Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthouding.

6 minuten leestijd

XIX,

Zoowel wat van de Overheid, als wat van de kerk, in dezen heiligen strijd tegen de verwoesting van het menschelijk leven door alcoholische overprikkeling, verwacht mag worden, is in de laatst voorafgaande artikelen in genoegzaam scherpe belijaiug aangewezen.

Thans rest ons derhalve nog de derde vraag te beantwoorden, t. w. wat ten deze verwacht mag worden van h& X. particulier initiatief, en daaronder met name de vraag in hoeverre de oprichting en het hd wor­ den van alcohol-mijdende vereenigingen geoorloofd en doeltreffend is te achten.

Deze laatste ondervraag is voor de meesten de eenige vraag, die hen bezig houdt, terwijl ze voor ons slechts onderdeel is van een der vele punten, die ons oordeel over de onthoudingsquaestie vestigen moeten. Vandaar dat wij eerst aan het einde onzer uiteenzetting aan haar toekomen.

Er kan van een actie tegen den verdervenden invloed van den alcohol sprake zijn voor de overheid, voor de kerk of voor de maatschappij. Die actie van de maatschappij uitgaande besluit in zich al wat door particulier initiatief tot stand komt. En daaronder nu behooren ook de afschaffings-en onthoudingsvereenigingen gerangschikt te worden.

Toch mag het nimmer voorgesteld, alsof het particulier initiatief hierin opging.

Dit is volstrekt niet het geval.

In het leven der maatschappij hebt ge altoos te onderscheiden^ tusschen tweeërlei.

Eenerzijds tusschen datgene wat in de gewone organisatie van het maatschappelijk leven gereed en voorhanden is, en anderzijds tusschen datgene, wat daarin niet voorkomende, opzettelijk, met een bepaald doel, door u in dat leven wordt ingeschoven.

Dit laatste nu sluit in zich het vrije vereenigingsleven in al zijn breede vertakkingen.

Het huisgezin, de school, de dienstbetrekking, het bedrijf, het beroep en zooveel meer, komt vanzelf uit de organisatie der maatschappij op. Daarentegen elke verecniging is mechanisch met een bepaald doel ineengezet. De vereeniging wordt derhalve als een opzettelijk product van menschelijk overleg, mechanisch in het leven der maatschappij ingeschoven.

Houdt men nu het onderscheid tusschen die beide wel in het oog, dan valt hier op te merken, hoe er tweeërlei oordeel bestaat over de verhouding waarin d^zQ organische, of natuurlijke, en deze mechanischen, of gekunstelde, levensuiting der maatschappij in haar onderlinge waarde zijn te schatten.

Eenerzijds oordeelt men, dat de hoofdzaak gezocht moet worden in het gewone leven der maatschappij, gelijk dit op natuurlijke wijze uit haar door God gegeven organisatie opkomt. Anderzijds daarentegen is er een streven, dat het buitengewone boven het gewone, het gekunstelde boven het natuurlijke, het mechanische boven het organische, het door den mensch gemaakte boven het door God in de maatschappij ingeplante waardeert.

Staande nu voor de keuze tusschen deze beide oordeelen, dient op grond der historie en van wat we om ons heen zien, geconstateerd te worden, dat de Calvinistische richting in alle tijden en in alle landen aan het gewone, natuurlijke, organische in het maatschappelijk leven den voorrang toekent; terwijl omgekeerd de Methodistische richting, krachtens haar aard en oorsprong, het gewone, natuurlijke en organische onderschat, en verre de voorkeur geeft aan het ongewone, gekunstelde, ingeschovene, mechanisch door menschen bewerkte en ineengezette.

Als voorhanden vindt ge in een volk, de overheid, de kerk, de school, het huisgezin, de dienstbetrekking, het bedrijf, het beroep, en in verband hiermede heeft de Calvinistische richting zich steeds beijverd om de Overheid in het goede spoor te leiden, de kerk een wezenlijke kerk.te doen zijn, de school dienstbaar te maken aan burgerlijke en Christelijke vorming van het opkomend geslacht, het huisgezin als wondere schepping, met al zijn relatiën, in eere te houden, de dienstbetrekkingen naar Gods ordinantiën te regelen, en in bedrijf en beroep uit te munten.

De Methodistische richting daarentegen is over het algemeen genomen politiekschuw of, althans voor de politiek onverschillig; hecht aan de ordening der kerken minder waarde dan aan Evangelisatie; maakt de Zending van het kerkelijk ambt los; eert de school slechts als hulpmiddel om kinderen tot bekeering te brengen; stelt Christelijke bezigheid buitenshuis boven stille plichtsbetrachting in het Christelijk huisgezin; en beschouwt dienst, bedrijf en beroep als bijkomtige wereldsche aangelegenheden.

Geheel hiermede nu in overeenstemming heeft de Methodistische neiging van de Christenen onzer eeuw ook in den strijd tegen het alcohol-bederf en verderf, niet in de eerste plaats het oog gericht op de gewone natuurlijke geledingen van het maatschappelijk leven, maar heeft ze in hoofdzaak heil gezocht in het oprichten van iets buitengewoons en in mechanisch ineengezette vereenigingen, hetzij tot afschaffing, hetzij tot matiging van het gebruik van alcoholische dranken of gerechten.

Zij die nu met de Heraut een open oog hebben voor het gevaar, dat in deze Methodistische, in den grond Doopersche, opvatting van het leven schuilt, en, door Gods genade, met volle teugen uit de Calvinistische wateren drinken mochten, hebben daarom steeds zekere aarzeling gevoeld, om, zonder critiek, in die mechanische beweging mee te gaan.

Getrouw aan hun beginsel hadden ze ook op dit punt zich af te vragen, of de gewone geledingen van het maatschappelijk leven niet in de eerste plaats moesten worden opgeroepen, om ten deze het kwaad tegen te gaan.

Dit moest hun standpunt wel wezen, inzoover ze vaststaan in de overtuiging, dat al hetgeen uitvloeisel van het gewone organisch leven is, veel beteren waarborg oplevert voor duurzaamheid en algemeenheid.

Ze verwerpen daarom in het minst niet de macht die ontegenzeggelijk ook in het vrije vereenigingsieven schuilt; maar ze stellen er prijs op, dat men tot deze macht nimmer toevlucht neme, om datgene te bereiken waarvoor de gewone organisatie der maatschappij ons gegeven is.

Eerst waar deze te kort schiet, of uiteraard niet kan werken, achten ze het mechanische vereenigingsieven tot handelen geroepen.

En dit nu ook op den strijd tegen den alcohol toepassende, stéllea ze zich ten eerste de vraag, wat overheid en kerk hebben te doen, en daarna wat huisgezin, school, dienst, bedrijf en beroep vermogen, om eerst in de derde plaats zich af te vragen, in hoever het mechanisch vereenigingsieven ook hier een roeping heeft.

Na derhalve de roeping van overheid en kerk te hebben afgehandeld, gaan we er thans toe over om eerst de roeping van de gewone geledingen van het maatschappelijk leven ter sprake te brengen; ten einde eerst nadat dit uiteengezet is, te komen op wat voor den Methodist het één en al, maar voor den Gereformeerde slechts een onderdeel van het geheel is, t. w. op de vrije vereeniging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken