Bekijk het origineel

Uit Bentheim.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit Bentheim.

3 minuten leestijd

In de Gr, enshode, een te Bentheim verschijnend weekblad, worden eenige beschouwingen over de wedergeboorte in verband met de kerk ten beste gegeven, die de moeite loonen er althans iets van te zeggen. Het slot er van luidt:

Daarom entweder — oder, of, het is de wil van God, dat geene onwedergeborene leden der gemeente mogen zijn: en dan hebben de baptisten gelijk, en is de kinderdoop eene volstrekte onmogelijkheid; of, het is de wU van God, dat ook on wedergeborenen wel leden mogen zijn: en dan wordt de gemeente tevens eene heilsinrichtmg, door welker arbeid God zijne genade wil mededeelen. Tusschen deze beide standpunten is geen derde mogelijk, en alles wat men er tusschen verzonnen heeft, houdt geen stand. Wij eindigen met den wensch, dat men dit moge inzien, en tot het gezonde bijbelsche standpunt moge terugkeeren, waarop alle genoemde ongerijmdheden vanzelve verdwijnen, tot de erkenning namelijk, dat de zichtbare gemeente eene heilsinrichting is, die de wedergeboorte niet tot voorwaarde van het lidmaatschap, maar tot doel van haren arbeid stelt.

Voor deze rondborstige verklaring zijn we dankbaar.

Hier wordt toch erkend, dat men van tweeën één moet doen, óf ook bij het Sacrament van den Doop den band met het innerlijk leven handhaven, óf wel de kerk beschouwen als een instituut waardoor de wedergeboorte tot stand komt.

Nu mag men den schrijver niet verdenken, dat hij aan het slot van zijn stuk het woord «wedergeboorte" in een anderen zin t> pxr-, tte dan in zijn stuk zelf. Hij bedoelt i c.!u., uun. iiiui uicc de voortgaande wederj baring in de heiligmaking, maar de eerste daad van het uitbrengen des nieuwen levens. En hiervan zegt" hij dan dat ze niet onmiddellijk, maar middellijk door de kerk gaat.

Dit nu is geheel het standpunt der Vermittelungsthe oiogen.

Overigens leest de geachte schrijver zijn Formulier van den Kinderdoop geheel anders dan wij. Hij leest: dat ze gedoopt moeten worden om lidmaten der uitwendige kerk te zvorden. In ons exemplaar staat, dat ze, als zijnde lidfnaten van Christus' gemeente, moeten gedoopt worden, omdat ze in Christus geheiligd zijn, en te beschouwen zijn als erfgenamen van God en van Christus.

Ja, om er nog dit bij te voegen, heel de grondbeschouwing over de Sacramenten gelijk onze vaderen die tegenover de Roomsche en Luthersche kerk vasthielden, wordt door de Grensbode. eenvoudig op zij gezet.

Die grondbeschouwing is, dat Christus zijn Sacramenten alleen voor zijn geloovigen heeft ingesteld, en dat ze dienen om het geloof te sterken.

De Grensbode daarentegen vertelt, dat het Sacrament des Doops strekt om iemand met de uitwendige kerk te verbinden, door welke uitwendige kerk hij dan tot het geloof moet worden opgeleid.

Natuurlijk dat de schrijver, op zulk een standpunt staande, hetgeen wij uit de Schriften en onze Belijdenis aan het licht brachten, ongerijmd noemt.

Dat moet het ook voor hem zijn; ja zelfs blijven, tot hem de schellen van de oogen vallen.

Maar ons is het een oorzaak van dank aan den schrijver, dat hij nu eens gansch onomwonden en oprecht uitsprak, wat eigenlijk het standpunt is, waarop zulke tegenstanders zich plaatsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit Bentheim.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken