Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthouding.

8 minuten leestijd

XX.

Moet, op grond van ons vorig vertoog, ook bij de bestrijding van het alcoholisch misbruik, eerst gevraagd wat de bestaande organisatie van hei gewone leven hiertegen vermag, en mag eerst daarna sprake zijn van buitengewone vereenigingen ad hoc, dan onderschatte men toch ook hier niet de gewone middelen, die ons ten dienstestaan, om ijlings te jagen naar het extraordinaire.

Niet alleen toch de Overhelden de Kerk, maar ook het Huisgezin, de School en het Bedrijf komen hier zoo uitnemend te stade.

Beginnen we van achteren af, dan springt het in het oog, dat beroep en bedrijf in zijn wijdsten omvang genomen, bijna geheel den breeden kring bestrijkt van het jeneverdrinkend deel der bevolking. En neemt men onder deze categorie ook de bureelen en kantoren op, dan is het grooter deel van onze cognac-slurpende heeren-bevolking er tevens onder begrepen.

Wel terdege dient derhalve de vfaag te worden gesteld, in hoeverre zij die in zulk een bedrijf of beroep, op zulk een kantoor of bureel, het zeggenschap hebben, het alcoholisch misbruik kunnen bestrijden.

En wie zal dan betwisten, dat de invloed die op dit terrein ten goede kan uitgaan, inderdaad bijna onbegrensd is?

In Boas is ons land zoo gelukkig een Patroonsvereeniging te bezitten, die zich hoofdzakelijk ten doel heeft gesteld, de verplichtingen na te gaan, die de patroons, onder verband van hun consciëntie, gehouden zijn jegens hun loontrekkeuden na te komen.

Of Boaz nu deze haar werkzaamheid ook reeds over den boeg liet gaan, die in deze artikelen aan het woord is, durven we niet beslissen. Men zou daartoe al haar verslagen en alle nummers van haar orgaan moeten doorlezen. Maar zooveel durven we, op onze herinnering afgaande, toch wel verkla­ ren, dat haar studie en haar werkzaamheid in zake het misbruik van alcohol stellig nog niet ten einde liep.

Toch is het onmiskenbaar, dat de patroon ten opzichte van zijn onderhoorigen ook in dit opzicht verplichtingen heeft.

Want wel heeft de Liberalist met zijn valsche theorieën van een alleen door contract ineengezette maatschappij deze zedelijk-sociale verplichtingen niet alleen geloochend, maar ze zelfs als inbreuk op de persoonlijke vrijheid gebrandmerkt; doch haar heerschappij, de heerschappij der egoïstische school van Manchester heeft thans uit, en meer sociale, en daardoor meer zedelijke gevoelens kwamen allengs boven.

Het besef ontwaakte weer, dat de patroon, hoezeer ook het belang van zijn bedrijf niet uit het oog verliezende, toch niet vergeten mag, dat hij in den werkman of klerk niet door een automatisch instrument, maar door een mensch gediend wordt, en de Christen patroon voegt er bij: door een^schepsel naar den beelde Gods geschapen, en zoo ook zijn werkman of klerk den Heere mag belijden, door een broeder.

Reeds hieruit volgt dat hij inTzijn^werkman of in zijn klerk »zijn naaste" heeft te zien; ook dien »naaste" heeft lief te hebben als zich zelven; en alzoo ook jegens zijn onderhoorige gehouden is tot al die verplichtingen, die we jegens al onze naasten te vervullen hebben.

Maïir dit wordt nog verscherpt door de overweging, dat zijn werkman of klerk, imniers onder Gods bestel en leiding, tot hem in een bijzondere verhouding is getreden, en dat dus uit deze bijzondere verhouding ook bijzondere verplichtingen voortvloeien.

En eindelijk mag in het algemeen geconstateerd, dat een patroon die zijn personeel ook door zedelijk toezicht, zedelijk vermaan, en zedelijke behandeling in waarde houdt, er ia zijn bedrijf en op zijn kantoor op verbetert. Elk patroon toch stemt toe, dat, zoo kunde gelijk staat, een zedelijk hoog staand personeel hem beter dient, dan een personeel dat zedelijk inzonk.

Wat nu op die wijs reeds vaststaat, indien men elk patroon met zijn personeel afzonderlijk neemt, treedt nog duidelijker aan het licht, indien men de quaestie in het gemeen overziet.

De bloei van welk vak ook, en niet minder de bloei van de nationale nijverheid, scheepvaart, handel enz. in het gemeen, wordt belemmerd en tegengehouden, zoo het personeel dat op het kantoor of in het bedrijf of op het schip dienst doet, bij eenige natie laag staat in zedelijk opzicht, en daarentegen niet weinig bevorderd, indien bij eenige natie de stand der werklieden, der matrozen en der klerken godvruchtig en eerbaar leeft.

Dit is zoo waar, dat zij die den godsdienst tegenwerkten, daardoor geen geringe schade ook aan onze nationale welvaart hebben toegebracht, en dat omgekeerd zij die de godsvrucht poogden aan te moedigen, ook in stofifelijken zin het vaderland hebben gezegend.

Komt dan Boaz er ook vroeg of laat toe, om dit ethische deel van haar taak op afdoende wijze onder de oogen te zien, dan zal het tot geen andere conclusie kunnen komen, dan dat de verplichtingen, die ook in zedelijk opzicht op de patroons rusten, metterdaad vele zijn, en ook dat ze niet het minst ook het misbruik van den alcohol raken.

Geen patroon is uit den aard der zaak verplicht, om personeel dat zich aan misbruik van sterken drank schuldig maakt, in dienst te houden. Doch ook al nam men aan, dat het, bij het sterk heerschen van de drankzonde, niet gaan zou, plotseling al wie drinkt van zijn bedrijf of kantoor te verwijderen, dan heeft de patroon het toch altoos in zijn macht, om het personeel dat zich van deze zonde onthoudt, voor te trekken, en het deel van zijn personeel dat nog in deze zonde ligt, achter te stellen. En reeds deze voorkeur zou zedelijk werken. Ook kan de patroon op tijd werken. Hij kan waarschuwen. Hij kan een tijd van uitstel geven. Hij kan te verstaan geven, dat er een einde aan dat onmatig drinken moet komen, en dat anders scheiden voor de deur staat.

Dat scheiden kan een aanvang nemen bij elk delinquent, die door de gevolgen van den drank blijkt niet op tijd te komen, of weg te blijven, of tot zijn werk onbekwaam te zijn. Vooral op de Maandagen kan hij een scherper oog houden. En op die wijs allengs zijn personeel uitzuiveren.

Om hiertoe kracht, zedelijke kracht te bezitten, zal hij natuurlijk hebben toe te zien, dat hij niet zelf aan misbruik schuldig staat, en kwam dit wel voor, allereerst zijn eigen leven hebben te beteren.

En is op die wijs de drankzonde bij patroon en personeel tegengegaan, tot staan gekomen, en ten leste uitgebannen, dan werkt dit ten goede niet alleen op het oude, maar ook op het jonge personeel, en zal de patroon een zegen gespreid hebben, niet alleen op zijn kantoor of werkplaats, maar ook in de gezinnen van zijn werkvolk, en over het opkomend geslacht.

Juist daarom kan er niet genoeg op het vormen van patroonsvereenigingen worden aangedrongen, en is het zoo te wenschen, dat Boas ten deze stuur en leiding moge geven. Slechts bepale men zich niet tot Boaz. Ook de predikatie des Woords heeft voortdurend den eisch van Gods Woord ten deze aan een iegelijk, die anderen in dienst heeft, voor te houden, en ooklangs dien weg de zonde van den drank te bestrijden.

Velerlei komt dan hier nog bij.

Weet men dat uitbetaling van loon in herbergen uiterst schadelijk werkt, dan zal men gaan inzien, dat zulk een uitbetaling zonde voor God is, en ze dus mijden.

Valt het feit niet te loochenen, dat de dag der uitbetaling, als de man geld op zak krijgt, de zwaarste verzoeking met zich brengt, dan zal men juist op dien dag aan zijn werklieden een tegenwicht kunnen bieden.

Is het bekend, hoe slechte woning het huis uit en naar de herberg drijft, dan zal men op het verschaffen van goede woning voor zijn personeel bedacht kunnen zijn.

Meet gerekend worden met den trek naar gezelligheid, dan opene althans wie een groot personeel in dienst heeft, de gelegenheid om zulk gezellig samenzijn, met de vrouwen en ook de kinderen, buiten de kroeg te vinden.

Kennis omtrent de vreeselij ke gevolgen van de drankzonde kan door het uitdeelen van traktaatjes verbreid worden.

Wie weinig personeel in dienst heeft, kan zijn werkvolk ook thuis bezoeken, vooral bij leed en ongeval, en zoodoende invloed ook op het huiselijk leven zoeken te verkrijgen. Bij groote belangen kan men een bezoeker aanstellen, die niet meesterachtig maar vriendelijk en deelnemend, den patroon vervangt.

Het duldt dan ook geen twijfel, of juist bij het bedrijf schuilt in den patroon de groote factor, om zegenend te werken en het misbruik van den alcohol tegen te gaan.

Wat nu hier alleen noodig is, is zedelijke ernst bij onze patroons.

Dat die zoo veeltijds ontbreekt, is de kanker die ons nationale leven ondermijnt.

Tal van patroons kan het niet schelen, wat er van hun werkvolk en van de gezinnen van hun werkvolk terecht komt, en niet weinigen zijn er, die zelven te onzedelijk leven, en zelven te veel aan Bachus offeren, dan dat ze zedelijken invloed zouden kunnen uitoefenen.

Doch juist dit maakt het voor onze Christen-patroons tot te ernstiger plicht, ' om hier voor te gaan, om ook in dit opzicht de eer van ons nationale leven op te houden, en om, naarmate anderen meer te kort schieten, in betoon van ijver te overvloediger te zijn.

Vooral van Gereformeerde patroons vragen we dit met aandrang.

Niet-Gereformeerde Christenen kunnen nog meenen, dat wat zij behoorden te doen, wel door een Onthoudingsvereeniging zal worden verricht.

Maar Gereformeerde' patroons behooren te verstaan, dat zulk een Onthoudingsvereeniging tegen hen getuigen zal in den dag des oordeels, indien zij datgene doen moest, waartoe de patroon zelf van Gods wege geroepen was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken