Bekijk het origineel

Misstand.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Misstand.

6 minuten leestijd

Amsterdam, 6 Maart 1896.

Dat er in onze buitenlandsche Zending, gelijk ze thans door de Gereformeerde kerken gedreven wordt, zekere misstand schuilt, geeft ieder toe.

Om een concreet voorbeeld te nemen, voelt ieder, dat b. v. de positie van Ds. Adriaanse en onze zendelingen niet dezelfde is, noch ook behoorlijk geregeld is.

Op interessante wijze kwam dit uit, toen een onzer twee handboekjes onlangs Ds. Adriaanse onder de emiriti-predikanten rekende, en eveneens blijkt dit zoo dikwijls onze zendingsberichten het Ds. voor den naam van Ds. Adriaanse weglaten, en hem eenvoudig den zendeling Adriaanse of hioeder Adriaanse noemen.

Hierin toch schuilt, gelijk men terstond inziet, zekere innerlijke onwaarheid.

Emiritus predikant is alleen hij, die, behoudens de eere van een Dienaar (salvo lionore) ontslagen is van den Dienst des Woords.

Is nu Ds. Adriaanse ontslagen van den Dienst des Woords? Zeer stellig neen. De kerken zonden iemand naar Java, niet om zich buiten den Dienst des Woords te chouden, maar juist om er zeer volijverig in te zijn.

Ds. Adriaanse is dus volstrekt geen emiritus-predikant, maar juist een .zeer \actief predikant, geroepen niet tot minderen, maar veeleer tot meerderen dienst dan hij te Zeist had.

En ook is het niet waar, dat hij ophield predikant te zijn, en liu zendeling werd.

Immers hij is juist als predikant uitgezonden. Het was er juist om te doen, om niet langer een soort voor de Zending opgcieiüïï citecuis^icnncesters, ntaar efiectieve Dienaren des Woords voor de Zending te kunnen gebruiken. Geheel in den geest van het schoone woord, waarop de heer Hovy onlangs wees, dat men bij de Zending nooit vragen moet: Is hij er niet te goed, maar: Is hij er goed genoeg voor ?

Juist daarom had het alle ziel van wie de Zending mint, zoo verkwikt, dat in Ds. Adriaanse, niet een onbruikbaar prediker, die het hier niet vinden kon, en een uitweg zocht, maar een hier zeer geliefd en krachtig prediker opstond, die sprak: Zend mij, Heere! — en die door de kerken gezonden werd.

Doch is dit zoo, dan gaat het natuurlijk niet aan, hem nu als Dominee-af aan te dienen, te degradeeren, maar moet juist het feit, dat hij Dienaar des Woords is, ook in de wijze waarop men hem betitelt, telkens uitkomen.

Toch verstaan we uitnemend wel, hoe men tot het spreken van den ^zendeling Adriaanse" kwam.

Dit zou men niet gedaan hebben, zoo hij alleen ware geweest. Maar dat was hij niet. Hij werkte met anderen saam. Die anderen waren geen predikanten. En om die anderen nu niet te stooten, en geen onderscheid te maken, noemde men allen met eenzelfden naam, en noemde zoo ook Ds. Adriaanse eenvoudig zendeling.

Hier is alzoo een misstand. Een misstand die niet blijven kan. Die scherp moet ingedacht. En die moet weggenomen.

Op welk standpunt plaatst ge u?

Op het standpunt, dat ook onder de Heidenen en Mahomedanen het Woord alleen door Dienaren des Woords kan en mag bediend worden ? Of wel op het standpunt, dat ge voor dit doel tweeërlei soort lieden gebruikt, ten eerste Dienaren des Woords, en ten tweede zekere Behulpsels, hetzij van hier gezonden, hetzij inlandsche?

Feitelijk neemt onze Zending thans het tweede standpunt in.

Ze gebruikt eenerzijds mannen, die door de kerken in den Dienst des Woords zijn gesteld, en anderzijds mannen, die dit niet zijn, en deels, na zekere aparte voorbereiding van hier werden uitgezonden, deels in Indië uit de inlanders werden genomen.

Blijft men nu op dit standpunt staan, dan moet dat verschil, dat onderscheid ook uitgewerkt worden. Dan moet beider dienst onderscheidenlijk omschreven, beider positie onderscheidenlijk afgebakend, beider wedérzijdsche verhouding geordend worden.

Dit-is nu niet geschied, en vandaar de misstand.

Beide soort mannen heeten predikers en bedienen de Sacramenten, en in hun dienst is geen verschil.

Verlaat ge daarentegen dit standpunt, als onhoudbaar, dan moet ge uitsluitend Dienaren des Woords voor de Zending kiezen, althans voor zoover het de prediking en de bediening der Sacramenten betreft, en is al wat ge verder doen kunt, op de wijze waarop dit ook hier te lande geschiedt, hun helpers toevoegen, maar die dan tiiet in den dienst des Woords staan, en niet de Sacramenten bedienen, maar gelijk onze godsdienstonderwijzers, onder hun leiding catechiseeren of oefenen.

In deze onderstelling zou men dan alle overige zendelingen die bij ons in dienst zijn, voor ditmaal in het ambt van Dienaar des Woords moeten zetten, en voortaan niet meer aan zulke broederen het recht van Sacramentsbediening vcrleenen, tenzij ze door de classis onderzocht en toegelaten waren.

Dat men thans zou moeten beginnen met ook hen tot Dienaren des Woords te maken, is omreden ze thans het recht van Sacramentsbediening reeds bezitten, en hun dit te ontnemen in zou sluiten, dat hun vroegere doop geen doop geweest was.

Zoo zou er eenheid en orde komen en zou men ook voor de toekomst weten waaraan zich te houden.

De vraag nu op welke van deze beide standpunten men zich plaatsen zal, moet o. i. naar de beginselen van ons Gereformeerd kerkrecht worden beshst.

Niet, dit merke men wel op, alsof we achten zouden, dat de Dordsche Kerkenordening op alle toestanden in Java paste.

Dit te wanen, ware ongerijmd.

-Maar voorzoover in onze Kerkenordening de principieele quaestie van het ambt naar den Woorde Gods beslecht is, mogen wij van onzen kant, als Gereformeerde kerken niet in strijd hiermede handelen.

Staat nu vast, dat de Dienst des Woords en der Sacramenten alleen door Dienaren des Woords ambtelijk kan verricht worden, dan volgt hieruit, dat wij, als kerken, ook niemand met dit dubbele mandaat kunnen of mogen uitzenden, dan die in onze kerken als Dienaar des Woords geldt.

Naast deze ambtelijke personen buiten-ambtelijke personen met gelijk mandaat uit te zenden, is het ambt waardeloos maken, of wel een nieutv ambt naast het bestaande, voor denzelfden dienst, scheppen.

- Belijden we nu eenparig, dat het instellen van ambten niet ons, maar onzen Koning toekomt, dan volgt hieruit vanzelf, dat de schepping van een nieuw ambt buiten onze bevoegdheid ligt.

En zoo komen we vanzelf tot de conclusie, dat we voor den Dienst des Woords en der Sacramenten niet tweeërlei personen zenden kunnen, maar slechts één soort zenden mogen, en dat die ééne soort moet zijn: in het ambt gezette Dienaren des Woords.

Op dit standpunt nu, en we zien niet in, hoe men in Gereformeerde kerken een ander standpunt zou hinnen verdedigen, blijft ons derhalve niet anders te doen over, dan aan de zendelingen die nu reeds verscheidene jaren het Woord en het Sacrament bediend hebben, den rang en het ambt van Dienaren des Woords te verleenen, en voortaan niemand meer met dit mandaat uit te zenden, dan die in onze kerken tot den Dienst des Woords' is 'toegelaten.

Helpende broederen mogen licn vcrz-silcn maar deze staan dan met in het ambt, en kunnen noch het Woord noch het Sacra ment bedienen.

Ze zijn dan voor de school, voor het bezoeken in de kampongs, voor de catechisatie, voor een oefening enz., maar niet voor het ambt als zoodanig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Misstand.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken