Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

8 minuten leestijd

UIT HET VUUR GERUKT,

XVII.

BRAND OP ZEE.

Inmiddels begon de duisternis al meer te vallen, 't Werd reeds moeilijk het dek te overzien, te meer wijl het vol menschen was, waarvan velen radeloos dooreen liepen, niet wetend wat te doen.

«Strijkt de zeilen"!, zoo klonk het bevel van kapitein Todd, dat eenige officieren herhaalden. Sommige matrozen klommen in het touwwerk, rnaar de duisternis maakte het onmogelijk te zien, wie wel en wie niet aan het bevel voldeden. Blijkbaar letten weinigen op het gebod en dachten er meer aan zich zelf te redden dan het vaartuig. En dit juist zou .veler ongeluk worden.

Inmiddels spoedde kapitein Todd met een officier zich naar beneden, om te ontdekken waar de brand was. Erederik waagde het op eenigen afstand te volgen. Weldra waren zij beneden; een sterke brandlucht en een tamelijk dichte rook kwamen hun reeds tegemoet. Het ruim werd geopend, en toen Frederik er in keek, ontdekte liij rnet schrik hier en daar kleine vlammen, die in de duisternis goed te ondera d a t d n cheiden waren. Snel wierpen de twee mannen en blik naar binnen.

j'tZal wezen zooals de bootsman zegt, " hoorde rederik den oflicier nu tot kapitein Todd spreen, > 't is onvoorzichtigheid. Ze hebben niet pgepast met het licht, denk ik, of misschien heeft er weer een zijn pijpje niet kunnen missen en ...."

»Dat zal wel blijken, " sprak de bevelhebber haastig, sintusschen mijnheer, moeten wij de kruitkamer onder water zetten, eer de vlam verder gaat. En gij vriend, zoo vervolgde kapitein Todd tot Frederik — die niet eens wist dat men hem had opgemerkt — »loop eens gauw naar boven en zeg dat ze hier water bjrengen, spoedig, eer het te laat is."

In drie sprongen was Frederik boven. Hij had de laatste woorden gehoord, die zijn vriend, de kapitein, hier tot hem richten zou.

De last, die Frederik gegeven was, bleek intusschen niet zoo gemakkelijk om uit te voeren. Zoodra onze vriend het dek bereikte, haastte hij zich om de bevelvoerende personen op te zoeken, doch toen hij hierin niet spoedig slaagde en wegens het gedrang niet voort kon, riep hij uit alle macht: sNaar liet ruim! Water! Water! Naar beneden! Maar niemand lette op zijn geroep, dat verloren ging te midden van zooveel andere kreten. Daarbij had Frederik op het schip natuurlijk niets te commandeeren, en maakte zijn bevel daardoor weinig of geen indruk. Eindelijk echter vond hij een officier, en deelde dezen meê, wat de kapitein hem had opgedragen.

Ongelukkig was intusschen een kostbare tijd verloren. Wel haastten zich nu spoedig eenige matrozen met emmers water naar beneden en werden de slangen op het ruim gericht, doch reeds sloeg de rook in dikke wolken naar boven.

sWater! Water 1" klonk het nu van beneden, en weldra werden dikke stralen in het ruim gespoten, v/aar nu de vuurgloed duidelijk zichtbaar was. Eensklaps echter hield de toevoer van water op. Waarschijnlijk had men boven in de verwarring op de slangen getrapt, of was er een zwaar voorwerp op terecht gekomen, genoeg, er kwam geen water meer, dan eerst na een geruimen tijd, en toen sloeg de vlam aan één kant reeds door een opening naar buiten.

Dit gezicht verwekte in eens een ontzettende ontroering. Sommigen, die met brandemmers liepen, smeten die neer, alleen op eigen lijfsbehoud bedacht. Anderen, zonder verdere bevelen af te wachten, poogden onbemerkt in de duisternis de booten uit te zetten, om dan te vluchten. Weer anderen liepen naar beneden, om te bergen wat zij nog konden, en dan te trachten zwemmend of op andere wijs het land te bereiken, waar men niet ver af was, ja nog zelfs zoo dichtbij, dat men duidelijk de lichten aan het strand kon onderscheiden. Nog duidelijker echter waren de vlammen te zien, die nn al op meer dan één plek op 't vaartuig omhoog sloegen, terwijl het ook op het achterschip op sommige plaatsen reeds heet was. Alles liep dooreen. Misschien droeg juist de gedachte dat men zoo dicht bij land was, er toe bij, dat men zoo weinig moeite n.am om het schip te behouden, denkende: we brengen het er toch wel levend af. Wel liep kapitein Todd met getrokken degen te midden van het scheepsvolk en deelde zijn bevelen uit. Maar hoe goed die ook waren, niemand die luisterde, laat staan er naar handelde.

Intusschen begon het vuur al heviger te woeden en flikkerde in de duisternis de vlam op het achterschip reeds tamelijk hoog op. Alles drong nu naar de voorzijde, zoodat daar de verwarring nog grooter werd. Eenigen die nog naar de bevelen luisterden, richtten stralen water op de plek waar zich 't vuur 't sterkst vertoonde — beneden was het door den rook niet uit te houden — maar het baatte weinig. Want de brand woedde in een deel van het schip, dat gevuld was met allerlei, dat kurkdroog was en als pek brandde: touwv/erk, zeildoek, teer, hout, vaten, kleedingstukken en zoo meer. 't Water dat naar binnen drong was daartegen machteloos.

Frederik stond bij de verschansing op het achterschip. Hooren en zien verging hem. Hier zag hij mannen, die de booten wilden uitzetten, officieren die 't nog trachtten te beletten en den matrozen en het volk geboden te helpen blusschen. Ginds waren er die stukken hout en planken saambonden, om zich straks daarmee in zee te werpen, en zoo 't land dal niet ver af was te bereiken. En Frederik, die niet zwemmen kon, dacht na of dit ook niet voor hem 't beste was, nu toch het schip niet meer te behouden scheen, toen op eens een luid geroep uit de verte hem in de ooren klonk.

Onze vriend spitste de ooren, doch 't gewoel om hem heen belette hem goed te onderscheiden. Eensklaps hoort hij achter zich een geluid als van den donder. Verschrikt ziet hij om, en bespeurt hoe een paar zeesoldaten bij een kanon staan en noodschoten lossen. Onwillekeurig treedt hij nader, maar opeens dreunt het gansene schip door een vreeslij ke losbarsting, zoo sterk dat Frederik op het dek neervalt. Hij richt zich op. Weer klinkt een donderend geluid.

De kanonnen gaan af!" hoorde hij roepen. »'cVuur is er bij".

't Waren de kanonnen die, met kruit doch niet met scherp geladen, in 't ruim stonden, en die nu, wijl daar de vlam woedde, van zelf losbrandden bij drie vier tegelijk. Het was een ontzettend geweld. Dogh daar klonk weer het geroep dat Frederik zooeven gehoord had; nu zelfs dichterbij.

Wat was dat toch?

Op het schip ging terzelfder tijd een luid geschreeuw op. De matrozen hadden begrepen, dat er hulp naderde. Zoo was het ook. In de haven had men bespeurd, dat er met de Koningin Charlotte iets niets in orde moest zijn, daar zij noodseinen gaf en men geen lantarens, maar wel een fel rood licht bespeurde. Zoodra werd dit niet bemerkt, of van de schepen die er lagen, Engelsche en andere, werden de booten neergelaten en bemand. En weldra haastten zich de kleine vaartuigen over het water naar het brandende schip, dat op geen uur afstands in zoo groot gevaar verkeerde.

De matrozen op de Koningin GharloUe, begrijpend dat er hulp kwam opdagen, dachten er nu enkel aan het lijf te bergen. Wat de kapitein en de officieren nog zeggen of doen mochten, 't was vergeefs. Op het dek verdrong men nu eikand ; r; ieder dacht slechts aan de redding van zijn leven, en allen staarden naar de booten, die men reeds in de verte kon onderscheiden, terwijl hun luidkeels werd toegeroepen naderbij te komen. O'.'k de manschappen die tot redding kwamen, hieven telkens luide kreten aan. En Frederik zag reeds om zich heen nu dezen dan dien in zee springen, om te trachten l zwemmende een der booten te bereiken.

AAN VRAGERS.

Op een vraag van L. B. te V., omtrent de ijdrekening der Joden, die thans 5655 schrijven, ient, dat de Israëlieten oudtijds deze rekening iet hadden. Zij is eerst voor zes u zeven eeuwen in gebruik gekomen en rekent van jaren na de schepping. Het is echter zeer duidelijk, dat er sinds üe schepping nu meer jaren zijn verloopea dan 5655, en dus in dit opzicht de rekening verkeerd is. De Joden gebruiken haar ook alleen in wat uitsluitend op hun godsdienst eh wat daarmee in verband staat, betrekking heeft.

CORRESPONDENTIE,

G. van D. te A. We hebben nagegaan of hel ook mogelijk is uw tweede vraag hier te beantwoorden, maar het blijkt dat dit niet gaat. We kunnen er geen paar kolommen voor openstellen, en daarbij vereischt de uitlegging meer wiskunstige kennis, dan van jonge lezers is te vorderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1895

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken