Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

WEDER AFGEBROKEN.

VII.

Zoo onervaren was Kasper niet, of hij begreep nu zeer goed met wien hij te doen had, namelijk een werver. Hoezeer hij vaak gehoord had wat zulk een bedoelde, toch zette hij 't gesprek voort, en vroeg naar allerlei. De vreemdeling was bereid hem in te lichten. Toen de man zich even verwijderde trad de waardin, die met medelijden Kasper had aangezien, haastig op hem toe en sprak:

Pas op jonkman, die man is een werver. Drink niet te veel en pas op."

Ik dank u, " antwoordde Kasper; »hij zal mij niet vangen als ik niet wil; zie maar."

Hij toonde haar zijn glas dat nog niet hali was leeggedronken. Juist trad de werver weer binnen _ en nam zijn oude plaats in. Kasper week niet terzij, en raakte weldra weer in druk gesprek. Hij weigerde echter beslist veel te drinken.

Hoor eens, " zei de werver, »ik zeg u eerlijk, gij kunt vooruitkomen als ge soldaat wordt. Wilt ge niet drinken, dat is misschien heel verstandig, schoon de wijn goed is. Maar in alle geval, een man zoo knap als gij kan 't verder brengen."

Om kort te gaan, nog voor den avond was de zaak in orde. Kasper had zich laten aanwerven voor het leger van den Pruisischen koning, en daarvoor geteekend. Dit was nu bij hem niet, gelijk bij zoovelen een lichtzinnige daad in de dwaasheid der jeugd. Nog minder een wanhoopssprong, als bij hen die den uniform aantrokken om den honger te ontgaan. Neen, Kasper had nuchter en wel overwogen wat hij deed. Jammer maar dat zijn groote verwachtingen onmogelijk konden bevredigd worden, wijl hij zich de toekomst verkeerd voorstelde. Innerlijke onrust en ontevredenheid dreef hem tot een leven vol beweging en afwisseling. Daarin hoopte hij zijn droefenis te vergeten. Daarbij kwam dat hij meende als soldaat meer gelegenheid te zullen hebben dan als smid om zijn kennis te onderhouden. Eindelijk had ook het woord van den werver, dat iemand, zoo knap als hij, 't ver brengen zou, niet weinig invloed op den Jongeling gehad.

Den derden Januari 1741 trok koning Frederik van Pruisen de stad Breslau binnen, met eèn regiment Baireutsche dragonders. Een hunner was Kasper. Zoo zwaar was reeds zijn snorbaard en zoo rechtop zat hij te paard dat zijn oude vrienden hem moeilijk zouden hebben herkend. De werver scheen 't niet geheel mis te hebben gehad, want — Kasper droeg reeds de lissen van een onderofficier. Zijn hoofdman of ritmeester had namelijk spoedig gemerkt, dat de wervers ditmaal een zeldzamen vogel hadden gevangen, een die beter schrijven en rekenen kon dan de hoofdman zelf. Zoo was dan Kasper heel spoedig bevorderd en deed als onderofficier dienst, ook om te schrijven en lijsten te houden. In dezen oorlogstijd had men daarmee bijna heel den dag werk. Doch zulk een schrijver had het veel beter dan een gemeen soldaat.

Drie maanden later, op den loen April, maakte onze vriend voor 'teerst van nabij met de oorlog kennis. Bij Mollwitz stieten de Pruisen op een Oostenrijksch leger, en weldra ontstond een algemeen gevecht. Daar leerde Kasper 't eerst begrijpen wat men door »kanonnenkoorts" verstaat. Zelfs koning Frederik de Groote leed daarvan in dien slag, zoo zelfs, dat hij, meenende dat het gevecht voor hem hopeloos stond, 18 uur ver aaneen doorreed tot bij Oppeln, waar 't paard niet meer kon.

Doch die koorts ging bij den koning en bij Kasper spoedig weer over, gelijk meestal wanneer men eenmaal in den oorlog is. 't Was nu vechten, altijd weer. Bij Chotusitz woonde Kasper eenigen tijd later weer een veldslag bij. Zijn eskadron was een van de veertig, die het geslagen Oostenrijksche leger uiteenjoegen. Zoo groot was hier de nederlaag, dat keizerin Maria Theresia niets overbleef dan Silesië aan Frederik af te staan.

Dat ging echter, gelijk te begrijpen is, niet van harte en was dan ook niet van duur. Gedwongen had de keizerin den stap gedaan, maar reeds in Augustus 1744 brak de oorlog opnieuw uit. Kasper moest met zijn koning weer naar Bohemen. Doch daar verscheen de prins van Lotharingen met een leger en drong de Pruisen naar Silezië terug. Daarna volgde het eene gevecht het andere tot het eindelijk bij Sorr tot een beslissend trefien kwam. De Pruisen overwonnen en de zaken stonden nu zoo, dat de keizerin weder gedwongen was vrede te sluiten. Doch Kasper juichte niet mee met zijn kameraden. Want met een vreeselijken sabelhouw in het hoofd lag hij machteloos en den dood nabij op het slagveld, te midden van zoovelen die door den krijgsstorm waren geveld. Een Oostenrijksche ruiter had Kasper buiten gevecht gesteld en buiten meer.

Een halfjaar later, in Maart van't jaar 1746, wandelde een man met langaame schreden den heuvel af waarover de weg naar Ansbach voert. Hij_ was in burgerkleeding; geen bijzonder fraaie; ze scheen bij een uitdrager en niet bij een Weermaker aangeschaft. Dat hij een oudgediende was bleek uit zijn houding en loop. Als hij wegens de warmte, die toen reeds heerschte, nu en dan den hoed wat achteruit zette, om het zweet af te wisschen, kon men een breed litteeken zien, dat schuin naar 't rechteroog afliep. We hebben reeds onzen Kasper in dien man herkend. Weder had tot hem het woord geklonken: afstand doen, 't opgeven.

De dragonder van het Esterhazy-regement had, als gezeid, hem meer ingeslagen dan den schedel. Al zijn hoop was weder vergaan. Hoe donker was hem des Heeren weg, en dit juist nu hij had kunnen hopen hooger te stijgen, en een goede plaats in te nemen.

In den slag bij Sorr namelijk had het Baicreutsche regiment een aanval gedaan op Oostenrijksche zware ruiterij. Onder het rijden kregen de Pruisische dragonders het flankvuur van de vijandelijke voet-knechten. Dat had een schrikkelijke uitwerking. De ritmeester van Kaspers afdeeling stortte met een rauwen gil, zwaar in de borst gewond, van 't paard. De luitenant tuimelde ter aarde van zijn ros, dat door twee kogels werd getroffen, en boven op zijn berijder terecht kwam. Het eskadron deinsde ontmoedigd terug. Opeens springt Kasper, die wachtmeester was, vooruit, rijdt voor de troepen, spreekt hen toe, en in een oogenblik was de moed er weer in, en hernieuwden zij den aanval. Kaspers voorbeeld had hen allen bezield.

De moedige daad was niet onopgemerkt gebleven. De overste had alles bespeurd, en in zijn hart Kasper reeds het officierspatent toegedacht. Etoch daar trof ook hem een lot als de anderen. In het gevecht bij Sorr werd hij neer­ geslagen. Zwaar gewond moest hij van 't slagveld worden gedragen en toen de overste den heelmeester vroeg wat hij er van dacht, schudde deze bedenkelijk 't hoofd en sprak: »'t Zal mooi zijn als hij er 't leven nog af brengt."

Een maand lang zweefde Kasper tusschen leven en dood. Toen kwam er beterschap, maar nog twee maanden moest hij te Breslau in't hospitaal blijven, en toen hij 't eindelijk verliet was zijn dappere daad waarschijnlijk vergeten. Er kwam nog iets bij. De vrede scheen thans van duur te zullen wezen. Nu kosten groote legers ontzettend veel, zooveel, dat toen men eens den ouden Frits vroeg wat alzoo noodig was om oorlog te voeren, hij antwoordde: > drie dingen, het eerste heet geld; het tweede heet geld en het derde heet ook geld."

't Is dus zeer begrijpelijk, dat zulk een vorst wijs genoeg was om niet langer dan noodig was zijn leger op voet van oorlog te houden, en zoo talrijk als in de laatste jaren. Er werden tal van huursoldaten afgedankt en ook de ritmeester Kasper Ottman van Pappenheim kreeg zijn paspoort. Gelukkig kreeg hij er nog vijftig daalders bij, opdat hij ten minste eenigen tijd zou hebben naar een andere betrekking om te zien, zonder verplicht te zijn te bedelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 december 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 december 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken