Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

In de Ned. Herv. kerk te Monster heeft een predikant, die bevestigd werd, zijn consulent, naar men wil, onheusch bejegend, op het beleedigen af.

Ter toelichting van dit onverkwikkelijk tafereel, schreef de Telegraaf dit:

Een paar maanden geleden richtte Dr. Bronsveld in zijn Kroniek een bestraffend woord vooral tot die jonge predikanten, die als studenten trouw de gezangen hadden meegezongen, maar die, nauwelijlts beroepbaar, beginnen zulke vacante gemeenten naar de oogen te zien waar de gezangbundel in oneer is en die, zoo zij niet al aanstonds onder de kleine keurbende der gezangenhaters post vatten, toch groote bereidvaardigheid toonen door het niet laten zingen der gezangen de gemeente te gerieven, die ze niet wil. Ook de Monstersche gemeente wordt nu al een jaar of tien lang door de gezangenkwestie in beroering gehouden.

Toen de vorige predikant, als niet gezangenzinger gekomen, zich door een verzoekschrift van ver over de honderd manslidmaten had laten bewegen om nevens den psalm-ook den gezangbundel te gebruiken, onttrokken zich de meeste kerkeraadsleden op zulk een wijs aan zijn gehoor, dat, ten gevolge der daardoor verwekte ergernis, de tusschenkomst van classikaal-en provinciaal kerkbestuur noodig werd. Wij blijven niet weg, omdat ds. Van Griethuysen gezangen laat zingen, maar omdat hij zijn woord gebroken heeft; hij had beloofd ze niet^te laten zingen.

Ds, V. G. antwoordde : «Ik herhaal wat ik bij het opgeven van het eerste gezangvers aan de gemeente gezegd heb : de kerkeraad heeft mij misleid door te zeggen; de gemeente zingt ze niet; daarom verklaarde ik mij bereid ze niet op te geven; het ingediende verzoekschrift leerde het mij wel anders en nu laat ik ze zingen". Om afzetting te voorkomen beloofden de wegblijvers beterschap, maar maakten het den renegaat zoo onaangenaam, dat een roepstem uit de Kethel hem een welkome gelegenheid bood om Monster en de Monsters den rug te kunnen toekeeren.

Op 5 Maart 1893 preekte hg afscheid en werd door den nu optredenden consulent dr. Kohier van zijn betrekking tot kerkeraad en gemeente losgemaakt. Als trouwe wachters op Sions' muren trokken nu de kerkeraadsleden het geheele land door om een opvolger te vinden. In de gemeente werd verteld, dat er in de vorige vacature meer dan ƒ700 aan reiskosten was besteed voor dat uit hooren gaan. Slechts bij uitzondering en door zeer bijzondere omstandigheden viel de keus op een predikant, die ook een gezangvers opgaf.

Nauwelijks was de beroepsbrief verzonden, of een afschrift van het rekest der honderd en zooveel volgde hem op den voet, en wie durfde een zoo jammerlijk verdeelde gemeente aan ? Tot twintigmaal kwam een weigerend antwoord; op den laatsten dag des vorigen jaars nam ds. Van der Sluis, de jongste van al de beroepe»en, het beroep aan. Al zeer spoedig kwam nu tot den consulent het dringend verzoek: och, leidt gij hem tot de gemeente in, en deze, meenende bij deze gelegenheid een woord van vrede, van verzoening te kunnen spreken, gaf aan het verzoek gehoor.

Toen de beroepene vroeg, om de bevestigingsbeurt af te staan, moest de consulent weigeren, en toen het nu Zondagmorgen bleek hoevelen Gezang 50 vers I en 4 meezongen, steeg dê ergernis der gezangen-haters ten top. Dit ter verklaring van de ongepaste bejegening, die de consulent van ds. Van der Sluis onderging. Zijn wij wel ingelicht, dan is het Classicaal Bestuur van de zaak in kennis gesteld.

Gelijk men weet, zijn zij, die tegen het gebruik van Gezangen zijn bij den openbaren eeredienst, onlangs door Dr, Bronsveld voor een soort f oden-Christenen verklaard.

Wel hef, wij met Calvijn, met onze martelaren, met onze Dordsche vaderen ^foden-Chxis^tntia"., en alleen Dr, Bronsveld c, s, s^«^i; «-Christenen, "

, Zoo beleedigt men, om tegenstanders uit het heden te treffen, zijn eigen medestanders in het verleden.

Overigens is wel leuk het slot van dit bericht : Het Classicaal Bestuur is in kennis gesteld.

Of men zoo zeggen wilde: De politie is er bij geroepen.

Want een soort politie., zie, dat zijn zulke Besturen.

Een nieuw Maandblad wordt door de firma D. A. Daamen, te Leiden, op de markt gebracht.

Het verschijnt met omsluierd gelaat. Anoniem. .Zonder redactie.

Als program geelt het deze ontboezeming:

In enkele woorden teekent PAULUS hier gansch den kringloop van het geschapene, de Alpha en de Omega van al wat geworden is; de bestemming, waaraan het heeft te voldoen.

In enkele woorden, maar ontzaglijk van diepte, ons verklaard door en herhaald straks in die andere, welke verzekeren, dat wij hebben «één Heer, JEZUS CHRISTUS, door Welken alle dingen zijn en wij door Hem", en wederom als de Apostel van den Christus getuigt: Hij is dóór alle dingen en alle dingen bestaan door Hem.

Uit en door en tot God, Zich openbarend in den Christus, alle dingen; Zich openbarend in den Christus, die zeggen kan: Ik ben de Eerste en de Laatste, het begin en het einde, die de sleutelen heeft van het doodenrijk, ja ook van den dood.

Verheven, majestueus als goddelijke poëzie, als openbaiing van den raad en het bestek des Eeuwigen zijn de woorden, waarmee we aanvingen, die ook «Ons Tijdschrift" telkens op het voorhoofd

dragen tal. Maar ook — gaat bij deze woorden heel het menschdom, voor zooverre het door het Licht der wereld beschenen wordt, uiteen.

Uiteen — allereerst daardoor, dat zich aanstonds stemmen verheffen, die uitroepen: Wat wil toch deze klapper zeggen! De tijd der goden is onherroepelijk voorbij!

Doch de breede schare, die althans daarmee nog niet. wil instemmen, blijft daarom toch niet bijeen. Des Apostels woord bevestigt slechts wat de Christus sprak: Ik ben gekomen om verdeeldheid te brengen. Zoodra|ge van de theorie tot de practijk komt, ' wordt [het zichtbaar.

Dan wordt de scheidingslijn ver, zeer ver en diep, zeer diep doorgetrokken. Daar staan eenerzijds wie, al dan niet aan een Eerste Oorzaak geloovend, de een Voltairiaan, de ander GOETHE nawandelend, de derde dwepend met SCHOPENHAUER, toch allen djarin overeenstemmen, dat zij van den eenigen, waarachtigen God zeggen: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.

En"die God^is de God niet der verbeelding, der fantasie, maar "der werkelijkheid. God geopenbaard in het vleesch, alzoo dat «wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd", en «onze oogen hebben het gezien en onzejhanden het getast", toen Hij verscheen, die sprak; «Die Mij gezien heeft, heeft den Vader gezien. —

Anderzijds vindt ge hen, die zeggen kunnen en zeggen willen: «Deze God is onze God" Wij zijn, gelijk alles uit en door en tot Hem, die wij met AUGUSTINUS belijden: «Gij hebt ons, o, God, tot U geschapen, en onrustig is ons hart tot het rust vindt in U", Hun God is geen droombeeld, geen gevoellooze kracht, maar de Eenige en Drieëenige, die leeft 'en'!regeert, ^de""GodJder|geesten van alle vleesch, de God bovenal, die vollcomen zalig maakt alien, zoovelen|als door IChristus, 'in wien Zijn volheid woont, tot Hem gaan.

Aan wellice zijde wij staan is niet twijfelachtig en we wenschen alle misverstand af te snijden, door dat aanstonds openlijk uit te spreken.

We zijn niet door den storm op een onbelcend eiland geworpen, zonder te weten of er ooit redding zal dagen. We weten vanwaar we Icomen, in Wiens hand we zijn, waar|we heengaan.

En ook weten we, dat, gelijk alles uit Hem is en door dien Christus, in wien Hij zich met den mensch, die de gemeenschap ? met Hem brak, weder verbond, in Christus, zonder wien-geen ding is gemaakt, zoo ook alle dingen en wij en ons werk gedragen worden door het Woord.Zijner kracht. En alzoo zijn ook alle dingen tot Hem, die Hij, de wereld in Christus met zichzelf verzoenend, eens haar tot een jonge en blijde onsterflijkheid voeren zal, wanneer de eerste dingen zijn weggegaan, de tabernakel Gods zal wezen bij de menschen, het Lam de kaars zfijn, die de Godsstad verlicht en de heerlijkheid en de kracht zal zijn Hem die op den troon zit, en het Lam dat geslacht is voor de zonden der wereld.

Uit, door en tot Hem'

Van U zijn ai/e-dingen. Van U, o God, alleen."

Dit gelooven we, daaruit spreken we. En we hebben alzoo plaats voor al wat goed is en lieflijk en wèlluidt, wat den geest sterkt, het hart verkwikt, den blik verruimt, het verstand ontwikkelt, want: «Alles is het Uwe". Doch dan ook alles tot eer en heerlijkheid Desgenen.

Wiens glorie in Zijn werken leeft En in de werken Zijner werken!

Prosit Labor

Elke jaargang zal 48 vel, d. i. 750 biz., geven, en ƒ 4.50 kosten. Zestig Cent betaalt men voor afzonderlijke afleveringen.

De redactie roept ons toe: Wacht op onze daden.

Welnu, daarop wacht dan ook de recensent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken