Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het zevende Gebod.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het zevende Gebod.

19 minuten leestijd

ZONDAGSAFBEEimO XL.

Trekt niet een ander juk aan met de ongeloovigen. 2 Cor. 6 : 14a.

Het laatste vraagstuk, dat eea korte toelichting eiacht, is dat der gemengde htwelijken. In kringen, dis buiten geloof staan, lacht men om dat vraagstuk. Voor & tïi ongeloovJge.bestaat bet eigenlijk niet. Als een jonkman een meisje mint en gijn liefde wordt beantwoord, wat ter wereld doet het er . dan toe, tot wat kerk ói hij 6f dat meisje behoort? En dat doet er in zulke gezinnen ook niels toe, eenvoudig wij! hun aanhoorigheid tot deze of gene kerk alle waarheid mist. Ze gelooven niets van v/at de kerk belijdt; ze beschouwen heel de kerk ais nuttelooze overtolligheid; hoogstens goed genoeg om, als men ttouwen gaat, zekere plechtigheid aan de huweiijkssluitiBg bij te zetten; maar in den v/ortel van hun leven zijn ze van de kerk geheel vervreemd. Ze hooren er siet meer in. Ze mcenen er niets meer van. En toch blijven ze nog ia naam tot zekere kerk behooren, omdat het niet staat geheel keïkeloos te wezen, en het ten doop gaan met een klein kindeke soms zoo aardig is. De leugen, de onwaarheid, de oneerlijkheid ligt dus aan hun kerkelijke aanhoorigheid ten grondslag. Feitelijk zijn ze volkomen van het leven der kerk losgeweekt. En nu dat eenmaal zoo is, spreekt het wel vanzelf, dat kerkelijk verschil ia hun oog nooit aan de huwelijks^ sluiting in den weg kan staan.

Eenigszins anders ligt de zaak met de lieden der algcmeene godsdienstigheid. Dit zijn geen owgeloovigen, maar algemeengeloovigen. Ze gelooven niets bepaalds, alles < ? »bepaald. Geen enkel stuk van de belijdenis heeft voor hen besliste waardij, maar alle belijdenissen saam hebben voor hen de faooge beteekenis van zekere uitdrukking aan de religieuse voorstellingen te geven. Immers is al die voorstelling slechts poëzie, want de kern der religie is en blijft huns inziens dat er een God in den hemel is, op wien ze vertrouwen moeten; en voorts, dat ze hun naasten moeten liefhebben als zichzelven. Maar zoolang de kerk nog ontbreekt, die dit algemeene geeft, moeten zij zich wel behelpen met een der bijzondere kerken. Och, zij, wat hun aangaat, ze zijn zoo ruim van hart, dat ze wel lid van drie kerken te gelijk zouden willen zijn. Maar nu dat niet kan, vinden ze het althans wel stichtelijk, als man en vrouw saam tv/ee kerken representceren, en misschien de kinderen straks nog een derde kerk. Dat symboliseert zoo de eenheid en saamsmelting der kerken in hun eigen huisgezin. Gemengde huwelijken waren in zulke kringen dan ook meestal zeer in trek. „Je meisje Roomsch, mijn jongen ! wel, z6ó mag ik het, we zijn voor onzen lieven Heer toch allen één."

Heel anders daarentegen komt de zaak te staan, zoo men te doen heeft met lieden, öXtmeemn wat ze zeggen, sijn wat ze schijnen, en dus als ze Roomsch of Gereformeerd of Luthersch keeien, ook metterdaad met heel hun overtuiging der eigenaardige en bijzondere belijdenis van hun kerken zijn toegedaan. Dan toch neemt het gemengde huwelijk een hoog ernstig karakter aan. Het huwelijk wordt naar zijn aard gesloten, om de innigste en nauwste vereeniging van man en vrouw tot stand te brengen; en zie, in wat beider Innerlijk leven, beider heiligste overtuiging, beider hoogste bedoelen raakt, loopen ze, bij g: emenqd huwelijk, niet slechts uiteen, maar staan ze tegen elkander over. Erger nog, die tegenstelling is niet een persoonlijke tegenstelling alleen tusschen man en vrouw, maar blijkt almeer ook een scherpe tegenstelling tusschen de wederzijdsche familiën. Het brengt in het huwelijksleven de worsteling over van twee kerkelijke machten, die beiderzijds door haar dienaren tegenovergestelde eischen doen gelden. En ook, deze tegenstelling van belijdenis hangt weer saam met allerlei verschil van nationale, historische, sociale opvoeding. Zoo opent zich in zulk een gemengd huwelijk, als man en vrouw ernstige, eerlijke lieden zijn, een bron van eindelooze verdeeldheid, die aan alle inniger vereeniging van ziel en ziel in den weg staat. Waar anders in moeilijke oogenblikken van spanning man en vrouw elkaar in hun God en hun Heiland terugvinden, door zich saam voor Hem op de knieën te werpen, maakt hier de religie zelve scheiding. Omdat ze «leenen wat ze belijden, kunnen noch mogen za aflaten, om elkaar te winnen voer de belijdenis, die voor elk hunner de ware esn wezerlijke is, en af te brengen van een belijdenis, die ze als on , yaai' verwerpen. Zegent nu de Heere hen met kroost, dan wordt juist het kind, dat man en vrouw nog inniger verbinden moest, de wigge, die tusschen beider hart wordt ingeschoven. Beiderzijds toch strijdt men, om ds ziel van dat kind te behouden; en wanneer men dit niet doet, meent mea niet v/at men belijdt. Die angst voor uw kind jaagt u niet alleen levensiaBg, maar blijft jagen, tot na den dood, want als de ééa sterft, krijgt de ander, die verkeerd belijdt, het lieve kind geheel in sija macht. Ja, tot zelfs ia het geldelijk beheer en in hel testament zet die strijd zich voort. Een Roomsche, die weet dat er van zijn geld afgaat voor een Gereformeerde kerk oi zending, 01 ook een Gereformeerde die zijn penningen ziet vloeien in de kas der paters, het is alleen stuiting \^ plaats van smelting der liefde. Eéa blijvcEde, doorgaande oorxaak van krakeel en verdeeldheid, of vasi cont^entioneele stijfheid en notarieele gemaaktheid. Want dat is dati de uitweg, die ten slotte, o, zoo velen inslaan. Ze merken wel, uit te strijden is de strijd niet. Er komt geen eind aan. En nu nemen ze hun toevlucht tot een verdrag. Ze zullen over de heilige dingen niet meer spreken. Ze zullen elk huns weegs gaan. Ds meisjes zullen moeder en de jongens vader volgen. De Gereformeerde lamlüe mag Dinsdags en de Roomscbe familie Donderdags komen. Kortom, waar het huwelijk steeds inniger saamieven bedoelt, v/orit hier het saamleven een stijf en afgemeten elkaar voorbij loopen; en alzoo door de gemengdheid vaa het huwelijk het wezen zelf van het huwelijk vervalscht en zijn bestemming verijdeld.

Om die reden hebben alie kerken, zonder onderscheid, dan ook steeds, zoolang ze aan haar belijdenis vasthielden, het gemengde huwelijk afgekeurd, ontraden en bemoeilijkt. Thans echter kan men zelfs met het in acht nemen van deze kerkelijke grenslijnen niet volstaan. Nu toch in tal van kerken ongeloof naast geloof opschoot, en de loochenaar van den Christus in het gestoelte der eere raast de Belijders van zijn Naam zitting namen, geeft het natuurlijk nog zoo goed als Eiets. of ge al weet, dat man en vrouw belde synodaal zijn, of beide Luthersch, cf beide Menoniet, zoolang ge niet nog nader onderzocht hebt, of ze ook beide behooren tot de orthodoxe of tot de mcderne richting. Alleen bij de Gereformeerden en de Roomschen staat de zaak beter. Daar kan men in dsn regel Kog rekenen op belijdenis bij een iegelijk, die tot de kerk komt. Maar buiten deze beide kringen volstrekt niet; en het vraagstuk van het gemengde huwelijk verkreeg dus thans allengs een dubbelen kant, ecnerzijds van wat de kerk aangaat waarbij de jonge man en jonge dochter staan ingeschreven, en anderzijds van wat beiden, afgezien van het kerkelijk lidmaatschap, metterdaad gelooven. En nu zegge men niet: A!s wc maar eender gelooven, doet het verschil van kerk er niet toe; v/ant ook dit is zelfmisleiding. Wel stemmen we natuurlijk toe, dat het beter zal gaan, zoo men, ook bij kerkelijk verschil, toch één in belijdenis is, dan waar men zonder saam hetzelfde te gelooven In één kerk hoort. Maar eisch moet het toch altoos blijven, dat men én is van één kerk, én in die kerk van één geloof zij. Ook hier toch geldt hetzelfde dilemma, waarop we straks stuitten. Immers van tweeën één, óf ge hecht niet aan de kerk, waar ge toe hoort, ea dan staat ge in schuld van ongerechtigheid ; óf wel die kerk ais kerk heeft uw liefde, en dan woelt het kerkelijk verschil zelfs dieper, hoe nader de kerk van den man en de kerk van-de vrouw bij elkaar staan.

Het ideale standpunt blijft daarom ook hier, dat meü al zulke huwelijken van gemengden aard tegenga, en in wezenlijk ernstige kringen komen ze dan ook bijna niet voor. Practisch daarentegen kan men er op stuiten; en het kan zijn, dat zich tusschen twee personen, in weerwil van het afraden der ouders, het tegengaan der beide kerken, en het dwarsbooman van wederzijdsche familiën, dermate zulk een sterke gehechtheid ontwikkelt, dat ae de v/ilskracht nissen, om elkaar los te laten. In zulk een geval nu kan men niet in absoluten zin zeggen, dat de kerk zulk een huwelijk niet als huwelijk erkennen mag, uithoofde het huwelijk niet in de genade staat, maar in de natuur. De sanctie kan aan zoodanig huv/elijk dus niet onthouden worden; maar wel behoort de kerk haar lid, dat zulk een verbintenis aangaat, met bijzondere zorg te onderwijzen, gedurig op te zoeken, voor te lichten en te sterken, ook tegen de verleiding van de andere kf ? k. Nooit echter ga de kerk een gede.; d accoord aan ovex de kinderen. Ds re^„f. toch, dat de jongens &amp; -^n vader ea de rr-tej^i'-de moeder volgen, is eea opgettelijk bestendigen van de verdeeldheid in de familie. . Ook~mag en kan de kerk nooit feflaten van den eisch, dien ze op alle kinderen noet dosn gelden. Daar moeten ds ouderlingen dus van op de hoogte sijc. Als er een kindeke verwacht wordS", rnoeten ze het lid harer kerk met raad en bemoediging bijstaan; is het geboren, dan moeten ze voor den Doop waken; kortom, door dwang niets, maar door liefde alles vermogend, moet de kerk haar invloed latea gelden langs den weg der stills overtuigisg ea van gestadig ilefdebetoon. Kerkendienaars, die zulk een gezin aan zichself overlaten, er niet naar omzien, en dan later een hard woord voor vrouw of man hebben, als het kind verkeerd gedoopt is, zija koude clericalsn, maar geen priestejs des Heeren, bt4deed met zija heil.

Slechts terloops zij hierbij opgemerkt, dat men als vader ea moeder bijtijds heeft toe te zign, dat zijn kinderen niet teveel omgaan in kringen van een andere confessie; liefst zelfs geen school voor belde seksen met gemcsgde confessie bezoeken. Want wat baat het, of ga straks al een verbintenis tusschen «w kind en het kind van een andere religie poogt tegen te gaas, als ge eerst zelf door uw achteloosheid uw kind in rapport hebt gebracht met kinderen uit heel anderen levenskring.

Over het doel van het huwelijk is geen strikte bepaling te geven. Uit den aard der zaak dient hst huwelijk óók voor de instandhouding van het geslacht, en ontbreekt er iets aaa de volledigheid van hst huwelijk als de echt niet met kinjJsren gezegend wordt. Maar ditzelfde verscfaijnsei ontmoet men op elk gebied. Een zaak kan ook onvolledig bestaan, zonder daarom doelloos te wezen. We zouden daarom zelfs niet alle sluiting van een huwelijk, waarbij de hope op kroost, |al was het slechts uit hoofde van gevorderden leeftijd, wegvalt, veroordeelen willen. Er ligt toch in het huv/elijk ook een doel voor den man en de vrouv/. Ook een doel voor de verbinding der geslachten. Ook eea doel voor het bloeien en groeien van het maatschappelijk leven. Ook esu doel voor de eeuwigheid. En al kan nu niet in elk huwelijk elk van deze doeleinden volledig tot zijn recht komen, daarom mag men nog niet zeggen, dat er het wezen van het huwelijk ontbreekt. Echtelieden zonder kinderen zouden anders tot ds conclusie komen, dat ze niet gehuwd zijn, omdat het kenteeken vaa hst echte huwelijk bij hen niet gevonden wordt. Doch wei dient nu nader ingegaan op de strekking, die het huwelijk heeft om de zonde te keeren, daar juist het huwelijk verordineerd is, om alle onkuischheid tegen te gaan.

Dit worde echter niet opgevat, alsof het huwelijk eea medicijn tegen een algemeen heerschende moreeie epidemie ware. Zegt mea toch: De wereld neigt tot onkuischheid, en nu is het huwelijk ons geboden als het meest afdoende middel, om de onkuischheid tegen te gaan, — daa gaat men uit van de onderstelling, dat het huwelijk er eigenlijk niet moest wezen; dat de geslachtsdrift een temptatie Is, die God oas slechts gaf opdat wij haar bedwingen zouden; en dat alsnu, na den val in zonde, het hnwelijk het veiligste middel is om deze temptatie te boven te komen. Wie deze temptatie niet kent, of kans ziet, om zich door zelfbeheersching te dwingen, heeft met het huwelijk dan ook niets uitstaande. Zoo komt men door deze beschouwing dus geheel op de Roomsche lijn. Niet huwen blijk van hooger heiligheid, en in den grond der zaak het huwelijk een appendix van de zonde. Hiertegen nu hebben onze vaderen, en met recht, steeds volgehouden dat het huwelijk > eerlijk onder allen is", wat In de taal van onzen tijd zou heeten, weerbaar onder allen", en dat er aan het huwelijk, als zoodanig en op zichzelf beschouwd, geen enkele smet der zonde kleeft. Geheel omgekeerd moet men dus zeggen, dat geheel ome natuur, zoo naar ziel als lichaam, op het huwelijk is aangelegd; dat ook de geslachtsdrift ons is ingeschapen, als voor hst huwelijk dienstbaar; en dat alle onhnschheid ontstaat doordien we, hetgeen ons mei het oog op het huwelijk is ingeschapen, tes; en zijn doel en in strijd met zijn bestemming, onder verzet teqen Gods ordinantie en met terzij'desteHing van zijn hoog gebod, verzondigen of misbruiken. In ons trouwformulier is nog altoos iets van den ouden Roomschen zuurdeesem overgebleven ; niet in zoover het luid en open­ lijk" voor de eerbaarheid van het huwelijk opkomt ea het huwelijk zeer terecht uit de Schepping afïeidt, maar door het voorstelks Fan hét hir.vdijk fïü een middel «^m geslachtszoiidg tegen te gaan. Al is het toch volkomen waar, dat thans In onzen zondigen toestand het huwelijk hiertoe metterdaad strekt en deze zonde te keer gaat, zoodat, waar het huwelijk afneemt, deze zonden weer te vreeslijker uitbreken; toch mag dit nooit als het eigenlijk karakter van het huwelijk worden voorgesteld, wijl veeleer omgekeerd alle onkuischheid het huwelijk als ordinantie Gods onderstelt.

Nu is de vindingrijkheid deir zonde op dit punt alle eeuwen door en onder alle volken steeds ontzettend geweest. Om geld machtig te v/orden heeft men veel verzonnen, maar de booze Venusdienst is gebleken de priesters van Mammon nog in sluwheiden slimheid te overtrefifen. En geen wonder, want bij Mammon hebt ge bijna uitsluitend niet koorknapen, hier ook met de priesteressen te doen. De macht tot zonde en om da zonde te verfijnen is hierdoor verdubbeld. En te allen tijde is het gebleken, dat bijzonderlijk ten opzichte dezsr zonde de vrouw den man nog in kracht van geest overtreft. Alle voorstelling, alsof het kwaad van dat gebod bijna uitsluitend van den man uitging, en alsof het meifje misleiden onschuldig slachtcfïer was, moogt ge dan ook vrij opzij zetten. Feitelijk is het niet zoo; en zelfs wordt door de onderstelling er van de vrouw niet verhoogd, maar verlaagd. Ze zou dan toch een zwak, willoos, krachteloos wezen zijn, dat zich eenvoudig leende tot wat rnen van haar vergde. Welj dat geven we toe, is er percentsgewijze bij de vrouwen meerdere onschuld, in denzin van onbekendheid mét het kwaad, en ook raeer schuchterheid en schaamtegevoel, maar dit verklaart zich geheel uit de eigenaardigheid van haar wezen als vrouw en haar positie ia de maatschappij; en zoodra de vrouw over dien slagboom maar eens is heengespror.gen, ziet ge haar bijsa altoos nog vreeslijker uilspatten dan de mac. Nóg redeloozer, nog meer speelbal van blinde passie.

Da tegenwoordige neiging nu, om de vrouw te emancipeeren, werkt dit kwaad natuurlijk geweldig ia de hand; ea dit hangt weer saam met het invvoeleri tegen de Goddelijke ordinantie, dat de man het hoofd der vrouw is. Wie op den bodera van Gods Woord staat moet de prioriteit van den man boven de vrouw erkennen, niet in geestelijke v; aardij, maar in aanleg en positie en wederzijdsche verhouding. De m.aü blijft nu eenmaal het actieve element in de schepping, de vrouw het passieve; ea dit diepe grondverschil tusschen actief en passief helpt geen redeneeritig de wereld uit, en wordt door geen emancipatie-theorie ver-Rietigd. Het huwelijk wordt dan ook gedemoraliseerd en vervalscht, zoo deze Goddelijke regel, dat de man het hoofd der vrouw is, door de vrouw v/ordt opzij geschoven. En toch dit geschiedt keer op keer, tot zelfs in onze beste Gereformeerde gezinnen. Niet zelden tocb merkt ge, dat de vrouw er om lacht, als deze stelling wordt uitgesproketi, als wilde ze zeggen: Het mocht v/at! En dit nu is zonde; een zonde, die evengoed het huwelijk bederft en de maatschappij uit baar voegen zet, als de zonde der onkuischheid, ja, die de onkuischheid in de hand werkt. Beschouwt toch eenmaal de geloovïge vrouw zichzelve als de gelijke ruet haar man, dan voedt ze hiermee het denkbeeld van de emancipatie van de vrouw, dat staande houdt, dat een meisje en een jongen in den grond gelijk zijn, en daarom in de wereld ook gelijken invloed en positie moeten erlangen. Winnen nu deze denkbeelden van emancipatie onder de vrouwen veld, dan ziet ge aanstonds, dat zï zich ook geëmancipeerd gaan gedragen, en zich allerlei veroorlooven; dat ze in hun lectuur en gesprek almeer naar het pornographischs of onreine trekkeïi; en alzoo steeds meer dien natuurlijken slagboom lieten vallen, die haar dusver maagdelijk rein hield. Ook op het kiesche terrein willen zulke geëmancipeerde vrouwea dan met &amp; tv. man in Invloed wedijveren; en komt het eenmaal zoover, dan heeft de historie altoos geleerd, dat de vrouw veel verder gaat dan de man en veel sterker dan de man de demoralisatie van de maatschappij In de hand werkt. Van Gods gebod: „Gij, vrouwen weest uwen mannen onderdanig" mag daarom nooit afgelaten, en wie er tegen, mort, er om lacht, en het tegenstaat, helpt meê, om geheel onzen toestand al meer onzedelijk, onkuisch en onrein te maken. Iets wat gezegd wordt, niet alsof ge daarom alleen Gods gebod moest gehoorzamen. Integendeel. Gods ordinantie moet gehoorzaamd, omdat het Gods ordinantie is; maar toch kan het zija nut hebben, om bij deze ordinantie eens in het ilcht te stellen, tot welke bittere gev^jg'en.-, uw-spoS|fn met fijn iastelliöffera, leidt."

Oirer de verdere zonden die m het huwelijk tegen het huwelijk begaan worden, zullen we niet uitweiden. Een toelichting, als hier gegeven wordt, strekt niet om bij dit zevende Gebod da diepte van Satars bloot te leggen, noch ook om door ons woord valsche hartstochten te prikkelen, vermoedens op te wekken, en te leiden tot onreine gissingen. Dit behoeft ook niet. We hebben het woord van onsen God, dat een iegelijk wête „zijn vat te bezitten In heiligmaking", en een der heerlijkheden van de Schrift is juist, dat zij over zulke dingen spreken leert in volmaakt heiligen toon. Iti het generaal zij daarom alleen gezegd, dat tegen het huwelijk in het huwelijk zou zondigen, al wie zija wederhelft niet als mensch, d. i. niet als beslaande uit ziel en lichaam, en als geschapen voor de eeuwigheid beschouwde, maar, met vergetelheid der ziel, alleen op het lichaam zijn oogmerk richtte.

Dat nu tegen het huwelijk het gruwelijkst gezondigd wordt, als de gehuwden tot eigenlijk gezegd overspel komen, behoeft wel geen nadere aanwijzing. Reeds het feit, dat het zevende Gebod met name deze zonden, als de zwaarste zonden van deze soort, noemt, wijst dit uit. Zelfs de burgerlijke Overheid, die tegenwoordig alle overige zonden gaan laat, rekent er nog mede. Ea in landen als Frankrijk en Italië, waar deze zonde hand over hand toeneemt, en in steeds breeder kring op de'onbeschaamdste wijze veld wint, daalt allengs heel het volksbestaan. Gelukkig schuilt dit kwaad meest nog alleen In de groote steden; want wel komt het, helaas, ook elders voor, maar toch nooit als regel, nimmer als gedoogd door de publieke opinie, steeds den inan en de vrouw, die er zich aan overgeeft, brand-| merkend In de publieke opinie.

Minder beslist reeds Is het oordeel der pnblleke opinie over twee, die in stilte ten huwelijk v/enschen te gaan, nog eer ze ten huwelijk gekomen zijn. Zelfs is dit een kwaad, dat ge minder In de steden en meer op het platteland vindt, en dat met name ia Nederland sterk woedt. Het is een verkeerde usantle, é\&amp; van ouders en grootouders her In de dorpsgewoonten zich nestelde, doordien men oudtijds aan de verloving door de belderzijdsche ouders bijna gelijke waarde toekende als aan het huwelijk. Toen nu de verloving, in den zla van wat v/ij aanteekenen noemen, soms geheel in het eigenlijke huwe'ijk opging, is men dit voorloopig uithuwen door de ouders al meer gaan vervroegen, en dus losgemaakt van de kerk zonder het aaa eenige daad voor de overheid te verbinden. Hierdoor nu werd het zondig In den vollen zin des woords. Maar omdat vader en moeder, en ook hun grootvader en grootmoeder, evenzoo hadden gehandeld, is het zedelijk besef op dit punt ! gaan slapen, en wordt er van de kerk van Christus veel ernst, veel tact en veel veerkracht gcöischt, om allengs ook dit kwaad met tak en wortel uit te roeien. Immers al weten we zeer goed, dat dit kwaad niet gelijk staat met gewone boererije, toch stelt het aan al de gevolgen van de hoererij bloot; eenvoudig omdat het ingaat tegen Gods heilige ordinantie, die eerst in het huwelijk het huwelijksleven gedoogt.

KUVPER.

POSTSCRIPTUM.

Onze toelichting over de graden van verwantschap in verband met het huwelijk gaven aanleiding tot velerlei mededeeling van broeders en zusters, die, In zeer nauwe verwantschap staande, nocbthans gehuwd zijn, ea op dien grond bedenkingen opperen. Wat we nu weer over het gemengde huwelijk schreven, belooft ons allicht soortgelijke correspondentie. Zij het ons daarom geoorloofd, vooruit reeds op te merken, dat we bij ons schrijven niemand op het oog hebben, en dus ook niemand oordeelen. Wat we schrijven wordt geschreven naar het inzicht, dat ons In het Woord gegund Is. Wie hier niet bijvalt, blijve er tegenliggen. Wij leggen niemand een last op. Maar toch moeten we er sterk tegen waarschuv/cn, om van hetgeen men zelf deed, ca oordeelde te mogea doen, een theorie voor anderen te maken.

K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 12 February 1893

De Heraut | 4 Pagina's

Het zevende Gebod.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 12 February 1893

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken