Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In de Bazuin neemt de redactie het voor Ds. Gispen op. Er was in de Wekker critiek geoefend op de schoone predikatie door Ds. Gispen te Dordrecht vóór de Synode gehouden, alsof hij de heeren Van Lingen c. s. als door demonen bezeten had voorgesteld.

Hiervan nu zegt de redactie :

In de Wekker van 13 October 1.1 komt in de rubriek; «Kerkelijke stukken" een vrij gematigde bespreking voor met W. onderteekend, van de door Ds. Gispen gehouden Rede, in de ure des gebeds voor de onlangs te Dordrecht gehouden Sj'node van de Gereformeerde kerken in Nederland. W. oordeelt niet geheel ongunstig over die Rede, maar één zin heeft hij niet goed gevat. De zin luidt: , 0e leiders zelven zien niet in, dat ook zij slachtoffers isijn, wellicht van hunne persoonlijke eigenaardigheden, maar niet onduidelijk van verborgen werkingen van geesten, die zoo min hen als ons beminnen, doch die hen gebruiken om beroering te verwekken, onrust, wantrouwen en verdeeldheid te zaaien, en soo doende te beproeven de Gereformeerde kerken te verzwakken, en de gevolgen der getroff'en vereeniging zoo gering mogelijk te maken "

In het woord: geeiten kan W. niet anders zien dan dat er mede bedoeld is: boose geesten, kwade geesten, alzoo: demonen of duivelen. Waaruit dan zju moe ten volgen, dat de leiders, predikanten en voorgangers in de Christelijke Gereformeerde kerk in Nederland, mannen zijn. die arbeiden onder den invloed en de verborgen werkingen van booze geesten; menschen alzOO van wie niets goeds te wachten is, maar die men met alle macht moet bestrijden. Het spijt W., dat Ds. Gispen zulk een insinuatie in zulk een vergadering en op zulk een oogenblik aan het adres zijner broederen te lezen gaf, en vraagt, of de redacteur van de Bazuin w'ellicht de goedheid wil bewijzen, vroeger of later, nadere verklaring te geven van hetgeen hij op den kansel te Dordrecht met zijn: iiverborgen werkingen van geesten" bedoelde-

Gaarne wil de redacteur van de Bazuin aan dit ver langen voldoen. Hij wil dit evenwel niet aangemerkt hebben als een «bewijs van goedheid." Wanneerbroe ders opheldering vragen van een door hem gesproken of geschreven woord, acht hij het niet een «goed . heid, " maar niets dan schuldigen f licht, althans te pogen de gevraagde opheldering te geven.

En dan spreekt hij het nu openlijk en onomwonden uit, dat hij noch bij het schrijven, noch bij het uitspreken der bewuste woorden, gedacht heeft aan helsche geesten, demonen of duivelen. In hoeverre de booze geesten invloed uitoefenen op de verdeeld heid van de belijders des Heeren, en van alles wat daarmede in verband staat, kan met geen paar woorden besproken of uitgemaakt worden. Ook is het niet goed den duivel van alles de schuld te geven, om den mensch zooveel mogelijk vrij te pleiten. En had W. nu eenvoudig gelezen, wat er staat, en niet het woord «booze" er in gelegd, , dan zou allicht zijn ver moeden niet zoo ongunstig geweest zijn.

Er wordt in den bedoelden zin gesproken van: geesten.

Geesten, die zoo min de Christelijke Gereformeerde keik als de Gereformeerde kerken beminnen.

Maar die de leiders in de Christelijke Gereformeerde kerk gebruiken om beroering te verwekken, onrust wantrouwen en verdeeldheid te zaaien.

En zóo doende beproeven, de Gereformeerde kerken te verzwakken en de gevolgen der getroffen vereeniging zoo gering mogelijk te maken.

Bij dit alles he^ft Ds Gispen niet gedacht aan duivelen, maar aan menschen, menschelijke geesten, die in Den Haag. Utrecht en op andere plaatsen wonen. Geesten, die zich uitspreken in het Algemeen Handels blad, het Nieuws van den Dag, de Gerejormeerde kerk en andere biaden; geesten, die hun afkeer van«alle separatisme niet onder stoelen of banken steken, maar het separatisme van Ds. Wisse c. s. goedkeuren, om een in hun oog nog verwerpelijker separatisme te denken Deze geesten maken van de verdeeldheid der Ge reformeerden vijgebladeren om zichzelven te dekken. Zij verdeelen om te heerschen en steunen met hun geld eri hunne toejuichingen een verschijnsel op ker-Itelijk gebied, dat zij principieel afkeuren. Zij on'.hou den zich van de Christelijke Gereformeerde'kerk zoowel als van de Gereformeerde kerken; voor beide hebben ze geen liefde. Hunne geschenken en adhaeslebetuigingen liebben een strekking, die minder edel is, al hebben zij ook het recht om een adellijk predicaat ijij hun naam te voegen. En vandaar dat wanneer een paar menschen zich aan de gemeenschap der Gere formeerde kerken onttrekken roet den grootsien ophef di: vermeld wordt, alsof nu Holland in last was en het laatste uur voor de Gereformeerde kerk dier p'aats weldra zou slaan. W. zou, b.v., wel eens aan Ds Kreulen kunnen vragen, of het geschil tusschen hem en Ds. Feli.^c al bijgelegd is, en of Ds. Fehx teruggekomen is van zijn oordeel over de Scheiding van 1854, welke volgens den Utrechischen leeraar de vrucht is van Novatiaoisme, Donaiisme en L-ibjdisme.

Wij vleien ons met de ondeistelling, dat W. zelf zal willen erkennen, dat deze opheldering aan duidelijkheid niets te wenschen overlaat.

En nu we toch aan 't ophelderen zijn. willen we meteen ophelderen, wat Ds. Gispen bedoelt met de uitdrukking »on en minkundigen". W. brengt die uitdrukking in verband met het geloof in den Heere Jezus, en de smalende woorden van 'sPIeeren tijdgenooten: «heeft ook iemand van de oversten in Hem geloofd of van de Parizeen ? "

Dit nu heeft Ds. Gispen m^/bedoeld Van on-en minkundigen sprekende, heeft hij niet gedacht aan menschen, die uit onkunde iu den Heere Jezus gelooven en hunne behoudenis in Hem zoeken; maar aaa menschen. die, hoe geloovig en vroom ook, geen genoegzame kennis hebben van de Gereformeerde wijze van kerkregeering, en tengevolge daarvan, als zij hooren van eene «Synode des verraads" en van «krenkend onrecht der gemeenten aangedaan, " door zulke groote woorden zich laten beet nemen en tot handelingen vervoerd worden, die met de Gereformeerde kerkregeering niet te rijmen zijn, en evenmin overeenstemmen met de belijdenis des gelools, die de Nederlandsche Gereformeerden, van de dagen der Reformatie a£ als de hunne erkennen. RED.

Dit is ter zake en afdoende.

Och, het is nu eenmaal een feit, dat het Christus beliefd heeft, in zijn kerk Joden en Grieken, Scythen en Barbaren te doen saamwonen, mits ze hem als hun Heere en Koning beleden.

Maar voor ons, 't zij we dan van nature Joden of Grieken, Scythen of Barbaren zijn, valt het kerkelijk saamwonen niet zelden hoogst moeilijk.

Hadden wij het voor het zeggen, we maakten voor de Scythen en voor de Barbaren altemaal afzonderlijke kerken.

Maar het mag niet.

Christus wil het niet.

KUYPER.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1893

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1893

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken