Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

OP VOEDSEL UIT.

XIII.

Eenige dagen lang leefde onze vriend zoo voort, e den halven dag bezig om voedsel te zoeken, en blij als hij ten minste iets vond om den buik te vullen. Den dooden vogel kloof hij af tot op het laatste beentje, hoe onsmakeliJK de kost ook was. De groote vermoeienis maakte, dat hij eiken nacht rustig sliep. Zijn kleeren echter waren reeds nu in een treurigen toestand geraakt. Broek en buis waren door de struiken en dorens overal gescheurd, en daarbij met stof en vuil bedekt. Doch wat er tegen te doen? Hij kon hier niet aan 't verstellen gaan en een schuier had hij ook niet. 't Eenige wat hij doen kon was aan het strand zijn kleeren wat uit te waischen, en ze dan in de zon te drogen.

Tot nog toe was het schoon weder geweest. Doch bijna een week na zijn komst op het eiland ontwaakte Walter des morgens, door een zwaren slag die heel den berg deed dreunen. Verschrikt sprong hij op. Reeds ratelde een tweede slag. Het was de donder. Felle bliksemstralen kliefden de lucht; onophoudelijk rommelde het om hem heen, en scheen het verblindend licht in dat hol, waar hij zich bevond; overigens was het, schoon morgen, zoo donker alsof het nog schemerde.

Gelukkig duurde het onweer niet lang, maar nu ontlastten de grauwe wolken zich in een regen zoo zwaar, als wij in noordelijke streken 't zelden of nooit aanschouwen. In dikke stralen stroomde het water neer; 't kletterde op den grond, 't stroomde langs den berg, en vulde alle reten en spleten. Daarbij stak de wind op, en sloeg het water tegen de steenen. 't Was een leven waarbij hooren en zien verging. Gelukkig zat Walter althans nagenoeg droog, neergedoken in den achtersten hoek der enge ruimte, die hem tot schuilplaats diende.

Uren lang hield de regen aan. 't Was onmogelijk, hoezeer honger en dorst hem kwelden, uit zijn schuilplaats te gaan. Tegen den middag klaarde de lucht wat op; de regen werd veel minder^ en eindelijk brak de zon door. Aanstonds trad Walter naar buiten, maar o wee, de vlakte rondom den berg stond geheel blank; bij den eersten stap, dien hij er op deed, zakte hij een eind weg; met moeite werkte hij zich omhoog, waarbij, helaas, een laars in den modder bleef zitten, 't Was, dat zag hij, onmogelijk, dezen dag het bosch te bereiken, en wie wist of men ook daar wel loopen kon.

Bedroefd, bijna vertwijfelend, wierp hij zich op de vochtige bladeren van zijn l^erstee. Zijn gedachten dwaalden ver weg, eerst naar het schip, toen naar huis en eindelijk ook naar grootmoeder. Hoe zou 't met haar zijn ? Zou zij aan hem denken ? Hij geloofde het zeker, ja, ook dat zij voor hem bidden zou ? En meteen vloog hem de gedachte door 't hoofd : Grootmoeder bidt; en God kan dat gebed verhooren. Als ik ook eens bad ! — Maar hoe ? Hij had misschien nog nooit uit het hart gebeden, al werden ook in huis aan tafel sde gebeden opgezegd", gelijk men dat in Engeland noemt. Zoo wentelde hij zich dan om en om op zijn leger, tot hem eindelijk de bange Wacht over de lippen kwam: Heere, ontferm u over mij; help mij uit den nood!

't Waren' maar enkele woorden, half luid gesproken, slechts gehoord door Hem, die in de hemelen zit en door den bidder zelf. Toch maakten ze op den laatsten een diepen indruk, 't Was hem, als verbaasde hij zich over 'tgeen hij zelf gedaan had. Doch tegelijkertijd kwam bij hem de gedachte op: Gij zijt hier niet alleen, al hebben u alle menschen verlaten. Daar is een God rne u ziet en hoort, en die machtig is te helpen. Die God is ook hier; Hij vervult hemel en aarde. Hij is bij grootmoeder, maar ook niet ver van u.

Voor het eerst in verscheidene dagen voelde hij zich meer rustig. Grootmoeder had hem vermaand tot God te roepen in den nood, en dien raad had hij nu gevolgd. Doch weldra voelde hij zich weder diep ongelukkig en beangst, al was 't nu om een andere reden dan te voren. Had hij grootmoeders raad niet tot nog toe steeds in den wind geslagen ? Op het schip had hij aan den Heere God niet gedacht, geen enkele maal in Gods Woord — grootmoeder had het hem nog meegegeven — gelezen, zich om niets bekommerd dan om aardsche dingen. Zou de Heere God hem nu hooren, nu hij in den nood zat?

Gelukkig dat Walter niet geheel onkundig was in de Schrift. Dat is altijd een voorrecht, wat vooral die kinderen moeten bedenken, die tekst of psalm op school nooit kennen, op de Zon dagsschool er steeds mee haperen, en eigenlijk liever Gods Woord dicht laten. Dat is heel verkeerd. AVant al hebben wij door Gods groote genade het vrij gebruik van Zijn Woord, niet altijd vrienden, zult ge in uW later leven dat maar zoo bij elke gelegenheid eens even op kunnen slaan, en daarbij, wie onkundig is in de Schriften, zoekt dikwijls toch te vergeefs. Maar als ge de goede woorden Gods in het hoofd hebt, dan draagt gij ze altijd mee, in huis en veld, in wiukel en kantoor, waar gij zijt, en kunt uit dien schat ahijd wat gebruiken.

Daarbij zal, hetgeen gij in 't hoofd hebt, door Gods genade, op die wijs ook in uw hartkunnen dalen. Gij moet niet denken dat dit altijd samengaat. Maar dit is zeker: 't Komt niet in het hart dan door het hootd. Het geloof is uit het gehoor., zegt de Schrift, en het gehoor door het Woord Gods.

Zoo kwamen onze vriend dan nu terrechtertijk de heerlijke woorden in de gedachte, die wij aldus berijmd zingen:

3> Wie U aanroept in den noodj Vindt U'.v gunst oneindig gróót. Heer, neem mijn gebed ter ooren. Wil naar mijne smeeking hooren", enz. j

En dat troostte hem te midden van het verdriet en de ellende. Hij dronk wat van het water dat rondom het hol stond, en legde zich toen huiverig in een hoek ter ruste, om reeds zeer vroeg den volgenden morgen te ontwaken.

AAN VRAGERS.

Kortheidshalve verschillende vragers in eens beantwoordend, merken we hier slechts dit op:

1. Er is over den tijd van het Paaschfeest veel getwist, maar dat alles hier te vermelden gaat niet.

2. Evenmin kunnen we hier uitleggen, hoe men den tijd van het Paaschfeest uitrekent. Dat is nog al een ingewikkelde berekening; in vele almanakken vindt men den tijd van het Paaschfeest jaren vooruit aangegeven. Men kan het berekenen, zoover men maar wil.

3. Het Paaschfeest valt volgens een oude bepaling der kerk, niet voor 22 Maart en niet na 25 April. Naar het Paaschfeest regelen zich dan weer de Hemelvaartsdag en het Pinksterfeest. Die allen kunnen dus ruim een maand het eene jaar bij het andere verschillen.

Onze lezer V. te D. vraagt.:

Hoe kwam Mohamed tot de kennis, dat er maar één God bestaat ?

Vooreerst weten we, dat Mohamed was een Ismaeliet, uit het geslacht van Abraham, in 't welk, als was 't ook flauw, toch nog herinneringen van het verleden en aan de daden des Allerhoogsten zeker bewaard zijn gebleven.

Daarbij kende Mohamed van zeer nabij de Joden en hun godsdienst, waarin, geheel verschillend was het geloof der heidenen, streng de leer aan één God werd vastgehouden. Verder had hij kennis gemaakt met de leer des christendoms, en al was 't ook een bedorven christendom, het geloof aan één God stond vast.

Of Mohamed tot die diepe denkers behoorde, voor wie het geloof aan één God en niet aan vele, als vanzelf het meest redelijke is, die het willen beredeneeren valt moeilijk uit te maken. Wellicht werkte 't een met het ander saam. (Meer hierover vindt onze lezer in het tijdschrift Excelsior, waarin ik kort geleden over den Koran en Mohamed meer uitvoerig schreef.)

HOOSKNBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken