vroeger ongekend verschijnsel zou zgn. Integendeel, zulke uitbarstingen zijn zoo oud als de historie, en ook Luther heeft er in den oorlog met de Boeren kennis mee gemaakt.

Maar tusschen toen en nu bestaat niettemin dit o vergroote en alles beheerschende verschil, dat vroeger zulk een sociale koorU wel opkwam, maar weer afging; terwijl nu die koorts al doorgaat, van lieverlee heel het leven doortrekt, en aannam wat men noemt een chronisch karakter.

Het is niet een bijzondere ellende door misgewas, pestilentie, oorlog of hongersnood veroorzaakt, die thans zulke uitbarstingen te weeg brengt, maar een stelsel, dat in zeer gewone tijden de geesten overmeestert en op stelselmatige wijze aanstuurt op een onderstbovenkeering van de orde der maatschappij.

En dit verschijnsel nu, dat metterdaad nieuw is en de toekomst beheerscht, is alleen daardoor mogelijk geworden, dat de levensbegin selen, gelijk de Heilige Schrift die ons inprent, almeer ophielden het gemeengoed der onderscheidene standen te zijn.

Die Heilige Schrift had ons reeds in het Oude Verbond ingeprent, dat de ééne mensch in den anderen een broeder krachtens de schepping uit en door éénen God had te zien; en dat het deswege zonde was, hem als een instrument of wezen van lagere orde te misbruiken.

»Hebben wij", zoo riep reeds Maleachi uit, »hebben wij niet allen, éénen Vader? Heeft niet één God ons allen geschapen? Waarom handelt gij dan trouwelooslijk de een tegen den ander? "

Zoolang nu deze overtuiging de geesten beheerscbte, kon er uiteraard sociale vrede zijn Maar ook, zoo dra deze heilige, gezonde leer wierd prijsgegeven en uit de kerken week, moest stand en stand wel op voet van oorlog tegen elkander komen te staan.

De oorspronkelijke en hoofdschuld Hat hier niet bij den mindere, maar bij zijn meerdere.

Was in den meerdere en hooggeplaatste niet irots en hoovaardij gevaren, zoodat hij op den mindere uit de hoogte en laatdunkend neerzag, dan zou dit booze vuur nimmer in onze maatschappij zijn aangestoken.

Maar die trots en hoovaardij zijn onder de rijkeren en meerbezittenden, in weerwil van alle vermaan en waarschuwing, die de kerk bracht, steeds wilder uitgebroken. Alle gemeenzaamheid met zijn minderen week. Van liefde of deernis was nauwlijks sprake meer. En zelfs de aalmoes, die bij ziekte of ongeval gereikt wierd, droeg vaak een stuitend karakter.

Vreeslijk zou het schuldboek der hoogere klassen blijken, zoo men eens van één enkele provincie naar waarheid te boek kon stellen, de krenkende vernedering en gevoellooze onbarmhartigheid, die door pachiheeren aan hun boeren, door boeren aan hun knechten, door vrouwen aan heur dienstboden, door fabrikanten aan hun personeel, door kantoorheeren aan hun klerken, door diakenen zelfs aan hun armen is aangedaan.

Van wederkeerige Christelijke liefde viel dan ook geen sprake. Om in die gedojpten, al waren ze de minderen, toch broederen in Christus te zien, kwam de gedachte zelfs in de raeesten niet op.

Neen, zij zei ven waren de rijken en machtigen. Zij moesten al meer hun geldbezit uitbreiden. Zij met hun kinderen moesten steeds rijker levensgenot te hunner beschikking hebben. En nu waren die anderen er goed genoeg voor, om voor hen dat geld te verdienen en hun dat levensgenot mogelijk te maken.

Kon een paard hetzelfde werk doen, of kon stoom gelijke kracht oefenen, dan kon men die mindere soort wezens missen. Maar zoolang de kunst nog zoo ver niet voortschreed, kocht men hun dienst te zijnen bate af, gelijk men een instrument of een trekbeest in huur neemt, en na er voor betaald te hebben, weer gaan laat.

En al stemmen we nu toe, dat zóó erge en ruwe behandeling slechts öij enkelen voorkwam, toch houden we staande, dat deze booze grondvoorstelling allengs aller doen en laten beheerschte.

Tot ten slotte dit kwaad ook onder de mannen en vrouwen van Christelijke belijdenis insloop, en ook zij, soms onder vrome vormen, meezondigden.

En wie nog twijfelen mocht, of dit kwaad wel zóó ver doordrong, die luistere slechts opmerkzaam toe, hoe de meeste vrouwen zich over heur dienstboden uitlaten. Die dienstboden ó zijn vaak zeer lastig. We weten het wel. Maar als ge den toon hoort waarin heur vrouwen over ze spreken, let er dan maar eens op, of ge niet bijna altoos dezelfde zondige grond' M voorstelling, die we wraakten, terugvindt.

Bedoelt dan Maleachi, dat de standen weg moeten en elk verschil in het leven moet ophouden ?

Dat blijkt uit zijn zeggen wel beter.

Hij vraagt u, met het oog op uw mindere, of ge niet saam éénen Vader hebt, en of niet ién God u beiden heeft geschapen?

Wat ligt hierin?

Immers dit, dat het huisgezin het beeld en de regel van uw maatschappij moet blijven.

En nu, immers ook in een huisgezin zijn lang niet alle broertjes en zusjes gelijk. Alles behalve. De broers zijn in den regel sterker en kloeker dan de meisjes en rekenen altoos eerst. Onder de broers is de eerstgeborene iets anders dan de later gekomene. Evenzoo is er verschil tusschen ouderen en jongeren, en ge kunt in elk huisgezin waarnemen, hoe de ouderen zeker natuurlijk overwicht over de jongeren hebben en de jongeren zich hierin voegen. Dan komt er nog allerlei verschil doordat de één sterker, knapper, vlijtiger is. En eindelijk het groot verschil tusschen den zedelijken invloed, dien de één zooveel meer dan de ander bezit.

Niets is dus onjuister dan te zeggen, dat zusjes en broertjes allen gelijk in het gezin zijn. Integendeel, er heerscht onder hen de grootsteongelijkheid.

Maar, en dit is het punt waar het op aan komt, ondanks dat groot verschil, blijven ze toch allen als broers en zusjes op elkander betrekking gevoelen. Want al weten we, dat er ook in het huisgezin soms ontaarde kinderen zijn, die elkander minachten en tyranniseeren; dat is toch niet de regel. Kinderen van eenzelfde huisgezin voelen iets voor elkaar. Niet altoos genoeg. Soms veel te weinig. Maar de grondvoorstelling blijft toch altoos, dat ze bij elkaar hooren en tot elkaar in innige levensbetrekking staan.

Zoo hebt ge dus in het huisgezin een klaar en duidelijk voorbeeld, hoe er een leven kan zijn, waarin allerlei ongelgkheid vankrachben invloed en arbeid kan bestaan, en dac toch één gemeenschappelijk gevoel allen saambindt.

En dit nu wil de Heere bij Maleachi, dat het ook bij arm en rijk, bij heeren en dienstknechten, bij arbeiders en arbeidgevers, bij superieuren en onderhoorigen zal zijn.

Het verschil kan niet weggenomen; de ongelijkheid laat zich niet wegredeneeren; maar noch dit verschil noch die ongelijkheid mag in iets te kort doen aan het besef van saamhoorigheid noch aan het gemeenschapsgevoel.

De grondvoorstelling moet blijven: Hebben wij niet saam éénen Vader ? Heeft niet één God ons allen geschapen?

Ook dit nu is een getrouw woord en aller aanneming waardig, te meer waar ge als een gedoopte met een gedoopte te doen hebt, en dus te zaam in het Genadeverbond staat.

Dan toch gaat de Heilige Schrift nog verder, en schrijft de heilige Paulus aan den leeraar Filemon te Colosse, dat hij zijn slaat Onesimus, nu »niet slechts als een dienstknecht & a.nneme, maar veel meer dan een dienstknecht, namelijk als een geliefden broeder, beide in het vleesch en in den Heere."

Slechts één bedenking is hiertegen, t. w. dat bij den tegenwoordigen stand van zaken de mindere en ondergeschikte hiervan al spoedig misbruik zou maken. En dit is zoo. Als noodzakelijk gevolg van den trots en de hoovaardij der hoogere klassen, is de mindere thans ook op zijn beurt fier en trotsch geworden. Als een baliekluiver op de kleine steentjes in onze groote steden een aanzienlijke dame tegenkomt, denkt hij thans allicht: »Laat dat schepsel voor mij uit den weg gaan; ik loop door!" En eenigermate is het zoo in allerlei levensbetrekking.

Dit nu moet door de hoogere klassen thans gedragen als een rechtvaardige vergelding Gods over haar eigen zonde; maar noo't mogen de meerderen hieraan eenig recht ohtleenen, om nu op bun beurt tegen Gods ordinantie in te gaan.

Wat ons te doen staat, is allereerst zelf naar het gebod te wandelen; zelf in ons hart de ware grondstelling weer te doen gelden; zelf in ons besef weer het gemeenschapsgevoel met de lagere klasse aan te kweeken; en te bannen allen zondigen trots.

Ten tweede, om door prediking en vermaan ook bij de minder bedeelden weer Christelijke beginselen post te doen vatten.

En ten derde, om wel eenerzijds in onze ondergeschikten kinderen van eenzelfden Vader engcdoopten in éénzelfden Naam te zien, maar ook anderzijds het gezag, waarmee God ons over hen bekleed heeft, niet ter kuteling van onzen trots, maar ter wille van de Majesteit des Heeren HEEREN, streng en stipt te handhaven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 23 February 1890

De Heraut | 4 Pagina's

„Allen eenen vader.”

Bekijk de hele uitgave van Sunday 23 February 1890

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken