Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthouding.

6 minuten leestijd

»Onthouding" als godsdienstig beginsel gedreven bleek tegen het beginsel der Christelijke religie over te staan, allerminst op den weg der »navolging Christi" te liggen, het eerst onder de Heidenen te zijn opgekomen, en bij consequente doorvoering niet slechts niet profijtelijk, maar zeer beshst schadelijk te zijn.

Van zulk drijven van de «onthouding" als godsdienstig beginsel, en dus als merkteeken van hoogere heiligheid, beginnen ook nu weer, gelijk we zagen, de teekenen zich te vertoonen.

En dit nu stelt het aan de belijders van den Christus ten plicht, om, waar de beweging voor onthouding zich ook van hun persoon poogt meester te maken, vooraf de geesten te beproeven of ze uit God zijn, en niet dan met volkomen bewustheid te handelen.

Nemen we, door alzoo te spreken, als Gereformeerden positie tegenover de Onthoudingsbeweging ?

Stellig niet tegenover de onthouding zelve, in volstrekten zin.

Nog altoos zegenen we de gezinnen, waar zoogoed als nooit sterken drank in huis komt; waar de kinderea opgevoed worden in de gewoonte. om sterken drank buiten hun levensbehoeften te sluiten; en waar men hoogstens op een kouden avond eens een glas punch, of op een feestdag een glas advocaat drinkt.

In deze breede reeks van gezinnen wordt feitelijk zoogoed als geen alcohol gebruikt. Op tien personen meest geen drie kan op een gansch jaar. Een verdwijnende onbeduidendheid.

En deze feitelijke onthouding juichen we daarom zoo toe, juist omdat ge in deze gezinnen nooit over onthouding spreken hoort.

Men drinkt geen alcohol, maar men Iet er nauwelijks op, dat men dien niet drinkt. Men bluft er niet op. Men pronkt er niet mede. Men laat de tong niet zoo telkens klappen dat de tong vrij van drank blijft. Wat men doet, doet men in zijn eenvoudigheid. En als er in gezelschap eens een glas punch wordt geschonken, ot aan het dessert een rumpudding wordt gediend, dan weet men er niet af van al die preutsche praatjes om te bedanken, maar eet er van meê en durft het zelfs lekker vinden.

Dat nu is de onthouding in haar lichtzijde, zonder iets van de schaduwzijde die het theoretisch drijven van de onthouding drukt.

Een heer of juffer, die als de rumpudding gevlamd heeft, reeds vooruit mines maken, om te bedanken, men moet het ons niet kwalijk nemen, maar ze doen ons altoos denken aan de Jeruzalemsche heeren en dames van de dille en den komijn.

Daarentegen is onthouding die vanzelf komt, die als een natuurlijke vrucht uit de opvoeding opschiet, en, enkele bijzondere gelegenheden uitgezonderd, aan geen gebruik van alcohol denkt, in onze schatting een zedelijke kracht, die vanzelf ontluikt, waar de religie naar waarheid doorwerkt.

Tegen zulk een vrije onthouding, als - we haar zoo noemen mogen, zijn we dus allerminst. Veeleer juichen, we haar toe. En we zouden den dag zegenen, waarop ze in de Nederlandsche gezinnen algemeen werd.

Er is nog een andere Onthouding, die we voorstaan.

Merkt iemand aari zijn eigen persoon, dat hij, dikwijls in gezelschap van vreemden verkeerende, zich licht laat overhalen om in eenig opzicht de inaat te buiten te gaan, en bespeurt hij dat dit zijn geest ontzet en Satan een poort van zijn hart opent, dan vinden we het alleszins prijslijk, als zoo iemand, zonder ophef, zonder er een beginselquaestie van te maken, zich vast voorneemt, liever alle gebruik te mijden, dan zich het gebruik tot een valstrik te doen worden.

In dit vreemde gezelschap werkt op het eigen oogenblik zijn plichtsbesef allicht minder sterk. Daarom is het dan goed, dat hij den strijd vooraf op zijn kamer, in de eenzaamheid met zijn God strijdt. En heeft hij dan eenmaal duidelijk verklaard: »Ik drink die dingen niet", dan is het ook uit, en valt later niemand hem meer lastig.

Op niedisch terrein hebben we geen recht van spreken, en de medische vraag, of alcohoJiën verkeerd en schadelijk voor de ge­ zondheid zijn, laten we daarom buiten bespreking.

Bekend is ook ons, dat onderscheidene medici alle gebruik van een eetiigszins prikkelenden drank voor ongezond verklaren. Maar hierbij mogen we niet vergeten, dat tal van medici ons evenzoo zeggen, dat ook het gebruik van kofïïe en thee uiterst nadeelig is.

We zeggen dit niet om er den spot mee te drijven. Integendeel, dat het gebruik van thee en koffie in veel opzichten schadelijk is, zijn we geneigd grif aan te nemen. De caffeine toont genoegzaam, wat ongemeene kracht in de koffieboon verscholen ligt.

Hiermede is echter de zaak voor ons niet uitgemaakt. De ervaring toont toch, dat het menschelijk lichaam door lengte van duur zekere immuniteit ook tegen een op zich zelf giftig element kan verkrijgen. Zelfs rattenkruit wordt ten leste in tamelijk groote dosis zonder schade verdragen.

De medische vraag kan daarom o. i. niet in algemeenen zin opgelost.

Of men deswege zich van drank, thee en koffie te onthouden heeft, moet beslist door de veel nauwkeuriger vraag, ofvoordienen dien persoon het gebruik waaraan hij gewend is, schadelijk zij te achten.

Die vraag kan alleen zijn eigen arts beantwoorden.

Sinds een kundig arts aan schrijver dezes verklaarde: »Voor u is het gewone gebruik van koffie nadeelig", liet hij er van af, zonder er daarom van verre aan te denken een anti-koffie-bewegiug in het leven te roepen.

Het is er mede als met het rooken.

Stellig ligt iu de nicotine een gevaarlijk element; maar de ervaring toont, dat een gewoon gestel zich in zeer korten tijd hieraan went, en dat onder gewone omstandigheden een matig rooken op het zenuwgestel een gunstige uitwerking heeft, de gezelligheid van het leven verhoogt, en dat men er oud meê wordt en er gezond bij blijft.

Toch zijn er gestellen voor wie het rooken niet deugt, en die er zichzelven meê bederven, en als uw arts u dat zegt doet ge dwaas met zijn raad in den wind te slaan.

Ia zake het medisch advies is derhalve ons oordeel, dat hier met een algemeene uitspraak, die te veel en daarom niets bewijst, niet te vorderen is; dat medisch advies stellig altoos misbruik, maar in vele gevallen niet een gewoon gebruik verbiedt; en dat de vraag of iets van dien aard, ter wille van uw gezondheid, — dus op grond van het zesde Gebod, door u te mijden is, voor elk persoon in het bijzonder door zijn arts moet worden uitgemaakt.

In geen geval echter heeft dat medisch advies iets met onthouding als zedelijke theorie te maken.

Het medisch vraagstuk is van stoffelijken aard, en raakt den welstand van het lichaam; iets waarbij de grootste moeilijkheid nog gelegen is in de onzekerheid der medische adviezen.

Niet alleen toch dat de medische adviezen in de ééne eeuw aanraden, wat ze in een volgende eeuw ontraden (denk b. v. aan het vroeger aanbevolene, nu geheel nagelatene aderlaten, zetten van bloedige koppen enz.); maar ook in eenzelfde periode gaat er bijna nooit een medisch advies uit, of andere even kundige medici staan er tegenover. Denk slechts aan de vaccinatie-quaestie.

Op zulke adviezen kan daarom nooit een theorie voor het geestelijke gebouwd.

En bovendien daaruit zou toch nooit een or^'CaoMéSri^& beweging zijn opgekomen.

Iu tal van dingen voegen en schikken we ons naar de medische opinie; maar dan praat er ook verder niemand over, en vaa hooger of lager geestelijke krachtsontwikkeling is geen sprake.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken