Bekijk het origineel

Nederlands speciale roeping.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlands speciale roeping.

4 minuten leestijd

Amsterdam, 11 December 1896.

Een verkeerde trek in onzen Zendingsarbeid is dusver geweest, dat we onze roeping als Christetien ten deze niet, naar Calvinistischen eisch, genoegzaam met onzen vaderlandschen plicht in verband hebben gezet.

Niet alsof we ooit onzen Christenplicht, die onbegrensd is, binnen de grenzen van het nationale leven zouden mogen opsluiten.

Verre van daar.

Als we ons eerst naar behooren van onzen Zendingsplicht tegenover onze Koloniën gekweten hebben, en er dan nog missionaire kracht over is, zijn we evenzoo gehouden, ook aan Annam, Tonkin, Japan, China enz. te denken.

Maar ook hier heersche dan toch zekere orde; een orde die niet gedoogt, dat we hetgeen voor de hand ligt verzuimeu, om hetgeen verderop ligt te gaan zoeken.

Onze Jodenmissie moet niet de Joden in Nederland voorbijgaan, om de Joden in Polen te gaan zoeken.

Onze Islam-missie moet niet de Mahomedanen op Sumatra voorbijgaan, om zich tot de Mahomedanen in Turkije te wenden.

En zoo ook onze Heiden-missie moet niet de Heidenen op Lombok voorbijgaan, om r de Heidenen onder de Roodhuiden te willen ­bekeeren.

Ook dit alles mag en moet voorzeker, mits eerst onze plicht in onze eigen Koloniën, zoo in den Archipel als in Suriname, volbracht zij.

Zoo is het in hoofdzaak dan ook begrepen, en schier al onze missiën arbeiden op de eilanden van ons Oost-Indisch bezit.

In zoover hebben we dus geen bedenking.

Maar wel hebben we bedenking hiertegen, dat bij de opwekking tot missionairen ijver het karakter van ons land als koloniale mogendheid te veel op den achtergrond trad.

Er werd te veel, bijna uitsluitend, op onzen algemeenen plicht als Christenen, en te weinig, soms ganschelijk niet, op onze speciale roeping als Nederlanders gewezen; althans geen genoegzame nadruk gelegd. •

Wij, Nederlanders, zijn niet maar even zooals de Duitschers, maar veel sterker dan zij tot den dienst der missie geroepen.

Dertig millioen menschen zijn aan onze hoede toevertrouwd.

Onder Gods bestel liggen ze voor onze verantwoording.

En hiervoor nu voelt ons Christenvolk nog t veel te weinig.

Dit komt daarvandaan, dat men niet ruim genoeg van blik is, niet breed genoeg van opvatting, en diensyolgens over zijn Koloniën, en de dertig millioen menschen die daar wonen, eenvoudig niet denkt.

De vonk voor den gloed der Zending spat dan van buiten naar ons over. Schier geheel de Zending wordt onder het Engelsch gezichtspunt beschouwd. En het Nederlandsch karakter dat onze Zendmg dragen moest, waakt niet op.

In verband hiermede trok het nog kort geleden de aandacht, hoe enkele Christenen hier te lande zich vereenigd hebben, om een hospitaal in China te onderhouden.

Konden we nu op Java, Sumatra en Celebes reeds over een genoegzaam aantal hospitalen beschikken, zoo ware dit verklaarbaar; maar wie weet dat we op Java zelfs nog niet één goed ingericht hospitaal voor de Zending bezitten, moet er zich toch over verbazen, dat ook hier weer het vreemde aantrok, en dat zelfs de gedachte niet schijnt te zijn opgekomen, of God de Heere ^ons, Nederlanders, niet in de eerste plaats tot plichtsbetrachting op Java roept.

Dat een jonge zuster uit ons midden, die drang gevoelde, om in den medischen dienst te arbeiden, naar China toog, is begrijpelijk.

In geen onzer missiën kon zij, het zij tot onze beschaming gezegd, vooralsnog gelegenheid vinden, om voor dezen dienst te worden opgeleid en er aanstonds in werkzaam te zijn.

Maar in stede dat dit beschamende feit ons nu uitdreef, om de handen ineen te slaan, ten einde te zorgen, dat Dr. Schcurer in de eerste plaats zijn hospitaal kreeg, gaan onze vrienden thans onze Nederlandsche missiën voorbij, om een Amerikaansche missie op ons geheel vreemd territoir te steunen.

Welnu, ook hiervan maken we niemand een verwijt.

Het is tüch niets dan het noodzakelijk, maar daarom niet minder noodlottig gevolg, van de wfeinfg p& dptetlè en sfels'elloözfe wijze, waarop dusver de Zendingsijver onder ons is opgewerkt.

De Christenen hier te lande hebben niet beseft noch erkend, dat voor een land dat zelf groote Koloniën, met dertig millioen Heidénen en Mahomedanen bezit, de verplichting tot den dienst der Zending dubbel sterk Idemt, en van Godswege een bijzondere roeping bestaat.

Niet aan ons staat het, waar we Zending drijven en Zending steunen willen.

Alle eigenwillige godsdienst is ook hier uitgesloten.

God vertrouwde ons onze Koloniën toe.

En het is van dit koloniaal bezit dat Hij ons toeroept: Voor die Koloniën zal uw gebed, zal de offerande van uw gave, en zal ttw persoonlijke toewijding zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Nederlands speciale roeping.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken