Bekijk het origineel

„Ziende op den oversten Leidsman”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ziende op den oversten Leidsman”.

8 minuten leestijd

Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des gelools Jezus, dewelke voorde vreugde die hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons vanGod. Hebr. 12 : 2. .

Onze vaderen Itebben het crucifi.K ook uit de ziekenkamer en van het sterf bed gebannen; en dat niettegenstaande het reeds zoo lange eeuwen onder alle Christenen in gebruik was geweest.

Ze gingen hiertoe over, niet alsof er op zichzelf iets verkeerds.'of zondigs zou steken in het bezit van een klein kruis; noch ook alsof ze de mogelijkheid ontkenden, dat het zien van zulk een kruis de anders verstrooide gedachten weer op «Christus en dien gekruist" kon richten; maar overmits op de proef bleek, dat zulke crucifixen tot ongeestelijk misbruik leidden.

Ze lazen noch in de Evangeliën, noch in de overige schriften des Nieuwen Testaments ook maar iets, dat op het gebruik van zulk een crucifix leek, geboden; en omgekeerd telkens aller ziel gericht »naar boven, Viraar Christus is", »dien we nu niet meer kennen naar het vleesch".

En toen men nu merkte, hoe dit crucifix overal werd opgehangen; niet het minst in kroegen en gelagplaatsen, waar gevloekt, gescholden en gebrast werd, ontwaarde men maar al te zeer, hoe dit crucifix een soort magisch hulpmiddel was geworden, dat los was gemaakt van zijn geestelijken achtergrond.

Zin en neiging om het geestelijk karakter onzer Christelijke religie hoog te houden heeft toen deswege onder ons tot algeheele afschaffing van het crucifix geleid.

Ook onze kranken en stervenden moesten niet met het zinlijk oog op een kruis van ebbenhoul, maar met het geestelijk oog op den Christus in het hemelsch Heiligdom staren; en het middel om telkens weer tot dien Christus in de hemelen op te leiden, was niet het crucifix, maar het Woord,

Slechts zij men nu maar tegen één zeer ernstig gevaar op zijn hoede, dat men niet laatdunkend op den Roomsche om zijn crucifix neerzie, en inmiddels zelf het, ja, zonder crucifix, maar ook zonder Heiland doe.

En toch daartoe is het, helaas, in tal van zich noemende Proteslantsche gezinnen gekomen, dat men hinder van een crucifix zou hebben, maar er geen hinder hoegenaamd van heeft, als een lang ziekbed verloopt en soms in een sterfbed afloopt, zonder dat de Christus zelf in zijn Middelaarsliefde gekend is.

Dan is eerst het crucifix verwijderd, en daarna de ziel van den Christus vervreemd, en verstaat men het niet meer, dat menig minnaar van een crucifix, u, die den Heiland zelfs op uw krankbed kondt verloochenen, voor zal gaan in het Koninkrijk der hemelen.

Nooit hebben onze vaderen zich tegen de Roomsche gebruiken gekant, enkel om die gebruiken uit de wereld te helpen. Hun doel was altijd om voor het lagere en bedenkelijke, gebruik dat was ingeslopen, iets hooger geestelijks in de plaats te stellen. En gij ook, gij zijt onwaardig u zonen der martelaarskerk te noemen, zoo ge wel sterk zijt in het smalen op Roomsch misbruik, maar nalaat die openbaring van hooger, rijker, voller geestelijk leven, waarin de eere van den Christus uitschittert.

Geen crucifix, maar dan ook den Christus zelven bij uw krankensponde. En als ge sterven gaat geen kruis van ebbenhout met uw handen omklemd, maar dan ook den Christus omklemd met al de liefde uwer ziel-

Van alle lijden, en dus ook van het lijden op ziekbed en stervenssponde, roept de heilige apostel u op zoo roerenden toon toe:

Laat ons met Igdzaamheïd loopen de loopba die ons is voorgesteld, ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, JEZUS CHHISTUS !"

Of had niet reeds die Christus zelf door Jesaia betuigd, dat hij onze krankheden op zich zou nemen, en dat hij onze smarten zou dragen

En ontspint zich dan niet uit de verbinding van die Godspraken een heilig mysterie der vertroosting, waarin wie krank is of op zijn uiterste ligt zich zoo zaliglijk kan verkwikken?

Of wat is uw bangste krankheid nog anders dan één enkele druppel uit dien beker van Gods toom, dien uw Heiland tot op de heffe geledigd heeft, geledigd ook voor u?

De woorden van eeuwige straf en helsche verdoemenis zijn zoo licht uitgesproken, maar hebt ge het wel eens ingedacht, wat onuitgesproken gewicht van lijden en van zielsbenauwing over u komen zou, als ook maar één oogenblik Gods heilige toom in zijn volle kracht tegen het zondige in uw hart en tegen de schuld van uw verleden instorrade?

En toch dat diepe lijden en die ziel door vlijmende smart heeft uw Jezus voor u gedragen, en wat in uw krankheid en in uw sterven nawerkt zijn niets dan de kruimkens van smart, die ge achter hem opraapt.

En troost het dan niet reeds en werpt het op uw lijden niet een gansch ander licht, als ge dien oversten Leidsman ook in uw lijden voor u ziet vooruitgaan, om de eigenlijke smart, die u verteren zou, voor u en in uw plaats te dragen, en u niet anders over te laten dan het achter hem aankomen, niet met het zware kruis dat u verplc.tteren zou, maar met het, o, vergelijkenderwijs zoo kleine kruis, dat ge vroolijk volgende hem nadraagt.

Ook toen Jezus zijn wonderen deed en de zieken bij Kapernaüm genas, zegt de Evangelist ons, dat weer op andere wijze diezelfde profetie van Jesaia van het dragen onzer krankheden vervuld werd.

En ook dit spreekt nu nog, ook al is Jezus niet meer op aarde om onze kranken te genezen, onzen kranken, mits de liefde voor Jezus in hen opbloeit, zoo weldadig toe.

Dat hij toen de kranken genas was toch niet de koele daad van een toovenaar, die zijn mysterieuse kunst vertoont. Bij uw Jezus sprak in dat genezen der toenmalige kranken Goddelijk en toch weer zoo menschelijk mededoogen.

Jezus zag die ingezonicenheid, zag die uitputting, zag die pijnen en die smarten van de kranken die men toen tot hem droeg, meteen deernis aan, waarvan in ons hart de weerga nooit geklopt heeft.

_ Zijn meelevende en daarom meelijdende liefde ging zoo diep. Veel dieper zelfs dan die kranken op hun draagbaar, gevoelde. Jezus voor hen en met hen, al den jammer en de ellende waarin ze verzonken lagen.

Zoo nam hij door de wondere kracht zijner zielsontferming hun Igden over, en het was alzoo, dragende hun krankheid, dat hij hun krankheid genas.

En nu is diezelfde Heiland nog bovendien verhoogd, en leeft hij in het heiligdom daarboven, en kan hij met zijn majesteit, genade en geest, in elk ziekenvertrek, bij elke stervenssponde tegenwoordig zijn.

En ligt er dan geen mystiek der vertroos» ting in, als Gods kind beseffen, gevoelen, ervaren mag : Geen die beter mijn lijden verstaat dan Jezus het peilt, die Jezus die nog leeft, die leeft om ook voor mij te bidden, en die, bij eiken nieuwen storm van smart en benauwing die op mij losbreekt, mij toezendt die verborgene genade, die ook uit dien storm mij behoudt.

En toch ligt er in dat zien op den oversten Leidsman, voor wie krank ter neder ligt en lijdt en door den dood bedreigd wordt, nog iets meerders, nog iets anders waarop het geloof zich richt.

Immers die overste Leidsman is zelf op den weg van smart en lijden ons voorgegaan.

Hij, de Gezegende des Vaders, kwam in deze wereld onder engelengejubel binnen; maar hoe spoedig is niet dal gejuich der hemelsche heirschare verstomd, om vervangen te worden door de kreten van haat en wrake, straks beantwoord door de tranen en de sterke roepingen, waarmee uw Heiland, hoewel hij de Zoon was, voor zijn God heeft geschreid.

In deze wereld buiten God kon het .voor Gods Zoon niet anders dan één leven van lieden worden.

Lijden naar de ziel, en lijden naar het lichaam, gelijk onze Catechismus zegt, »den ganschen tijd zijns levens"; en daarom »Man van smarte" is een zoo nameloos veelzeggende naam.

En als "ge nu Op dien lijdenden Messias staren moogt, en op dat kruis van Christus uw oog richt, en ge vergelijkt uw eigen lijden daarmede, krimpt dan uw eigen lijden niet in zijn afmetingen in?

Als ge hem dat lijden dragen, dat kruis torsen en aan dat kruis sterven ziet, hoewel hij de Heilige was, alleen om zondaren te redden; en ge keert dan in in uw eigen zondig hart, ge gaat terug in uw eigen schuldig verleden, en ge vergelijkt dan wat u is opgelegd met wat hij droeg, schaamt ge er u dan niet bijna over, dat u zoo weinig overkwam?

En waar ge als kind van God, als verloste van uw Heiland, diezelfde wereld door moet, en diezelfde wereld uit moet, waarin uw Jezus zoo hangen last gedragen heeft, komt het u dan niet natuurlijk voor, dat ook tot u het lijden genaderd is, ja, is het dan niet of dat lijden u uw Jezus naderbij brengt, meer lotgemeen met hem maakt, en u een raerkteeken wordt van heilige gemeenschap met den Man van smarte ?

o, Er is niets dieper dan het mysterie van Gethsémané en het mysterie van Golgolha, en geen zang kan ooit uitzingen en geen menschenlaal ooit uitspreken, wat in uren van bange beproeving en harden doodstrijd Gods lieve kinderen door net geloof aan kracht en troost en zielsverkwikking uit dat kruis gesmaakt en genoten hebben.

En nu, datzelfde kruis doet nóg zijn wonderen, als in ons maar die zinnende liefde, die mystiek des geloofs mag werken, die het »niet meer ik leef, maar Jezus leeft in mij" ook op ons ziekbed en in ons sterven bewaarheidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1892

De Heraut | 4 Pagina's

„Ziende op den oversten Leidsman”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1892

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken