Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

UIT HET VUUR GERUKT.

X.

OP ZEE.

Terwijl dit alles te Londen plaats vond, voer Frederik reeds lang op de wateren der Middellandsche zee, en vergat hij wellicht in het voor hem zoo nieuwe leven de moeiten en zorgen, waar hij, schoon nog jong, toch ook reeds kennis mee gemaakt had.

Nu bood trouwens het leven op het schip veel dat een jong mensch, althans zoo hij niet bang voor 't water was, moest bevallen. Wel had Frederik in 'teerst koude dagen gehad, toen hij door de zeeziekte gekweld, wel wenschte thuis te zijn gebleven; vooral toen het in de golf van Biscaye, een kwaad vaarwater, eer erger dan beter werd, maar ten slotte ging het over. Toen men eenmaal in de Middellandsche zee was, vergat onze vriend spoedig het doorgestane leed. Temeer wijl het schip weldra voor Malta het anker wierp en de bemanning verlof kreeg aan land te gaan. Dat Frederik daar gebruik van maakte, en recht genoegen had in al het nieuwe en vreemde dat hij aanschouwde, behoef ik haast niet te zeggen.

Het vaartuig, waarmee onze jonkman de reis maakte was, zooals we reeds vernamen, een mooi schip. De naam voluit was sKoningin Charlotte" en 't voerde den titel van admiraalschip, daar de admiraal, wanneer hij op de vloot was, gemeenlijk op dat schip het bevel voerde. Thans stond het onder de bevelen van kapitein Todd, die een gewichtigen post had. Want het was waar wat de knecht aan Jan had verteld, dat het schip met twaalfhonderd koppen was bemand en honderd stukken geschut voerde. De sKoningin Charlotte" was dan ook een der grootste en fraaiste schepen van de Engelsche zeemacht.

Het leven a'an boord was Frederik best bevallen. Niet alleen was alles hem nieuw en vreemd, het leven op een schip, de plaatsen die men soms langs voer, maar ook op het vaartuig zelf, was bij zulk een groote bemanning en dat op een oorlogsschip, aan drukte en afwisseling geen gebrek.

Bovendien was kapitein Todd, wel wetende dat ledigheid des duivels oorkussen is, zoo wijs geweest te zorgen, dat zijn jonge vriend, schoon die louter voor pleizier meeging, toch niet geheel werkeloos behoefde te wezen. Er was eiken dag heel wat te schrijven en daarbij kon Frederik uitnemend helpen, gelijk hij dan ook dagelijks trouw eenige uren deed. Zoo leerde hij niet alleen de taal nog beter, maar werd ook niet door het scheepsvolk als een lediglooper en doeniet beschouwd. Ook had kapitein Todd aan den jongen man voorgeslagen, dat hij zich wat in de zeevaarten de stuurmanskunst zou oefenen, waartoe aan boord best gelegenheid was. Daar had Frederik gaarne in toegestemd, wijl 't hem een aangename afleiding beloofde en hij alles behalve traag van aard was. Zoo vlogen hem dan eiken dag de uren om, en verbaasde hij zich zelfs toen hij op zekeren dag vernam, dat men al zes weken op zee was geweest.

Volgens de afspraak die mijnheer Leenderts met kapitein Todd had gemaakt, zou de laatste voor Frederik alle zorg dragen, en de vader, zoo dikwijs er gelegenheid was — 't waren toen andere tijden dan nu — een brief ontvangen.

De jonge Leenderts zou op reis gelegenheid hebben 't zeeleven te leeren kennen, en, had kapitein Todd gezegd, als 't hem lijkt zal ik zien hem vooruit te helpen.

Op de sKoningin Charlotte" bevonden zich een aantal jongelui, van dezelfde jaren ongeveer als Frederik. Zij waren in 's lands dienst, daarvoor opgeleid, en maakten sommigen evenals Frederik voor 't eerst, andere pas voor de tweede of de derde maal de reis mede. 't Waren vroolijke, levenslustige knapen, de meesten van gegoede ouders, zoodat het hun minder aan 't noodige ontbrak dan wel aan gelegenheid om geld uit te geven. Want op zee, dat is welbekend, kan men niet even een straatje omgaan, en een schip met een pleiziertuin er bij is nog niet uitgevonden.

Doch konden de jongelui ook al hun geld niet uitgeven, behalve bij de enkele gelegenheden dat zij aan land gingen, toch wisten ze wel middelen om zich te ontspannen en op hun wijs vroolijk te zijn. Ik zeg »op hun wijs", want of het de rechte wijs was betwijfel ik zeer.

Vroolijkheid is alles behalve kwaad. Zij is zelfs gezaaid voor den oprechte van harte zegt de Schrift, en de psalmen roepen ons toe: sZingt vroolijk"! 't Komt er maar op aan wat men door vroolijkheid verstaat, die waarbij men zich «verblijdt in den Heere" of die waarbij het een blijdschap is uit den booze en vreugde in de bedenkselen van het zondige hart. En ongelukkig was het juist die laatste vreugd, waar het hart van de meeste dier jongelui op het schip naar uitging.

Zoo werd dan de vrije tijd «gezellig", zooals men het noemde, doorgebracht, maar vaak met allerlei dat de Heere niet welbehagelijk is.

Er werd kaart gespeeld, allerlei wereldsché liedjes gezongen, gesprekken gehouden over wereldsché en ijdele dingen, velerlei grappen uitgehaald, soms heel aardige, maar vaak ook lang niet onschuldige. Ook werd er — in 't geheim — nog al eens gedronken, geen water dat begrijpt gij, of 't moest dan zulk zijn, dat de Indianen terecht svuurwater" noemen. Dat er nu en dan gevloekt werd en ruwe woorden vielen is te begrijpen. Een paar, die wel de aanvoerders mochten heeten, gaven daarvan 't voorbeeld.

Nu moet gij niet denken, dat al de jongelui, die op 't schip een betrekking bekleedden als kadetten of aanstaande zee-officieren, zoo waren. Neen, sommigen waren zelfs van een gansca anderen geest; anderen weer bemoeiden zicii enkel met hun vak en werk. Onder de overige waren er velen, die eigenlijk meer meedede omdat zij anders geen gezelschap hadden, en al zouden zij zelf niet begonnen zijn, 't nu maar namen zooals het was.

Maar, zult gij zeggen, kon de kapitein, die toch een gansch ander man was, daar niets tegen doen ? Ja, dat ging niet makkelijk. Had hij alles geweten, dan zou hij zeker de jongelui ernstig bestraft hebben, doch de bevelhebber van zulk een ontzaggelijk oorlogsschip had, vooral in oorlogstijd, zeer veel te doen en kwam met de lager geplaatsten minder in aanraking. Het toezicht op dezen hielden de officieren, en die stelden er zich mee tevreden, als de dienst maar goed werd verricht. Trouwens, op vele schepen, bij alle zeevarende volken, was 't geen haar beter. Het drinken van sterken drank werd toen veel minder dan nu als kwaad beschouwd, en seen jong mensch moet wat hebben", zei men.

Zeker — maar wat^

Daar kwam nog bij, dat de jongelieden wel zorgden hun pretjes en wat er meer was, zoo in te richten, dat de kapitein er weinig van merkte; ook als er eens wat te veel werd gedronken. Sterke drank werd trouwens, gelijk nu nog wel op schepen, op bepaalde tijden aan de manschappen uitgedeeld. Bovendien was 't moeilijk de jongelui in hun vrijen tijd na te gaan; ze deden hun dienst en daarmee uit. Zoolang er geen bepaalde klachten kwamen, had de kapitein het te druk om meer na te gaan, dan hem strikt was voorgeschreven.

CORRESPONDENTIE.

Ph. T. V. d. L. te O. We zullen gaarne zien wat we doen kunnen. Bedenk hoe veel er soms wacht. Gaat het nu, dan wordt tevens aan uw verzoek voldaan.

P. M. K. te D. In orde. Zoo mogelijk wordt reeds 7 April het antwoord gegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1895

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken