Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

DE LENTEKOE.

IV.

Vijf weken later, half Maart, komt het Lentefeest. Volgens de Chineezen is de Lente ook al weer een soort god of geest, die uit het Oosten in 't land komt. Om hem welkom te heeten gaan daarom bij het feest tot zijn eer in elke groote stad de inwoners hem door de Oosterpoort gezamenlijk plechtig tegemoet. Voorop ziet men de oversten der plaats in draagstoelen; achter hen komen de minderen, versierd met bloemen uit bonte lappen of papier. Voorts zijn er muzikanten, soldaten, vaandels, borden met opschriften, kortom 'tis een bont gewemel dooreen.

Voor de poort staat het altaar dat aan d Lente is gewijd. Op dit altaar wordt reukwerk aangestoken, terwijl de Mandarijnen zich driemaal ter aarde werpen, om zoo den binnenkomenden gast hun eerbied te betuigen.

Dicht bij het altaar staat een groote koe, ui klei vervaardigd en de »lentekoe" geheeten. Dit gedierte is echt op zijn Chinecsch geheel beplakt met papier van verschillende kleuren. Al het volk kijkt scherp toe. Waarnaar, denkt gij? t wel naar die kleur, waarvan de koe het meest aan den kop draagt. Want gij moet weten, die kleur is een soort almanak. Al naar die kleur is, zal het weder zijn in het loopende jaar.

Elke kleur heeft een beteekenis. Heel veel zwart beduidt overstroomingen, veel wit wijst op besmettelijke ziekte, veel rood op droogte; geel echter, de landskleur der Chineezen, wijst op bijzondere zegenbgen. Naar men beweert bepalen de priesters, die immers vooruit weten wat het jaar brengen zal, de kleuren aan den kop van de lentekoe. Hoe zij 't nu maken als 't niet uitkomt weet ik niet, maar ik denk dat zij voor veel verscheidenheid zorgen; dan komt er toch altijd wat van uit. 't Is echter gelukkig dat wi beter dingen weten. Denk maar eens aan wat de Catechismus van vruchtbare en onvruchtbare jaren zegt.

De lentekoe zelf komt er al heel slecht af. Als het aanbidden en hét ofleren op het lentealtaar gedaan is, wordt het beplakte koetje op een houten steigerwerk gezet, opgetild en meegevoerd-in den optocht, die weer huiswaarts keert. In een tent naast het stadhuis wordt dan het beeld onder dak gebracht. Na een slapeloozen nacht komt het daar weer uit, en nu treden de Mandarijnen toe, en »geeselen" de koe geweldig met groote stokken. Als de heeren moe zijn komt het mindere volk, en gooit met groote steenen het beest in stukken. Daarmee is de lentekoe geslacht.

Na het Lentefeest komt het zoogenaamde Ploegteest. Dit dient om het volk aan het verstand te brengen, dat nu het goede jaargetijde zijn intocht heeft gehouden, tevens echter is het een verheerlijking van den landbouw, welke van zeer oude tijden af in China in hooge eer is gehouden. De reden daarvan is volgens de Chineezen deze: Een duizend jaren vóór het begin onzer jaartelling, leefde in China een zeer machtige keizer. Zijn vader was een eenvoudig landman geweest. Doch eens toen de zoon aan het ploegen was, verschenen onverwachts boden van den regeerenden keizer, welke den jongeling meenamen naar het keizerlijke slot, waar hij mocht blijven. Later benoemde de keizer hem tot zijn opvolger. Toen echter de gewezen boer eenmaal zelf vorst was geworden, had hij zulk een liefde voor zijn oude beroep behouden, dat hij alle dagen nog een poosje ging tuinieren, kool en wortelen plantte, koren zaaide enz.

Ter herinnering nu hieraan — en zeker ook om den landbouw te eeren, wat heel goed is — viert men het Ploegfeest, en is de Chineesche t keizer er altijd zelf bij. Daar hij ook opperpriester is houdt hij eerst een soort van godsdienstoefening tot prijs vac den landbouwgod. Dan wordt een rijkversierde ploeg gebracht, dien de keizer driemaal over een stuk land stuurt. Ieder der prinsen, die hem verzeilen, volgt des keizers voorbeeld. Het geheele keizerlijke gezin woont de plechtigheid bij, waarbij veel glans en pracht wordt tentoon gespreid.

Natuurlijk kan de keizer niet overal tegelijk wezen. Daarom treden dan ook in de hoofdsteden der provinciën van China de landvoogden als zijn plaatsvervangers op bij de plechtigheden] j[van J hetj'; Ploegfeest, ^De|^stadhouder gaat dan met al zijn ambtenaren in plechtigen optocht naar, 'den tempel, welke aan de god van den akkerbouw is gewijd, In den tempel wordt natuurlijk geofferd; ook wordt een lang gebedj; : tot; , i, den? godj|voorgelezen om^zegen en groei voor alle ^vruchten in het veld. Als di is afgeloopen, begeeft de. [stadhouder zich met heel zijn gevolg naar een stuk land in de nabijheid. Daar staat^voor, elk der hooge ambtenaars een ploeg klaar, de overheidspersoon grijpt de teugels der aangespannen paarden en stuurt den ploeg eenige malen over 't veld. Zoo doen allen.

AAN VRAGERS.

Van onzen lezer L, d, V, te 'sH, ontvingen we een klein dozijn vragen. Hoewel nu ui deze blijkt dat de vrager juist niet tot de kinderen behoort, ' zullen ; we; ^toch gaarne trachten aan zijn verlangen te voldoen.

Een der vragenj geldt het woord «Blauwboekje, " Zulk een boekske was wat men ook noemt een schotschrift, hekelschrift; een vlugschrift dat oudtijds diende om dan een of anderen tegenstander te bestrijden en wel op felle, hatelijke wijs. Tegenwoordig l^wordt soms de krant voor dat doel gebruikt. Zulke boekjes verschenen in blauwe omslagen, wat zelfs vóór een [40 jaar voor allerlei kleine geschriften nog in zwang was. Vandaar hun naam.

Nu zegt|onze3, inzender verder, «; [dat men in sommige landen odk-waxiBlauwbaekeneii Groenboeken spreekt, en vraagt wat dat dan zijn.

't Antwoord is dit: Meer dan eens worden de stukken, die op een gewichtig feit, bv, een ge voerden oorlog, een gesloten vrede_ betrekking hebben, afjonderlijk door de regeering uitgegeven, opdat de belanghebbenden er een duidelijk overzicht van krijgen. Ook hier naar de kleur van den omslag noemt men die boeken groene, blauwe, roode, gele enz. Met de oude blauwboekjes hebben lie echter niets te maken.

Een andere vraag is: Van waar de uitdrukking > een stem in het kapittel hebben".

Een kapittel was of is onder meer een vergadering, een raad, die b, v, de zaken eener kerk (een Roomsche) regelde, of in 't algemeen kerkelijke dingen behandelde. Zoo had b, v een dom of hoofdkerk een domkapittel. Wie daar nu stem in had mocht natuurlijk meepraten en meê beslissen. De uitdrukking is du duidelijk en wil zeggen: Recht van meespreken hebben.

Verder wordt gevraagd naar die oorsprong van »Jan Rap en zijn maat, "

»Rap" is hier niet ons woord rap, maar een afleiding van het Fransche rapaille d, i. het janhagel, het schuim des volks, het zeer laag gemeen. Dat men er »Jan" vóór zette behoeft, na wat we pas bij jUncle Sam" bespraken, geen verklaring. Men denke maar aan Jan Salie, Jan Hen, Jantje Contrarie, JanmnaX^ Janhzgel enz jjan Rap en zijn maat" is dus het schuim des volks bijeen.

Over de verdere vragen later.

HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken