Bekijk het origineel

De naam „zendeling.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De naam „zendeling."

6 minuten leestijd

De Synode-Generaal van Middelburg heeft zich verklaard tegen het gebruik van het woord of den naam van: zendeling.

Dit scheen aan sommigen toe, een zoeken van spijkers op laag water te zijn.

Wat, zoo vroeg men zich af, doet die naam er toe, als er maar krachtig, als er maar met geestdrift Zending wordt gedreven.

Tegen deze geringschatting van den naam moeten we opkomen. De Heilige Schrift leert ons jnist omgekeerd zeer ernstig, ook op den naam te letten. Alle naam heeft om de hooge beteekenis van den Naam Gods ernstige beduidenis ontvangen; en een ieder kent dan ook de voorbeelden, die ons vermeld staan, hoe God zelf zich met de naamgeving van menschen, en zelfs met hun naamsverandering inliet.

Wat deed het er op zich zelf toe, of de vrouw van Abraham Sarah of Saraïheette? En toch vdlde God het alzoo. Die i moest in een h veranderd. Sarah zou haar naam zijn.

Zoo weinig zijn de namen voor God dan ook onverschillig, dat Hij zich zelfs met de naamgeving der dieren door Adam inliet, en op het andere uiterste der lijn onder de voorrechten der gezaligden in het eeuwig Koninkrijk ook dit laat profeteeren, dat ze een nieuwen naam zullen ontvangen, op een witten keursteen, dien niemand kent dan God en zij zelven.

En waar dit nu zoo is, gaat het dan aan, voor de ambten in Christus' kerk de namen, die men er voor bezigt, als iets bijkomstigs of onverschilligs te beschouwen ?

Zeker, er is van oude dagen een geslacht van wijsgeeren opgestaan, ingeleid door Democritus van Abdera, welke wijsgeeren de namen voor niets anders dan een product van wilkeur hielden, en met alle hechten aan den naam hun goedkoopen spot dreven. Maar Democritus was dan ook uit Abdera, d. i. uit de, stad der gekken, en die zijn navolgers waren, met name de Sophisten, waren de lieden te Athene, die: als twee droppels water gelijken op die helden van den wijn te Jeruzalem, dié het licht duisternis noemden en de duisternis licht. Ook dat onderscheid deed er ten leste niets meer toe. Dit punt kan hier niet verder uitgewerkt; maar kenners der taalwetenschap en haar historie kunnen getuigen wat diepe, ernstige strijd er jarenlang gevoerd is juist over de hier in geschil komende vraag, of men ter wille van de zaak ook aan de namen al dan niet beteekenis moet hechten, en ze kunnen er bij getuigen, hoe juist de ernstige mannen van alle eeuw voor dat wel terdege hechten aan de namen het pleit hebben gevoerd.

Zij die hiermee den spot dreven, waren in alle land en in alle eeuw de loszinnigen, de lieden die van ernst verstoken waren.

Op dien grond wijzen we dan ook alle verwijt af, alsof de Synode-Generaal te Middelburg hierin te ver was gegaan.

Integendeel, ze bewoog zich hiermede op den weg, ons door de Schrift en door de mannen van ernst voorgeteekend.

Immers wat te Middelburg geoordeeld is over den naam van zendeling, doelde niet enkel op den naam als klank, maar op den naam als uitdrukking van de zaak. De vraag werd gesteld en in bevestigenden zin beantwoord, of de ongelukkig gekozen naam niet een vlag was, die een ongeoorloofde lading moest dekken.

»Zendeling" was de naam, verzonnen voor een soort »ambt", en juist de rechtmatigheid van dit nieuwe ambt moest op grond van Gods Woord betwist worden.

Met den naam zelven staat het nu zoo, dat zendeling een persoonsnaam op - ling is, afgeleid van een werkwoord, en dat de taal leert, hoe woorden, gebezigd als persoonsnamen, op - ling, die van werkwoorden zijn afgeleid, een beteekenis van zwakheid, hulpbehoevendheid en gebrek hebben.

Dit geldt volstrekt niet van «/^ persoonsnamen op - ling.

TJiya. ze niet van een werkwoord, maar van een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord of van een telwoord afgeleid, dan zijn het zelfs zeer goede, soms achtbare woorden. Men kan dit zien uit: kamerling, hoveling, ouderling, stedeling, dorpeling, eenling, tweeling, hemelling, enz.

Maar heel anders komt de zaak te staan, als men let op die persoonsnamen op - ling die bepaaldelijk van den stam van een werkwoord zijn afgeleid.

Ter Synode werd in het Rapport reeds gewezen op vondeling, doopeling, huurling^ drenkeling, bestedeling, loteling, verschoppeling, banneling, duisterling, doemeling, leerling, kweekeling, zuigeling, beroer ling, ellendeling, lammeling. Men kan er nog bijvoegen : sterveling, vluchteling, zwerveling, smeekeling, boeteling, afhangeling, volgeling, vertrouweling, beschermeling, afstammeling , nakomeling, aannemeling , biechteling, bekeerling, bezoldelingl, onderworpeling, overwinneling, verstooteling, vertrappeling, verschoveling, enz.

In al deze woorden spreekt zich afhankelijkheid, lijdelijkheid, hulpbehoevendheid uit. In niet één kracht, actie, geestdrift, plichtsbetrachting.

En wel zijn er enkele persoonsnamen afgeleid van stammen van werkwoorden op - hng die zekere actie uitdrukken, en hat tegendeel van lijdelijkheid. Maar deze woorden zijn vier in aantal: opstandeling, muiteling, 'weerspanneling en oproerling, woorden die nu juist niet strekken om den naam op - Hng voor den dienst der Zending verkieslijk te maken.

Naar het taaieigen onzer taal staat het derhalve vast, dat zendeling de naam is voor een door een ander gezonden persoon, bij wien men er bijzonderen nadruk op wil leggen, dat hij zelf lijdelijk is, en in de eerste plaats aan zijn afhankelijkheid van het genootschap of de kerk, die hem zond, indachtig behoort te zijn.

Wordt er gedoeld op de zending van Christus'wege, dan heet de man die uitgaat, niet zendeling, maar gezant. > Zoo zijn wij dan gezanten van Christus'wege, alsof God door ons bade, laat u met God verzoenen." Een heerlijk woord, waarvan alle pit en kracht zou weggaan, zoo ge er voor in stee laast: »Zoo zijn wij dan zendelingen van Christus'wege."

»Zendeling" doelt alzoo niet op het gezonden zijn door Christus, want dat zijn de Dienaren des Woords hier te lande evenzeer, maar uitsluitend op het gezonden zijn door een Vereeniging of Genootschap, en duidt meer bijzonder aan de af hankelijkheid waarin de gezondene tegenover dat Genootschap verkeert.

Dit wordt dan ook historisch bevestigd. Immers de naam »zeudeling" is bij ons in gebruik gekomen, toen niet de kerken, maar genootschappen uitzonden. Genootschappen die er in het eerst niet aan dachten om een > ambt" te scheppen, maar die in de uitgezonden personen een soort geestelijke agenten aanstelden, die van hen én geldelijk én administratief geheel afhankelijk waren.

In 1780 dacht niemand er aan, om een > zendeling" met een predikant op één lijn te stellen. Zooals de predikanten hier te lande catechiseermeesters of godsdienstonderwijzers onder zich en te hunner beschikking hadden, zoo ook zonden ze zendelingen naar Indië af.

Niet huns gelijken, maar lieden waarover zij als Directeuren van het Genootschap te zeggen hadden.

Voor de uitgezondenen der Vereenigingen of Genootschappen is zendeling dan ook de alleszins passende naam.

Genootschappen kunnen geen ambt scheppen, noch in eenig ambt inzetten. Zij kunnen niet anders dan dienstdoende agenten uitzenden, die in alles van het Genootschap afhangen, en dit ambtelooze en afhankelijke wezen wordt door den naam : zendeling zeker niet 200 kwaad uitgedrukt.

Het taai-instinct heeft ook hier veilig geleid.

Maar heel anders kwam de zaak natuurlijk te staan, toen de kerken haar roeping in den dienst der Zending weer gingen gevoelen.

Een kerk is geen genootschap.

Een kerk werkt niet door agenten, door ambten. maar

En toen men nu desniettemin ook als kerk van: zendeli^tgen bleef spreken, toen eerst liep het spaak.

Doch hierover een volgend maal nader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

De naam „zendeling.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken