Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ter gedaohtenisse.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ter gedaohtenisse.

6 minuten leestijd

Amsterdam, 30 Aug. 1895.

Al komen we achteraan in den stoet, toch treden ook v^dj toe bij het graf van onzen lieven broeder Ploos van Amstel, en spreke ook de Heraut een woord ter zijner gedaohtenisse.

Onze broeder Ploos stond in een zeer klein dorpje, dat onder de gemeenten onzes lands nauwelijks meetelt, en toch was hij een man die aan gansch Nederland toebehoorde, en van wien men in alle streken onzes lands met liefde en ingenomenheid sprak.

Dit dankte hij ongetwijfeld ook aan zijn kloeke belijdenis, maar toch meer nog aan het Christelij k-populaire in zijn karakter en in heel zijn optreden.

Hij is heel het land doorgetrokken, en heeft in tal van plaatsen gesproken, en altijd was zijn woord, niet in hoogeren, maar in' gemoedelijken zin, welsprekend.

Hij stelde geen kunstig ineengezette predikatie op, maar sprak ongekunsteld taü die hem uit het hart vloeide, een taal die omdat hij van het volk was en het volk in zijn nooden en zijn worstelingen kende, bij dat volk ingang vond.

Men moest naar hem luisteren. Hij boeide u in dien goeden zin, dat hij u bond met zijn woord en door dat woord u meenam.

Er gloeide in zijn woord 'liefde. Niet liefde in gemaakten of aangepreekten zin, maar liefde voor zijn Heiland, liefde voor zijn God, en daarom, als uitvloeisel van die hoogste liefde, liefde voor Gods volk, liefde voor de menschen die hij voor zich zag, en liefde voor hun zielen.

Men dacht nooit: Is het nog niet uit ? maar deinde steeds met innerlijke genieting meê op de golving van zijn gevoelvol, met warmte uitgesproken, de conscientie rakend, de eere van zijn God bedoelend woord.

De kracht van taal was zijn fort niet. Sober en kernachtig in zijn woord was hij evenmin. Maar er trilde iets van zijn eigen ziel, van zijn warm gemoed, van zijn eigen ziels worsteling voor zijn God in.

Dit gaf hem reeds op jonger jaren een mannelijke rijpheid; in den mannelijken leeftijd iets vaderlijks in toon en optreden; iets waar de vroege\vergrijzing van zijn hoofd toe bijdroeg. J, ,

Hij is niet oud j'eworden, onze lieve Ploos. Hij scheelde slechts één jaar in leeftijd met hem die dit schrijft. En toch was » Vader Ploos" bijna de staande term geworden, waarmee men hem in de onderlinge gesprekken inleidde.

Men ging allicht iets te ver, toen men hem een »provincialen kerkvader" noemde. Een kerkvader is een scheppend, door God met heilig genie toegerust man, die nieuwe gangen voor de belijdenis der waarheid opent. En daarvan was in Ploos geen schijn zelfs aanwezig. Maar een vaderlijke verschijning op kerkelijk gebied, ja, dat was hij in zijn leven, dat is hij nog stervend door zijn woord aan de kerken en aan zijn landgenooten gebleven. Dat was hij voor Friesland niet alleen, maar ook voor Groningen en heel het Noorden, en wij in het midden des lands hebben hem niet anders gekend.

En toch, hoe zachtmoedig en vaderlijk ook van aard en aanleg, diezelfde lieve Ploos, was een even onvervaard en dapper strijder, die, waar het de eere van God en zijn waarheid gold, geen mensch ontzag, geen ingebeelde hoogheden spaarde, en steeds vooraan in de gelederen stond, waar het den strijd gold voor de rechten en vrijheden van Christus' kerk.

Dan kon hij optreden als een Boanerges, als een »zoon des donders, " als een held, die het desnoods alleen tegen allen opnam, en niet vroeg, of anderen soms knapper en handiger waren, maar die wist, dat men het niet licht van hem won in liefde voor zijn Heere.

Zoo kon hij staan, omdat hij was zooals hij sprak, en sprak zooals hij was. Niet zelden zich blootgevend, maar altoos ernstig in zijn bedoelen, oprecht in zijn aanval, dapper door dien moed, waarvan de Schrift zegt: »De rechtvaardige is moedig als een leeuw "

Zelfs mag gezegd, dat Ploos van Amstel in die dagen van harden, onafgebroken strijd, de schoonste periode zijns levens gekend heeft. Sprak Spurgeon van truffel en zwaard, zoo stemt ieder toe, dat de arbeid met de truffel, bij het stille weer opbouwen van de afgebrokkelde muren, minder met zijn vurigen aard strookte, dan het opgaan met Israël, als het uittrok uit zijn tenten.

Zoo was het met hem, zoo is het met ons allen. De arbeid, waartoe de Heere ons roept, in de jaren dat ons karakter zich vormt, leent ons een vasten plooi, dien we moeilijk weer uitruilen.

Niet de kalmte der vlietende wateren, maar de hooggaande zee was zijn element.

Dan schitterde zijn oog, dan werd zijn kracht verdubbeld, dan spatt'en er vonken uit zijn woord.

Slechts in één ding was hij ook bij hel opbouwen een ons van God gegeven kracht. Het was toen het op de vereeniging aanging met de broederen die zichzelven vroeger hadden vrijgemaakt.

Toen wist Ploos van geen bezwaren. Voor den gloed van zijn minnend hart smolten ze alle weg. En in breeder en in enger kring is hij het toen geweest, die de broederen in hun gemoed verwonnen en tot eenheid uitgedreven heeft.

Zelfs bij zijn sterven was dit voelbaar.

Men spreekt van A en B, maar bij het graf van onzen Ploos zou A zich geschaamd hebben en B schaamrood zijn geworden, indien men op zijn graf zich niet werkelijk als één had beleden en één had gevoeld.

En zoo is ook deze trouwe dienstknecht des Heeren weer van ons gegaan. Ingegaan, naar elks liefde getuigt, in de eeuwige vreugde, Hem zoekend. Hem bedoelend, aan Hem zich overgevend, dien hij als zijn God gemind, boven alle creatuur geëerd, en in al zijn arbeid gediend had.

Ook in ons hart laat hij een plaats van broederlijke verkleefdheid ledig, want onder de ouderen in jaren waren er weinigen, in wier sympathie en hartelijke genegenheid we ons zoo vaak verkwikken en verblijden mochten.

En zoo roept de Heere onze God almeer de ouderen uit ons midden weg, en wordt de last al zwaarder die op de jongeren wordt afgewenteld.

Voor ons ouderen van jaren een roepstem, dat ook ons einde naderende is.

Voor de jongeren van jaren een stem der bemoediging, waar een man heenging die reeds in zijn jongere levensjaren zulk een kracht ter bekeering en ter waarschuwing voor de slapende kerken van zich deed uitgaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Ter gedaohtenisse.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1895

De Heraut | 4 Pagina's