Bekijk het origineel

,,Wees sterk, en werk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

,,Wees sterk, en werk."

8 minuten leestijd

Wees sterk, al gij volk des lands, spreekt de Heere, en werkt; want Ik ben met u, spreekt de Heere der heirscharen. Haggaï 2 : 51b.

Is het waar, dat het beslist en onvoorwaardelijk geloof aan Gods Raad en Albestuur den geest ontmant en de hand verslapt?

Telkens weer werpt men dit aan het Calvinisme tegen, en even dikwijls neigt men er in onze kringen toe, al zulk verband tusschen het geloof aan de Voorbeschikking en veler „slapzich-aanstellen" te loochenen.

Toch bestaat dit verband wel terdege, en men zal goed doen, dit te erkennen, en er mee te rekenen.

Alleen maar het is niet deze leer van Gods Voorbeschikking, die als zoodanig slap maakt, maar het is de zondige neiging in onze natuur, die van deze Godzalige belijdenis een oorkussen maakt, en er zich op te slapen legt.

Er zijn enkele van leven springende, een ieder vooruitij lende en allen aangrijpende naturen. Maar de meesten hebben den Sabbat liever dan den arbeidsdag. Te blijven zitten kost hun geen inspanning, op te staan kost verwinning hunner natuur. Als een ander het aanpakt en afdoet, is het hun wel zoo lief. Toezien hoe anderen zich aftobben en afsloven, en dan van achteren nog aanmerkingen maken, is voor deze stuurlieden aan den wal lievelingsbezigheid. Ze voeren daarom wel wat uit. Hun dagwerk komt wel met horten en stooten klaar. Doch dit is dank zij het gareel waarin ze loopen. Het span trekt hen mee. Maar als er sprake komt van uit eigen beweging eens iets aan te vatten, er zich zelf voor te spannen, er het beste van zijn kracht op te zetten, en met ontbloote borst te worstelen tegen stroom en tij op, dan laten ze liever anderen voorgaan.

Zoo is het onder Heden van allerlei natie, want de zonde der traagheid is ingekankerd

in het menschelijk hart. Maar toch werkt dit kwaad bij weinig natiën zoo sterk als bij de onze.

Een Franschman is veel voortvarender, een Engelschnian veel actiever, en hoe de Duitschers zaken aanpakken, zie dat maar op onze eigen kantoren, waar ze slag op slag de kinderen van het land verdringen.

Ons flegma verergert het kwaad der traagheid dat ons in het bloed zit. Schoolkinderen die niets uitvoeren, studenten die niet studeeren, vrouwen die met de handen over elkaar zitten, mannen die eindeloos op sociëteit of in bierhuis den tijd dooden.

En waar dit kwaad in zoo sterke mate onze natie aankleeft, moet, helaas, beleden, dat het in onze Calvinistische kringen dusver geen genoegzamen tegenprikkel ontving, en dat bij niet zoo weinigen de belijdenis der Voorbeschikking bet schild was, waarachter zoo zondige traagheid der niets-doeners zich verboi'g en zich rechtvaardigde.

Algemeen is dit kwaad onder ons gelukkig niet meer.

Reeds nu ontmoet men allerwegen in onze kringen enkele mannen, en van lieverlede ook enkele vrouwen, waar pit in zit, waar actie van uitgaat, die lust hebben in spannenden arbeid. Een zeer enkele is zelfs reeds te heet gebakerd.

Maar toch is het nog zoo zeer verre af van wat het Calvinisme hier te lande in beter dagen aan mannenmoed, kloek initiatief en geniaal optreden geweest is.

De knieën knikken nog te veel, de handen liangen nog te slap, men geeft zich nog te weinig moeite om in de dingen in te leven, en daardoor is het aantal mannen, dat actief en leidend kan optreden, nog zoo bitter klein. Dit maakt clan weer, dat de enkelen zich overwerken, en dat het geheel van twee kanten tegelijk schade lijdt.

Zelfs op de kinderen die geboren, en op de kinderen die opgevoed worden, heeft dat zijn schadelijke uitwerking. Uit een slap geslacht ziet ge geen energieke kinderen opstaan, en kinderen die slap zijn opgevoed in slappe omgeving, worden niet dan bij uitzondering mannen van kracht.

Dat nu de belijdenis van Gods Voorbeschikking dit niet veroorzaakt, toont u de Schrift, leert u de historie onzer vaderen, zegt u de energie dier enkelen in het heden.

Dat mannen als David en Paulus voller dan iemand aan Gods Voorbeschikking geloofden, kan niet ontkend worden, en toch wat kracht is er van hen uitgegaan. Onze Oranjes en Marnixen zal niemand onder de loochenaars der Voorbeschikking rekenen, en toch wat daden hebben ze niet bestaan. En ook nu, als ge vraagt wie het dapperst voor de belijdenis van Gods Voorbeschikking hebben gestreden, winnen het dan niet de energieke personen onder ons van de slappe en stilzittende?

En toch valt niet te loochenen, dat dezelfde leer der A''oorbeschikking zoo ontelbare malen door de zondige traagheid van het hart wordt aangegrepen en misbruikt om zijn stilzitten en nietsdoen te rechtvaardigen, en om een heilig schild te hebben waarachter zondige slapheid zich kan verbergen.

Dat telkens herhalen, dat „een mensch toch niets kan doen", dat „al dat menschenwerk toch ijdel spel is, " en dat wie vroom wil zijn, zich te schikken heeft onder Gods oordeelen, en heeft „af te wachten tot God werke" heeft wel terdege veel zondige lijdelijkheid en zondige slapheid gevoed. Gevoed in zake van kerk en staat, op het gebied van school en wetenschap, in nering en bedrijf, in opvoeding en jiersoonlijke vorming. En dit maakt dat anderen ons voorgaan, en achterlijkheid ons als straffe overkomt.

Daar zijn de gesprekken schuld aan. Daarvan ligt schuld bij de catechisatie, die eenzijdig, bij de predikatie, die niet kloek en aangrijpend genoeg was. Schuld in ons voorgaan en voorbeeld. En in dat alles schuld bij den geest der traagheid die opdoemde uit den zondigen trek van ons hart.

Niet beslist genoeg kan de leer van Gods Voorbeschikking dapper en kloek verdedigd worden tegen elk heel en half Arminianisme, tegen elke inbeelding alsof de mensch iets zonder of buiten zijn God zou vermogen, tegen elke zelfverheffing van het vleesch, of tegen allen roem, dien wij Gode ontstelen zouden.

Maar even beslist en kloek moet diezelfde heilige belijdenis van Gods Voorbeschikking minstens even dapper verdedigd tegen de zonde der traagheid en der valsche gerustheid, die uit uw boos hart opkomt, en telkens ook in Sion binnensluipt.

Zie het aan Zerubbabel eir aan Josua den hoogepriester.

Zij beefden, en aarzelden, en schrikten terug voor de reuzentaak, die hun wachtte.

Vreeze maakte hun het hart slap, en de neiging prikkelde hen, om de reeds uitgestoken hand terug te trekken, in stilzitten heil te zoeken, en lijdelijk af te wachten, wat de Heere doen zou.

Keurt nu de Heere Jehova die lijdelijke neiging goed? Kroont Hij ze als hoogste vroomheid? En maant Hij zijn getrouwe knechten van eiken arbeid af, opdat Hij als God. zelf mocht doen, wat zij zich vermetel onderwonden hadden ?

Integendeel. God zendt zijn profeet Haggaï tot deze mannen, tot Zerubbabel en Josua den hoogepriester, en nu zegt de Heere het hun tot driemalen toe aan, niet dat ze slap, maar dat ze sterk zullen wezen, en niet dat ze zullen stilzitten, maar dat ze zullen tverken.

„Doch nu wees sterk, gij, Zerubbabel, spreekt „de Heere. En wees sterk, gij Josua, zoon van „Jozadak, hoogepriester. En lüees sterk, , al gij „volk des lands, spreekt de Heere, en vj-erkt; „want Ik ben met u, spreekt de Heere der „heir.scharen."

Vlak het omgekeerde alzoo van wat men in de kringen der slappen redekavelt.

De knechten en dienstmaagden des Heeren, ja, al het volk dat zijn naam belijdt, zal sterk wezen, en aldus bekrachtigd zijnde, niet stilzitten maar werken.. En ze zullen dit doen, niet alsof ze iets ook maar zonder of buiten hun God vermochten, maar omdat Hij met hen was.

Dat hoog gebod nu geldt ook voor ons, voor al het volk des Heeren ook in onze dagen.

In dat opzicht is er tusschen het volk van toen en van nu geen verschil.

Weest sterk en werkt! Aldus luidt de ordinantie, die, omdat ze van God komt, bezielende en scheppende uitwerking heeft, en kracht in den moedclooze, veerkracht in den slappe van harte werkt.

Als op het slagveld het voorwaarts door de gelederen weerklinkt, gaat er van dit bevel van den veldheer levenwekkend, tot geestdrift aan-vurend vermogen uit. En hoeveel te meer Qioet er dan niet bezieling en kracht onder 's Heeren volk uitgaan, als God zijn bevel onder u laat weerklinken : Weest sterk en werkt.

Reeds op dat enkele woord spant zich uw veerkracht, voelt ge u aangegrepen, herleeft in u een hooger besef, en kunt ge de hand niet van den ploeg terughouden.

Maar dit woord onzes Gods moet dan ook uitgeroepen. Uitgeroepen in de ^•ergadering der geloovigen. Uitgeroepen in alle gezin, op elke school, bij elk ondernemen, door en voor een ieder in zijn nering en bedrijf. Uitgeroepen bovenal door een ieder voor zijn eigen hart.

Slechts met ééne uitzondering.

Als uw ondernemen tegen de tien geboden zou zijn. Als uw ondernemen niet God maar uzelven zou bedoelen. Als ge niet wist, dat de Heere met u zou zijn, omdat gij u niet 'va. zijn dienst gesteld hadt. "Dan, natuurlijk, baat geen zelfaangrijping en zou al uw werken toch ijdel zijn.

Maar anders, als het om God en zijn dienst, om zijn dienst ook in uw dagelijksch beroep gaat, tast dan, juist omdat ge aan de Voorbeschikking gelooft, met mannenmoed door.

Weest dan sterk en werkt! Want wat we noodig hebben, en waar de toekomst om vraagt, het zijn geen trage knieën en slappe handen, maar mannen vol van kracht en des Heiligen Geestes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

,,Wees sterk, en werk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken